1/35
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Een groep
2 of meer individuen die:
1⃣ Contact met elkaar hebben
2⃣ Wederzijds afhankelijk zijn (hebben invloed op elkaar)
Formele groepen
Ontstaan via een organisatie
Hebben een duidelijke structuur
Gericht op taak of doel
📊 Voorbeeld: afdelingen, projectteams, werkgroepen
Informele groepen
Ontstaan spontaan
Niet officieel aangestuurd
Gericht op sociale steun of vriendschap
💬 Voorbeeld: vriendengroepen, koffiepauzeclub, sportploeg
Groepsidentiteit
= het gevoel van verbondenheid en deel zijn van een groep
→ maakt deel uit van je zelfbeeld
Kenmerken:
Je voelt trots, schaamte of blijdschap als lid (niet enkel als individu)
Groepssucces = persoonlijk succes
Groepsfalen = persoonlijk verlies
Geeft houvast, betekenis en veiligheid
Wij–zij groepen
= het onderscheid tussen “wij” (ingroup) en “zij” (outgroup)
Wij-groep (ingroup): groep waartoe je behoort
Zij-groep (outgroup): groep waar je niet bij hoort
Kenmerken:
Versterkt banden binnen de eigen groep
Kan leiden tot rivaliteit, vooroordelen of discriminatie
Soms bewust aangewakkerd (bv. door politiek of media)
Relevantie van groepen & teams
🤝 Samenwerking is overal
Mensen functioneren zelden alleen
Groepsprocessen beïnvloeden gedrag
🔄 Zelfde principes gelden
In werkgroepen, teams, klassen, vriendengroepen …
💬 Waarom belangrijk?
Beter inzicht in groepsdynamiek
Betere communicatie
Meer welzijn binnen de groep
Groepsvorming
= het proces van ontwikkeling binnen een groep, ook wel groepsdynamica genoemd.
Vijf-fasenmodel van groepsontwikkeling
🔢 Fase | 💡 Kenmerken | 💪 Ondersteuning |
|---|---|---|
1⃣ Forming Oriëntatiefase | - Elkaar leren kennen 🤝- Enthousiasme & onzekerheid- Onzeker over doelen, rollen, leider | - Leiding nemen- Duidelijkheid & veiligheid bieden- Vragen stellen en structuur creëren |
2⃣ Storming Conflict-/machtsfase | - Meningsverschillen 💥- Frustratie, irritatie, strijd om invloed- Productiviteit daalt tijdelijk | - Conflicten erkennen (normaal!)- Luisteren naar elkaar- Rollen en doelen verduidelijken |
3⃣ Norming Stabilisatiefase | - Rust keert terug 🌤- Meer vertrouwen en begrip- Rollen en afspraken duidelijk | - Taken en verantwoordelijkheden verdelen- Teamspirit versterken- Samenwerking aanmoedigen |
4⃣ Performing Prestatiefase | - Effectieve samenwerking 🚀- Openheid, vertrouwen- Focus op doel en kwaliteit | - Constructieve feedback geven- Successen vieren 🎉- Groei stimuleren |
5⃣ Adjourning Afscheidsfase | - Taak is afgerond ✅- Evaluatie, trots of gemis- Reflectie op proces | - Terugblik & waardering geven- Resultaten bespreken- Leerpunten meenemen voor toekomst |
Rollen — Wie doet wat?
🔹 Soort | 💬 Uitleg | 💡 Voorbeeld |
|---|---|---|
Formele rol | Officieel vastgelegd (functie/taak) | Teamleider, verpleegkundige, projectmanager |
Informele rol | Spontaan ontstaan, sociaal bepaald | De sfeermaker, de bemiddelaar, de grappenmaker |
Functionele rol | Draagt positief bij aan het groepsdoel | De planner die structuur aanbrengt |
Niet-functionele rol | Stoort of belemmert het groepsproces | De afhaker, de dominante, de klager |
Drie aspecten van rollen
Aspect | Betekenis | Voorbeeld |
|---|---|---|
Rolperceptie | Hoe je zelf denkt dat je je moet gedragen | “Ik vind dat ik initiatief moet tonen.” |
Rolverwachting | Hoe anderen vinden dat jij je moet gedragen | “De stagebegeleider verwacht dat ik zelfstandig werk.” |
Rolconflict | Wanneer verwachtingen botsen | Jij denkt dat je moet leren, maar je leidinggevende verwacht dat je alles al kunt. |
Intrarolconflict
tegenstrijdige verwachtingen binnen één rol
→ bv. een leerkracht moet streng én vriendelijk zijn
Interrolconflict:
verwachtingen tussen twee rollen botsen
→ bv. als ouder en werknemer: werk vraagt overuren, gezin verwacht aanwezigheid
Normen
= (Ongeschreven) gedragsregels over wat gewenst of ongewenst is in een groep.
Soorten normen:
Type norm | Betekenis | Voorbeeld |
|---|---|---|
Prestatienorm | Hoe hard/preciezen je moet werken | “We leveren alles op tijd in.” |
Sociale norm | Hoe je met elkaar omgaat | “We luisteren uit beleefdheid naar elkaar.” |
Allocatienorm | Hoe middelen of taken verdeeld worden | “Iedereen krijgt evenveel werk.” of “Wie meer bijdraagt, krijgt meer beloning.” |
Ontstaan van normen
Formeel: opgelegd door leiding of regels
→ bv. werktijden, veiligheidsregels
Informeel: spontaan ontstaan door gedrag van groepsleden (komt het meeste voor!)
→ bv. iedereen doet spontaan overuren, dus dat wordt ‘de norm’
Conformisme
→ Je past je gedrag aan de groepsnorm aan, zelfs als je het er niet mee eens bent.
Normvervaging:
De norm verschuift langzaam (“het was maar een grapje”)
→ Kan leiden tot ongewenst gedrag of grensoverschrijding (pesten, intimidatie, ...)
Status
= de sociale positie of rang die iemand krijgt binnen de groep
social loafing
Mensen doen minder moeite naarmate de groep groter wordt.
🧠 Bekend als het Ringelmann-effect (touwtrek-experiment).
Mogelijke oorzaken:
“Een ander zal het wel doen.”
Individuele bijdrage lijkt minder belangrijk.
Hoe vermijden?
Duidelijke groepsdoelen 🎯
Kleine groepen 👥
Competitie tussen teams 🆚
Evaluaties & zichtbare individuele inzet ✅
Belonen van groepsprestaties 🏆
Cohesie
De mate van verbondenheid tussen groepsleden + motivatie om in de groep te blijven.
Prestatienormen | Cohesie | Resultaat |
|---|---|---|
Hoog | Hoog | 🔝 Hoge productiviteit (goede sfeer én inzet) |
Hoog | Laag | ⚙ Individuen presteren goed, maar weinig samenhang |
Laag | Hoog | 😅 Gezellig, maar lage prestaties (“vriendengroep”) → slechtste productiviteit |
Laag | Laag | 🚫 Slechte sfeer en lage productiviteit |
Diversiteit
= Verschillen tussen groepsleden — zowel zichtbaar als onzichtbaar.
ffecten:
Kan leiden tot creativiteit & innovatie 💡
Maar ook tot misverstanden of conflicten ⚔
➡ Context en samenwerking bepalen of diversiteit positief of negatief uitwerkt.
Soorten diversiteit:
Oppervlakkige diversiteit: zichtbare kenmerken (leeftijd, geslacht, etniciteit…)
Diepe diversiteit: onzichtbare kenmerken (waarden, persoonlijkheid, overtuigingen…)
Voor- en nadelen van groepsbesluiten
Voordelen
💡 Meer kennis & informatie → verschillende perspectieven samenbrengen
🔍 Verschillende invalshoeken → bredere kijk op het probleem
🤝 Meer draagvlak → beslissingen worden beter aanvaard, omdat iedereen mee beslist
🧭 Draagvlak = betrokkenheid en akkoord van de groep met de beslissing → meer motivatie & uitvoering.
❌ Nadelen
⏳ Tijdrovend → overleg en discussie vragen meer tijd
🧠 Conformisme → groepsdruk zorgt dat mensen meegaan met de meerderheid (zelf niet kritisch nadenken)
→ leidt tot groupthink
🗣 Dominante leden → één persoon of subgroep kan overheersen
⚖ Onduidelijke verantwoordelijkheid → wie is verantwoordelijk bij fouten?
Groupthink
Wanneer groepsdruk en conformiteit ervoor zorgen dat leden hun eigen mening niet durven geven, wat leidt tot slechte beslissingen.
Technieken voor besluitvorming in groepen
Brainstormen
Vrij ideeën genereren in groep
Geen kritiek in de eerste fase → kwantiteit boven kwaliteit
➕ Stimuleert creativiteit
➖ Kan leiden tot production blocking = mensen wachten op hun beurt en vergeten hun idee of durven het niet zeggen
✍ 2⃣ Nominale Groepstechniek (NGT)
= Gestructureerde brainstorm waarbij ieder lid eerst individueel nadenkt, daarna ideeën deelt.
Wat is een team
Een team is een groep mensen die:
Samenkomt om doelen te verwezenlijken 🎯
Onderling afhankelijk is (iedereen nodig) 🤝
Intensief contact heeft
Weten wie de andere leden zijn
Complementaire functies & rollen vervult
➡ Resultaat = collectief (meer dan som van individuen) 💥
Groep vs. Team
Groep
Contact en interactie
Wederzijdse beïnvloeding - gewoon mening of gedrag veranderen van collega
Individuele output, geen collectief doel
✔ Team
Gemeenschappelijk doel
Interdependentie - elkaar écht nodig hebben!
Synergie → geheel > som van de delen 💫
Twee vormen van samenwerken
Situatie A: geen echt teamwerk
Iedereen werkt aan eigen dossier
Af en toe info delen
Eigen verantwoordelijkheid → als iemand valt, alleen eigen werk beïnvloed
➡ GEEN teamwerk
Situatie B: echt teamwerk
Samen één behandelplan opstellen
Beslissingen gezamenlijk nemen
Complementaire expertise → iedereen moet afstemmen
Als iemand wegvalt → proces vertraagt/verandert
Waarom teams?
Teams leveren:
Complexere, innovatieve en uitgebreide oplossingen 💡
Groter aanpassingsvermogen
Hogere productiviteit
Meer tevredenheid
📌 Vooral bij complexe taken, anders is teamwerk te duur/tijdrovend.
Werkgroep vs. Werkteam
Kenmerk | Werkgroep | Werkteam |
|---|---|---|
Doel | Verschillend | Gedeeld |
Interdependentie | Losjes verbonden | Sterk afhankelijk |
Output | Som individuen | Teamniveau |
Synergie | Neutraal | Positief |
Effectief team
meer produceren of betere kwaliteit + tevreden teamleden
Effectieve teams → verschillende meetmanieren
objectieve maten v. teamproductiviteit
bv. snelheid v/d deadline behalen
beoordeling v. teamprestaties
gemiddele werktevredenehid teamleden
→ effectief team = produceert meer zelfde of betere kwaliteit & tevredener teamleden
Hoe creëer je effectieve teams?
Taken = voorkeur door teams worden uitgevoerd
Voorwaarden vervullen, ideale omstandigheden schepen
3 Bouwstenen:
Samenstelling
Proces
Context
Samenstelling
Capaciteiten
Technisch/expertise
Probleemoplossing & besluitvorming
Interpersoonlijk
Complementair
✔ Persoonlijkheid (Big Five)
→ voorspellen van
Consciëntieusheid ✅
Openheid ✅
Emotionele stabiliteit ✅
Vriendelijkheid ✅
Extraversie ✅
✔ Rollen
Duidelijkheid: wie doet wat, wanneer en waarom
Transparantie: verwachtingen expliciet
Rollen afstemmen op talenten
Functionele vs. niet-functionele rollen (Belbin)
Social loafing
Grote teams = meer kans op passiviteit
Kleine teams, duidelijke verantwoordelijkheid → minder risico
Teamprocessen
Gemeenschappelijk doel 🎯
Iedereen weet waarom team bestaat
Richting & focus
Verbondenheid → “wij werken aan hetzelfde”
Motivatie
✔ Concrete doelstellingen
Vertaling van gemeenschappelijk doel → meetbare acties
Helpt verwachtingen afstemmen
Verantwoordelijkheid + individuele bijdrage
Voortgang zichtbaar → motivatie
Vermindert misverstanden/rolonduidelijkheid
✔ Team efficacy 💪
Team efficacy
het gezamenlijke geloof van een team dat ze samen in staat zijn om succesvolle resultaten te behalen
g: zie hieronder
✔ Teamcohesie 🤝
Verbondenheid tussen leden
Slechte cohesie → lagere prestatie
✔ Gedeeld mentaal model 🧠
Gedeeld beeld van beste manier van werken & invloeden
Ontbreken → conflicten
✔ Conflictniveau
Relationeel conflict → altijd slecht ❌
Taakconflict → kan positief zijn ✅
Belangrijk: manier van omgaan met conflict, vertrouwen
Sd
Uitleg: hoeveelheid conflicten maakt niet uit, het gaat hoe het team er mee omgaat!
Context
Adequate/geschikt hulpmiddelen
Informatie, software, personeel, administratie
✔ Leiderschap & structuur
Richting, prioriteiten, verwachtingen
Helderheid over rollen & taken
Psychologische veiligheid
Ondersteunt coördinatie & ontwikkeling
Te veel/weinig structuur → frustratie
✔ Sfeer van vertrouwen
Vertrouwen in elkaar & leider
Beslissingen durven nemen
Risico’s durven nemen
Feedback durven geven
✔ Belonings- & beoordelingssysteem
Individueel belonen ❌ → competitie
Teamniveau ✅ → gezamenlijke doelen, bonussen, winstdeling