Samenvatting Sociaal Werk: Communicatie, Methodiek en Psychopathologie

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
Locked
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/63

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

Deze flashcards behandelen de belangrijkste terminologie uit de lessen over sociaal werk, variërend van communicatiemodellen en methodisch handelen tot wetgeving en psychische aandoeningen.

Last updated 10:36 PM on 7/6/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

64 Terms

1
New cards

Communicatie

Het proces waarbij een zender met een bepaald doel een boodschap overdraagt aan een ontvanger, die hier betekenis aan geeft en op reageert.

2
New cards

Interactie

Ontstaat wanneer mensen met elkaar communiceren en elkaar beïnvloeden; het gedrag van de één roept gedrag op bij de ander.

3
New cards

Referentiekader

Het geheel van persoonlijke ervaringen, normen, waarden, opvoeding, cultuur, interesses en gewoonten die beïnvloeden hoe iemand boodschappen verstuurt en interpreteert.

4
New cards

Para-verbaal

De manier waarop iets wordt gezegd, waaronder intonatie, spreektempo, toonhoogte en stemvolume.

5
New cards

Peri-verbaal

De invloed van tijd en ruimte op de communicatie, zoals het verschil in gedrag tussen een wachtkamer en een festival.

6
New cards

Infra-verbaal

De onbewuste invloed van kleuren, vormen en geuren op communicatie en gevoelens.

7
New cards

Supra-verbaal

Hoe men zichzelf presenteert via kleding, verzorging en uiterlijk.

8
New cards

Schulz von Thun (vier aspecten)

Een model dat stelt dat iedere boodschap een zakelijk, relationeel, expressief en appellerend aspect heeft.

9
New cards

Semantische ruis

Een vorm van interne ruis die ontstaat doordat de ontvanger de taal, woorden of lichaamstaal van de zender niet begrijpt.

10
New cards

Metacommunicatie

Het communiceren over de communicatie zelf, bijvoorbeeld bespreken waarom een gesprek stroef verloopt.

11
New cards

Social talk

Een kort, informeel praatje over alledaagse onderwerpen in de aanloopfase van een gesprek om vertrouwen op te bouwen.

12
New cards

SMART

Een methode om doelen of afspraken concreet te maken: Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch en Tijdsgebonden.

13
New cards

Actief luisteren

Met volledige aandacht luisteren naar woorden, gevoelens en behoeften achter een boodschap om de ander te begrijpen.

14
New cards

LSD-techniek

Een gespreksmethode die staat voor Luisteren, Samenvatten en Doorvragen.

15
New cards

NIVEA

Een ezelsbruggetje dat staat voor: Niet Invullen Voor Een Ander.

16
New cards

OMA

Een ezelsbruggetje dat staat voor: Oordelen, Meningen en Adviezen (die men bij actief luisteren thuis moet laten).

17
New cards

ANNA

Een ezelsbruggetje dat staat voor: Altijd Navragen, Nooit Aannemen.

18
New cards

Wondervraag

Een reflectievraag waarbij de cliënt nadenkt over een situatie waarin zijn probleem plotseling door een wonder is opgelost.

19
New cards

Halo-effect

Het verschijnsel waarbij men op basis van één positieve eigenschap iemand direct als volledig positief beoordeelt.

20
New cards

Horn-effect

Het verschijnsel waarbij men iemand op basis van één negatieve eigenschap direct volledig negatief beoordeelt.

21
New cards

Parafraseren

Het in eigen woorden herhalen van een deel van het verhaal van de ander om begrip te controleren.

22
New cards

Attributie

Het toeschrijven van een oorzaak aan het gedrag van jezelf (interne attributie) of anderen (externe attributie).

23
New cards

Johari-matrix

Een hulpmiddel om communicatie te begrijpen via vier gebieden: open ruimte, blinde vlek, verborgen gebied en onbekend gebied.

24
New cards

Interculturele communicatie

Communicatie tussen mensen met verschillende culturele achtergronden waarbij normen en waarden een grote rol spelen.

25
New cards

Lage-contextcultuur

Een cultuur waarin woorden het belangrijkst zijn en men direct communiceert wat men bedoelt (bijv. Nederland).

26
New cards

Hoge-contextcultuur

Een cultuur waarin non-verbale communicatie en de context belangrijker zijn dan de gesproken woorden (bijv. Japan).

27
New cards

Etnocentrisme

Het beoordelen van andere culturen vanuit de normen en waarden van de eigen cultuur, die men als superieur beschouwt.

28
New cards

Cultuurrelativisme

Het principe waarbij alle culturen als gelijkwaardig worden gezien en begrepen vanuit hun eigen achtergrond.

29
New cards

TOPOI-model

Een analysemethode voor (interculturele) communicatie: Taal, Ordening, Personen, Organisatie en Inzet.

30
New cards

Methodisch werken

Het werken volgens een vaste werkwijze die doelgericht, systematisch, procesmatig en bewust is.

31
New cards

Methodiek

Een samenhangende verzameling van verschillende methoden binnen een vakgebied.

32
New cards

SWOT-analyse

Een analyse van Sterktes (Strengths), Zwaktes (Weaknesses), Kansen (Opportunities) en Bedreigingen (Threats).

33
New cards

PES-methode

Een manier om een ondersteuningsvraag te formuleren: Probleem, Etiologie (oorzaak) en Symptomen.

34
New cards

RUMBA

Een alternatief voor SMART: Relevant, Understandable, Measurable, Behavioral en Attainable.

35
New cards

Participerend observeren

Een vorm van observatie waarbij de observator zelf deelneemt aan de activiteit die hij observeert.

36
New cards

Selffulfilling prophecy

Een vooroordeel dat werkelijkheid wordt doordat men zich naar dat vooroordeel gaat gedragen.

37
New cards

AVG

Algemene Verordening Gegevensbescherming; de wet die de privacy en verwerking van persoonsgegevens regelt.

38
New cards

Draagkracht vs. Draaglast

Het balansmodel waarbij draagkracht de steun en veerkracht is, en draaglast de stressoren en problemen zijn.

39
New cards

BOB-methode

Een besluitvormingsproces voor vergaderingen: Beeldvorming, Oordeelsvorming en Besluitvorming.

40
New cards

Multidisciplinair overleg (MDO)

Een overleg waarbij verschillende professionals vanuit hun eigen vakgebied samenwerken rondom één cliënt.

41
New cards

Huiselijk geweld

Lichamelijk, psychisch of seksueel geweld gepleegd door iemand uit de huiselijke kring van het slachtoffer.

42
New cards

Meldcode Huiselijk Geweld

Een wettelijk verplicht stappenplan (5 stappen) voor professionals bij vermoedens van mishandeling of misbruik.

43
New cards

Veilig Thuis

Het landelijke advies- en meldpunt voor huiselijk geweld en kindermishandeling.

44
New cards

Grooming

Een proces waarbij een pleger stapsgewijs het vertrouwen van een slachtoffer wint met als doel seksueel misbruik.

45
New cards

Mensenhandel

Het ronselen, vervoeren of huisvesten van mensen met als doel hen uit te buiten via dwang of geweld.

46
New cards

Loverboy

Iemand die een slachtoffer verleidt en emotioneel afhankelijk maakt om deze vervolgens seksueel uit te buiten.

47
New cards

Participatiewet

Wet die gemeenten verantwoordelijk maakt om zoveel mogelijk mensen aan werk te helpen, inclusief mensen met een arbeidsbeperking.

48
New cards

Wmo

Wet maatschappelijke ondersteuning; wet die inwoners helpt om zo lang mogelijk zelfstandig te wonen en te participeren.

49
New cards

Wlz

Wet langdurige zorg; voor mensen die blijvend 2424-uurs intensieve zorg of toezicht nodig hebben.

50
New cards

Wvggz

Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg; regelt de rechten bij verplichte zorg wegens een psychische stoornis.

51
New cards

Wzd

Wet zorg en dwang; regelt onvrijwillige zorg voor mensen met een verstandelijke beperking of psychogeriatrische aandoening.

52
New cards

Naturalisatie

De juridische procedure waarbij een vreemdeling de Nederlandse nationaliteit aanvraagt.

53
New cards

Ondertoezichtstelling (OTS)

Een kinderbeschermingsmaatregel waarbij een jeugdbeschermer toezicht houdt op de opvoeding.

54
New cards

Arbowet

Wet die regels bevat voor de veiligheid, gezondheid en het welzijn van werknemers op de werkplek.

55
New cards

Psychopathologie

Het vakgebied dat psychische stoornissen, afwijkend denken en gedrag bestudeert.

56
New cards

DSM-5

Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders; het handboek voor de classificatie van psychische stoornissen.

57
New cards

Bipolaire stoornis

Een stemmingsstoornis waarbij depressieve perioden worden afgewisseld met manische perioden.

58
New cards

PTSS

Posttraumatische stressstoornis; psychische klachten die langer dan één maand aanhouden na een traumatische gebeurtenis.

59
New cards

ABC-schema

Een gedragsanalysemethode: Antecedenten (voorafgaand), Gedrag (Behavior) en Consequenties (gevolgen).

60
New cards

Laaggeletterdheid

Situatie waarin iemand wel kan lezen en schrijven, maar onvoldoende vaardig is om volledig deel te nemen aan de samenleving.

61
New cards

Anorexia nervosa

Een eetstoornis gekenmerkt door een intensieve angst om dik te worden en extreem weinig eten.

62
New cards

Narcolepsie

Een chronische slaapstoornis waarbij iemand overdag plotseling en oncontroleerbaar in slaap valt.

63
New cards

Dissociatieve identiteitsstoornis (DIS)

Een stoornis waarbij iemand twee of meer verschillende identiteiten of persoonlijkheden heeft.

64
New cards

Parafiele stoornis

Een seksuele voorkeur die afwijkt van de maatschappelijke norm en lijden of problemen veroorzaakt.