1/24
Flashcards ter voorbereiding op het examen over veroudering, identiteitsontwikkeling en zorgvisies bij ouderen.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Uiterlijke veroudering
De zichtbare fysieke veranderingen aan de buitenkant van het lichaam bij een ouder wordend persoon.
Inwendige veroudering
De interne biologische processen en veranderingen in organen bij een ouder wordend persoon.
Motorische veroudering
De afname of verandering in bewegingsmogelijkheden en motorische vaardigheden bij ouderen.
Sensorische ontwikkeling
De veranderingen in de zintuiglijke waarneming (zoals horen, zien, proeven) bij het ouder worden.
Pensionering
De levensfase waarin men stopt met werken, die zowel positieve kanten als negatieve kanten (zoals risico op armoede) kent.
Kalenderleeftijd
De leeftijd van een persoon uitgedrukt in het aantal jaren sinds de geboorte.
Psychologische leeftijd
De leeftijd die bepaald wordt door hoe een persoon zich voelt en mentaal functioneert.
Functionele leeftijd
De leeftijd gebaseerd op het vermogen van een persoon om fysieke en mentale functies uit te voeren in vergelijking met anderen.
Multifactoriële visie op ouderdom
Het perspectief waarbij ouder worden wordt beschouwd als een complex proces beïnvloed door meerdere samenhangende factoren.
Eenzaamheid bij ouderen
Een subjectieve ervaring van een gemis aan betekenisvolle relaties, die voorkomen kan worden door specifieke interventies.
Holistische mensvisie
Een benadering in de zorg waarbij de mens als één geheel wordt gezien, inclusief lichamelijke, psychische, sociale en spirituele aspecten.
Dynamische mensvisie
Een visie waarbij de mens wordt gezien als een wezen dat voortdurend in ontwikkeling en beweging is.
Emancipatorische mensvisie
Een zorgaanpak die gericht is op de zelfstandigheid en de eigen kracht van de oudere.
Leeftijdsdiscriminatie
Het ongelijk behandelen of stigmatiseren van mensen louter op basis van hun leeftijd.
Dementie
Een verzamelnaam voor aandoeningen met een progressief verlies van cognitieve vermogens, bestaande uit 4 specifieke fasen.
Ouderdomsvergeetachtigheid
Een normaal verouderingsverschijnsel waarbij men af en toe zaken vergeet, te onderscheiden van de signalen van dementie.
Mentale capaciteiten
Het geheel aan cognitieve vermogens die ouderen door oefening en stimulatie op peil kunnen houden.
Rouwproces
Een voor iedereen uniek verlopend proces van verwerking na een betekenisvol verlies.
Egocentrisme bij ouderen
Een specifieke vorm van gerichtheid op de eigen behoeften en leefwereld in de laatste levensfase, te vergelijken met die van peuters en jongeren.
Integriteit versus wanhoop
Het laatste psychosociale conflict in de identiteitsontwikkeling volgens Erikson, waarbij men terugkijkt op de zinvolheid van het leven.
Weerzin
Een negatieve reactie of gevoel van afkeer binnen de persoonlijkheidsontwikkeling, te onderscheiden van diepe wanhoop.
Wanhoop
Een gevoel van hopeloosheid dat optreedt wanneer men niet tot integriteit komt in de laatste levensfase van Erikson.
Seksualiteit en intimiteit
De behoefte aan lichamelijk en emotioneel contact die aanwezig blijft bij ouderen.
Rouw
De emotionele en psychische reactie op de ervaring van verlies.
Verlies
De ervaring waarbij men definitief iets of iemand kwijtraakt die van waarde was.