1/68
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
EEN VEULEN KAN NA DE GEBOORTE NIET OPSTAAN EN HEEFT EEN BULTJE OP ZIJN RUG. WAT ZOU DE AFWIJKING KUNNEN ZIJN?
Dit zal een spina bifida/ open ruggetje zijn. Dit vindt vroeg in de neuralatie (vorming van
neurale buis) plaats. Nadat de neurale buis (=neurectoderm) is gevormd zal deze
sluiten als een rits vanuit het midden naar zowel craniaal als caudaal. Bij dit veulen is
achterste opening (=neuroporus caudalis) niet gesloten. Dit zal er voor zorgen dat het
paraxiaal mesoderm thv lumbale wervels foutief zal ontwikkelen. Het paraxiaal
mesoderm vormt onder andere het sclerotoom wat instaat voor de botvorming van
ruggengraat, ribben en occipitaalbeen. Het zou dus normaal gezien ook de wervelboog
rond de neurale buis/ ruggenmerg moeten vormen. De neurale buis ligt op deze plaats
dus onbeschermd. In dit geval zal zowel het ruggenmergvlies als het ruggenmerg bloot
liggen (=meningomyelocoele). Het kan niet enkel het ruggenmergvlies
(=meningocoele) zijn omdat het veulen vlak na de geboorte al neurologische
problemen heeft. Het bultje dat we zien is dus het uitpuilend ruggenmerg en
ruggenmergvlies. Het ruggenmerg ligt dus bloot in baarmoeder waardoor het contact
heeft met vruchtwater wat toxische stoffen bevat die uitgestoten zijn door het embryo.
Deze zullen het onbeschermd ruggenmerg beschadigen wat zal leiden tot ernstige
neurale uitvalsverschijnselen.
EEN KITTEN HEEFT PROBLEMEN MET SLIKKEN, HET VERSLIKT ZICH STEEDS. AAN DE BUITENKANT IS
ER ECHTER NIKS TE ZIEN AAN DE KITTEN. BIJ HET OPENEN VAN DE MOND ZIE JE EEN AFWIJKING. WAT IS
DEZE AFWIJKING EN BESPREEK DE NORMALE ONTWIKKELING VAN DEZE STRUCTUUR?
Kitten lijdt aan palatoschisis van het secundaire gehemelte. Het primaire gehemelte is
wel correct gevormd omdat er aan de buitenkant niets op te merken is. Dit gespleten
gehemelte zal er toe leiden dat het kitten geen onderdruk kan creëren en dus niet kan
zuigen. Melk dat die wel binnenkrijgt zal naar de longen gaan waardoor we ook
waarnemen dat het kitten zich verslikt. Het gehemelte bestaat uit een zacht (secundair)
gehemelte en een hard (primair) gehemelte. Deze twee hebben een andere oorsprong.
Het primair gehemelte ontstaat uit oppervlakte ectoderm. 2 maxillaire prominentiae
(=eerste kieuwboog) groeien naar elkaar toe richting de mediaanlijn. Hierbij komen ze
mediale nasale prominentiae (over reukplacodes) tegen. Maxillaire prominentiae
zullen dus mediale nasale prominentiae naar de mediaanlijn duwen waar ze (mediale
nasale prominentiae) dan ook zullen versmelten en het primitieve gehemelte zullen
vormen. Het primitieve gehemelte is dus afkomstig van oppervlakte ectoderm omdat
het gevormd wordt door mediale nasale prominentia.
Het secundair gehemelte vormt zich als bilaterale uitgroei van de horizontale platen van
de maxillaire prominentiae. Deze zullen versmelten ter hoogte van de mediaanlijn. Er
blijft een naad over en dit is de ralphe palatini. Dit is dus het proces dat niet (correct)
voltooid is.
TER HOOGTE VAN DE NAVEL IS BIJ EEN VEULEN EEN ONDERHUIDSE BULT. WANNEER JE HIEROP
DRUKT, VERDWIJNT DEZE GEDEELTELIJK. WAT IS DE DIAGNOSE EN VERKLAAR DIT EMBRYOLOGISCH.
Bij een bult ter hoogte van navel denken we aan een sinus urachus of een hernia
umbilicalis. In dit geval zal het gaan om een hernia umbilicalis omdat de bult
gedeeltelijk verdwijnt wanneer je hem indrukt. Bij een sinus urachus kan de materie
geen andere kant op dus zou de bult niet ingedrukt kunnen worden.
Tijdens vroege embryonale ontwikkeling groeit de lever enorm snel waardoor de
darmen geen plaats meer hebben in embryo. Hierdoor wordt darm naar navelstreng
geduwd. De darmen in de navelstreng vormen een U-vorm (= ansa umbilicalis).
Naarmate dat het embryo verder ontwikkelt, wordt het in proportie groter ten opzichte
van lever en darmen dus dan zal de volledige darm terug in de buikholte komen te
liggen. Bij dit laatste is het misgelopen bij het veulen.
Bij vogels is het normaal dat dit niet terugtrekt want ze moeten beroep doen op de
dooierzak voor voeding tot op het laatste moment. Dit heet dan het divertikel van
Meckel.
WAT IS EEN HERNIA DIAFRAGMATICUS EN HOE WORDT DIT NORMAAL GEVORMD?
Hernia diafragmatica is een afwijking aan het diafragma waarbij er een opening is.
Hierdoor kan er geen onderdruk meer gecreëerd worden wat nodig is voor het uitzetten
van de longen. Doorheen de opening kunnen ook organen migreren naar caudaal/
craniaal.
De vorming van het diafragma begint met het vormen van het septum transversum
(somatopleura). Deze vormt een scherm tussen de borst en buikholte maar reikt maar
tot de helft. De bovenkant blijft open. In het midden van de borstholte ligt de oerdarm.
Deze hangt vast met ophangbanden waaronder het dorsaal mesenterium
(splanchnopleura) wat de oerdarm met de rugzijde verbindt. Hierdoor krijg je een
verticale opsplitsing waardoor een linker en een rechter pleuroperitoneaal kanaal
gevormd wordt. Deze kanalen zullen moeten sluiten dus van links en rechts komen 2
membranen naar elkaar toe: de pleuroperitoneale membranen (somatopleura).
Hierna moeten cervicale somieten migreren naar het diafragma om een spierlaag te
vormen.
De opening zal zijn ontstaan door het niet (volledig) sluiten van de pleuroperitoneale
kanalen door het pleuroperitoneale membranenen.
PUPS BRAKEN EN VERLIEZEN HUN BEWUSTZIJN BIJ HET OPNEMEN VAN VAST VOEDSEL. BIJ HET
ZOGEN WAS ER ECHTER GEEN PROBLEEM. WAT IS DE DIAGNOSE?
Dit zal hoogstwaarschijnlijk gaan over een dubbele aortaboog.
De 4de kieuwboogarterie vormt de aortaboog. Hierbij zal de rechter aortaboog moeten
regresseren want in normale omstandigheden blijft enkel de linker aortaboog bestaan.
Wanneer de rechter aortaboog blijft bestaan zal deze naast de slokdarm liggen.
Wanneer het individu vloeibaar voedsel opneemt zal er geen probleem zijn, maar bij
overgang naar vast voedsel zal er een druk gecreëerd worden op de rechter aortaboog
wanneer het voedsel hier voorbij komt. Dit zal resulteren in het flauwvallen van de pups
omdat de aorta wordt dichtgedrukt en in het projectiel braken omdat de aorta
tegendruk biedt op de slokdarm. Dit zal geopereerd moeten worden.
VIA DE NAVEL VAN EEN KITTEN KOMT BRUINE ‘BREI’ (LIJKT OP DIARREE) NAAR BUITEN. HOE HEET
DEZE AFWIJKING EN BESPREEK DE NORMALE ONTWIKKELING VAN DEZE STRUCTUUR. START OP HET
NIVEAU VAN DE KIEMBLADEN.
Hier kunnen we spreken over een persisterend ductus vitellinus.
De ductus vitellinus voorziet het embryo van voedingsstoffen tijdens het eerste deel
van de dracht. Het is een verbinding tussen de dooierblaas (hypoblast; wat tijdens
gastrulatie wordt doordrongen door epiblast om endoderm te vormen) en de
middendarm (deel van de oerdarm: endoderm met daarrond splanchnopleura). De
ductus zou moeten regresseren naarmate de placenta de aanvoer van voedingsstoffen
overneemt. Bij vogels regresseert deze niet omdat deze afhankelijk blijft van de
dooierblaas.
Wanneer deze niet regresseert blijft de darm verbonden met de navel/ buitenwereld
waardoor er half verteerd voedsel naar buitenkomt.
BILATERAAL AAN DE ZIJKANT VAN DE NEK VAN EEN KALF ZITTEN TWEE KNOBBELS. WAT ZIJN DEZE
KNOBBELS EN HOE IS DIT EMBRYOLOGISCH TE VERKLAREN?
Bij aanwezigheid van 2 bilaterale knobbels aan de zijkant van de nek zal dit
waarschijnlijk gaan over kieuwboogcysten.
Meteen na de neurulatie ontwikkelen de kieuwbogen als divertikel van de oerdarm
(endoderm en splanchnopleura). Vanuit de kieuwboog zal er een weefselplooi naar
lateraal beginnen groeien over de 3de, 4de en 6de kieuwboog (5de niet want deze verdwijnt
heel snel of wordt zelfs niet gevormd). Hierbij wordt een sinus cervicalis gevormd.
Deze holle ruimte zal verdwijnen door de ingroei van weefsel.
Bij kieuwboogcysten zal de sinus cervicalis niet toegroeien. Aangezien deze bedekt
epitheel, zal dit vocht en slijm blijven produceren. Deze gevulde ruimte is dan terug te
vinden als een knobbel (in dit geval 2).
BIJ EEN PASGEBOREN MANNELIJK VEULEN ZITTEN ONDERAAN DE PENIS KLEINE GAATJES WAARUIT
URINE LEKT. HET VEULEN IS INCONTINENT. HOE HEET DEZE AFWIJKING EN VERKLAAR
EMBRYOLOGISCH.
Dit wijst op hypospadie.
In de vroege embryonale fase zullen de geslachtsorganen van beide seksen identiek
ontwikkelen (= indifferente fase). Rondom het cloacaal membraan vindt er
weefselgroei plaats, dat zal resulteren in het tuberculum genitale (klein bultje in het
midden; wordt penis of clitoris; LPM namelijk somatopleura en oppervlakte ectoderm),
urogenitale plooien (aan linker- en rechterkant ontstaan 2 walletjes; LPM namelijk
somatopleura en oppervlakte ectoderm), urethrale groeve (goot tussen urogenitale
plooien) en labioscrotale zwellingen (wat de buitente schaamlippen of scrotum; LPM
namelijk somatopleura en oppervlakte ectoderm). Vervolgens zullen de 2 urethrale
plooien naar elkaar toe bewegen en van caudaal (basis) naar craniaal (top) in de
lengterichting fuseren. De naad waar de twee samenkomen heet de raphe penis.
Hierdoor wordt de open urethrale groeve omgevormd tot een gesloten buis; urethra
masculina oftewel de plasbuis. Bij dit laatste zal er bij het veulen iets misgelopen zijn,
een fusiefout. Aangezien de plasbuis niet volledig gesloten is, zal het veulen urine
lekken.
BIJ EEN PASGEBOREN VROUWELIJK VEULEN LEKT ER ONGECONTROLEERD URINE UIT DE VAGINA.
HET VEULEN IS INCONTINENT. HOE HEET DEZE AFWIJKING EN VERKLAAR EMBRYOLOGISCH.
Dit dier zal een ectopische ureter hebben. Dit betekent dat de ureter niet uitmondt in
de urineblaas.
Tijdens de embryonale ontwikkeling splitst de cloaca zich op in einddarm aan de
rugzijde en sinus urogenitalis (endoderm en splanchnopleura) aan de buikzijde. De
ductus mesonephroticus (intermediair mesoderm) mondt uit in de sinus urogenitalis.
Aan de basis van deze gang zal er een knop ontstaan, ureterknop (intermediair
mesoderm). Deze knop zal uitgroeien tot ureter en nier.
Het onderste deel van de ductus mesonephroticus wordt opgenomen in de urineblaas
en zal daar de trigonum vesicae vormen. Hierna moet er een rotatie gebeuren want op
dit moment ‘plakken’ ze aan elkaar. Ureter schuift naar boven (en buiten) zodat ze meer
gericht is naar de nieren die erboven liggen. De ductus mesonephroticus zal naar
beneden schuiven richting de urethra (endoderm en splanchnopleura). Bij het
vrouwelijk individu zal de ductus mesonephroticus regresseren en blijft enkel het
trigonum vesicae ervan over. Bij man zal dit de zaadleider (ductus deferens),
zaadblaasjes en bijballen (epidydimis) vormen.
Bij een ectopische ureter zal er iets misgelopen zijn met de rotatie. Hij zal blijven
vastzitten aan de ductus mesonephroticus waardoor die meereist naar beneden; komt
distaal van de urineblaas (meestal in plasbuis) of vagina. Bij gevolg zien we dat er een
lekkage is van urine.
EEN KITTEN HEEFT PALATOSCHISIS. WAT IS DIT EN WAT VOOR GEVOLGEN HEEFT DIT VOOR HET
KITTEN EN HOE ZOU HET NORMAAL WORDEN GEVORMD?
Kitten lijdt aan palatoschisis van het secundaire gehemelte. Het primaire gehemelte is
wel correct gevormd omdat er aan de buitenkant niets op te merken is. Dit gespleten
gehemelte zal er toe leiden dat het kitten geen onderdruk kan creëren en dus niet kan
zuigen. Melk dat die wel binnenkrijgt zal naar de longen gaan waardoor we ook
waarnemen dat het kitten zich verslikt. Het gehemelte bestaat uit een zacht (secundair)
gehemelte en een hard (primair) gehemelte. Deze twee hebben een andere oorsprong.
Het primair gehemelte ontstaat uit oppervlakte ectoderm. 2 maxillaire prominentiae
(=eerste kieuwboog) groeien naar elkaar toe richting de mediaanlijn. Hierbij komen ze
mediale nasale prominentiae (over reukplacodes) tegen. Maxillaire prominentiae
zullen dus mediale nasale prominentiae naar de mediaanlijn duwen waar ze (mediale
nasale prominentiae) dan ook zullen versmelten en het primitieve gehemelte zullen
vormen. Het primitieve gehemelte is dus afkomstig van oppervlakte ectoderm omdat
het gevormd wordt door mediale nasale prominentia.
Het secundair gehemelte vormt zich als bilaterale uitgroei van de horizontale platen van
de maxillaire prominentiae. Deze zullen versmelten ter hoogte van de mediaanlijn. Er
blijft een naad over en dit is de ralphe palatini. Dit is dus het proces dat niet (correct)
voltooid is.
TIJDENS DE BEVALLING VAN EEN PAARD MOET EERST DE GROTE WATERZAK DOORSCHEUREN.
WELKE ZAK IS DIT EN WAT IS DE FUNCTIE ERVAN? ZIJN ER OOK DIERSOORTVERSCHILLEN?
Dit is de allantoïs wat een divertikel is van de oerdarm (endoderm en
splanchnopleura). De allantoïs zal naar de navelstreng groeien en via het
urachuskanaal naar het extra-embryonaal coeloom gaan om hier samen met het
chorion het belangrijkste vruchtvlies (= allontochorion) te gaan vormen.
Bij het paard en rund is de allantoiszak enorm groot en omringt deze de binnenzijde van
de baarmoeder. Er is dus een allantochorion en een allantoamnion. Het paard heeft
wel ook hippomanes/ veulenbrood.
Bij schaap, geit en rund is allantois groot en uitgerekt, maar omringt het niet heel de
binnenzijde van de baarmoeder. Waardoor op bepaalde plekken het amnion en chorion
contact maken met dus ook het amniochorion (en natuurlijk ook allantochorion en
allantoamnion) met cytelodomen (foetaal, plakeilanden) en karunkels (maternaal,
paddenstoelvormig) die als drukknopjes in elkaar passen.
Bij hond en kat groeit allantois omringt het amnion niet aan alle zeiden volledig. Aan de
polen fuseren amnion en chorion. Ze hebben een zonaire placenta.
WAT IS COLOBOMA IRIDIS EN HOE KAN DIT EMBRYOLOGISCH VERKLAARD WORDEN? GEEF DE
EMBRYONALE ONTWIKKELING VANAF HET NIVEAU VAN DE KIEMBLADEN. GEEF AAN WAAR HET FOUT IS
GEGAAN.
We kunnen hier spreken van een sleutelgatoog. Klinisch zien we dan een zwarte spleet
(verderzetting van de pupil) in de iris.
Bij het sluiten van de neuroporus cranialis en de vorming van het prosencephalon
vormen de bilaterale uitstulpingen 2 oogblaasjes (neurectoderm). De oogblaasjes
zullen prolifereren richting de periferie. Ze zullen signalen uitzenden naar oppervlakte
ectoderm waardoor de lensplacodes zullen gevormd worden. Vervolgens zal het
oppervlakte ectoderm signalen uitsturen naar het neurectoderm. Hierdoor zal het zich
gaan instulpen en zullen we niet meer spreken van oogblaasjes, maar van oogbekers.
De oogbekers zijn aan de onderkant nog niet gesloten omdat er bloedvaten (mesoderm)
gevormd moeten worden. Deze steel heet de fissura choroidea waarin de arteria
hyloïdea zal lopen. Dit bloedvat zal het oog binnendringen en de lens van
voedingsstoffen voorzien. Echter voor de geboorte moet deze geregresseerd zijn want
anders zit deze in de weg voor het binnen vallend licht waardoor we een wazig zicht
zouden krijgen.
De fissura choroidea moet sluiten, als dit niet gebeurt kunnen we spreken van een
fissura choroidea persistens = coloboma iridis = sleutelgatoog. Er is een zwarte
spleet in de iris als verderzetting van de pupil. Dit is dus niet succesvol gebeurt bij deze
casus.
EEN VEULEN HEEFT GEEN TONG EN KAN DUS NIET ZUIGEN BIJ DE MOEDERMERRIE. WAT IS ER FOUT GEGAAN?
= linguale agenesie
Bij een normale ontwikkeling van de tong zijn verschillende kieuwbogen betrokken.
Als eerste wordt het tuberculum impar gevormd als weefselbultje vooraan op
mondbodem. Deze zal later vrijwel geen functie hebben, maar is een oriëntatiepunt.
Het corpus linguae wordt gevormd door 1e en 2de kieuwboog, zij vormen 2 laterale
zwellingen in de mondholte. Deze 2 zwellingen zullen het tuberculum impar volledig
overgroeien en versmelten.
Occipitale somieten (paraxiaal mesoderm) vormen het spierweefsel van de tong.
De tweede en derde kieuwboog zullen het tongbeen vormen. De vierde kieuwboog zal
de wortel van de tong vormen.
De omvorming van de kieuwbogen naar de tong heeft niet kunnen plaatsvinden. Zonder
tong kan het veulen geen onderdruk creëren in de mond en dus ook niet zuigen.
Verder staan de kieuwbogen ook nog in voor de vorming van de epiglottis en de larynx;
het kan dat dit ook niet goed gevormd is bij het veulen.
BIJ DE BEVALLING VAN EEN RUND ZAL HET WATER BREKEN. OVER WELKE STRUCTUREN GAAT DIT?
HOE ZIJN DEZE ONTWIKKELD? ZIJN ER DIERSOORTVERSCHILLEN EN VERDWIJNT DE STRUCTUUR BIJ
EEN VOLWASSEN INDIVIDU? ZO JA: HOE? ZO NEE: WAT BLIJFT ER VAN DE STRUCTUUR OVER?
Dit is de allantoïs wat een divertikel is van de oerdarm (endoderm en
splanchnopleura). De allantoïs zal naar de navelstreng groeien en via het
urachuskanaal naar het extra-embryonaal coeloom gaan om hier samen met het
chorion het belangrijkste vruchtvlies (= allontochorion) te gaan vormen.
Bij het paard en rund is de allantoiszak enorm groot en omringt deze de binnenzijde van
de baarmoeder. Er is dus een allantochorion en een allantoamnion. Het paard heeft
wel ook hippomanes/ veulenbrood.
Bij schaap, geit en rund is allantois groot en uitgerekt, maar omringt het niet heel de
binnenzijde van de baarmoeder. Waardoor op bepaalde plekken het amnion en chorion
contact maken met dus ook het amniochorion (en natuurlijk ook allantochorion en
allantoamnion) met cytelodomen (foetaal, plakeilanden) en karunkels (maternaal,
paddenstoelvormig) die als drukknopjes in elkaar passen.
Bij hond en kat groeit allantois omringt het amnion niet aan alle zeiden volledig. Aan de
polen fuseren amnion en chorion. Ze hebben een zonaire placenta.
ZOOGDIEREN GAAN OVER VAN EEN ENKELVOUDIGE NAAR EEN DUBBELE BLOEDSOMLOOP BIJ DE
GEBOORTE. WAAROM IS DEZE OVERGANG? BESPREEK ALLE STRUCTUREN DIE HIERBIJ BETROKKEN
ZIJN.
1) Foramen ovale
Om het atrium te septaliseren zal er van uit de wand van het atrium ter hoogte van de
mediaanlijn een septum primum naar beneden groeien; het is een sikkelvormige
structuur. Deze gaat verder tot op de centrale vleesbalk (septum intermedium;
scheiding tussen ventrikel en atrium.
Door apoptose zullen er aan de dorsale zijde gaten (ostium secundum) ontstaan in het
septum primum. Tegelijk zal er aan de rechterkant van het septum primum een septum
secundum ontstaan met ventraal een opening (foramen ovale).
De eerder gevormde crista terminalis (door de opslorping van de sinus venosus in het
rechter atrium) werkt als skating ramp om bloed naar foramen ovale te sturen.
Op het moment van de geboorte zullen de longen zich ontplooien waardoor er
zuurstofrijk bloed zal toekomen in het linker atrium en in het rechter atrium zal
zuurstofarm bloed van het lichaam toekomen. Dit zorgt voor een druk waardoor de
septa tegen elkaar worden gedrukt en het foramen ovale overblijft als fossa ovalis (een
putje).
2) ductus arteriosus
Vanuit de 6de kieuwboogarterie ontstaat linker en rechter arteria pulmonalis. Deze
staat foetaal in verbinding met aorta via de ductus arteriosus van Botalli. Rechts zal
deze verbinding regresseren (aangezien ook de rechter aortaboog zal regresseren). Dit
is een bypass systeem; anders komt er teveel bloed in de longen. Na de geboorte mag
er enkel nog zuurstofrijk bloed toekomen in de aorta. De ductus arteriosus van Botalli
zal dicht gedrukt worden tijdens geboorte omdat door de aorta plots zeer zuurstofrijk
bloed binnenkomt. Het blijft over als ligamentum arteriosum van Botalli.
BESPREEK DE ONTWIKKELING VAN DE MONDHOLTE.
In het embryo is de toekomstige mondholte het stomodeum (oppervlakte ectoderm).
Deze is in het begin afgescheiden van de oerdarm (endoderm met daarrond
splanchnopleura) door het buccopharengeal membraan (endoderm en ectoderm). De
kaken worden gevormd door maxillaire en mandibullaire prominentiae.
De 2 maxillaire prominentiae (=eerste kieuwboog) zullen naar elkaar toe groeien
richting de mediaanlijn. Hierbij komen ze mediale nasale prominentiae (over
reukplacodes) tegen. Maxillaire prominentiae zullen dus mediale nasale prominentiae
naar de mediaanlijn duwen waar ze (mediale nasale prominentiae) dan ook zullen
versmelten (hierdoor ook vorming philtrum) en het primitieve gehemelte zullen vormen.
Het primitieve gehemelte is dus afkomstig van oppervlakte ectoderm omdat het
gevormd wordt door mediale nasale prominentia.
Door het groeien naar de mediaanlijn van maxillaire en mandibulaire prominentia zullen
ook de kaken gevormd worden. Deze zijn afkomstig van mesenchym (vooral neurale
lijstcellen) dat wordt bedekt met oppervlakte ectoderm.
De spieren rondom de mondholte (en van de wangen) zijn afkomstig van het mesoderm
van de tweede kieuwboog.
Het secundair gehemelte vormt zich als bilaterale uitgroei van de horizontale platen van
de maxillaire prominentiae. Deze zullen versmelten ter hoogte van de mediaanlijn. Er
blijft een naad over en dit is de ralphe palatini.
Op dit moment plakken de lippen nog op de tandenboog (en zijn er ook nog geen tanden
gevormd). Om het vestibulum oris te creëren zullen eptiheelcellen (oppervlakte
ectoderm) in de diepte dringen om zo een groeve te vormen tussen lippen en
tandenboog.
De grens tussen lip en tanden heet de labiogingivale lijst. De cellen van deze lijst gaan
groeien en de glazuurlichaampjes (van labiogingivale lijst -> vestibulum oris ->
oppervlakte ectoderm) voor de tanden aanmaken. Per tand zijn er 2
glazuurlichaampjes. Het dentine is afkomstig van odontoblasten (neurale lijstcellen)
BESPREEK DE ONTWIKKELING VAN DE LONGEN BIJ EEN PUPPY
De longen ontstaan als divertikel van de oerdarm (endoderm met daarrond
splanchnopleura). In het begin is er 1 groot verbindingsstuk tussen de oerdarm en het
trachebronchiaal divertikel. Er zal bilateraal een groeve gevormd worden
(tracheoesefagale groeve). De longen zullen vertakken zoals een klier waardoor het
bronchiaal patroon gevormd wordt.
De ontwikkeling gebeurt in fases.
Als eerste hebben we de pseuadoglandulaire fase. Hierin lijken de cellen sterk op
klieren.
Geleidelijk aan gaan er echte kanalen gevormd worden. We zien ook dat de
epitheelcellen dichter bij capillaire komen te liggen. Deze fase wordt de canaliculaire
fase genoemd.
Wanneer de vertakking voltooid is zien we ook dat de epitheelcellen meer afgeplat zijn
(eerder plaveiselcellen). Ze liggen nog dichter tegen de capillairen. Deze fase heet de
terminale zak fase.
Als finale fase hebben we de alveolaire fase. Hierbij is het epitheelweefsel van de
alveole volledig omgevormd tot plaveisel en het weefsel ertussen blijft kubisch. De
pneumocyten die plaveiselcellen hebben staan in voor gasuitwisseling. De
pneomocyten die kubische cellen hebben staan in voor de vorming van surfactant
(hierdoor plakken longen niet samen bij uitademen)
De binnenaflijning is endoderm. Daarrond zitten capillairen en bindweefsel dat
afkomstig is van splanchnopleura.
WAAROM SLUIT HET FORAMEN OVALE PAS POSTNATAAL? BENOEM ALLE ANATOMISCHE
STRUCTUREN DIE BIJDRAGEN TOT DEZE SLUITING.
1) Foramen ovale
Om het atrium te septaliseren zal er van uit de wand van het atrium ter hoogte van de
mediaanlijn een septum primum naar beneden groeien; het is een sikkelvormige
structuur. Deze gaat verder tot op de centrale vleesbalk (septum intermedium;
scheiding tussen ventrikel en atrium.
Door apoptose zullen er aan de dorsale zijde gaten (ostium secundum) ontstaan in het
septum primum. Tegelijk zal er aan de rechterkant van het septum primum een septum
secundum ontstaan met ventraal een opening (foramen ovale).
De eerder gevormde crista terminalis (door de opslorping van de sinus venosus in het
rechter atrium) werkt als skating ramp om bloed naar foramen ovale te sturen.
Op het moment van de geboorte zullen de longen zich ontplooien waardoor er
zuurstofrijk bloed zal toekomen in het linker atrium en in het rechter atrium zal
zuurstofarm bloed van het lichaam toekomen. Dit zorgt voor een druk waardoor de
septa tegen elkaar worden gedrukt en het foramen ovale overblijft als fossa ovalis (een
putje).
2) ductus arteriosus
Vanuit de 6de kieuwboogarterie ontstaat linker en rechter arteria pulmonalis. Deze
staat foetaal in verbinding met aorta via de ductus arteriosus van Botalli. Rechts zal
deze verbinding regresseren (aangezien ook de rechter aortaboog zal regresseren). Dit
is een bypass systeem; anders komt er teveel bloed in de longen. Na de geboorte mag
er enkel nog zuurstofrijk bloed toekomen in de aorta. De ductus arteriosus van Botalli
zal dicht gedrukt worden tijdens geboorte omdat door de aorta plots zeer zuurstofrijk
bloed binnenkomt. Het blijft over als ligamentum arteriosum van Botalli.
EEN MANNELIJKE PUP PLAST HURKEND EN HEEFT EEN GROTE OPENING IN DE PERINEUM STREEK.
WAT IS DEZE AFWIJKING EN HOE ONTSTAAT DIE?
Dit wijst op hypospadie.
In de vroege embryonale fase zullen de geslachtsorganen van beide seksen identiek
ontwikkelen (= indifferente fase). Rondom het cloacaal membraan vindt er
weefselgroei plaats, dat zal resulteren in het tuberculum genitale (klein bultje in het
midden; wordt penis of clitoris; LPM namelijk somatopleura en oppervlakte ectoderm),
urogenitale plooien (aan linker- en rechterkant ontstaan 2 walletjes; LPM namelijk
somatopleura en oppervlakte ectoderm), urethrale groeve (goot tussen urogenitale
plooien) en labioscrotale zwellingen (wat de buitente schaamlippen of scrotum; LPM
namelijk somatopleura en oppervlakte ectoderm). Vervolgens zullen de 2 urethrale
plooien naar elkaar toe bewegen en van caudaal (basis) naar craniaal (top) in de
lengterichting fuseren. De naad waar de twee samenkomen heet de raphe penis.
Hierdoor wordt de open urethrale groeve omgevormd tot een gesloten buis; urethra
masculina oftewel de plasbuis. Bij dit laatste zal er bij het veulen iets misgelopen zijn,
een fusiefout. Aangezien de plasbuis niet volledig gesloten is, zal het veulen urine
lekken.
WAT IS EEN PERSISTERENDE DUCTUS ARTERIOSUS EN HOE ZOU DIT NORMAAL GEVORMD
WORDEN?
1) Foramen ovale
Om het atrium te septaliseren zal er van uit de wand van het atrium ter hoogte van de
mediaanlijn een septum primum naar beneden groeien; het is een sikkelvormige
structuur. Deze gaat verder tot op de centrale vleesbalk (septum intermedium;
scheiding tussen ventrikel en atrium.
Door apoptose zullen er aan de dorsale zijde gaten (ostium secundum) ontstaan in het
septum primum. Tegelijk zal er aan de rechterkant van het septum primum een septum
secundum ontstaan met ventraal een opening (foramen ovale).
De eerder gevormde crista terminalis (door de opslorping van de sinus venosus in het
rechter atrium) werkt als skating ramp om bloed naar foramen ovale te sturen.
Op het moment van de geboorte zullen de longen zich ontplooien waardoor er
zuurstofrijk bloed zal toekomen in het linker atrium en in het rechter atrium zal
zuurstofarm bloed van het lichaam toekomen. Dit zorgt voor een druk waardoor de
septa tegen elkaar worden gedrukt en het foramen ovale overblijft als fossa ovalis (een
putje).
2) ductus arteriosus
Vanuit de 6de kieuwboogarterie ontstaat linker en rechter arteria pulmonalis. Deze
staat foetaal in verbinding met aorta via de ductus arteriosus van Botalli. Rechts zal
deze verbinding regresseren (aangezien ook de rechter aortaboog zal regresseren). Dit
is een bypass systeem; anders komt er teveel bloed in de longen. Na de geboorte mag
er enkel nog zuurstofrijk bloed toekomen in de aorta. De ductus arteriosus van Botalli
zal dicht gedrukt worden tijdens geboorte omdat door de aorta plots zeer zuurstofrijk
bloed binnenkomt. Het blijft over als ligamentum arteriosum van Botalli.
BESCHRIJF DE MANTELLAAG. ZIJN ER REGIONALE VERSCHILLEN? ZO JA, LEG DEZE UIT, ZO NEE,
BESCHRIJF DE ONTWIKKELING VAN DE MANTELLAAG.
De neurale buis is een lumen met 1 laag cellen erom heen. De stamcellen gaan
prolifereren naar de periferie migreren. Er worden 3 lagen gevormd.
De binnenste laag is de germinale laag. Hier vindt mitose plaats. De middelste laag is
de mantellaag. De buitenste is de marginale laag. Deze laag bestaat uit de uitlopers
(axonen) van de mantellaag.
In de mantellaag zitten neuroblasten en glioblasten. Dit zijn de stamcellen voor
neuronen en neurogliacellen. De neuronen bevatten een Nissl-substantie die grijs
uitslaat. Daarom wordt dit ook de grijze zone genoemd.
De belangrijkste regionale verschillen tussen ruggenmerg en hersenen.
In het ruggenmerg splitst de mantellaag in een vleugelplaat (onder invloed van
signaalstoffen uit het dak van de neurale buis differiënteren de neuroblasten tot
gevoelsneuronen) en een ventrale motorische grondplaat (onder invloed van
signaalstoffen uit de chorda dorsalis en de bodemplaat diffenrentiëren de cellen tot
motorische neuronen).
In de hersenen zullen de cellen uit de mantellaag migreren naar het oppervlak. Het
vormt daar de buitenste cortex. In de hersenstam klapt de neurale buis open waardoor
de sensible mantellaagzones naar lateraal verschuiven en de motorische mantellaag
mediaal komt te liggen.
BESCHRIJF DE COELOOMHOLTE. BESTAAT DEZE NOG BIJ EEN VOLWASSEN INDIVIDU?
Deze ontstaat tijdens de differentiatie van lateraal plaat mesoderm tot
splanchnopleura en somatopleura en door de bilaterale welving. door de bilaterale
welving zullen de 2 bladen van somatopleura met elkaar versmelten, alsook de 2
bladen van splanchnopleura. Hierdoor wordt de dooierzak afgesnoerd en de intra-
embryonaal coeloomholte (primitieve lichaamsholte) gevormd.
De coloemholte bestaat niet meer als een grote, doorlopende ruimte bij een volwassen
individu, maar verdwijnt ook niet. Tijdens de vorming van het diafragma, mediastinum,
peritoneum en pericard wordt de coeloomholte opgesplitst.
Diafragma scheidt buik- en borstholte. Peritoneum zit rond buikholte. Mediastinum
scheidt linker en rechter helft van borstholte af van elkaar. Pericard is het hartzakje en
zit dus rond het hart.
CHEILOSCHISIS BIJ EEN PUP AAN DE LINKERKANT. GEEF DE EMBRYONALE ONTWIKKELING VANAF
DE KIEMBLADEN.
Pup lijdt aan chailoschisis oftewel een gespleten lip. Het primaire gehemelte is niet
correct gevormd. Het gehemelte bestaat uit een zacht (secundair) gehemelte en een
hard (primair) gehemelte. Deze twee hebben een andere oorsprong.
Het primair gehemelte ontstaat uit oppervlakte ectoderm. 2 maxillaire prominentiae
(=eerste kieuwboog) groeien naar elkaar toe richting de mediaanlijn. Hierbij komen ze
mediale nasale prominentiae (over reukplacodes) tegen. Maxillaire prominentiae
zullen dus mediale nasale prominentiae naar de mediaanlijn duwen waar ze (mediale
nasale prominentiae) dan ook zullen versmelten (hierdoor ook vorming philtrum) en het
primitieve gehemelte zullen vormen. Het primitieve gehemelte is dus afkomstig van
oppervlakte ectoderm omdat het gevormd wordt door mediale nasale prominentia.
Bij deze pup zal een van de 2 (of beide) maxillaire prominentia zijn blijven hangen
waardooor de lip zich niet correct gevormd heeft.
Het secundair gehemelte vormt zich als bilaterale uitgroei van de horizontale platen van
de maxillaire prominentiae. Deze zullen versmelten ter hoogte van de mediaanlijn. Er
blijft een naad over en dit is de ralphe palatini.
EEN PUP HEEFT 2 VENA CAVA CAUDALIS. HOE KOMT DIT EN WAT IS DE ONTWIKKELING?
De vena cava caudalis gaat naar het rechter atrium, dus het rechter systeem blijft
bestaan en links zal moeten regresseren.
De vena cava caudalis is opgebouwd uit 4 veneuze systemen.
Het meest craniale stuk is afkomstig van de vena vitellina dextra. Het tweede stuk is
een deel van de vena subcardinalis dextra deze gaat dan weer over in vena
supracardinalis dextra en als laatste stuk de vena cardinalis dextra.
De vena cava caudalis kan dubbel aangelegd worden omdat we van een dubbel
systeem komen.
EEN PUP WORDT GEBOREN MET EEN PERSISTERENDE DUCTUS ARTERIOSUS. WAT IS DIT EN HOE
ZOU HET NORMAAL GEVORMD MOETEN ZIJN?
1) Foramen ovale
Om het atrium te septaliseren zal er van uit de wand van het atrium ter hoogte van de
mediaanlijn een septum primum naar beneden groeien; het is een sikkelvormige
structuur. Deze gaat verder tot op de centrale vleesbalk (septum intermedium;
scheiding tussen ventrikel en atrium.
Door apoptose zullen er aan de dorsale zijde gaten (ostium secundum) ontstaan in het
septum primum. Tegelijk zal er aan de rechterkant van het septum primum een septum
secundum ontstaan met ventraal een opening (foramen ovale).
De eerder gevormde crista terminalis (door de opslorping van de sinus venosus in het
rechter atrium) werkt als skating ramp om bloed naar foramen ovale te sturen.
Op het moment van de geboorte zullen de longen zich ontplooien waardoor er
zuurstofrijk bloed zal toekomen in het linker atrium en in het rechter atrium zal
zuurstofarm bloed van het lichaam toekomen. Dit zorgt voor een druk waardoor de
septa tegen elkaar worden gedrukt en het foramen ovale overblijft als fossa ovalis (een
putje).
2) ductus arteriosus
Vanuit de 6de kieuwboogarterie ontstaat linker en rechter arteria pulmonalis. Deze
staat foetaal in verbinding met aorta via de ductus arteriosus van Botalli. Rechts zal
deze verbinding regresseren (aangezien ook de rechter aortaboog zal regresseren). Dit
is een bypass systeem; anders komt er teveel bloed in de longen. Na de geboorte mag
er enkel nog zuurstofrijk bloed toekomen in de aorta. De ductus arteriosus van Botalli
zal dicht gedrukt worden tijdens geboorte omdat door de aorta plots zeer zuurstofrijk
bloed binnenkomt. Het blijft over als ligamentum arteriosum van Botalli.
VORMING VAN DE PANCREAS
Pancreas ontstaat uit een ventraal en een dorsaal divertikel van de oerdarm die samensmelten.
Pancreas bestaat dus uit splanchnopleura en endoderm. De twee divertikels versmelten doordat de
ventrale naar dorsaal omklapt bij de tweede maagrotatie. Omdat de pancreas wordt gevormd uit 2
divertikels heeft het 2 afvoergangen de ductus pancreaticus en de ductus pancraticus accesorius, bij
sommige diersoorten verdwijnt een van beide afvoergangen.
ONTSTAAN VAN LARYNX
De larynx ontstaat uit cellen van de 4de kieuwboog en 6de kieuwboog. Het bestaat dus uit endoderm,
neurale lijstcellen en splanchnopleura. Het endoderm vormt het epitheel van de larynx, de neurale
lijstcellen vormen het kraakbeen van de larynx en de spieren zijn afkomstig van splanchnopleura. De
vijfde en zesde kieuwboog zijn hierbij rudimentair en de vierde vormt de larynx.
ONTSTAAN VAN TONG
De tong ontstaan uit cellen van de eerste, tweede, derde en vierde kieuwboog en de occipitale
somieten. De kieuwbogen zijn divertikels van de oerdarm dus bestaan ze uit splanchnopleura en
endoderm. Er zijn dus componenten van het paraxiaal mesoderm (occipitale somieten), endoderm,
splanchnopleura en neurale lijstcellen. Het kraakbeen en bindweefsel van de tong bestaat uit
neurale lijstcellen, het tongbeen zelf is afkomstig van de tweede en derde kieuwboog
(splanchnopleura. De tongspieren zijn van de occipitale somieten. Het epitheel van de tong is van
het endoderm van de kieuwbogen. De eerste kieuwboog maakt het tuberculum impar aan en draagt
bij aan apex en corpus, de radix (=wortel) ontstaat uit de 3de en 4de kieuwboog, het corpus uit de
tweede kieuwboog. Tussen de eerste en het tweede zit het foramen caecum, welke betrokken is bij
de vorming van de schildklier, deze is met de tong verbonden door middel van de ductus
thyroglossus, welke later zal verdwijnen waardoor de schildklier loskomt van de tong.
ONTSTAAN VAN RHOMBENCEPHALON
Het rhombencephalon is een van de 3 hersenblaasjes (rhombencephalon, mesencephalon en
prosencephalon) die gevormd wordt bij de sluiting van de craniale neuroporus. Het is dus afkomstig
van het neurectoderm. Het rhombencephalon zal zich opsplitsen in myelencephaon en
metencephalon, het rhombencephalon blijft dus niet bestaan.
ONTSTAAN VAN SINUS CERVICALIS
De sinus cervicalis is de ruimte tussen de kieuwbogen en de plica oppercularis. De plica oppercularis
vertrekt vanuit de tweede kieuwboog en gaat over kieuwboog 3, 4 en 6. De sinus cervicalis is eerst
een luchthoudende ruimte en moet daarna gevuld worden met bindweefsel afkomstig van de neurale lijstcellen. Als die opvulling niet gebeurt zien we individuen met een bol op de hals = cyste.
Bij een normaal individu zal dus enkel de eerste pharyngeale cleft open blijven.
ONTSTAAN VAN DE BIJNIEREN
De bijnieren zijn een samengesteld orgaan, de medulla wordt gevormd door de migratie van neurale
lijstcellen en de cortex wordt aangelegd in het dak van de coeloomholt tussen de nefrogene en
genitale kam en is dus afkomstig van het intermediair mesoderm. De cortex wordt gevormd door
een epitheelstreng (intermediair mesoderm) en in de cortex zal een ruimte zijn waarin neurale
lijstcellen migreren en zo de medulla zullen vormen .
ONTSTAAN LIPPEN
De lippen zijn afkomstig van de eerste en tweede kieuwboog en bestaan dus uit oppervlakte
ectoderm, endoderm en splanchnopleura. De spieren zijn afkomstig van de tweede kieuwboog en
het bindweefsel van de eerste kieuwboog. Oorspronkelijk hangen te lippen nog vast aan het
tandvlees en de tanden, er gaan cellen van het oppervlakte ectoderm in de diepte dringen en dit
zorgt voor het ontstaan van het vestibulum oris.
ONTSTAAN LEPTOMENINX
Het leptomeninx ontstaat uit de meninx primitiva (een laagje bindweefsel rond het ruggenmerg) die
prolifereert en splitst in leptomeninx en pachymeninx. Het leptomeninx zal zich omvormen tot de
pia mater en het arachnoidea, het pachymeninx tot de dura mater. Deze structuren zijn dus
afkomstig van het neurectoderm
ONTSTAAN VAN DE VAGINA
Vagina ontstaat door het contact tussen de kanalen van Müller en de dorsale wand van de urethra
waardoor het uterovaginaal kanaal wordt gevormd, deze structuur is afkomstig van het intermediair
mesoderm. Op contactplaats wordt de heuvel van Müller gevormd = verdikking. De heuvel van
Müller vormt dus de fornix vaginae, oorspronkelijk is dit een volle staaf maar door apoptose zal deze
uithollen. De urogenitale sinus vormt het vestibulum vaginae (endoderm) dat in contact komt met
fornix vaginae. Tussen beide blijft bij sommige individuen een scheidingswand bestaan = hymen
(bindweefselstreng met bloedvat). De vagina is dus een samengesteld orgaan dat bestaat uit
intermediair mesoderm en endoderm.
ONTSTAAN VAN DE MIDDENOORBEENTJES
De middenhoorsbeentjes zijn afkomstig van de 1ste en 2de kieuwboog. Uit de eerste kieuwboog
ontstaan hamer en aambeeld, uit de tweede kieuwboog stapes. De middenhoorsbeentjes worden
gevormd in het cavum tympanicum = holte dat ontstaat tussen de eerste 2 kieuwbogen. De
kraakbenige middenhoorsbeentjes zijn gevormd door neurale lijstcellen die het mesenchym vormen
van de kieuwbogen.
ONTSTAAN PIGMENTLAAG RETINA
De pigmentlaag van de retina wordt gevormd door neurale lijstcellen die naar de retina migreren.
Als hier een fout optreedt kan dit aanleiding geven tot rode ogen omdat men dan rechtstreeks op de
choroidea met bloedvaten kijkt.
ONTWIKKELING VAN DE SCHILDKLIER
De schildklier is afkomstig van de derde en de vierde kieuwboog. Het ontwikkelt bij het foramen
caecum (endodermcellen die in de diepte dringen) tussen de corpus en de radix van de tong. Op dat
moment staat de schilklier dus nog in verbinding met de tong via de ductus thyreoglossus, de
schildklier zelf is het tweelobbig uiteinde aan de ductus, daarna vindt apoptose plaats waardoor de
schildklier loskomt van de tong. De hormoonproducerende cellen van de schildklier zijn dus van
endodermale oorsprong en het bindweefsel errond splanchnopleura => mesoderm. De schildklier
bevat ook neurale lijstcellen in de vorm van de C-cellen voor de calciumhuishouding, deze zitten in
het ultimobranchiaal orgaan (soort bolletje waarin de C-cellen dat zal migreren naar de schildklier)
die met de schildklier versmelt.
FUNCTIE NOTOCHORD
Notochord is de centrale lichaamsas en bepaalt waar dorsaal en ventraal liggen (epi- en hypoblast)
en waar links en rechts liggen. De primitieve knop of knop van Hensen stuurt dan signalen door naar
ciliën die dan naar links of rechts slaan om te bepalen aan welke kant de organen liggen. Het dient
ook als steunas van het lichaam en stuurt signalen door naar het ectoderm om te prolifereren en
daardoor de vorming van neurectoderm en oppervlakte ectoderm. Dit ontstaat bij het terugtrekken
van de primitieve streep omdat cellen in de diepte duiken vanaf de pimitieve knop en hierdoor
centraal een staaf vormen. Later regresseert het notochord en blijft het enkel als restant over in de
nucleus pulposus die dient als schokdemper in de tussenwervelschijven.
FUNCTIE PRONEFROS
De pronefros is bij de zoogdieren niet aangelegd, ook niet embryonaal. Een synoniem voor de
pronefros is de oerneir en deze is bij sommige primitieve vissoorten functioneel. Hij geeft een kanaal
af dat nog aanwezig is bij ons, het pronefrotisch kanaal die later wordt opgenomen is mesonefros en
zo het kanaal van Wolff vormt. De pronefros is in de hals gelegen en voert urine af via een coeloom
waarna de urine secundair wordt opgevangen door glomerulus -> naar caudaal (geen echte filtratie)
OORSPRONG ODONTOBLASTEN
De odontoblasten zijn afkomstig van neurale lijstcellen die migreren naar de tanden =>
neurectoderm. De odontoblasten staan in voor de aanmaak van de dentine in tanden.
COMPACTION
Dit is het verkleinen van de cellen zodat ze in de zona pellucida passen (de cellen vermeerderen,
maar verkleinen zodat ze in de zona pellucida passen), hierdoor is er differentiatie in inner en outer
cell mass. Na compaction zit je in het morula stadium en vervolgens een blastula en blastocyst, vanaf
het blastocyst stadium spreek je van trophoblast en embryoblast en niet meer inner en outer cell
mass. Buitenste cellen gaan delen en verkleinen -> trofoblastcellen en de binnenste cellen zullen
embryoblast vormen. Vanaf dit moment zijn de centrale cellen niet meer totipotent maar
pluripotent
SPINA BIFIDA
Een spina bifida of open ruggetjes is een afwijking bij de vorming van de neurale buis. Tijdelijk is er
bij de sluiting van de neurale buis een craniale en caudale neuroporus die later zullen sluiten. Bij een
spina bifida is er iets misgegaan bij de sluiting van de caudale neuroporus. Dit komt ter hoogte van
de lenden voor omdat het ruggenmerg korter is dan de wervelkolom
Vormen:
Rachischisis: stop embryonale ontwikkeling op punt van neuroectoderm
Meningocoele: de meningen en ruggenmergvliezen en wervelboog is niet gesloten
Meningomyelocoele: zowel de meningen als het ruggenmerg
Myeloschisis: neurale buis is niet gesloten => U-vorm
FILTRUM
Verticale sleuf in bovenlip die ontstaat wanneer de mediale nasale prominentia met elkaar
versmelten. De maxillaire prominentia afkomstig van de eerste kieuwboog groeien naar elkaar toe
en onderweg komen ze de laterale nasale prominentia tegen en drukken dan de mediale nasale
prominentia tegen elkaar => versmelten => neusseptum. Het filtrum is oppervlakte ectoderm.
FORAMEN CAECUM
Foramen caecum is een gat in de oermondholte naar beneden bij de overgang tussen het corpus en
de radix van de tong. Hier gaan endotheelcellen in de diepte dringen waardoor de ductus thyroïdeus
wordt gevormd en daaronder de schildklier. Uiteindelijk zal de verbinding tussen den schildlklier en
de mondholte verdwijnen.
ONTSTAAN SCHEDELBASIS
De schedelbasis ontstaat door enchondrale botvorming uit sclerotoom van de kopsomieten of
occipitale somieten. De schedelbasis is dus afkomstig van het paraxiaal mesoderm
ONTSTAAN VAN DE EPIGLOTTIS
Ontstaat voornamelijk uit 4de kieuwboog en ook een beetje 5de en 6de. Endoderm + neurale lijstcellen
+ splanchnopleura
ONTSTAAN VAN DE THYMUS
Thymus ontwikkelt in het derde endodermaal zakje door een endodermale uitstulping. Postnataal
migreren de pro-T-lymfocyten uit het beenmerg ook naar de thymus, dit wordt dus een lymfoïde en
endocrien orgaan, later zullen in dit orgaan de T-lymfocyten ontstaan. De aanleg gebeurt door een
epitheelknop die een epitheelstreng vormt die ongeveer ter hoogte van hartaanleg eindigt.
Structuren van de linker en rechtkieuwboog versmelten en dan verdwijnt de verbinding met de
kieuwboog. Uiteindelijk ligt de thymus ter hoogte van de borstingang. De thymus bestaat dus uit
endodermcellen voor hormoonprodctie en neurale lijstcellen als bindweefsel en kapsel errond.
ONTSTAAN VAN OMENTUM MINUS EN MAIUS
Het omentum minus en maius ontstaan uit het dorsaal en ventraal mesenterium, het dorsaal
mesenterium is de ophangband naar dorsaal van de oerdarm (curvatura maior) en het ventraal
mesenterium is hangt de maag vast aan de ventrale zijde(curvatura minor). Het ventrale
mesenterium verdwijnt overal buiten aan de lever => enkel omentum minus aan lever, de
belangrijkste ophangbandenvan de lever worden ook door ventraal mesenterium gevormd namelijk
ligamentum coronarium, triangulare en falciforme. Het doorsaal mesenterium blijft wel over de hele
lengte van de oerdarm en vormt door de eerste maagdraaiing (door zwaarder worden van curvatura
maior => draait naar ventraal door zwaartekracht) het omentum maius dat dus bestaat uit twee
bladen die tegen elkaar zijn geplakt. In het ventraal mesenterium ontwikkelt zich de lever en in het
dorsaal mesenterium de milt. Het ventraal en dorsaal mesenterium bestaan uit splanchnopleura en
dus ook het omentum maius en minus.
ONTWIKKELING VAN DE LONG
De longen ontstaan uit het tracheobroncheaal divertikel van de oerdarm, dit divertikel zal de trachea
en de longen vormen. De longen bestaan dus uit endoderm (functioneel weefsel) en
splanchnopleura (bindweefsel => stroma van de longen). Het divertikel splitst zich eerst op in een
trachea en bronchiale boom en uit de bronchiale boom ontstaan uiteindelijk de longen. Het ontstaan
van de longen kan worden opgedeeld in 4 fasen: de pseudoglandulaire fase, de canaliculaire fase, de
terminale zakfase en de alveolaire fase. De pseudoglandulaire fase is de fase waarbij het
longdivertikel zich vertakt en die vertakking lijkt sterk op die van een klier (bronchen ontstaan en
vertakken in bronchiolen), de canaliculaire is de fase waarbij er verbindingen worden gevormd
omdat de capillairen dichter bij de epitheelcellen komen te liggen (=> respiratoire bronchiolen), bij
de terminale zakfase is er differentiatie van de cellen en gaan dus bepaalde cellen afplatten zodat O2
makkelijk uitgewisseld kan worden ook worden er sacculi gevormd , de laatste fase namelijk de
alveolaire fase primiteive alveoli gevormd en begint de surfactantproductie door pneumocyten zorgt
ervoor dat de pneumocyten worden zoals ze moeten zijn en de longen dus functioneel zijn => zakken
worden echte alveolen met verschillende types pneumocyten.
ONTSTAAN VAN HET PERICARD
Het pericard ontstaat door de pleuopericardiale die naar beneden worden gedrukt door sterke
proliferatie van de longen. De pleuropericardiale plooien groeien vanaf de borstwand naar beneden
en bestaan dus uit somatopleura, dus het pericard heeft een somatopleurale oorsprong. De
longdivertikels blijven proliferen waardoor de plooien naar beneden worden gedrukt en het pericard
vrij klein is. Het gesloten pericard ontstaat door fusie van de twee plooien
DE UTERUS MASCULINUS
De uterus masculinus is een restant van het kanaal van Müller, dus een restant van het indifferent
stadium van het embryo. Je kan deze terugvinden naast de uitmonding van de accesoire
geslachtsklieren in de ureter en de ductus defferens dus bij de zaadheuvel. Bij een vrouwelijk
individu vormt het kanaal van Müller de uterus, eileiders en het uterovaginaal kanaal en bij
mannelijke individuen zie je een overblijfsel namelijk de uterus masculinus. De uterus is een Y-
vormig stuk littekenweefsel dat uitmondt bij de zaadheuvel
ONTSTAAN VAN DE PARANASALE SINUSSEN
Paranasale sinussen zijn afkomstig van het oppervlakte ectoderm. Het zijn luchthoudende ruimtes in
de schedelbeenderen waardoor de schedel niet te zwaar wordt. Ze ontstaan door oppervlakte
ectodermcellen die vanuit de concheae nasale in de diepte dringen. Ze ontsteken makkelijk omdat
ze bekleed zijn met mucosa.
DE PRIMITIEVE STREEP
Voordat de primitieve streep ontwikkeld is, bestaat het embryo uit 2 schijven op elkaar. Het epiblast
en het hypoblast. Vanuit het epiblast gaan er cellen proliferenen en zullen 2 evenwijdige richteltjes
vormen. De proliferatie start van caudaal, maar gaat niet volledig tot craniaal waardoor er een
verwijding gevormd wordt, primitieve knop of knop van Hensen. De 2 richeltjes, de goot en de
primitieve knop vormen samen de primitieve streep. Deze proliferatie zorgt dus ook voor het
vormen van endoderm, mesoderm en ectoderm uit epiblast. Hypoblast zal extra-embryonale
structuren vormen. De primitieve streep zal prolifereren tot het notochord.
ONTSTAAN VAN HET TROMMELVLIES
Trommelvlies ontstaat uit de eerste faryngale cleft (tussen de eerste 2 kieuwbogen). Het
trommelvlies bestaat dus uit een dunne laag oppervlakte ectoderm, endoderm en mesenchym
(neurale lijstcellen). Het trommelvlies is het resterende schot tussen de eerste en tweede kieuwboog
en is de overgang tussen buitenoor en middenoor.
ICHTYOSE
Ichtyose is een afwijking van de epidermis waarbij er te veel verhoorning is, dit komt door een
verstoring van de keratinisatie. Hierdoor ontstaan er bij beweging breukvlakken en bloedingen. De
verhoorning zorgt ervoor dat er als het waren schubben worden aangemaakt => wit uitzicht met
rode strepen tussen = breukvlakken. De afschilfering van de verhoornde dermis verloopt niet goed
waardoor de keratine zich opstapelt.
OORSPRONG VAN DE DUCTULI EFFERENTES
De ductulie efferentes zijn afkomstig van de mesonefrotische buisjes, dus dit is het overblijfsel van
de mesonefros bij mannelijke dieren. Ze zijn dus afkomstig van het intermediair mesoderm. Deze
buisjes zullen het zaadplasma en de spermatozoa afvoeren naar de ductus mesonefroticus en
vormen dus de verbinding tussen de rete testis en de ductus epididymidis (uit ductus
mesonefroticus)
HYPERTHELIE
Bij hyperthelie heeft een individu meerdere tepels dit komt door een incomplete onderdrukking van
de melklijsten (van oksel tot lies). Op plaatsen met een extra tepel zal er dus een deel van de
melklijst blijven bestaan die normaal zou moeten verdwijnen, vervolgens zal er epitheliale
proliferatie plaatsvinden waardoor het oppervlakte ectoderm naar buiten toe verdicht en dit vormt
een tepel. Kan zowel bij mannelijke als vrouwelijke individuen
ONTSTAAN VAN HET STERNUM
Het sternum is een onderdeel van het axiaal skelet dat gevormd wordt door 2 sternale banden die
van somatopleura afkomstig zijn. Eerst gebeurt er ossificatie van het tijdelijk kraakbenig model
(hierdoor worden sternale wervels gevormd) en vervolgens gaan de ribben tijdelijk de verbening
onderdrukken waarna er secundaire botvorming is. Bij de ossificatie versmelten verschillende
sternebrae of sternale wervels in 3 delen het manubrium, het corpus sterni en de processus
xiphoïdeus, bij het rund blijven de sternale wervels.
EPITHELIOGENESIS IMPERFECTA
Dit is een erfelijke aandoening waarbij het dier op bepaalde plaatsen geen epidermis heeft waardoor
de dermis blootligt. Dit zal leiden tot ontstekingen aangezien de epidermis een beschermende laag
vormt en indringers tegenhoudt. Dit kan opgelost worden door een transplantatie. Dit komt dus
door een fout in de differentiatie van het oppervlakte ectoderm in de epidermis, deze wordt dus niet
gevormd.
ONTSTAAN VAN DE BUIS VAN EUSTACHIUS
De buis van Eustachius of tuba auditiva wordt gevormd door het eerste faryngale zakje en bevat dus
endoderm en neurale lijstcellen. Deze vormt de verbinding tussen het middenoor en de nasofarynx
(verbinding neus en mond) en zorgt dus voor drukregeling.
ANSA UMBILICALIS
Ansa umbilicalis is de bocht die de darmen maken wanneer ze door de sterke expansie van de lever
in het embryonaal stadium tijdelijk in de navelstreng zitten (fysiologische navelbreuk). De bocht zal
als eerste in de navelstreng komen en dan verlengen. Wanneer het embryo weer groeit en de
expansie van de lever vermindert zullen de darmen weer in de buikholte liggen maar de lusvorm zal
nog blijven
CYSTE VAN GARTNER
Dit is een restant van de ductus mesonefroticus bij vrouwelijke individuen, deze zullen passief
verdwijnen door apoptose door de afwezigheid van TDF-eiwit dat bij mannen door SRY gen wordt
aangemaakt. Een restant van de de ductus mesonefroticus zijn de cysten of kanalen van Gartner. Dit
bevindt zich ter hoogte van de urogenitale sinus op de overgang naar de uterus. Komen bij mens en
rund duidelijk voor. Ze zijn dus ook van mesodermale afkomst (intermediair mesoderm).
DISCUS INTERVERTEBRALIS
De discus intervertebralis of tussenwervelschijf bestaat uit de de nucleus puposus (restant
notochord) en de annulus fibrosus (soort bindweefsellaagje dat rond nucleus proposus afkomstig
van sclerotoom -> somieten -> paraxiaal mesoderm). Dit dient als schokdemper en zit tussen de
wervels. Het notochord wordt bij de wervels verdrongen en vindt met enkel nog terug in de nucleus
pulposus. De annulus fibrosus ontstaan door de mesenchymmassa (sclerotoom van de somieten). De
discus intervertebralis is dus van axiaal en paraxiaal mesodermale oorsprong.
OP WELKE 2 MANIEREN VERMIJDT DE EICEL DAT ER 2 ZAADCELLEN KUNNEN BINNENDRINGEN
corticale granulen, dit mechanisme is bij alle dieren aanwezig. De eicel gaat corticale granules
uitstoten en deze gaat de bindingsplaatsen voor receptor-ligant bindingen afbreken door hun
hydrolytische enzymen waardoor de zaadcellen niet meer kunnen binden waardoor er ook geen
acrosoomreactie kan plaatsvinden.
Het tweede mechanismen is niet bij alles species aanwezig, hierbij zal de spermacel die in het
cytoplasma is binnengedrongen calcium meehebben en dus zal de membraanpotentiaal wijzigen, dit
heeft tot gevolg dat volgende zaadcellen als het ware worden afgeketst door de eicel.
IS EEN SPERMATIDE VRUCHTBAAR
Een spermatide is vruchtbaar maar heeft nog geen spermiogenese ondergaan en heeft dus geen
motiliteit omdat deze nog niet gerijpt is en dus ook nog geen hyperactivatie, chemotaxis en
zaadplasma toegevoegd, ze bezitten ook nog geen acrosoom en flagel en zijn niet volledig
gecondenseerd. Zowel voor IVF als voor een normale bevruchting moeten de spermacellen al
motiliteit hebben maar voor ICSI niet, voor ICSI is het dus wel voldoende om een spermatide te
injecteren. De spermacellen zijn nog niet rijp en er is nog geen zaadplasma aan toegevoegd => zullen
niet tot aan de eicel geraken. Ze raken ook niet door de zona pellucida door het ontbreken van een
acrosoom.
IS HET MOGELIJK OM EEN BLASTULA TE IMPLANTEREN
Het is niet mogelijk voor een blastula om te implanteren want een blastula bezit nog een zona
pellucida waardoor er geen contact kan gemaakt worden met het endometrium. Een blastula zal dus
nooit implanteren, enkel een blastocyst zonder zona pellucida kan dit.
GEEF DE MEEST VOORKOMENDE OORZAAK VAN ANEUPLOÏDIE
Meestal ligt de oorzaak bij aneuploïdie aan een non-disjundtie bij de eerste of tweede meiotische
deling bij de eicel. Het komt vaker voor bij het vrouwelijk individu omdat zowel meiose I als II lang op
pauze staan wat het risico op aneuploïdie verhoogt. Door aneuploïdie zal trisomie of monosomie
ontstaan waarbij er een chromosoom te veel of te weinig is.
WAT IS MEIOSE? GEEF DE VERSCHILLEN TUSSEN MANNELIJKE EN VROUWELIJKE INDIVIDUEN EN DE
MOGELIJKE GEVOLGEN VAN DIE VERSCHILLEN
Meiose is het proces van celdeling waarbij 4 haploïde cellen ontstaan (reductiedeling) die niet gelijk
zijn aan elkaar of aan de moedercel. Dit proces vindt plaats bij de vorming van gameten (eicellen en
zaadcellen). Het proces van meiose kan opgedeeld worden in meiose 1 en meiose 2. Bij de eerste
meiose verdubbelt het DNA en worden de homologe chromosomen gesplitst, bij de tweede meiose
wordt het genetisch materiaal niet meer verdubbelt en worden de zusterchromatiden gesplitst. Een
belangrijk proces bij meiose voor genetische diversiteit is crossing over bij meiose 1 waarbij de
uiteindes van de chromosomen tegen elkaar gaan liggen en er stukken worden uitgewisseld. Bij
mannelijke individuen start de meiose 1 bij de puberteit terwijl dit bij de vrouw al bij de embryonale
ontwikkeling start. Bij de vrouw staat de meiose dus lang op pauze want meiose 1 wordt pas
afgewerkt tijdens de puberteit en dan start meiose 2 die pas wordt afgerond bij de bevruchting.
Aangezien de meiose bij de vrouw zo lang op pauze staat is de kans groter op afwijkingen en hoe
langer hoe groter de kans, hierdoor is de kans op mutaties bij oudere vrouwen veel hoger dan bij
mannen van dezelfde leeftijd.
Als eindresultaat van de meiose vormen de mannen 4 spermatiden (die door rijping 4 spermacellen
zullen worden) en bij vrouwen wordt er slechts 1 eicel gevormd (en 3 poollichaampjes).
IS DE TIJDSDUUR VAN IMPLANTATIE BIJ EEN MERRIE NET ZO LANG ALS BIJ ANDERE DIERSOORTEN
Nee, bij het paard zal dit langer duren. Dit komt omdat de baarmoederhoornen samen met het
baarmoederlichaam een T-vorm. Het embryo zal als een pingpongbal over en weer gaan tussen de
baarmoederhoornen. Zo wordt de dracht in stand gehouden want als dit niet gebeurt zal het corpus
lutheum afsterven waardoor de zwangerschap wordt afgebroken.