Biologie (Nectar) Havo 4 Hoofdstuk 5 Begrippen | Quizlet

0.0(0)
studied byStudied by 1 person
0.0(0)
full-widthCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/21

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Study Analytics
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No study sessions yet.

22 Terms

1
New cards

ADH

aanbevolen dagelijkse hoeveelheid van een voedingsstof

2
New cards

ADP

adenosinedifosfaat, een stof waarvan elk molecuul twee fosfaatgroepen bevat die gebonden zijn met een energierijke binding. Uit ADP ontstaat door toevoeging van anorganisch fosfaat en een bepaalde hoeveelheid energie ATP. Hydrolyse van ATP levert anorganisch fosfaat, ADP en een bepaalde hoeveelheid energie. ADP speelt een grote rol in stofwisselingsprocessen.

3
New cards

Aeroob

met behulp van zuurstof

4
New cards

Alcoholgisting

C6H12O6 (glucose) --> 2 C2H6O (ethanol) + 2 CO2 + energie. Deze reactie vindt plaats bij gistcellen en bij kiemende zaden. Bijv. gebruikt bij productie van brood, bier en wijn.

5
New cards

Aminozuur

organische stoffen met carboxyl- en aminogroepen. Ongeveer 20 aminozuren spelen een rol als grondstof voor de synthese (vorming) van eiwitten

6
New cards

Anaeroob

zonder behulp van zuurstof

7
New cards

Assimilatie

de opbouw van organische moleculen uit kleinere moleculen (van anorganische stoffen of andere organische stoffen)

8
New cards

ATP

adenosinetrifosfaat. Stof, waarvan elk molecuul drie fosfaatgroepen bevat die gebonden zijn door een energierijke binding. ATP ontstaat uit ADP door toevoeging van energie en anorganisch fosfaat. Het loskoppelen van de fosfaatgroep uit ATP levert vrije energie, die gebruikt wordt voor allerlei energieverbruikende processen in de cel.

9
New cards

Bastvaten

transportkanalen in de bast, vooral bedoeld om suikers te vervoeren die gevormd zijn in het blad

10
New cards

Beperkende factor

factor die de snelheid van een proces laag houdt

11
New cards

Capillaire werking

opstijging van een vloeistof (meestal water) in nauwe kanalen door onderlinge aantrekking van moleculen. In de bodem heeft dit stijging van het grondwater tot gevolg. In planten gaat het water in de houtvaten door capillaire werking omhoog.

12
New cards

Cellulose

moeilijk verteerbare koolhydraat in planten

13
New cards

Chlorofyl

groene kleurstof (bladgroen) in een chloroplast

14
New cards

Chloroplast

bladgroenkorrels, hierin vindt fotosynthese plaats

15
New cards

Compensatiepunt

punt waarop de zuurstofproductie van de fotosynthese exact gelijk is aan het zuurstofverbruik door dissimilatie

16
New cards

CP

creatinefosfaat, leveren enkele seconden de energie in spiervezels

17
New cards

Cuticula

waslaagje aan buitenkant van een blad

18
New cards

Dissimilatie

de afbraak van organische moleculen tot kleinere moleculen, met als doel energie vrijmaken

19
New cards

Eiwit

proteïne of eiwit is een stof waarvan elk molecuul is opgebouwd uit veel aminozuur-eenheden

20
New cards

Essentieel aminozuur

aminozuur dat je perse via je voedsel moet binnen krijgen en niet zelf kunt aanmaken

21
New cards

Fosfaat

anorganische stof met het element fosfor (P)

22
New cards

Fosfaataccu

de ATP voorraad en CP voorraad samen