Groepen & Teams

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
Locked
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/35

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 11:57 AM on 8/11/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

36 Terms

1
New cards

Een groep

2 of meer individuen die:

1⃣ Contact met elkaar hebben

2⃣ Wederzijds afhankelijk zijn (hebben invloed op elkaar)

2
New cards

Formele groepen

  • Ontstaan via een organisatie

  • Hebben een duidelijke structuur

  • Gericht op taak of doel

  • 📊 Voorbeeld: afdelingen, projectteams, werkgroepen

3
New cards

Informele groepen

  • Ontstaan spontaan

  • Niet officieel aangestuurd

  • Gericht op sociale steun of vriendschap

  • 💬 Voorbeeld: vriendengroepen, koffiepauzeclub, sportploeg

4
New cards

Groepsidentiteit

= het gevoel van verbondenheid en deel zijn van een groep

→ maakt deel uit van je zelfbeeld

Kenmerken:

  • Je voelt trots, schaamte of blijdschap als lid (niet enkel als individu)

  • Groepssucces = persoonlijk succes

  • Groepsfalen = persoonlijk verlies

  • Geeft houvast, betekenis en veiligheid

5
New cards

Wij–zij groepen

= het onderscheid tussen “wij” (ingroup) en “zij” (outgroup)

Wij-groep (ingroup): groep waartoe je behoort

Zij-groep (outgroup): groep waar je niet bij hoort

Kenmerken:

  • Versterkt banden binnen de eigen groep

  • Kan leiden tot rivaliteit, vooroordelen of discriminatie

  • Soms bewust aangewakkerd (bv. door politiek of media)

6
New cards

Relevantie van groepen & teams

  • 🤝 Samenwerking is overal

    • Mensen functioneren zelden alleen

    • Groepsprocessen beïnvloeden gedrag

  • 🔄 Zelfde principes gelden

    • In werkgroepen, teams, klassen, vriendengroepen …

  • 💬 Waarom belangrijk?

    • Beter inzicht in groepsdynamiek

    • Betere communicatie

    • Meer welzijn binnen de groep

7
New cards

Groepsvorming

= het proces van ontwikkeling binnen een groep, ook wel groepsdynamica genoemd.

8
New cards

Vijf-fasenmodel van groepsontwikkeling

🔢 Fase

💡 Kenmerken

💪 Ondersteuning

1⃣ Forming Oriëntatiefase

- Elkaar leren kennen 🤝- Enthousiasme & onzekerheid- Onzeker over doelen, rollen, leider

- Leiding nemen- Duidelijkheid & veiligheid bieden- Vragen stellen en structuur creëren

2⃣ Storming Conflict-/machtsfase

- Meningsverschillen 💥- Frustratie, irritatie, strijd om invloed- Productiviteit daalt tijdelijk

- Conflicten erkennen (normaal!)- Luisteren naar elkaar- Rollen en doelen verduidelijken

3⃣ Norming Stabilisatiefase

- Rust keert terug 🌤- Meer vertrouwen en begrip- Rollen en afspraken duidelijk

- Taken en verantwoordelijkheden verdelen- Teamspirit versterken- Samenwerking aanmoedigen

4⃣ Performing Prestatiefase

- Effectieve samenwerking 🚀- Openheid, vertrouwen- Focus op doel en kwaliteit

- Constructieve feedback geven- Successen vieren 🎉- Groei stimuleren

5⃣ Adjourning Afscheidsfase

- Taak is afgerond - Evaluatie, trots of gemis- Reflectie op proces

- Terugblik & waardering geven- Resultaten bespreken- Leerpunten meenemen voor toekomst

9
New cards

Rollen — Wie doet wat?

🔹 Soort

💬 Uitleg

💡 Voorbeeld

Formele rol

Officieel vastgelegd (functie/taak)

Teamleider, verpleegkundige, projectmanager

Informele rol

Spontaan ontstaan, sociaal bepaald

De sfeermaker, de bemiddelaar, de grappenmaker

Functionele rol

Draagt positief bij aan het groepsdoel

De planner die structuur aanbrengt

Niet-functionele rol

Stoort of belemmert het groepsproces

De afhaker, de dominante, de klager

10
New cards

Drie aspecten van rollen

Aspect

Betekenis

Voorbeeld

Rolperceptie

Hoe je zelf denkt dat je je moet gedragen

“Ik vind dat ik initiatief moet tonen.”

Rolverwachting

Hoe anderen vinden dat jij je moet gedragen

“De stagebegeleider verwacht dat ik zelfstandig werk.”

Rolconflict

Wanneer verwachtingen botsen

Jij denkt dat je moet leren, maar je leidinggevende verwacht dat je alles al kunt.

11
New cards

Intrarolconflict

  • tegenstrijdige verwachtingen binnen één rol

    → bv. een leerkracht moet streng én vriendelijk zijn

12
New cards

Interrolconflict:

  • verwachtingen tussen twee rollen botsen

    → bv. als ouder en werknemer: werk vraagt overuren, gezin verwacht aanwezigheid

13
New cards

Normen

= (Ongeschreven) gedragsregels over wat gewenst of ongewenst is in een groep.

14
New cards

Soorten normen:

Type norm

Betekenis

Voorbeeld

Prestatienorm

Hoe hard/preciezen je moet werken

“We leveren alles op tijd in.”

Sociale norm

Hoe je met elkaar omgaat

“We luisteren uit beleefdheid naar elkaar.”

Allocatienorm

Hoe middelen of taken verdeeld worden

“Iedereen krijgt evenveel werk.” of “Wie meer bijdraagt, krijgt meer beloning.”

15
New cards

Ontstaan van normen

  • Formeel: opgelegd door leiding of regels

    → bv. werktijden, veiligheidsregels

  • Informeel: spontaan ontstaan door gedrag van groepsleden (komt het meeste voor!)

    → bv. iedereen doet spontaan overuren, dus dat wordt ‘de norm’

16
New cards

Conformisme

→ Je past je gedrag aan de groepsnorm aan, zelfs als je het er niet mee eens bent.

17
New cards

Normvervaging:

De norm verschuift langzaam (“het was maar een grapje”)

→ Kan leiden tot ongewenst gedrag of grensoverschrijding (pesten, intimidatie, ...)

18
New cards

Status

= de sociale positie of rang die iemand krijgt binnen de groep

19
New cards

social loafing

Mensen doen minder moeite naarmate de groep groter wordt.

🧠 Bekend als het Ringelmann-effect (touwtrek-experiment).

Mogelijke oorzaken:

  • “Een ander zal het wel doen.”

  • Individuele bijdrage lijkt minder belangrijk.

Hoe vermijden?

  • Duidelijke groepsdoelen 🎯

  • Kleine groepen 👥

  • Competitie tussen teams 🆚

  • Evaluaties & zichtbare individuele inzet

  • Belonen van groepsprestaties 🏆

20
New cards

Cohesie

De mate van verbondenheid tussen groepsleden + motivatie om in de groep te blijven.

Prestatienormen

Cohesie

Resultaat

Hoog

Hoog

🔝 Hoge productiviteit (goede sfeer én inzet)

Hoog

Laag

Individuen presteren goed, maar weinig samenhang

Laag

Hoog

😅 Gezellig, maar lage prestaties (“vriendengroep”) → slechtste productiviteit

Laag

Laag

🚫 Slechte sfeer en lage productiviteit

21
New cards

Diversiteit

= Verschillen tussen groepsleden — zowel zichtbaar als onzichtbaar.

ffecten:

  • Kan leiden tot creativiteit & innovatie 💡

  • Maar ook tot misverstanden of conflicten

    Context en samenwerking bepalen of diversiteit positief of negatief uitwerkt.

22
New cards

Soorten diversiteit:

  • Oppervlakkige diversiteit: zichtbare kenmerken (leeftijd, geslacht, etniciteit…)

  • Diepe diversiteit: onzichtbare kenmerken (waarden, persoonlijkheid, overtuigingen…)

23
New cards

Voor- en nadelen van groepsbesluiten

Voordelen

  • 💡 Meer kennis & informatie → verschillende perspectieven samenbrengen

  • 🔍 Verschillende invalshoeken → bredere kijk op het probleem

  • 🤝 Meer draagvlak → beslissingen worden beter aanvaard, omdat iedereen mee beslist

🧭 Draagvlak = betrokkenheid en akkoord van de groep met de beslissing → meer motivatie & uitvoering.

Nadelen

  • Tijdrovend → overleg en discussie vragen meer tijd

  • 🧠 Conformisme → groepsdruk zorgt dat mensen meegaan met de meerderheid (zelf niet kritisch nadenken)

    → leidt tot groupthink

  • 🗣 Dominante leden → één persoon of subgroep kan overheersen

  • Onduidelijke verantwoordelijkheid → wie is verantwoordelijk bij fouten?

24
New cards

Groupthink

Wanneer groepsdruk en conformiteit ervoor zorgen dat leden hun eigen mening niet durven geven, wat leidt tot slechte beslissingen.

25
New cards

Technieken voor besluitvorming in groepen

Brainstormen

  • Vrij ideeën genereren in groep

  • Geen kritiek in de eerste fase → kwantiteit boven kwaliteit

  • Stimuleert creativiteit

  • Kan leiden tot production blocking = mensen wachten op hun beurt en vergeten hun idee of durven het niet zeggen


2⃣ Nominale Groepstechniek (NGT)

= Gestructureerde brainstorm waarbij ieder lid eerst individueel nadenkt, daarna ideeën deelt.

26
New cards

Wat is een team

Een team is een groep mensen die:

  • Samenkomt om doelen te verwezenlijken 🎯

  • Onderling afhankelijk is (iedereen nodig) 🤝

  • Intensief contact heeft

  • Weten wie de andere leden zijn

  • Complementaire functies & rollen vervult

Resultaat = collectief (meer dan som van individuen) 💥

27
New cards

Groep vs. Team

Groep

  • Contact en interactie

  • Wederzijdse beïnvloeding - gewoon mening of gedrag veranderen van collega

  • Individuele output, geen collectief doel

Team

  • Gemeenschappelijk doel

  • Interdependentie - elkaar écht nodig hebben!

  • Synergie → geheel > som van de delen 💫

28
New cards

Twee vormen van samenwerken

Situatie A: geen echt teamwerk

  • Iedereen werkt aan eigen dossier

  • Af en toe info delen

  • Eigen verantwoordelijkheid → als iemand valt, alleen eigen werk beïnvloed

    GEEN teamwerk

Situatie B: echt teamwerk

  • Samen één behandelplan opstellen

  • Beslissingen gezamenlijk nemen

  • Complementaire expertise → iedereen moet afstemmen

  • Als iemand wegvalt → proces vertraagt/verandert

29
New cards

Waarom teams?

Teams leveren:

  • Complexere, innovatieve en uitgebreide oplossingen 💡

  • Groter aanpassingsvermogen

  • Hogere productiviteit

  • Meer tevredenheid

📌 Vooral bij complexe taken, anders is teamwerk te duur/tijdrovend.

30
New cards

Werkgroep vs. Werkteam

Kenmerk

Werkgroep

Werkteam

Doel

Verschillend

Gedeeld

Interdependentie

Losjes verbonden

Sterk afhankelijk

Output

Som individuen

Teamniveau

Synergie

Neutraal

Positief

31
New cards

Effectief team

meer produceren of betere kwaliteit + tevreden teamleden

Effectieve teams → verschillende meetmanieren

  • objectieve maten v. teamproductiviteit

    • bv. snelheid v/d deadline behalen

  • beoordeling v. teamprestaties

  • gemiddele werktevredenehid teamleden

effectief team = produceert meer zelfde of betere kwaliteit & tevredener teamleden


Hoe creëer je effectieve teams?

  • Taken = voorkeur door teams worden uitgevoerd

  • Voorwaarden vervullen, ideale omstandigheden schepen

3 Bouwstenen:

  1. Samenstelling

  2. Proces

  3. Context

32
New cards

Samenstelling

Capaciteiten

  • Technisch/expertise

  • Probleemoplossing & besluitvorming

  • Interpersoonlijk

  • Complementair

Persoonlijkheid (Big Five)

→ voorspellen van

  • Consciëntieusheid

  • Openheid

  • Emotionele stabiliteit

  • Vriendelijkheid

  • Extraversie

Rollen

  • Duidelijkheid: wie doet wat, wanneer en waarom

  • Transparantie: verwachtingen expliciet

  • Rollen afstemmen op talenten

  • Functionele vs. niet-functionele rollen (Belbin)

33
New cards

Social loafing

  • Grote teams = meer kans op passiviteit

  • Kleine teams, duidelijke verantwoordelijkheid → minder risico

34
New cards

Teamprocessen

Gemeenschappelijk doel 🎯

  • Iedereen weet waarom team bestaat

  • Richting & focus

  • Verbondenheid → “wij werken aan hetzelfde”

  • Motivatie

Concrete doelstellingen

  • Vertaling van gemeenschappelijk doel → meetbare acties

  • Helpt verwachtingen afstemmen

  • Verantwoordelijkheid + individuele bijdrage

  • Voortgang zichtbaar → motivatie

  • Vermindert misverstanden/rolonduidelijkheid

Team efficacy 💪

35
New cards

Team efficacy

het gezamenlijke geloof van een team dat ze samen in staat zijn om succesvolle resultaten te behalen

g: zie hieronder

Teamcohesie 🤝

  • Verbondenheid tussen leden

  • Slechte cohesie → lagere prestatie

Gedeeld mentaal model 🧠

  • Gedeeld beeld van beste manier van werken & invloeden

  • Ontbreken → conflicten

Conflictniveau

  • Relationeel conflict → altijd slecht

  • Taakconflict → kan positief zijn

  • Belangrijk: manier van omgaan met conflict, vertrouwen

Sd

Uitleg: hoeveelheid conflicten maakt niet uit, het gaat hoe het team er mee omgaat!

36
New cards

Context

Adequate/geschikt hulpmiddelen

  • Informatie, software, personeel, administratie

Leiderschap & structuur

  • Richting, prioriteiten, verwachtingen

  • Helderheid over rollen & taken

  • Psychologische veiligheid

  • Ondersteunt coördinatie & ontwikkeling

  • Te veel/weinig structuur → frustratie

Sfeer van vertrouwen

  • Vertrouwen in elkaar & leider

  • Beslissingen durven nemen

  • Risico’s durven nemen

  • Feedback durven geven

Belonings- & beoordelingssysteem

  • Individueel belonen → competitie

  • Teamniveau → gezamenlijke doelen, bonussen, winstdeling