1/45
Flashcards die kernbegrippen uit de cursus samenvatten als vocabulaire met definities.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Strategisch management
Het proces van het formuleren, implementeren en evalueren van langetermijnplannen om de doelstellingen van een organisatie te bereiken; cyclisch en continu.
Management
Een proces van sturen en beheersen van mensen of een organisatie om vooraf gestelde doelen te bereiken, met planning, organisatie, leiding en controle.
Continuïteitskring
Een cyclisch model van vijf stappen: doelbepaling, strategische planning, waardetoe-eigening (waardedistributie), implementatie en evaluatie/bijsturing, gericht op continuïteit.
Randvoorwaarden Continuïteitskring
Belangrijke randvoorwaarden zoals omgevingscontext, klantgerichtheid en maatschappelijke uitdagingen die succes bepalen.
Omgeving en alignering
De externe en interne context waarin een organisatie opereert; afstemmen (aligneren) van strategie en organisatie op die omgeving.
De strategische driehoek
Raamwerk met drie hoeken: wenselijke toekomst (waar willen we heen?), mogelijke toekomst (waar kunnen we heen?), noodzakelijke toekomst (wat moeten we doen?).
Missie
De bestaansreden van een organisatie; kan strategische en culturele elementen combineren, vaak in combinatie met waarden en doelen.
Ashridge-model
Een missie-model dat vier componenten combineert: doelen, waarden, strategie en cultuur (gedragsnormen) voor een holistische missie.
Visie
Een inspirerend toekomstbeeld van wat de organisatie op lange termijn wil bereiken; fungeert als kompas.
Doelstellingen (SMART)
Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch en Tijdsgebonden doelstellingen.
Balanced Scorecard
Een strategisch managementinstrument met vier perspectieven (financieel, klant, interne processen, leren en groei) om strategie naar meetbare prestaties te vertalen.
Leading indicators
Voorlopige, vroegtijdige indicatoren die toekomstige prestaties voorspellen.
Lagging indicators
Achteraf gemeten uitkomsten die laten zien wat er al is gerealiseerd.
Vier perspectieven van BSC
Financieel, Klant, Interne processen, Leren en groei.
Financieel perspectief
Kijkt naar financiële gezondheid en winstgevendheid; vaak ROI, kasstroom, marge.
Klantperspectief
Klanttevredenheid, loyaliteit, marktaandeel en klantwaardepropositie.
Interne processen perspectief
Kwaliteit en efficiëntie van operationele processen; innovatie en procesverbetering.
Leren en groei perspectief
Inzet op medewerkers, IT en cultuur; innovatievermogen en langetermijnontwikkeling.
Design Thinking
Mensgerichte, iteratieve benadering van probleemoplossing die behoefte van gebruikers centraal stelt.
Design Thinking fasen
Empathize, Define, Ideate, Prototype, Test – vijf kernfasen van het proces.
Design Science
Systematische ontwikkeling van kennis en oplossingen; iteratief, met focus op context en bewijs.
Lean Startup
Innovatiemethode die risico’s vermindert door snel MVP’s te bouwen, te testen en te leren.
Minimum Viable Product (MVP)
De eenvoudigste versie van een product die toelaat om snel waardevolle marktfeedback te verzamelen.
Build-Measure-Learn
Iteratieve cyclus van bouwen, meten en leren om hypotheses te valideren en bij te sturen.
Causation vs Effectuation
Causation: doelgericht plannen met vooraf gedefinieerde doelen; Effectuation: handelen met aanwezige middelen om toekomst te creëren.
Bird-in-Hand
Begin met wat je hebt: zelf, kennis en netwerk, en handel daarop voort.
Affordable Loss
Stel een aanvaardbaar verlies vast en baseer investeringen op wat je bereid bent te verliezen.
Lemonade
Omarm toevalligheden en gebruik onverwachte kansen in het proces.
Crazy-Quilt
Vorm partnerschappen met anderen die commitment tonen bij gezamenlijke creatie van de toekomst.
Pilot-in-the-Plane
Beheers het beheersbare: focus op wat binnen jouw controle ligt en beïnvloedt.
Customer Segments
Klantgroepen die een product of dienst bedient; verschillende segmenten kunnen verschillende behoeften hebben.
Value Propositions
Unieke voordelen en waarden die een product of dienst biedt aan klanten.
Channels
Manieren waarop een bedrijf zijn producten/diensten aan klanten levert en communiceert.
Customer Relationships
Soorten relaties met klanten (persoonlijk, geautomatiseerd, co-creatie, communities).
Revenue Streams
De verschillende manieren waarop een bedrijf inkomsten genereert per klantsegment.
Key Resources
Kernmiddelen (fysiek, intellectueel, menselijk, financieel) die nodig zijn om het model te laten werken.
Key Activities
Belangrijke activiteiten die een bedrijf moet uitvoeren om waarde te leveren.
Key Partnerships
Netwerk van leveranciers en samenwerkingspartners die risico’s verminderen en middelen aanvullen.
Cost Structure
Kosten die verbonden zijn aan het bedrijfsmodel; vaste vs. variabele kosten en schaalvoordelen.
Value Proposition Canvas
Tool die klantprofiel en waardepropositie koppelt om fit te kiezen tussen behoeften en aanbod.
Customer Profile
Onderdeel van het Value Proposition Canvas met Customer Jobs, Pains en Gains.
Pain Relievers
Manieren waarop producten/diensten klantpijnen verlichten.
Gain Creators
Manieren waarop producten/diensten klantvoordelen realiseren.
Goede fit
De optimale afstemming tussen klantprofiel en waardepropositie.
Cynefin-model
Framework met vijf domeinen (Simple, Complicated, Complex, Chaotic, Disorder) om situaties te plaatsen en passende aanpak te kiezen.
VUCA-omgeving
Volatile, Uncertain, Complex, En Ambiguous; kenmerken van de hedendaagse bedrijfsomgeving.