1/6
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Cross-sectioneel correlationeel design
Variabelen worden op één moment gemeten. Een vaak gebruikte variant vergelijkt een groep met psychopathologie met een groep zonder psychopathologie.
+: Relatief eenvoudig en snel uitvoerbaar; geschikt als eerste onderzoek naar mogelijke verbanden.
-:Geen duidelijke uitspraak over de richting van het verband; geen causale conclusies; derde variabelen kunnen de samenhang verklaren.
Differentieel design
Cross-sectionele vergelijking van groepen, bijvoorbeeld depressieve versus niet-depressieve personen, op bepaalde variabelen.
+: Praktisch en bruikbaar voor een eerste vergelijking tussen groepen.
-: Groepsverschillen bewijzen niet welke factor de psychopathologie veroorzaakt; richting en causaliteit blijven onduidelijk.
Retrospectief longitudinaal design
Deelnemers rapporteren informatie over gebeurtenissen en ervaringen uit het verleden.
+: Maakt onderzoek mogelijk naar vroegere ervaringen wanneer deze niet prospectief zijn gemeten.
-: Gevoelig voor recall bias: het geheugen is geen objectieve reproductie, maar een persoonlijke reconstructie van het verleden.
Follow-backonderzoek
Bestaande informatiebronnen, zoals huisartsendossiers of schooldossiers, worden geraadpleegd om het verleden te reconstrueren.
+: Kan de afhankelijkheid van herinneringen en daarmee de recall bias verminderen.
-: Bestaande dossiers kunnen onvolledig zijn en werden niet noodzakelijk voor het onderzoeksdoel opgesteld.
Prospectief longitudinaal design
De veronderstelde oorzaak A wordt eerst gemeten; de afhankelijke variabele B wordt op een later tijdstip onderzocht.
+: Geeft de temporele volgorde duidelijker weer; vermijdt recall bias.
-: Een derde variabele kan nog steeds verantwoordelijk zijn voor A en B; dus geen sluitend causaal bewijs.
Zuiver experimenteel design
De onderzoeker manipuleert minstens één variabele en wijst deelnemers willekeurig toe aan experimentele en controlecondities.
+: Laat relatief sluitende causale conclusies toe; randomisatie vermindert confounding en maakt groepen gemiddeld vergelijkbaar.
-: De hoge interne validiteit kan ten koste gaan van de ecologische validiteit; laboratoriumeffecten generaliseren niet automatisch naar klinische depressie of andere natuurlijke stoornissen.
Quasi-experimenteel design
Deelnemers worden niet volledig willekeurig, maar systematisch aan groepen toegewezen, bijvoorbeeld op basis van de aanwezigheid van depressie.
+: Geschikt wanneer randomisatie onmogelijk of inhoudelijk ongewenst is; kan klinisch relevante groepen vergelijken.
-: Meer risico op confounding; groepen kunnen op essentiële kenmerken verschillen; causale conclusies zijn minder sluitend dan bij een zuiver experiment.