1/58
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Spolsky
boek, hoe talen gemanaged worden / hoe de keuzes van de sprekers worden beregeld niet door taal zelf maar door externe factoren of “managers”
3 aspecten van taalbeleid
Spolsky
1) een expliciete manager die regels uitvaardigt, variëteiten verbeidt of verbant
2) taalpraktijken: de effectieve talige praktijken die je kan beschrijven en vaststellen
3) de taalovertuigingen, attitudes en ideologieën die sprekers hebben
1453
uitvinding van de drukpers → Gutenberg
Monolinguistische landen
landen waar de bevolking maar 1 taal spreekt
meertaligheid / plurilinguïsme
binnen de territoriale grenzen verschillende talen worden gesproken
gemeenschapsmeertaligheid
de meertaligheid wordt berekend voor het hele land of de hele gemeenschap
individuele meertaligheid
een persoon zelf is meertalig
taalgrens in België
verdeelt land in 4 taalgebieden: Vlaanderen, Wallonië, Duits taalgebied en Brussel
faciliteitengemeenten
Faciliteiten = uitzonderingen op de algemene taalwetgeving
→ mogen (moeten?) ook in taal communiceren dat bij ander gewest hoort
Max Weinreich uitspraak
“a language is a dialect with an army and a navy”
→ geeft aan verschil taal en dialect vooral gebaseerd op externe factoren
Criteria om verschil taal en dialect in kaart te brengen
Standaardisering / codificatie (belangrijkste)
Historiciteit en vitaliteit
Autonomie
Unitair en brede gebruikscontexten
Stabiliteit
Formele prestige
Relatieve groottes van de sprekersgemeenschappen en hun verspreiding
Standaardisering / codificatie
het proces waarbij een taal expliciete normen ontwikkelt
ideologische proces van elaboration (normontwikkeling) - schema

Historiciteit en vitaliteit
De gedeelde historische ontwikkeling van een taal en een bolk of ethische identiteit → geeft taal een zeker sociocultureel cachet dat als bindmiddel werkt voor een gemeenschappelijke culturele identiteit
Hangt af van status en functionaliteit
Autonomie
talen die hun eigen wetmatigheden hebben, en dus als systeem een afgesloten en afzonderlijk regelsysteem hebben ontwikkeld
Meestal te danken aan de ontwikkeling (elaboration) van de standaardtaal tov andere talen uit buurlanden
heteronomie
het feit dat dialecten geen autonome status krijgen of hebben en dus niet worden herkent als officiële variant
Unitair en brede gebruikscontexten
standaardtaal = standaard omdat het over een niet gemarkeerde versie gaat
Stabiliteit
heeft te maken met gecodificeerde norm en met het gebruik van de standaard als prescriptieve norm
Formele prestige
heeft te maken met prescriptieve normering, maar vooral met sociale normen en attitudes die sprekers ontwikkelen tegenover die normen en de afwijking op de norm
relatieve groottes van sprekersgemeenschappen en hun verspreiding
Dialect eerder kleine geografische verspreiding
Standaardtaal veel groter
Einar Haugen proces
proces normering van taal en bekroning tot standaardtaal 4 etappes:
1) selectie
2) codificatie
3) implementatie
4) elaboratie
schema Einar Haugen proces

Status planning
status van een taal wordt bepaalt via (taal)sociologische ontwikkeling
corpus planning
afspraken die te maken hebben met de taalvormen zelf
Verschillende soorten standaardtalen

Krachten die inwerken op talige diversiteit
Talen die worden ingezet voor hun communicatieve functie
Kleinere talen hebben grotere identitaire functie
Daktaal / Dachsprache (Heinz Kloss) / Roofing language
biedt de geografisch beperktere (dialectale) varianten een “onderdak”
ausbausprache
H. Kloss
Language by development / elaboration
Wanneer een dialect ontwikkeld wordt en opklimt tot een echte standaardtaal
Diglossie
een relatie tussen een daktaal en haar onderliggende “dialecten” (situatie met een High Language en een Low Language)
Charles Ferguson
Belangrijk functionele onderscheid: amper overlap, HL prestige als geschreven cultuurstaat, LL blijven beperkt tot informele dagelijkse contexten
Microdiglossie
bevat enkel HL en LL
macrodiglossie
Bevat HL, LL en ML (Middle language)
abstandsprache
afstandstaal: een prestigieuze taal die letterlijk geïmporteerd werd uit een ander talig territorium (meestal door kolonisatie)
Diaglossie
(Auer)
Meer lagen:
Standaardtaal
Regionale standaarden: standaardtaal aangepast aan regionale talen
Regiolecten
Dialecten
Eerder gradueel verloop tussen uitersten (<> diglossie duidelijke breuklijnen)
→ gradatum / gradueel proces = continuum
Dilalie
functionele overlappingen tussen verschillende varianten in een continuum
minderheidstalen
talen die niet dominant zijn, en dus een beperktere geografische of sociale inzetbaarheid hebben dan de standaardtaal of nationale taal
Historische / nationale minderheidstalen
Minderheidstalen uit immigratie
Code-switching
een conversationele strategie om de grenzen van een groep op te stellen, over te gaan of te vernietigen, om interpersonele relaties met hun rechten en obligaties te creëren, op te roepen of veranderen
situational code-switching
code-switching op basis van een concrete communicatieve situatie: bv participanten met een andere taal, topics die eerder in deze taal worden besproken
code-mixing
Subvorm van code-switching
daar waar code-switching op het niveau van een volledige zin of conversatie zit, is code-mixing op niveau van woorden in dezelfde zin
Meest bekende vorm tag-switching
tag-switching
specifieke tags die in een andere taal gebruikt worden
pidgintalen
ontstaan in typisch commerciële contexten, waarin onderhandelt moest worden over goederen en prijzen, en afspraken moesten kunnen worden gemaakt → trade situations
Heeft per definitie geen moedertaalsprekers
Ontstaat uit superstraat (taal heeft meeste input) en substraten
lingua franca
taal die als gemeenschappelijk communicatiemiddel wordt gebruikt tussen mensen met verschillende moedertalen
Contacttaal
een taal die gebruikt wordt in meertalige contactsituaties uit pure communicatieve noodzaak
lexifier
De taal die de woordenschat aanlevert
Creooltaal
een pidgintaal met moedertaalsprekers
Startpunt: pidgintaal die wordt gesproken door hele gemeenschappen → exponentiële groei qua complexiteit
Kan zich opwerken tot standaardtaal
Taalrechten
Expliciete vormen van normering op het macrosociolinguïstische vlak
Vooral van belang voor minderheidstalen
Op verschillende niveaus te situeren:
taal
De groep sprekers
Individu
Verschillende doelstellingen:
Gericht op de taal zelf
Op communicative functie
Identitaire functie
GIDS
Graded Intergenerational Disruption Scale
Joshua Fishman
Geeft aan in welke mate de natuurlijke overdracht van talen nog actief is
→ uitbereiding 10-punten schaal Expanded GIDS (EGIDS) (kent meer punten toe naarmate een taal meer bedreigd is (Lewis & Simons)
EGIDS
Cut-off point positief niveau tussen 6 en 7

tolerantierechten
de taal mag gebruikt worden, maar er ontbreken “positieve” rechten
→ typisch “negatief”: wordt gedoogd binnen een context van een meerderheidstaal
promotierechten
minderheidstaal echt ondersteunt door een overkoepelende overheid (van de meerderheidstaal)
territorialiteitbeginsel
een land wordt opgedeeld in specifieke zones waarin dan een voorkeurstaal (of -talen) wordt bepaald
personaliteitsprincipe
de persoonlijke kenmerken primeert hier op de plaats waar je leeft
accommodatierechten
op niveau van individu bv. Voor proces tolk krijgen
individueel tolerantierecht
Bv elke inwoner in België is vanuit de Grondwet gemachtigd om om het even welke taal te gebruiken in de thuissituatie → garantie fundamenteel taalvrijheid
Brussels Hoofdstedelijk Gewest
19 verschillende gemeenten, waaronder Brussel-Stad
situatie de iure
in de wet
situatie de facto
in de feiten
thuistaal
de taal (of talen) die thuis binnen het gezin gesproken worden
contacttaal
de taal waarin je contacten legt met anderen
heritage language
verwijst naar hun etnische-culturele achtergond, en vaak moedertaal van ouders/grootouders