Kaarten: ACC CL 2 SV | Quizlet

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
Locked
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/99

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 12:22 AM on 7/3/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

100 Terms

1
New cards

Wat is het balansevenwicht en hoe druk je het uit met de RR?

A = VV + EV + Opbrengsten - Kosten.

Activa = bronnen + het cumulatieve effect van alle kosten en opbrengsten die het EV beïnvloeden.

2
New cards

Wat zijn niet-recurrente opbrengsten/kosten?

  • Vroeger "uitzonderlijke" opbrengsten/kosten.

  • Nu ondergebracht bij bedrijfs- of financiële resultaten.

  • Kenmerken: weinig voorkomend, onverwacht en ongepland.

3
New cards

Wat verandert er aan de balans bij de aankoop van een machine van €2.000 + 21% btw op factuur?

Actief stijgt met €2.000 (materieel VA) + €420 (terugvorderbare btw = vordering). Passief stijgt met €2.420 (schuld leverancier). Balans blijft in evenwicht.

4
New cards

Wat verandert er aan de balans bij een contante verkoop van €4.000 + 21% btw?

Actief: liquide middelen +€4.840. Passief: opbrengst (EV stijgt) +€4.000 + verschuldigde btw +€840.

5
New cards

Waarom wordt een opbrengstenrekening gecrediteerd bij stijging?

  • Opbrengsten doen het EV stijgen.

  • EV staat op de passiefkant → passief stijgt via credit.

  • Opbrengsten ≈ EV, dus ook gecrediteerd bij stijging.

6
New cards

Wat is het verschil tussen journaal en grootboek?

  • Journaal: chronologische registratie van elke verrichting in een wettelijk verplicht dagboek.

  • Grootboek: verzameling van alle T-rekeningen, bijgewerkt per journaalpost.

7
New cards

Hoe lees je winst of verlies af uit de saldibalans?

Via de RR-rekeningen (6 en 7):

  • als het debetsaldo > creditsaldo → verlies (meer kosten)

  • als creditsaldo > debetsaldo → winst

  • Via de balansrekeningen (1-5): omgekeerd.

8
New cards

Wat zijn de inventarisverrichtingen?

Jaarlijkse regularisaties:

  • voorraadopname

  • afschrijvingen VA

  • dubieuze vorderingen

  • waardeverminderinge

  • btw-afrekening

  • voorzieningen

  • resultaatverwerking

  • afsluiten wachtrekeningen

9
New cards

Wat is het ondernemingsmodel en hoe verschilt het van de publieke sector?

Ondernemingen streven naar opbrengsten > kosten (winst).

Probleem bij publieke sector: OH streeft niet naar winst maar naar maatschappelijke dienstverlening → businessmodel niet zomaar overdraagbaar (NPM-benadering).

10
New cards

Wat zijn de externe gebruikers van boekhoudkundige informatie?

Aandeelhouders, concurrenten, kredietverleners, werknemers (via vakbonden), fiscale administratie, kiezers, subsidiërende overheden. = alle derden in relatie tot de instelling.

11
New cards

Wat is cosmetic accounting en wat is het verschil met fraude?

  • Cosmetic accounting = oordeelsmatig omgaan met waarderingsregels om een bepaalde indruk te wekken (bv. omzet anders klasseren).

  • Fraude = knoeien met de werkelijke cijfers.

  • Cosmetic accounting is niet verboden, fraude wel.

12
New cards

Wat zijn niet-monetaire activa en waarom zijn ze problematisch?

  • Niet-monetaire activa = eigendom van goederen, niet van euro's (bv. gebouwen, voorraden).

  • Je moet ze in geld uitdrukken → waarderingsprobleem → nood aan waarderingsregels.

13
New cards

Wat zijn financiële vaste activa? Wanneer zijn er geen bij vzw's en OH?

Aandelen of vorderingen met duurzame band. OH en vzw's zijn niet gericht op winstoogmerk en willen geen aandelen bezitten → weinig financiële VA. Ze kunnen wel vorderingen hebben op verbonden instellingen.

14
New cards

Wat is het verschil tussen geldbeleggingen en liquide middelen?

  • Geldbeleggingen: tijdelijk belegde kasoverschotten (spaarboek, termijnrekening, kasbon) => niet onmiddellijk beschikbaar.

  • Liquide middelen: onmiddellijk beschikbaar geld (bankrekening, kas).

15
New cards

Wat zijn overlopende rekeningen?

Rekeningen die kosten of opbrengsten verschuiven tussen boekjaren zodat ze in het juiste boekjaar vallen (bv. vooraf betaalde kosten, nog te ontvangen opbrengsten).

16
New cards

Wat is het verschil tussen een deelneming en een verbonden onderneming?

  • Deelneming: 10-50% aandelen (significante invloed).

  • Verbonden onderneming: >50% aandelen (controlerend belang = hoofdaandeelhouder).

  • Vzw's kennen dit via vorderingen in plaats van aandelen.

17
New cards

Wat zijn dubieuze debiteuren?

  • Vorderingen waarvan de inning onzeker is (wanbetaler, faillissement...).

  • Ze worden apart geclassificeerd (rekening 407) en er worden waardeverminderingen op geboekt.

  • Belang: getrouw beeld van de werkelijke waarde van vorderingen.

18
New cards

Hoe wordt de vervaardigingsprijs samengesteld?

  • Directe productiekosten zijn verplicht.

  • Indirecte productiekosten (overheads) zijn optioneel → ruimte voor cosmetic accounting.

  • Eens gekozen moet je de regel consequent toepassen (bestendigheidsbeginsel).

19
New cards

Mag je een gebouw waarderen aan verkoopprijs of actuele waarde?

Nee. De historische kostprijs (aanschaffingswaarde) is het uitgangspunt. Actuele waarde is een schatting en dus minder betrouwbaar. Uitzondering: herwaardering mits strikte voorwaarden.

20
New cards

Wat is het ijzeren voorraadstelsel?

Een waarderingsmethode voor voorraden waarbij een minimumhoeveelheid ("ijzeren voorraad") permanent gewaardeerd wordt aan een vaste prijs, ongeacht prijsschommelingen.

21
New cards

Wat is het verschil tussen technische en economische slijtage?

  • Technische slijtage: fysieke verslechtering door gebruik (bv. machine versleten).

  • Economische slijtage: waardedaling door technologische of economische evolutie (bv. computer verouderd door nieuwe versie).

22
New cards

Wat is pro rata temporis bij afschrijvingen? Geef een voorbeeld.

Afschrijven in verhouding tot de gebruiksduur binnen het boekjaar. Bv. machine aangekocht op 1 juli, lineaire afschrijving €6.000/jaar → jaar 1: 6/12 × €6.000 = €3.000; jaar 2 t/m 4: €6.000; jaar 5: 6/12 × €6.000 = €3.000.

23
New cards

Wat is forfaitaire afschrijving?

Elk jaar hetzelfde bedrag afschrijven, ongeacht wanneer het actief in gebruik genomen is. Bv. in jaar 1 schrijf je al voor een volledig jaar af, ook al is het actief maar 1 maand in gebruik geweest.

24
New cards

Wanneer mag een herwaarderingsmeerwaarde NIET geboekt worden?

Als de meerwaarde niet zeker en duurzaam is, of als de rentabiliteit ze niet verantwoordt (je kan ze niet realiseren). Bv. een school die haar gebouwen niet kan verkopen mag de gestegen verkoopwaarde niet boeken.

25
New cards

Hoe wordt een herwaarderingsmeerwaarde verwerkt in de boekhouding?

  • Actief stijgt (meerwaarde op gebouw) + Passief stijgt (herwaarderingsmeerwaarden in EV).

  • Als het actief een beperkte levensduur heeft, moet de meerwaarde ook afgeschreven worden.

  • Bij verkoop wordt ze afgeboekt.

26
New cards

Wat is de nieuwe definitie van een vzw na de hervorming van 2019?

Een vzw streeft een belangeloos doel na via welbepaalde activiteiten. Ze mag rechtstreeks noch onrechtstreeks een vermogensvoordeel uitkeren aan oprichters, leden of bestuurders. Winstgevende activiteiten zijn toegelaten, maar winst moet naar het maatschappelijke doel.

27
New cards

Wat zijn de krachtlijnen van de hervorming vzw-wetgeving (WVV 2019)?

  • Vzw = "onderneming"

  • commerciële activiteiten toegelaten

  • wellicht vennootschapsbelasting

  • één wetboek WVV voor venn. én V&S

  • V&S kunnen nu failliet gaan

  • ondernemingsrechtbank bevoegd

  • zelfde boekhoudkader ("one size fits all")

28
New cards

Wat is een stichting? Verschil met vzw?

  • Een stichting is een RP zonder leden, opgericht door stichters, met vermogen bestemd voor een belangeloos doel.

  • Vzw heeft leden, stichting niet. Beide mogen geen vermogensvoordeel uitkeren.

29
New cards

Zijn ziekenfondsen vzw's?

Nee. Ziekenfondsen hebben een eigen rechtsvorm (privaatrechtelijk), behalve HZIV (= overheidsinstelling). Ze zijn geregeld door de wet van 6 augustus 1990, afwijkend van de vzw-wetgeving.

30
New cards

Wat is het VKT- en VOL-schema bij vzw's?

  • VKT = verkort schema (voor kleine vzw's).

  • VOL = volledig schema (voor andere dan kleine vzw's).

  • Beide worden digitaal neergelegd bij de Balanscentrale (NBB).

31
New cards

Wat is een slapende vzw?

Een vzw die officieel nog bestaat bij de griffie (= rechtspersoon), maar die niet meer functioneert en geen jaarrekening neerlegt. Officieel worden ze gezien als actief, maar er is geen werking meer.

32
New cards

Waarom bleef de Resource Dependence Theory niet bevestigd bij vzw's?

Subsidieverstrekkers stellen te weinig voorwaarden aan subsidies en controleren de griffie-documenten niet. Er is geen sanctionering bij niet-neerleggen. Dus: subsidieafhankelijkheid leidde niet tot betere naleving van boekhoudregels.

33
New cards

Wat is het verschil tussen micro, kleine en andere dan kleine V&S?

  • Micro: max. 1 van: 5 VTE / €334.500 ontvangsten / €1.337.000 bezittingen of schulden.

  • Kleine: max. 1 van: 10 VTE / €700.000 omzet / €350.000 balanstotaal.

  • Andere dan kleine: max. 1 van: 50 VTE / €9 mln omzet / €4,5 mln balanstotaal.

34
New cards

Wat is het jaarverslag bij vzw's? Kritische noot?

  • Verplicht voor "andere dan kleine" V&S.

  • Bevat kwalitatieve info over activiteiten, risico's, milieu, personeel...

  • Kritiek: geïnspireerd op vennootschappen.

  • Gemiste kans: vzw's zouden moeten rapporteren over maatschappelijke effectiviteit, sociale output en doelstellingenrealisatie.

35
New cards

Wat is gelijkwaardigheid bij sectorale boekhoudreglementering?

Als een sectorale boekhoudregeling voldoet aan 9 criteria van de CBN, is ze "gelijkwaardig" aan de gemeenrechtelijke vzw-boekhouding → dan volstaat de sectorale regeling. Is ze niet gelijkwaardig → 2 boekhoudingen nodig.

36
New cards

Kan vzw A "gelijkwaardig" zijn maar vzw B (in dezelfde sector) niet?

Nee. Gelijkwaardigheid geldt voor de sectorale regeling, niet voor individuele vzw's. Alle vzw's binnen één sector zijn ofwel allemaal gelijkwaardig, ofwel allemaal niet.

37
New cards

Wat zijn de 3 soorten leningen? Wat is hun voornaamste verschil?

  1. Vaste kapitaalaflossing: gelijke aflossing, dalende interest.

  2. Lump sum: niets betalen tot het einde, dan alles in één keer.

  3. Annuïtair: gelijke totaalbetaling, stijgende aflossing + dalende interest.

Verschil: spreiding van de financiële last over de looptijd.

38
New cards

Wat is een "voorgenomen verbintenis" in de budgettaire cyclus?

  • = Vastlegging: het oormerken van een krediet voor een specifieke activiteit.

  • Het budget is gereserveerd maar nog niet besteed.

  • Doel: overspending voorkomen.

  • Bestaat niet bij vennootschappen.

39
New cards

Wat is het begrotingsresultaat vs. het boekhoudkundig resultaat in de BBH?

  • Begrotingsresultaat = netto vastgestelde rechten - vastleggingen (wat je nog kunt vastleggen).

  • Boekhoudkundig resultaat = netto vastgestelde rechten - aanrekeningen (wat je nog niet effectief hebt verbruikt).

40
New cards

Waarom kan men niet volledig afstappen van de budgettaire boekhouding?

  • Omwille van de democratische noodzaak: BBH is het middel om publieke bestedingen te autoriseren, te controleren en te verantwoorden ("to control the public purse").

  • De grondwet is op dit principe gebaseerd.

  • VBH kan dit niet vervangen.

41
New cards

Wat zijn de voordelen van VBH ten opzichte van BBH?

  • VBH meet en rapporteert winst/verlies én vermogen/financiële toestand. BBH kan dit niet.

  • VBH geeft ook zicht op niet-kaskosten (afschrijvingen) en langetermijnevolutie van het vermogen.

42
New cards

Wat zijn de voordelen van BBH ten opzichte van VBH?

  • BBH biedt budgetbewaking en is een autorisatiemiddel voor bestedingen. VBH heeft geen autoriserende functie.

  • BBH is ook het instrument voor democratische verantwoording.

43
New cards

Wat is het mega-grootboek? Waarom is het nuttig?

Een geïntegreerd systeem dat BBH, VBH én analytische BH combineert via een gemeenschappelijke boekhoudsleutel. Voordeel: elk systeem volgt zijn eigen regels maar via sortering kun je de juiste informatie voor elke gebruiker genereren.

44
New cards

Wat zijn de 3 fasen van de beleidscyclus (BBC)?

  1. Planningsfase via het meerjarenplan (strategische doelstellingen).

  2. Uitvoeringsfase via het budget.

  3. Evaluatiefase via de jaarrekening.

Nadruk op outputsturing: eerst beleidsdoelstellingen, dan financiële consequenties.

45
New cards

Wat is outputsturing vs. inputsturing?

  • Inputsturing: hoeveel personeel/middelen trekt men uit (klassiek).

  • Outputsturing (BBC): wat wil het bestuur bereiken en voor welke doelstellingen?

  • De financiële middelen volgen de beleidsprioriteiten, niet omgekeerd.

46
New cards

Wat is COFOG?

= Classification Of the Functions Of Government.

  • Opdeling van overheidsontvangsten en -uitgaven naar bestemming/functie (bv. onderwijs, sociale huisvesting).

  • Geldt voor federale en regionale overheden en is ingebouwd in de BBC.

47
New cards

Wat is IPSAS?

  • International Public Sector Accounting Standards = internationale boekhoudstandaarden voor de publieke sector, vergelijkbaar met IAS/IFRS voor ondernemingen.

  • De BBC van Vlaamse lokale besturen is voor 90% afgestemd op IPSAS.

48
New cards

Wat zijn de 3 stappen van budgettaire registratie bij lokale besturen?

Stap 1: Registratie van de kredieten (begroting).

Stap 2: Registratie van vastleggingen (oormerking).

Stap 3: Registratie van de aanrekening (gerealiseerde transactie, tegelijk boeking in VBH).

49
New cards

Wat is het toestandsevenwicht (resultaat op kasbasis)? Formule?

KT-evenwicht: exploitatiesaldo + investeringssaldo + financieringssaldo = budgettair resultaat boekjaar + gecumuleerd resultaat vorige jaren = gecumuleerd budgettair resultaat - bestemde gelden = beschikbaar budgettair resultaat. Moet positief zijn.

50
New cards

Wat is de autofinancieringsmarge? Formule?

LT-evenwicht = exploitatiesaldo (operationele cashflow) - periodieke aflossingen leningen + periodieke terugvorderingen leningen. Meet of het bestuur genoeg verdient om zijn leningen af te betalen. Positief = voldoende; negatief = te weinig.

51
New cards

Wat is een "fictief evenwicht" bij lokale besturen?

Een kunstmatig gecreëerd positief evenwicht, bv. via een bullet-lening waarbij aflossingen buiten de legislatuur vallen. Niet toegelaten: de overheid rekent forfaitair 8% rente aan op bullet-leningen.

52
New cards

Wat is het nettoactief bij lokale besturen?

Het equivalent van eigen vermogen voor een organisatie zonder aandelenkapitaal (zoals een gemeente). Staat onderaan de balans conform IPSAS (omgekeerde volgorde: meest liquide bovenaan).

53
New cards

Hoe worden vaste activa ingedeeld bij lokale besturen (BBC)?

Gemeenschapsgoederen (voor maatschappelijke dienstverlening), bedrijfsmatige MVA (economische activiteiten) en overige MVA (andere).

  • Gemeenschapsgoederen en bedrijfsmatige MVA: kostprijsmodel.

  • Overige MVA en financiële VA: herwaarderingsmodel.

54
New cards

Wanneer is herwaardering verplicht bij BBC vs. optioneel bij vzw's/vennootschappen?

  • BBC: herwaardering verplicht voor overige MVA en financiële VA.

  • Vzw's en vennootschappen: herwaardering is optioneel, mits voorwaarden (vaststaande + duurzame meerwaarde + rentabiliteitseis).

55
New cards

Waarom kent de BBC geen financiële audit door een bedrijfsrevisor?

  • Vlaamse lokale besturen zijn één van de weinigen in Europa zonder verplichte financiële audit.

  • ABB voert enkel vormelijke controles en coherentietesten uit.

  • Dit is een kritisch punt: de JR wordt niet grondig gecontroleerd op betrouwbaarheid.

56
New cards

Wat zijn kosten 'cash', kosten 'niet cash' en niet-kaskosten?

  • Cash kosten: kosten die direct betaald worden = ook uitgaven.

  • Niet-cash kosten: kosten die nog geen uitgave zijn (bv. leverancierskrediet).

  • Niet-kaskosten: kosten die nooit geld buiten gaan (bv. afschrijvingen, waardeverminderingen).

  • In de BBC worden b) en c) vaak verward.

57
New cards

Waarom worden afschrijvingen NIET gebudgetteerd in de BBC?

  • Afschrijvingen zijn een kost die nooit in geld naar buiten gaat.

  • Er is geen kasuitstroom.

  • Je betaalt niets → niets te budgetteren in de BBH.

  • Afschrijvingen zijn een niet-kaskost die enkel in de VBH wordt geboekt.

58
New cards

Wat zijn de 4 analysetechnieken in de financiële analyse?

  1. Horizontale (tijds)analyse: evolutie over de jaren.

  2. Verticale (structuur)analyse: verhoudingen tussen rubrieken.

  3. Ratioanalyse: kerngetallen (liquiditeit, solvabiliteit, rentabiliteit).

  4. Cashflowanalyse.

59
New cards

Wat zijn controleformules bij de Balanscentrale? Is dit een audit?

Nee, geen financiële audit. De Balanscentrale voert coherentie-, logische en juridische controles uit op de neergelegde JR.

  • Wezenlijke fouten → instelling moet corrigeren.

  • Niet-wezenlijke fouten → balanscentrale corrigeert zelf.

  • Oppervlakkiger dan een audit.

60
New cards

Wat is representativiteit van de jaarrekening? Waarom is dit een probleem?

  • De juridische entiteit die de BH voert is niet altijd representatief voor de economische realiteit.

  • Bv. een WZC zonder gebouwen (eigendom bij andere vzw) of een ziekenhuis met aparte vzw voor inning.

  • → Financiële analyse kan vertekend zijn.

61
New cards

Wat is het hefboomeffect (leverage-effect) in de RR-analyse?

  • Een relatief kleine daling van de financiële kosten leidt tot een relatief grote stijging van het nettowinst.

  • Bv. financiële kosten dalen met 13,5% → winst stijgt met 30%.

  • De financiële kosten hebben een hefboomwerking op het eindresultaat.

62
New cards

Wat is de tijdsindex bij horizontale analyse?

  • (bedrag boekjaar / bedrag basisjaar) × 100.

  • Het oudste jaar = 100%.

  • Daarmee vergelijk je de evolutie over meerdere jaren ten opzichte van één referentiepunt.

63
New cards

Hoe interpreteer je stijging/daling van actief- en passiefcomponenten in de tijdsanalyse?

  • Daling actief = bron van vermogen (geld vrijgekomen).

  • Stijging actief = aanwending van vermogen (geld geïnvesteerd).

  • Stijging passief = bron van vermogen (nieuw geld binnengehaald, bv. lening).

  • Daling passief = aanwending van vermogen (schuld afbetaald).

64
New cards

Wat zijn de risico's bij een dalend materieel vast actief (tijdsanalyse)?

  • Daling door afschrijvingen of verkoop.

  • Risico: vervangingsinvesteringen worden uitgesteld → het productieapparaat veroudert → dienstverlening kan niet meer geleverd worden.

  • Vervangingsinvesteringen worden vaak doorgeschoven naar volgende legislaturen.

65
New cards

Wat is de verticale analyse voor de RR? Hoe stel je 100% in?

  • Bedrijfsopbrengsten = 100%.

  • Alle kosten en opbrengsten worden als % hiervan uitgedrukt.

  • Bv. bezoldigingen = 58% → zeer arbeidsintensief.

  • Afschrijvingen = 13,6% → kapitaalintensief.

  • Financiële kosten = 5,1%.

66
New cards

Wat zegt een hoog aandeel bezoldigingen (58%) in de verticale RR-analyse?

De organisatie is zeer arbeidsintensief: personeel is nodig om de dienst te kunnen leveren. Typisch voor gezondheidszorg, onderwijs, welzijnswerk. Elke 100€ bedrijfsopbrengst gaat 58€ naar lonen.

67
New cards

Wat is de current ratio? Formule en interpretatie.

= Vlottende activa / Vreemd vermogen KT.

  • > 1: voldoende om KT-schulden te betalen.

  • = 1: juist genoeg.

  • < 1: onvoldoende → liquiditeitsrisico.

  • Hoe groter, hoe sterker de liquiditeitspositie.

68
New cards

Wat is de debiteurenrotatie? Formule?

= (Omzet + andere bedrijfsopbrengsten + verschuldigde btw) / Handelsvorderingen ≤ 1j.

Hoe hoger de rotatie, hoe sneller debiteuren betalen → hoe liquider de vorderingen.

69
New cards

Wat zijn vertekende effecten bij de debiteurenrotatie?

Een grote kapitaalsubsidie die pas volgend jaar betaald wordt, verhoogt vorderingen zonder de omzet te verhogen → lagere rotatie terwijl er geen echte liquiditeitsproblemen zijn. Ook: vorderingen variëren doorheen het boekjaar (momentopname 31/12).

70
New cards

Waarom kunnen OH en vzw's de debiteurenrotatie moeilijk beïnvloeden?

OH kunnen hun klanten (burgers) niet weigeren als ze niet betalen. Ze kunnen ook niet kiezen om geen diensten meer te leveren. Ze zijn afhankelijk van de betalingspolitiek van subsidiërende overheden.

71
New cards

Wat is de verouderingsratio? Formule en interpretatie.

= Boekwaarde MVA / Aanschaffingswaarde MVA.

  • Altijd tussen 0 en 1.

  • Hoe lager, hoe meer verouderd → hoe groter de nood aan vervangingsinvesteringen.

  • Ratio van 1 = splinternieuw.

  • Ratio van 0 = volledig afgeschreven.

72
New cards

Kan de verouderingsratio negatief zijn of groter dan 1? Waarom niet?

Nee. Boekwaarde is minimaal 0 (nooit negatief). Aanschaffingswaarde is ook minimaal 0.

Boekwaarde ≤ aanschaffingswaarde → ratio altijd tussen 0 en 1.

Ratio > 1 zou betekenen dat het actief meer waard is dan bij aankoop, wat bij dit model niet kan.

73
New cards

Wat is de schuldgraad? Formule en interpretatie.

= (Vreemd vermogen / Totaal vermogen) × 100.

  • Hoe hoger, hoe groter het financieel risico: schulden moeten contractueel afbetaald worden ongeacht de resultaten.

  • Omgekeerde van de solvabiliteitsratio (EV/totaal vermogen × 100).

74
New cards

Wat is de rentabiliteit van totale opbrengsten?

= (Winst/verlies van het BJ / Totale opbrengsten) × 100.

  • Geeft aan hoeveel € winst er overblijft per 100€ opbrengst.

  • Positief = gezond.

  • Negatief = kosten overschrijden opbrengsten.

  • Hoog percentage → onderzoeken of dienstverlening wel voldoende is.

75
New cards

Wat is de netto-rentabiliteit van het totaal actief vóór financiële kosten? Waarom "vóór financiële kosten"?

= (Winst BJ vóór financiële kosten / Totaal activa) × 100.

  • "Vóór financiële kosten" = abstractie van hoe het actief gefinancierd is.

  • Meet of het actief zelf genoeg opbrengt, los van schulden.

  • Hierdoor vergelijkbaar tussen instellingen met verschillende financieringsstructuur.

76
New cards

Wat is de rentabiliteit van eigen vermogen? Formule en interpretatie.

= (Winst/verlies BJ / Eigen vermogen) × 100.

  • Hoeveel brengt elke 100€ EV op? Relevant voor vennootschappen, intercommunales, PPS-constructies.

  • In publieke sector alleen zinvol voor bedrijfseconomische activiteiten. Omzichtig behandelen.

77
New cards

Wat is de afhankelijkheidsratio van non-exchange transactions?

= (Lidgelden + schenkingen + legaten + subsidies) / Bedrijfsopbrengsten

= rekening 73 / 70/74.

  • Meet hoe afhankelijk een instelling is van geld zonder tegenprestatie.

  • Hoge ratio = kwetsbaar voor stopzetting subsidies.

78
New cards

Wat zijn de 4 groepen ratio's bij ratioanalyse?

  1. Liquiditeitsratio's (KT overleven).

  2. Solvabiliteitsratio's (LT kredietwaardigheid).

  3. Rentabiliteitsratio's (winstgevendheid).

  4. Toegevoegde waarde-ratio's.

79
New cards

Wat zijn tendensanalyse en sectoranalyse (benchmarking)?

  • Tendensanalyse: ratio's van dezelfde instelling over meerdere jaren vergelijken.

  • Sectoranalyse (benchmarking): ratio's vergelijken met andere instellingen uit dezelfde sector om de eigen positie te bepalen (kwartielen Q1, Q2, Q3).

80
New cards

Hoe interpreteer je kwartielen Q1, Q2, Q3?

  • Q1: 75% van instellingen ≥ Q1 (jij bent in het slechtste kwartiel als je eronder zit).

  • Q2 (mediaan): 50% ≥ Q2.

  • Q3: 25% ≥ Q3 (jij behoort tot de beste 25% als je erboven zit).

  • Sector verdeeld in 4 gelijke groepen van elk 25%.

81
New cards

Wat zijn de oorzaken van een hoog positief NBK? Is dit altijd goed?

Nee. Kan wijzen op:

  • overfinanciering (te veel subsidies/geld)

  • seizoensinvloed

  • lang openstaande dubieuze vorderingen

  • uitgestelde vervangingsinvesteringen

  • of een instelling die middelen oppot i.p.v. ze in dienstverlening te investeren.

82
New cards

Wat is het nadeel van NBK als maatstaf?

  • NBK bevat ook vorderingen en voorraden die niet onmiddellijk liquide zijn → ruwe maatstaf.

  • Bovendien is het een absoluut bedrag dat niet vergelijkbaar is met andere instellingen (niet sectoraal benchmarkbaar).

  • Daarom gebruikt men de current ratio (= relatieve maatstaf).

83
New cards

Wat is cost accounting en waarvoor dient het?

  • Kostprijscalculatie: kosten herverdelen over kostenplaatsen (departementen) om de kostprijs per dienst, product of beleidsdomein te bepalen.

  • Nodig omdat VBH kosten enkel naar soort indeelt, niet naar bestemming.

  • Doel: beheersbeslissingen ondersteunen.

84
New cards

Wat is management accounting? Geef voorbeelden.

Meting en analyse van financiële info voor interne managementbeslissingen: kostprijscalculatie, prijszetting, make-or-buy beslissingen, budgettering, investeringsbeslissingen, break-evenanalyse, financieringsbeslissingen. Gebaseerd op VBH.

85
New cards

Wat is management control? Verschil met management accounting?

  • Management control = implementatie van strategische doelstellingen via planning en controle.

  • Gaat over managers, niet accountants.

  • Departementen worden verantwoordelijkheidscentra die budgetten beheren.

  • Management accounting levert de cijfers; management control gebruikt ze voor sturing.

86
New cards

Wat zijn de soorten externe audit?

  • Financiële audit (is de financiële rapportering betrouwbaar?).

  • Rechtmatigheidsaudit (conformiteit met wetgeving).

  • Doelmatigheidsaudit (value for money = de 3 E's: effectief, efficiënt, doelmatig).

Externe audit door Rekenhof of bedrijfsrevisoraat.

87
New cards

Wat zijn de 3 E's bij de doelmatigheidsaudit?

  • Effectiviteit (worden de beoogde resultaten bereikt?)

  • Efficiëntie (worden resultaten bereikt met minimale middelen?)

  • Doelmatigheid (zijn middelen op de juiste manier ingezet?)

= "value-for-money audit".

88
New cards

Wat is het verschil tussen externe en interne audit?

  • Externe audit: voor externe stakeholders, door onafhankelijke expert (bedrijfsrevisor, Rekenhof).

  • Interne audit: voor intern management en beleidsorgaan, over de kwaliteit van interne rapportering en processen. Interne auditor rapporteert enkel intern.

89
New cards

Wat is de agency theory en hoe verklaart ze de nood aan auditing?

Asymmetrie: een beperkt aantal beleidsmakers beheert middelen namens een grote groep (burgers, aandeelhouders). Die groep kan niet alles controleren → nood aan onafhankelijke audit om betrouwbaarheid van rapportering te garanderen.

90
New cards

Wat is het conceptual accounting framework en waarom is het belangrijk voor financiële analyse?

Het perspectief (doel, gebruikers, principes) van de boekhouding. Bv. IAS/IFRS focust op rentabiliteit; Belgisch boekhoudrecht op betrouwbaarheid. Financiële analyse moet rekening houden met welk framework gebruikt werd, anders vergelijk je appelen met peren.

91
New cards

Wat is het verschil tussen "general purpose" en "specific purpose" financiële rapportering?

  • General purpose: voor alle externe gebruikers (= de openbaar neergelegde jaarrekening).

  • Specific purpose: op maat gemaakte rapportering voor specifieke gebruikers (bv. subsidiërende overheid, toezichthouder) met extra detail of specifieke ratio's.

92
New cards

Waarom is de JR een beperkt instrument in de publieke sector?

  • JR bevat enkel financieel-economische info.

  • Geen info over welzijn personeel, kwaliteit van dienstverlening, sociale output.

  • Daarom: value-for-money rapportering + KPI's + jaarverslag om een completer beeld te geven.

93
New cards

Hoe werkt de belastingsstructuur van vzw's na de hervorming?

  • Vzw's mogen onbeperkt commerciële activiteiten ontwikkelen.

  • Zodra ze winst maken, zijn ze wellicht onderworpen aan vennootschapsbelasting (de rechtspersoon maakt niet uit).

  • Bepaalde winsten zijn vrijgesteld als ze apart getoond worden in reserves ("andere reserves" KB 2018).

94
New cards

Bestemde fondsen

  • Middelen die oorgemerkt zijn voor specifieke doeleinden.

  • Kunnen aangelegd worden vanuit winsten of rechtstreeks vanuit verworven geldmiddelen (bv. fundraising).

  • Beslissing van het bestuursorgaan.

  • Altijd positief. = EV, want je bent het aan niemand schuldig.

95
New cards

Wat zijn uitgestelde belastingen bij vzw's?

Nieuwe balansrubriek ingevoerd door de hervorming. Omdat vzw's nu vennootschapsbelasting kunnen verschuldigd zijn, wordt ook de rubriek "uitgestelde belastingen" overgenomen vanuit het vennootschapsboekhouden.

96
New cards

Wat is een pledge (belofte tot schenking)? Wanneer boek je een vordering?

  • Een belofte tot schenking of sponsoring.

  • Je boekt een vordering op de balans enkel als de afspraak contractueel én onvoorwaardelijk vastligt.

  • Is de belofte voorwaardelijk of informeel → geen vordering (schenker kan altijd terugtrekken).

97
New cards

Hoe wordt een kwijtschelding van schulden geboekt? Hangt de rekening af van de reden?

Ja.

  • Als oorzaak werking → schuld aan 73 (opbrengst).

  • Als oorzaak structureel/permanente financiering → schuld aan 101.

  • ls oorzaak investering in vast actief → schuld aan 15 (kapitaalsubsidies).

  • Context bepaalt welke tegenrekening.

98
New cards

Wat is de sociale balans? Wie moet ze neerleggen?

  • Overzicht van tewerkstelling, bewegingen van werknemers en maatregelen werkgelegenheid.

  • Verplicht voor privaatrechtelijke werkgevers met ≥ 20 VTE.

  • Dus: vzw's wél, maar UGent, gemeente en gemeenschapsonderwijs niet (publiekrechtelijk).

99
New cards

Wat is resultaatverwerking en waarom heeft het weinig zin bij vzw's?

  • In vennootschappen cruciaal: winst verdelen tussen dividend, reserves en overgedragen resultaat.

  • Bij vzw's: geen aandeelhouders, geen dividenden → resultaatverwerking is zinloos. Toch overgenomen in KB vanuit vennootschapsvisie, maar een mutatiestaat van EV had beter geweest.

100
New cards

Wat is de relatie tussen accounting en wetgeving? Waarom regelt de wetgever dit?

  • Financiële rapportering is een publiek goed: het raakt burgers, subsidieverstrekkers, belastingplichtigen.

  • Vroeger bepaalden beroepsbeoefenaars (accountants) de regels zelf (standard-setting bodies).

  • Nu bepaalt de wetgever de regels om betrouwbaarheid en vergelijkbaarheid te waarborgen en fraude te beperken.