1/21
Deze flashcards behandelen de kernbegrippen en theorieën van de Sociale Psychologie, waaronder sociale cognitie, attributie, cognitieve dissonantie, attitudes, groepsdynamiek en prosociaal gedrag.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Wat is de definitie van sociale cognitie volgens de theorie?
De manier waarop mensen sociale informatie waarnemen, verwerken, onthouden en gebruiken om anderen en zichzelf te begrijpen.
Waarom gebruiken mensen mentale schema's en heuristieken bij sociale cognitie?
Om de grote hoeveelheid sociale informatie efficiënt te verwerken, hoewel dit kan leiden tot denkfouten en vooroordelen.
Wat wordt beschreven in de attributietheorie?
Hoe mensen verklaringen zoeken voor het gedrag van zichzelf en anderen door oorzaken toe te schrijven aan de persoon of de situatie.
Wat is het verschil tussen interne en externe attributie?
Bij interne attributies legt men de oorzaak bij de persoon zelf, terwijl men bij externe attributies de oorzaak bij de situatie legt.
Welke twee specifieke denkfouten worden genoemd binnen de attributietheorie?
De fundamentele attributiefout en de self-serving bias.
Wat houdt het begrip cognitieve dissonantie in?
Het onaangename gevoel dat ontstaat wanneer overtuigingen, waarden en gedrag niet met elkaar overeenkomen.
Hoe proberen mensen cognitieve dissonantie te verminderen?
Door hun gedrag, hun overtuigingen of hun uitleg van de situatie aan te passen om keuzes achteraf te rechtvaardigen.
Wat is sociale vergelijking en wat zijn de twee vormen?
De neiging om jezelf met anderen te vergelijken; de vormen zijn opwaartse vergelijking (upward comparison) en neerwaartse vergelijking (downward comparison).
Hoe beïnvloedt opwaartse en neerwaartse vergelijking het zelfbeeld?
Opwaartse vergelijking kan motiveren of onzeker maken, terwijl neerwaartse vergelijking het zelfvertrouwen kan vergroten.
Uit welke drie componenten bestaat een attitude?
De cognitieve component (gedachten), de affectieve component (gevoelens) en de gedragscomponent.
Wat is conformiteit?
Het aanpassen van gedrag of mening aan een groep.
Wat is het verschil tussen normatieve en informatieve invloed bij conformiteit?
Normatieve invloed komt voort uit de behoefte om erbij te horen; informatieve invloed ontstaat omdat men denkt dat de groep gelijk heeft.
Wat is de definitie van gehoorzaamheid in sociale psychologie?
Het opvolgen van opdrachten van een autoriteit.
Welke naam wordt geassocieerd met onderzoek naar gehoorzaamheid in de begrippenlijst?
Milgram.
Welke processen bepalen hoe effectief een groep functioneert binnen de groepsdynamiek?
Groepsrollen, normen, cohesie en communicatie.
Wat zijn 'social loafing' en 'groupthink'?
Verschijnselen die optreden binnen de groepsdynamiek wanneer mensen in een groep samenwerken.
Wat is sociale identiteit?
Het deel van het zelfbeeld dat voortkomt uit de groepen (ingroup) waarbij iemand hoort, in tegenstelling tot groepen waar men niet bij hoort (outgroup).
Wat is het verschil tussen een vooroordeel en discriminatie?
Een vooroordeel is een houding (vaak negatief) tegenover een groep, terwijl discriminatie het gedrag is waarbij mensen ongelijk worden behandeld.
Wat is de definitie van prosociaal gedrag?
Vrijwillig gedrag dat bedoeld is om anderen te helpen.
Welke factoren beïnvloeden de kans dat iemand helpt bij prosociaal gedrag?
Empathie, sociale normen en een afweging van kosten en baten.
Wat is het bystander-effect?
De neiging om minder snel hulp te bieden wanneer er meerdere omstanders aanwezig zijn.
Wat is 'diffusie van verantwoordelijkheid'?
Het verschijnsel waarbij iedereen denkt dat een ander wel zal ingrijpen, wat de basis vormt voor het bystander-effect.