1/104
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Welke twee botstructuren vormen samen de fossa poplitea op het distale femur?
De divergerende mediale en laterale lip van de linea aspera.
Wat is de primaire functie van de fovea capitis femoris?
Aanhechtingsplaats voor het ligamentum capitis femoris (een band die de kop vasthoudt).
Welke drie ruwe lijsten kun je vinden op de crista iliaca (heupkam)?
Labium externum, labium internum, en de linea intermedia ertussen.
Door welke inkeping is de rand van het acetabulum onderbroken?
De incisura acetabuli.
Welke drie benige structuren ontmoeten elkaar in het acetabulum?
Het os ilium, os ischii, en os pubis
Welke twee belangrijke structuren begrenzen het foramen obturatum?
Het os pubis (bovenkant) en het os ischii (onderkant).
Wat is de naam van de ruwe knobbel op het zitbeen waar je op zit?
Het tuber ischiadicum (zitknobbel)
Op welke botstructuur bevindt zich de facies patellaris en wat is zijn functie?
Op het distale femur (aan de ventrale zijde tussen de condylen). Functie: Gewrichtsvlak voor de patella (knieschijf).
Hoe onderscheid je de mediale van de laterale condylus van het femur?
De mediale steekt verder distaal uit en is groter. (De laterale is wel breder en vlakker).
Welke lijn op het os ilium vormt de grens tussen het corpus en de ala, en loopt door naar het pecten ossis pubis?
De linea arcuata.
Welke belangrijke bekkengordelfunctie wordt in het gedrang gebracht als de symphysis pubica losraakt?
De stabiliteit voor de rechtopstaande houding en de overdracht van lichaamsgewicht
Wat is het meest opvallende verschil tussen de mannelijke en vrouwelijke pelvis?
Het vrouwelijk bekken is breder en minder hoog.
Welke structuur op de dorsale zijde van de femurschacht splitst zich proximaal en distaal?
De linea aspera (splitst in een mediale en laterale lip).
Welke drie botten fuseert het os coxae (heupbeen)?
Os ilium, os ischii, en os pubis.
Waarop hecht de patella aan, en in welk weefsel is ze ingebed?
Ze hecht niet rechtstreeks aan, maar ligt in de pees van de m. quadriceps femoris (vervat in peesbladen).
Wat is de naam van de groeve tussen de condyli aan de dorsale zijde van het distale femur?
De fossa intercondylaris.
Welke lijn op het femur loopt van de trochanter major naar de trochanter minor aan de ventrale zijde?
De linea intertrochanterica. (Let op: aan de dorsale zijde is het de crista intertrochanterica).
Welk deel van het os ischii vormt de dorsale begrenzing van het foramen obturatum?
Het corpus ossis ischii.
Wat is de functie van de fossa acetabuli in de heupkom?
Het bevat vetweefsel en de heupkopband (lig. capitis femoris).
Welke twee belangrijke functies van het bekken (pelvis) hebben direct te maken met de vrouwelijke anatomie?
1. Vormen van de benige steun van het geboortekanaal.
2. Het bredere, lagere model faciliteert de bevalling.
Welke specifieke uitstulpsel wordt soms gevormd aan de dorsale basis van de trochanter major en kan trochanter tertius genoemd worden?
De sterk ontwikkelde tuberositas glutea.
Welke kleine structuur vormt zich net voor de mediale lip van de linea aspera de distale epifyse van het femur bereikt?
Het tuberculum adductorium (aanhechtingspunt voor een adductorspier).
Welke botrand van het os ilium vormt het "dak" van het acetabulum?
De caudale rand van het os ilium.
Op de facies sacropelvina van het os ilium, wat is de naam van de duidelijke verhevenheid craniaal van het oorvormig gewrichtsvlak (facies auricularis)?
De tuberositas iliaca (voor aanhechting van krachtige ligamenten).
Welke twee insnijdingen (incisurae) worden gescheiden door de spina ischiadica op het os ischii?
De incisura ischiadica major (craniaal) en de incisura ischiadica minor (caudaal).
Vanaf welk punt op het os pubis ontspringt de crista obturatoria, en waar loopt deze naartoe?
Ze ontspringt vanaf het tuberculum pubicum en zet zich voort in de achterwand van het foramen obturatum.
Hoe wordt het gewrichtsvlak op de achterkant van de patella verdeeld door een overlangse kam?
In een groter lateraal (fibulair) facet en een kleiner mediaal (tibiaal) facet.
Welke lijn op de facies glutea van het os ilium markeert het aanhechtingsgebied van de musculus gluteus minimus?
De linea glutea inferior (die in het onderste derde van het vlak loopt).
Wat is de naam van de verdikking op de ventrale rand van het os ilium ter hoogte van het acetabulum?
De eminentia iliopubica.
Welke twee structuren samen vormen de volledige onderrand van het foramen obturatum?
De ramus inferior ossis pubis en de ramus ossis ischii.
Naast gewrichtsoppervlak, wat is de andere belangrijke component van de bodem van het acetabulum?
De ruwere fossa acetabuli.
Welke lijn op het os ilium begint bij de spina iliaca anterior superior en vormt de ventrale rand?
Dit is de ventrale rand zelf, die caudaal verloopt via de spina anterior inferior naar de eminentia iliopubica
Wat is de vorm van het foramen obturatum volgens de tekst?
Spiraalvormig
Op het proximale femur, welk structureel kenmerk van het collum femoris (femurhals) wordt specifiek genoemd?
Het is in voor-achterwaartse zin afgeplat.
Wat is de specifieke richting van de concaviteit van de facies auricularis op het os ilium?
De concaviteit is craniaal gericht (naar het hoofd toe).
Welke twee primaire structuren zorgen voor stabiliteit in de Articulatio radioulnaris distalis, aangezien er geen sterke gewrichtsbanden zijn?
De membrana interossea antebrachii en de driehoekige discus articularis (TFCC).
In welk gewricht vind je de recessus sacciformis, en hoe wordt deze gevormd?
In de Articulatio radioulnaris distalis. Hij wordt gevormd doordat het synoviaal membraan tussen radius en ulna naar proximaal uitstulpt
Welke band vormt de palmaire overbrugging van de sulcus carpi en creëert zo de carpale tunnel?
Het retinaculum flexorum
In de MCP-gewrichten, wanneer is laterale verschuiving van de vingers het beste mogelijk en waarom?
In extensie, omdat de collaterale banden dan ontspannen zijn door hun verloop van dorsaal naar palmair.
Wat is een belangrijk gevolg als het ligamentum capitis femoris breekt, bijvoorbeeld na een ontwrichting?
Risico op necrose (afsterven) van de femurkop, omdat de slagader in dit ligament de bloedtoevoer verzorgt.
Welke drie ligamenten werken samen om de voorwaartse kanteling (nutatie) van het sacrum te beperken?
Lig. sacrotuberale, Lig. sacrospinale, Lig. sacroiliaca ventralia.
Welke twee openingen in het bekken worden gevormd door de ligamenten sacrotuberale en sacrospinale?
Het foramen ischiadicum majus en het foramen ischiadicum minus.
Wat is de belangrijkste functie van het labrum acetabulare in het heupgewricht?
Het verdiept en vergroot de gewrichtskom met ongeveer 30%, waardoor de stabiliteit toeneemt.
In welke gewrichtshouding is het heupgewricht het minst stabiel maar wel het meest beweeglijk, en waarom?
In gebogen houding (flexie), omdat de belangrijke capsulaire ligamenten dan ontspannen zijn.
Welke twee bewegingen van het sacrum t.o.v. het os ilium worden beschreven, en wat is hun bewegingsbereik?
Nutatie (voorwaartse kanteling) en Contra-nutatie (achterwaartse kanteling). Het totale bewegingsbereik is slechts ongeveer 4° rotatie.
Welke band wordt beschreven als de sterkste band van het lichaam en hoe verloopt hij over het heupgewricht?
Het ligamentum iliofemorale (van Bertin). Het loopt van de spina iliaca anterior inferior naar de linea intertrochanterica, met twee bundels die een 'Z' vormen.
Wat is de klinische betekenis van de zona orbicularis in het heupgewricht?
Het fungeert als een ringvormige versteviging rond de hals van het femur.
Door welke kleine opening in de membrana obturatoria lopen bloedvaten en zenuwen?
Door het canalis obturatorius.
Welke spier treedt samen met de nervus ischiadicus door het foramen ischiadicum majus uit het bekken?
De musculus piriformis.
Welke structuur in het heupgewricht geeft vooral proprioceptieve informatie en vult de fossa acetabuli?
Het corpus adiposum (vetlichaampje).
Wat is een mogelijke oorzaak van chronische lage rugpijn volgens de tekst, los van discusproblemen?
Pathologie van het sacro-iliacale gewricht (SI-gewricht).
Welke twee structuren samen vormen de symphysis pubica?
De twee facies symphysialis van de schaambeenderen en de daartussen gelegen discus interpubicus.
Welke band ontspringt op de crista obturatoria en eindigt op het gewrichtskapsel en de trochanter minor?
Het ligamentum pubofemorale.
Welk type gewricht is de Articulatio sacroiliaca qua beweging, ondanks zijn stabiliteit?
Het is een zeer beperkt beweeglijk gewricht (amphiarthrose) met slechts kleine rotaties.
Wat is de klinisch relevante risicohouding voor een posterieure heupontwrichting bij een auto-ongeluk?
Zithouding met gebogen en gekruiste benen, waarbij de knie bij een frontale botsing tegen het dashboard gedrukt wordt.

Benoem de volgende onderdelen van de os femur
Caput femoris
Trochanter major
Crista intertrochanterica
Tuberositas glutae
Linea aspera
Linea supracondylaris lateralis
Facies poplitea
Condylus lateralis
Fossa intercondylaris
Condylus medialis
Tuberculum adductorium
Linea supracondylaris
Linea pectinea
Trochanter minor
Collum femoris
ovea capitis femoris
Je ziet de femur aan de dorsale kant

Benoem de volgende onderdelen van de os femur
Collum femoris
Caput femoris
Trochanter minor
Corpus femoris
Tuberculum adductorium
Epicondylus medialis
Facies patellaris
Epicondylus lateralis
Linea intertrochanterica
Trochanter major
Fossa trochanterica
Je ziet de femur aan de ventrale kant

Benoem de volgende onderdelen van ossa coxae
Fossa iliaca
Linea arcuata
Spina iliaca anterior superior
Spina iliaca anterior inferior
Corpus ossis ischii
Ramus suêrior ossis pubis pecten ossis pubis
Facies symphysialis
Foramen obturatum
Ramus inferior ossis pubis
Tuber ischiadicum
Ramus ossis ischii
Incisura ischiadica minor
Spina inschiadica
Incisura ischiadica major
Spina iliaca posterior inferior
Spina iliaca posterior superior
Facies auriculais
Je ziet de ossa coxae aan de anterieure-mediale zijde

Benoem de volgende onderdelen van ossa coxae
Crista iliaca
Spina iliaca anterior superior
Corpus ossis ilii
Spina iliaca anterior inferior
Facies lunata
Pecten ossis pubis
Fossa acetabuli
Tuberculum pubicum
Ramus inferior ossis pubis
Incisura acetabuli
Foramen obturatum
Ramus ossis ischii
Tuber ischiadicum
Corpus ossis ischii
Incisura ischiadica minor
Spina ischiadica
Limbus acetabuli
Incisura ischiadica major
Spina iliaca posterior inferior
Spina iliaca posterior superior
Linea glutea posterior
Linea glutea inferior
Linea glutea anterior
Je ziet de ossa coxae aan de dorsale-laterale zijde

Benoem de volgende onderdelen van os sacrum
Promonotorium
Basis ossis sacri
Processus articularis superior
Pars lateralis
Foramina sacralia anteriora
os coccygis
Linea transversae
Ala ossis sacri
Je ziet de os sacrum aan de anterieure kant.

Benoem de volgende onderdelen van os sacrum.
Processus articularis superior
Canalis sacralis
Foramina sacralia posteriora
Cornu sacrala
Hiatus sacralis
Crista sacralis mediana
Facies auricularis
Je ziet de os sacrum aan de posterieure kant.
M. Iliacus
O: Fossa iliaca (bovenste 2/3)
I: Trochanter minor
Inn.: N. femoralis (L1-L4)
Functie: Heup: Flexie bovenbeen, EXOrotatie bovenbeen, Bekken: Anterior tilt à vergroten van de lumbale lordose
M. Psoas Major
O: Ventraal (oppervlakkig) deel: Weverllichamen T12-L5 (antero lateraal deel) , tussengelegen disci intervertebralis; Dorsaal: Processus costales L1-4
I: Trochanter minor
Inn: Rami anteriores L1-L2-L3
Functie: Lumbale wervelkolom: Homolaterale lateroflexie (unilateralie contractie, fixatie origo), Flexie: bilaterale contractie
M. Psoas Minor
O: Wervellichamen T12-L1
I: Eminentia iliopubica + arcus iliopectineus
Inn.: Rami anteriores L1-L3
M. Gluteus Maximus
O: Crista iliaca, os sacrum, os coccygis, fascia thoracolumbalis
I: Pars prox → Tractus iliotibialis. Pars dist → Tuberositas glutea femoris
Inn.: N. gluteus inferior (L5-S2)
Functie: Heup: EXOrotatie bovenbeen, Extensie bovenbeen (van de gebogen heup), Pars proximalis: Abductie bovenbeen, Pars distalis: Adductie bovenbeen; Knie: Helpt mee om de knie in extensie te houden via de tractus iliotibialis
M. Gluteus Medius
O: Facies glutea ossis ilii
I: Trochanter major (superolateraal)
Inn.: N. gluteus superior (L4-S1)
Functie: Heup: Volledige spier: ABDuctie bovenbeen Pars anterior: ENDOrotatie bovenbeen, Flexie bovenbeen Pars posterior: EXOrotatie bovenbeen, Extensie bovenbeen Bekken: Kantelen van het bekken naar het gefixeerde lidmaat.
M. Gluteus Minimus
O: Facies glutea ossis ilii
I: Trochanter major (anterosuperior)
Inn.: N. gluteus superior (L4-S1)
Functie: Ideam M. gluteus Medius, maar zwakkere abductor; Heup: ABDuctie bovenbeen, ENDOrotatie bovenbeen
M. Tensor Fasciae Latae (TFL)
O: Spina iliaca anterior superior + crista iliaca
I: Tractus iliotibialis
Inn.: N. gluteus superior (L4-S1)
Aandrukken caput femur tegen het acetabulum. Heup: Flexie bovenbeen , Abductie bovenbeen, ENDOrotatie bovenbeen; Knie: Helpt mee om de knie in extensie te houden via de tractus iliotibialis
M. Piriformis
O: Facies pelvina ossis sacri
I: Trochanter major (superomediale zijde)
Inn.: N. piriformis (S1-S2)
Functie: Heup: Belangrijke stabilisator bovenbeen (houdt het caput femoris in het acetabulum), EXOrotatie bovenbeen (in anatomische positie), ABDuctie bovenbeen (in zittende houding)
M. Obturatorius Internus (+ GOGO)
O: Binnenzijde foramen obturatum + membrana obturatoria
I: Fossa trochanterica (mediale zijde trochanter major)
Inn.: N. obturatorius interni (L5-S2)
Functie: Heup: krachtige EXOrotatie bovenbeen, ABDuctie bovenbeen vanuit zithouding.
M. Gemellus Superior
O: Spina ischiadica
I: Mediale zijde trochanter major
Inn.: N. obturatorius interni (L5-S2)
Functie: Heup: Ondersteunen van de M. Obturatorius internus.
M. Gemellus Inferior
O: Tuber ischiadicum
I: Mediale zijde trochanter major → fossa trochanterica
Inn.: N. quadrati femoris (L4-S1)
Functie: Ondersteunen van de M. Obturatorius internus
M. Obturatorius Externus (GOGO)
O: Buitenzijde foramen obturatum + membrana obturatoria
I: Fossa trochanterica
Inn.: N. obturatorius (L3-L4)
Functie: Heup: Exorotatie bovenbeen , ADDuctie bovenbeen
M. Quadratus Femoris
O: Tuber ischiadicum (laterale rand)
I: Tuberculum quadratum (crista intertrochanterica)
Inn.: N. quadrati femoris (L4-S1)
Functie: Heup: Krachtige EXOrotatie bovenbeen, ADDuctie bovenbeen; Knie: trekt de knie bij een stap omhoog
M. Pectineus
O: Ramus superior ossis pubis
I: Linea pectinea femoris
Inn.: N. femoralis + N. obturatorius (L2-L4)
Functie: Heup: Flexie bovenbeen, ADDuctie bovenbeen, ENDOrotatie bovenbeen in een staande houding
M. Adductor Brevis
O: Ramus inferior ossis pubis
I: Linea aspera (labium mediale, proximaal 1/3)
Inn.: N. obturatorius (L2-L4)
Functie: Heup: Adductie, Flexie bovenbeen, ENDOrotatie bovenbeen
M. Adductor Longus
O: Corpus ossis pubis
I: Linea aspera (labium mediale)
Inn.: N. obturatorius (L2-L4)
Functie: Heup: ADDuctie bovenbeen, Flexie bovenbeen, ENDOrotatie bovenbeen
M. Adductor Magnus
O: Pars ant: ramus inf. pubis + ramus ischii. Pars post: tuber ischiadicum
I: Pars ant → linea aspera. Pars post → tuberculum adductorium
Inn.: Pars ant: N. obturatorius. Pars post: N. ischiadicus
Functie: Heup: Volledige spier: (krachtige) ADDuctie bovenbeen; Pars posterior: Extensie bovenbeen, ENDOrotatie bovenbeen; Pars anterior: Flexie bovenbeen, EXOrotatie bovenbeen
M. Gracilis
O: Ramus inferior ossis pubis
I: Pes anserinus superficialis (tibia)
Inn.: N. obturatorius (L2-L4)
Functie: Heup: ADDuctie bovenbeen, Flexie bovenbeen; Knie: Flexie onderbeen, ENDOrotatie onderbeen bij gebogen knie
M. Rectus Femoris
O: Caput rectum: spina iliaca anterior inferior. Caput reflexum: sulcus supra-acetabularis
I: Tuberositas tibiae (via patellapees)
Inn.: N. femoralis (L2-L4)
Functie: Heup: Flexie bovenbeen; Knie: Extensie onderbeen
M. Vastus Medialis
O: Linea intertrochanterica, linea aspera (labium mediale)
I: Tuberositas tibiae + condylus medialis tibiae
Inn.: N. femoralis (L2-L4)
Functie: Knie: Extensie onderbeen
M. Vastus Lateralis
O: Linea intertrochanterica, linea aspera (labium laterale)
I: Tuberositas tibiae + condylus lateralis tibiae
Inn.: N. femoralis (L2-L4)
Functie: Knie: Extensie onderbeen
M. Vastus Intermedius
O: Corpus femoris
I: Tuberositas tibiae (via patellapees)
Inn.: N. femoralis (L2-L4)
Functie: Knie: Extensie onderbeen
M. Sartorius
O: Spina iliaca anterior superior
I: Pes anserinus superficialis (tibia)
Inn.: N. femoralis (L2-L3)
Functie: Heup: Flexie bovenbeen, Exorotatie bovenbeen, ABDuctie bovenbeen; Knie: Flexie onderbeen, ENDOrotatie onderbeen (bij een gebogen knie
M. Biceps Femoris (Caput Longum)
O: Tuber ischiadicum + lig. sacrotuberale
I: Caput fibulae
Inn.: N. tibialis (L5-S2)
Functie: Heup (caput longum): Extensie bovenbeen, ADDuctie bovenbeen, EXOrotatie bovenbeen
M. Biceps Femoris (Caput Breve)
O: Linea aspera femoris
I: Caput fibulae
Inn.: N. fibularis communis (L5-S2)
Functie: Knie: Flexie onderbeen, EXOrotatie onderbeen
M. Semitendinosus
O: Tuber ischiadicum
I: Pes anserinus superficialis (tibia)
Inn.: N. tibialis (L4-S2)
Functie: Heup : Extensie bovenbeen, ADDuctie bovenbeen; Knie: - Flexie onderbeen, ENDOrotatie onderbeen (bij gebogen onderbeen
M. Semimembranosus
O: Tuber ischiadicum
I: Pes anserinus profundus (tibia)
Inn.: N. tibialis (L4-S2)
Functie: Heup: Extensie bovenbeen, ADDuctie bovenbeen; Knie: Flexie onderbeen, ENDOrotatie onderbeen (bij gebogen onderbeen
Welke extra beweging in het heupgewricht wordt meer belicht in een wijde squat, en welke spiergroep is hierbij primair target?
Adductie van de heup. De adductorengroep (magnus, longus, brevis, pectineus) werkt hier actief mee naast de gluteus maximus.
In een smallere, statische squat, welke spier is cruciaal om de heup in extensie te houden gedurende de hele beweging?
De m. gluteus maximus (statische/isometrische activatie).
Wat is de primaire targetspier en de primaire beweging in een hip thrust?
M. gluteus maximus voor heupextensie.
Welke extra weerstand en beweging voegt een band rond de bovenbenen toe tijdens een glute bridge, en welke spiergroep activeert dit extra?
Weerstand tegen abductie; activeert gluteus medius
Welke stabiliserende spier wordt veel meer belast in een single-leg hip thrust versus de reguliere versie?
De m. gluteus medius van het standbeen (tegen bekkenkanteling
Welke spiergroep voert de excentrische contractie (remmende werking) uit in de neerwaartse fase van een Nordic curl?
De hamstrings (biceps femoris, semitendinosus, semimembranosus)
Welke spiergroep is de primaire target in een Reversed Nordic Curl, en wat is het type contractie?
De m. quadriceps femoris (vooral rectus femoris) tijdens een excentrische knie-extensie
Welke twee bewegingen in de heup worden gecombineerd in een clamshell, en wat is de primaire targetspier?
Abductie + Exorotatie. Primaire target: m. gluteus medius (posterieure vezels) en gluteus maximus
Welke spier is de primaire abductor in een zijliggende beenheffing, en welke twee spieren werken hier sterk als synergisten mee?
Primaire: m. gluteus medius. Synergisten: m. gluteus minimus en m. tensor fasciae latae (TFL)
Een knievalgus tijdens een squat wijst vaak op zwakte in welke twee belangrijke heupspiergroepen?
Gluteus medius (zwakke abductie) en diepe exorotatoren (zwakke externe rotatie).
Welke spier is de primaire heupflexor in mountain climbers, en welke belangrijke stabilisatoren moeten het bekken en de romp fixeren?
Primaire: m. iliopsoas. Stabilisatoren: diepe abdominale spieren (core) en erector spinae.
Welke spier werkt in een Bulgarian Split Squat eccentrisch in het voorste been tijdens het zakken, en concentrisch tijdens het opstaan?
De m. quadriceps femoris in het voorste been