Sociale Psychologie - Theorieoverzicht

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
Locked
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/21

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

Deze flashcards behandelen de kernbegrippen en theorieën van de Sociale Psychologie, waaronder sociale cognitie, attributie, cognitieve dissonantie, attitudes, groepsdynamiek en prosociaal gedrag.

Last updated 2:02 PM on 7/8/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

22 Terms

1
New cards

Wat is de definitie van sociale cognitie volgens de theorie?

De manier waarop mensen sociale informatie waarnemen, verwerken, onthouden en gebruiken om anderen en zichzelf te begrijpen.

2
New cards

Waarom gebruiken mensen mentale schema's en heuristieken bij sociale cognitie?

Om de grote hoeveelheid sociale informatie efficiënt te verwerken, hoewel dit kan leiden tot denkfouten en vooroordelen.

3
New cards

Wat wordt beschreven in de attributietheorie?

Hoe mensen verklaringen zoeken voor het gedrag van zichzelf en anderen door oorzaken toe te schrijven aan de persoon of de situatie.

4
New cards

Wat is het verschil tussen interne en externe attributie?

Bij interne attributies legt men de oorzaak bij de persoon zelf, terwijl men bij externe attributies de oorzaak bij de situatie legt.

5
New cards

Welke twee specifieke denkfouten worden genoemd binnen de attributietheorie?

De fundamentele attributiefout en de self-serving bias.

6
New cards

Wat houdt het begrip cognitieve dissonantie in?

Het onaangename gevoel dat ontstaat wanneer overtuigingen, waarden en gedrag niet met elkaar overeenkomen.

7
New cards

Hoe proberen mensen cognitieve dissonantie te verminderen?

Door hun gedrag, hun overtuigingen of hun uitleg van de situatie aan te passen om keuzes achteraf te rechtvaardigen.

8
New cards

Wat is sociale vergelijking en wat zijn de twee vormen?

De neiging om jezelf met anderen te vergelijken; de vormen zijn opwaartse vergelijking (upward comparison) en neerwaartse vergelijking (downward comparison).

9
New cards

Hoe beïnvloedt opwaartse en neerwaartse vergelijking het zelfbeeld?

Opwaartse vergelijking kan motiveren of onzeker maken, terwijl neerwaartse vergelijking het zelfvertrouwen kan vergroten.

10
New cards

Uit welke drie componenten bestaat een attitude?

De cognitieve component (gedachten), de affectieve component (gevoelens) en de gedragscomponent.

11
New cards

Wat is conformiteit?

Het aanpassen van gedrag of mening aan een groep.

12
New cards

Wat is het verschil tussen normatieve en informatieve invloed bij conformiteit?

Normatieve invloed komt voort uit de behoefte om erbij te horen; informatieve invloed ontstaat omdat men denkt dat de groep gelijk heeft.

13
New cards

Wat is de definitie van gehoorzaamheid in sociale psychologie?

Het opvolgen van opdrachten van een autoriteit.

14
New cards

Welke naam wordt geassocieerd met onderzoek naar gehoorzaamheid in de begrippenlijst?

Milgram.

15
New cards

Welke processen bepalen hoe effectief een groep functioneert binnen de groepsdynamiek?

Groepsrollen, normen, cohesie en communicatie.

16
New cards

Wat zijn 'social loafing' en 'groupthink'?

Verschijnselen die optreden binnen de groepsdynamiek wanneer mensen in een groep samenwerken.

17
New cards

Wat is sociale identiteit?

Het deel van het zelfbeeld dat voortkomt uit de groepen (ingroup) waarbij iemand hoort, in tegenstelling tot groepen waar men niet bij hoort (outgroup).

18
New cards

Wat is het verschil tussen een vooroordeel en discriminatie?

Een vooroordeel is een houding (vaak negatief) tegenover een groep, terwijl discriminatie het gedrag is waarbij mensen ongelijk worden behandeld.

19
New cards

Wat is de definitie van prosociaal gedrag?

Vrijwillig gedrag dat bedoeld is om anderen te helpen.

20
New cards

Welke factoren beïnvloeden de kans dat iemand helpt bij prosociaal gedrag?

Empathie, sociale normen en een afweging van kosten en baten.

21
New cards

Wat is het bystander-effect?

De neiging om minder snel hulp te bieden wanneer er meerdere omstanders aanwezig zijn.

22
New cards

Wat is 'diffusie van verantwoordelijkheid'?

Het verschijnsel waarbij iedereen denkt dat een ander wel zal ingrijpen, wat de basis vormt voor het bystander-effect.