1.2 Neuropsychologische wetenschappelijke aanpak (H2)

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
Locked
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/31

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 5:33 PM on 8/17/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

32 Terms

1
New cards

Empirische cyclus

  1. Observatie

  2. Inductie (hypothesevorming)

  3. Deductie (voorspellingen afleiden)

  4. Toetsen

  5. Evaluatie

Belangrijk te onthouden dat het een cyclisch proces is → leidt tot nieuwe vragen en kan daarmee opnieuw herhaald worden. Ook voor fouten zoals type I en type II fouten

2
New cards
  1. Observatie (empirische cyclus)

Waarneming uit de praktijk, literatuur of onderzoek. Leidt tot een onderzoeksvraag. bv. “Zijn gezichtsherkenning en het herkennen van emotionele gezichtsuitdrukkingen twee verschillende processen die van elkaar te onderscheiden zijn?”

3
New cards
4
New cards
  1. Inductie (hypothese vorming)

Van specifieke observatie naar algemene theorie, hypothese= voorlopig antwoord op de vraag. bv. “Stoornissen in de gezichtsherkenning staan los van stoornissen in het herkennen van emotionele gezichtsuitdrukkingen”

5
New cards
  1. Deductie (voorspellingen afleiden)

Conrete, toetsbare voorspellingen fomuleren (van algemeen naar specifiek) operationalisatie (wat ga je meten/manipuleren?)T

6
New cards
  1. Toetsen

Data verzamelen (experimenteel of literatuur), statistische analyse

7
New cards
  1. Evaluatie

Interpretatie van resultaten, hypothese kan bevestigd worden (voorlopig aannemen) of niet bevestigd (herzien)

8
New cards

Type I-fout

Onterecht verwerpen van de nullhypothese (foutpositief)

9
New cards

Type II-fout

Onterecht accepteren van de nullhypothese (foutnegatief)

10
New cards

Wat voor type vraagstellingen zijn er in de neuropsychologie (2)

  1. Fundamentele vraagstellingen

  2. Toegepaste vraagstellingen

11
New cards

Fundamentele vraagstellingen

Gericht op kennisvermeerdering (hoeft dus niet perse gelijk een maatschappelijk nut te hebben). Gaat meer over het begrijpen van cognitieve processen (geheugen, taal ect.) en de relatie tussen dingen bv. cognitie en de hersennen of stoornissen en de hersenstructuren. Vaak experimenteel. bv. “Hoe werkt gezichtsherkenning?”

12
New cards

Toegepaste vraagstellingen

Gericht op praktisch nut zoals, diagnostiek verbeteren, behandeling ontwikkelen of inzicht in ziektebeelden. bv “Welke therapie helpt bij prosopagnosie?”

13
New cards

Dissociatie

Selectieve uitval van cognitieve functies; laat zien dat deelprocessen onafhankelijk van elkaar kunnen zijn

14
New cards

Enkelvoudige dissociatie

Taak A = intact, Taak B = gestoord. Probleem: Kan komen door verschil in moeilijkheidsgraad, niet door aparte systemen, dus bewijst niet perse onafhankelijkheid (zwak bewijs)

15
New cards

Dubbele dissociatie

Patient 1: A gestoord, B intact

Patient 2: B gesootrd, A intact

Sterk bewijs dat functies onafhankelijk zijn (twee min of meer onafhankelijke cognitieve processen). Belangrijke nuance wel dat statistische toetsing vereist is, dissociatie mag niet alleen op basis van ruwe scores worden vastgesteld.

16
New cards

Type onderzoek: Beschrijvend (observationeel)

De observatie van populaties of een enkele proefpersoon, is goed voor eigenschappen en aantallen in kaart te brengen. Bevat geen manipulatie, Doel: kenmerken beschrijven

17
New cards

Type onderzoek: Correlationeel

Vergelijkt groepen met elkaar zonder manipulatie van variabelen of condities, onderzoekt hier mee verbanden tussen variabelen maar kan geen causaliteit onderzoeken (groot nadeel van coorelationeel onderzoek) Je kunt dus wel zeggen dat variabelen samen veranderen maar niet dat de een door het ander wordt veroorzaakt.

18
New cards

Type onderzoek: Experimenteel

Manipulatie van de onafhankelijke variabele, waardoor causale conclusies mogelijk zijn (bv. variabele A veroorzaakt variabele B)

19
New cards

Type onderzoek: Quasi-experimenteel

Manipulatie in natuurlijke setting (veldstudies)

20
New cards

Type onderzoeksdesigns: Review & meta-analyses

Eerdere bevindingen samengevat hebben een grotere betrouwbaarheid dan een los experiment

In Literatuuronderzoek wordt een onderzoeksvraag beantwoord door het samenvatten van eerdere bevindingen

Bij een systematisch review worden de van te voren criteria opgesteld over welke onderzoeken zullen worden meegenomen in de review en wordt het onderzoek dat voldoet aan deze criteria meegenomen(gestructureerd overzicht van de literatuur

Bij een meta-analyse worden de data van meerdere onderzoeken samengevoegd, statistisch getoetst of de verschillende bevindingen met elkaar overeen komen of elkaar tegenspreken. (nummerieke resultaten losse studies samen voegen voor een krachtige, gezamelijke uitkomst)

Gebruik van PRISMA-richtlijnen

21
New cards

PRISMA-richtlijnen

Ontwikkeld om bij het schrijven van een systematisch review of meta-analyse genoeg informatie te geven om de betrouwbaarheid en bruikbaarheid van de bevindingen te kunnen beoordelen

22
New cards

Type onderzoeksdesigns: RCT (Randomized Controlled Trail)

Random toewijzing van de proefpersonenen; een groep krijgt een experimentele behandeling, andere groep een standaard klinische zorg of placebobehandeling (controle vs. experimentele groep) → Minimaliseert selectiebias → want willekeurig toegewezen proefpersonen, liefst blinderen (dubbelblind → zowel proefpersoon als behandelaar weet niet welke behandeling wordt aangeboden). Dit type onderzoeksdesign noemen we vooral experimenteel, omdat men hier een variabele of conditie manipuleert

Analyse: Intention-to-treat heeft de voorkeur ipv per-protocol

23
New cards

Intention-to-treat

Houdt in dat patiënten geanalyseerd worden in de groep waar ze oorspronkelijk waren toegewezen, ongeacht of ze het behandelplan hebben voltooid of gevolgd. → patiënten vallen vaak niet maar zo uit, waardevolle informatie

(bv. wel of niet medicatie hebben ingenomen, vroegtijdijg zijn gestopt, of naar andere groep overgestapt. weerspiegeld beter de werkelijkheid.)

24
New cards

Onderzoeksdesigns: Cross-over design

Een type RCT maar dezelfde proefpersonen krijgen meerdere behandelingen; proefpersonen worden opgedeeld in twee groepen. Ene groep eerst behandeling A , na een zogenaamde wash-out-periode waarin wordt verondersteld dat het effect van behandeling A wegebt, krijgen diezelfde proefpersonen behandeling B

Voordeel: proefpersonen vormen hun eigen controle. minder proefpersonen nodig

Nadeel: Alleen geschikt voor aandoeningen die stabiel zijn, hoe lang wash-out-periode nodig verschilt, plus minimaal 2 behandelingen dus looptijd onderzoek langer en statistische analyses complexer.

25
New cards

Onderzoeksdesigns: Longitudinaal

Metingen over tijd, ontwikkelingen/verloop

Nadeel: binnen dit design heeft men te maken met test-hertesteffecten → wordt gezien als stoorfactor, daarom zuinig met metingen om gaan

26
New cards

Onderzoeksdesigns: Cross-sectioneel

Één meetmoment, hier kan bijvoorbeeld worden gekeken naar mensen van verschillende leeftijden of mensen in verschillende fasen van een ziekteproces. Causaliteit niet mogelijk want correlationeel, en het is hiermee niet mogelijk om een causale relatie te onderzoeken omdat er geen observaties over langere tijd worden gedaan.

27
New cards

Onderzoeksdesigns: Case-control

Patienten vs controles (mensen met de aandoening VS zonder; controle groep keuze belangrijk, bv. het liefst ook beschadiging parietaal kwab maar geen visuele agnosie → tegenover die wel visuele agnosie hebben).

Retrospectief gekeken naar hoe vaak bepaalde risicofactoren voorkomen in beide groepen om inzicht te krijgen in de relatie tussen risicofactoren en de aandoening.

Er worden geen variabelen gecontroleerd of gemanipuleerd.O

28
New cards

Onderzoeksdesigns: Gevalsstudies

Wordt een persoon (single-case-study) of enkele personen (case-series) grondig bestudeerd. Prestaties worden vergeleken met een bestaande normgroep of een nieuwe controle groep. (enkelvoudige en dubbele dissociatie → zie stukje terug uitleg)

Doel: niet direct achterhalen van generaliseerbare feiten, maar het verzamelen van data over unieke personen/groepen (kwalitatieve data). → daarom is dit type onderzoek vooral bijschrijvend. Deze data kunnen betekenis geven aan bestaande bevindingen of leiden tot nieuwe hypotheses, waarna generalisatie van individueel niveau naar groepsniveau mogelijk wordt. Historisch gezien tot belangrijke doorbraken in neuropsychologie geleid

29
New cards

Heterogeniteit (kwaliteit van studies)

Dat de deelnemers, de meetmethoden of de resultaten onderling sterk van elkaar verschillen (leeftijd, geslacht, cultuur, ziekteaspecten, medicatie ect.) . Wetenschap zoekt generaliseerbare verbanden. In groepsstudies in heterogeniteit een probleem → streef naar een zo homogeen mogelijk groep (tenzij de doelgroep zelf heterogeen is, zoals bij behandeleffectiviteit). Bij case-series is heterogeniteit juist waardevol → laat zien welke factoren bepalen waarom de ene patiënt wel/geen stoornis ontwikkeld

30
New cards

Ethische aspecten (kwaliteit van studies)

  1. Verklaring van Helsinki: ethische aspecten voor medisch-wetenschappelijk onderzoek waar proefpersonen aan meedoen (basisprincipe = respect voor het individu)

  2. Vrijwilligheid: van mee doen aan onderzoek erg belangrijk, op basis van→)

  3. Informed consent: goed geïnformeerde beslissing of ze wel of niet mee willen doen aan het onderzoek. vereist een duidelijke voorlichtingen over het doel en de procedures van het onderzoek (!Let op eventuele verminderde wilsbekwaamheid en/of ziekte-inzicht)

  4. Misleiding: alleen toegestaan als dit noodzakelijk is voor het onderzoek

  5. Proefpersonen mogen te alle tijden stoppen met het onderzoek als dit consequenties voor hen geeft. Het belang individu prevaleert altijd voor het belang van het onderzoek)

  6. Efficient onderzoek: grootte steekproef? → poweranalyse

  7. Privacy (AVG)

    1. Toetsing via METC: voor al het medisch-wetenschappelijk onderzoek met mensen (WMO)

31
New cards

Informed consent

Goed geïnformeerde beslissing of ze wel of niet mee willen doen aan het onderzoek. vereist een duidelijke voorlichtingen over het doel en de procedures van het onderzoek (!Let op eventuele verminderde wilsbekwaamheid en/of ziekte-inzicht)

32
New cards