Termen wpo exame ecologie

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
Locked
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/31

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 10:55 PM on 8/28/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

32 Terms

1
New cards

Ecologie

bestudeert de interacties van organismen met hun

biotische en abiotische omgeving, die de distributie en

abundantie van soorten bepalen.

2
New cards

Ecologische hierarchie

  • Organismes: Een individu (Van een bepaalde soort)

  • Populatie: Groep individuen van een bepaalde soort die samenleven in een bepaald gebied

  • gemeenschap: twee of meer populaties van verschillende soorten die leven en interageren in een bepaald gebied.

  • Ecosysteem: gemeenschap + niet levende omgeving → interageren

Biosfeer: alle ecosystemen op aarde

3
New cards

Bioom

een relatief homogeen gebied met grote geografische uitgestrektheid waartussen ecologen/biogeografen duidelijke verschillen opmerken in flora en daarmee samenhangende fauna. →Worden bepaald door het klimaat

4
New cards

Ecotones

Overgangszones tussen biomen

5
New cards

Biocenose

Levensgemeenschap, alle organismen in een bepaald gebied

  • Zoöcenose: Dierengemeenschap

  • Fytocenose: Plantengemeenschap

  • Microbiocenose Microbiële gemeenschap (o.a. bacteriën en fungi)


6
New cards

Autotrofen

Organismen die zelf de organische stoffen produceren die ze nodig hebben.

  • otoautotroof Organismen die zelf chemische energie kunnen opslaan in een proces waarbij (zon)licht de energiebron is, zonder hulp van andere organismen

  • Chemoautotroof Organismen die zelf chemische energie kunnen opslaan uit oxidatieprocessen van anorganische stoffen, zonder hulp van andere organismen


7
New cards

Heterotrofen

Afhankelijk van andere organismen om zich te voeden.

  • Herbivoren (planteneters), carnivoren (vleeseters), omnivoren (alleseters)

  • Saprovoor = Organisme dat zich voedt met DOM in opgeloste vorm

  • Detrivoor = Organisme dat zich voedt met DOM in vaste vorm


8
New cards

Meta-populatie

= een groep ruimtelijk gescheiden populaties die zijn verbonden door een uitwisseling van individuen (emigratie – immigratie)

9
New cards

Deme

= populatie die deel is van een metapopulatie

10
New cards

Ecotone

is een overgangszone tussen twee ecosystemen, een overgangshabitat

11
New cards

gilde

groep soorten die dezelfde hulpbronnen exploiteert, of die verschillende hulpbronnen exploiteren op eenzelfde manier.

12
New cards

Tolerantie

= het vermogen van organismen om schommelingen in een abiotische factor te kunnen verdragen

13
New cards

eurytopisch

grote tolerantie- en optimumbreedte

14
New cards

stenotopisch

enge tolerantie- en optimumbreedte

15
New cards

Grinnelian niche

pre-interractief (potentiele niche), niche als habitat

16
New cards

Eltonian niche

Post interactieve niche (Gerealiseerde niche), Niche als plaats in de gemeenschap

17
New cards

Hutchinsonian niche

N- dimensionaal hypervolume waarbinnen de soort een leefbare populatie kan onderhouden. geen plaats maar een concept

18
New cards

Homeothermie

Constante lichaamstemperatuur

19
New cards

Poikilotherm

Wisselende lichaamstemperatuur

20
New cards

Endotherm

Maken zelf lichaamswarmte aan

21
New cards

Ectotherm

Hangen af van externe warmte

22
New cards

Unitair organisme

Zygote (individu) ontwikkelt, wordt geboren, groeit, wordt matuur, kent een vruchtbare periode, een periode van senescentie (= veroudering), en sterft. → Ontwikkeling is voorspelbaar

23
New cards

Modulair organisme

Ontwikkeling van de zygote (het individu) minder rechtlijnig, omdat er modules worden gevormd, en de organismen zijn opgebouwd uit een variabel aantal en eventueel verschillende types modules → Ontwikkeling modules is sterk afhankelijk van interactie met de omgeving → Ontwikkeling is on voorspelbaar

24
New cards

competitie

- -

De strijd binnen een populatie (intraspecifiek) of tussen twee populaties van verschillende soort (interspecifiek) om voedingsstoffen en water, om ruimte, of om licht, met gevolg dat de grootte van beide populaties negatief wordt beïnvloed (wederzijdse inhibitie).

25
New cards

Predatie

- +

Consumeren van individuen van een soort, door leden van, meestal, een andere soort, de predator

26
New cards

Epiparasieten

parasitaire planten die groeien op andere parasitaire planten van een andere soort.

27
New cards

halfparasiet of hemiparasiet

plantensoort die water en voedingsstoffen uit andere planten haalt, maar zelf ook aan fotosynthese doet

28
New cards

Holoparasiet

plantensoort die geen bladgroen maakt en volledig parasitair leeft op andere planten of schimmels

29
New cards

Mutualisme

+ +

Beide organismen halen voordeel uit de samenlevingsvorm en kunnen niet zonder elkaar

30
New cards

Commensalisme

Een individu heeft voordeel en het andere individu noch last, noch voordeel

31
New cards

Amensalisme

Het ene organisme ondervindt nadeel, terwijl de andere noch voor- noch nadeel ondervindt. (Juglon, walnootboom)

32
New cards

Proxies

Kenmerken die indirecte informatie geven over een ander kenmerk