methode herexamens

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
Locked
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/200

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 10:01 AM on 7/28/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

201 Terms

1
New cards

Geef de vind niet wetenschappelijke methodes:

Vasthoudendheid, intuïtie, autoriteit, rationaliteit, empirie

2
New cards

Geef de twee niet wetenschappelijke methode die wel cruciale componenten zijn in de wetenschappelijke methode

Rationalisme, empirie

3
New cards

Wat is het doel van de wetenschappelijke methode

Zo accuraat mogelijke antwoorden bekomen

4
New cards

Geef de vijf stappen van de wetenschappelijke methode

Observatie van gedrag/fenomenen, hypothese vormen, predictie vormen, evalueer predictie met systematische observatie, gebruik observatie om de hypothese te ondersteunen/weerleggen/herspecifieren

5
New cards

Hoe een soort verklaring is een hypothese

Mogelijke verklaring

6
New cards

Hoe een soort proces is de wetenschappelijke methode

Circulair proces

7
New cards

Geef de drie principes van de wetenschappelijke methode

Empirisch, openbaar, objectief

8
New cards

Wat kan een oplossing zijn voor het objectief houden van de wetenschappelijke methode

Blinde procedures

9
New cards

Wat is een verschil tussen wetenschap en pseudowetenschap

Ontbreekt empirische evidentie, geen toetsbare/weerlegbare hypothese, gebaseerd op subjectief bewijs, stagneerd, niet gegrond in vorig onderzoek

10
New cards

Geef de tien stappen van de empirische cyclus

Ontwikkel interessante vraag, vorm hypothese, bepaald hoe je variabelen definieerde en meet, identificeer participanten, selecteer onderzoek strategie, selecteer onderzoeksdesign, dataverzameling, evalueer data obv statische methode, rapporteer data, verfijn onderzoeksidee

11
New cards

Wat zijn de vier criteria voor een goede hypothese

Logisch, toetsbaar, weerlegbaar, positief

12
New cards

Wat is een onafhankelijke variabelen

De variabelen die je manipuleert

13
New cards

Wat is de afhankelijke variabelen

De variabelen die je meet

14
New cards

Wat is een concrete variabelen

Direct observeerbare en eenvoudig te meten variabelen

15
New cards

Wat is de abstracte variabelen

Niet direct observeerbare en complexer te meten variabelen

16
New cards

Wat is een theorie

Mechanisme onderliggend aan bepaald gedrag

17
New cards

Wat is een construct

Hypothethisch entiteiten die het gedrag in de theorie helpen verklaren en voorspellen

18
New cards

Wat is het externe stimuli

Factoren die het construct beïnvloede

19
New cards

Wat is het externe gedrag

Gedrag dat door het construct beïnvloed wordt

20
New cards

Wat is de procedure om indrirecte variabelen te meten en definiëren die niet direct meetbaar zijn.

Operationele definitie

21
New cards

Is de operationalitie hetzelfde als het construct?

Nee

22
New cards

Wat is validiteit

Meet onze meting wat het beoogd te meten

23
New cards

Wat is de validiteit waar we kijken of het meet wat het lijkt te meten

Indruk validiteit

24
New cards

Wat is de validiteit die gaat vergelijken met andere

Concurrente validiteit

25
New cards

Wat is de validiteit die gaat kijken of die hetzelfde meet als dat we zouden voorspellen

Predictieve validiteit

26
New cards

Wat is de validiteit die gaat kijken of hetzelfde wordt gemeten als we verwachten dat het construct zich gaat behandelen

Construct validiteit

27
New cards

Wat is de validiteit die hetzelfde construct maar andere meting meet en sterk met elkaar correleren

Convergente validiteit

28
New cards

Wat is de validitiet die verschillende constructen meet en weinig correleren

Divergente validiteit

29
New cards

Wat is betrouwbaarheid

Identieke resultaten opleveren wanneer ze herhaaldelijk gedaan worden

30
New cards

Wat kan zorgen voor fouten in de betrouwbaarheid

Proeflezer, omgeving, participant

31
New cards

Soort betrouwbaarheid. Dezelfde test andere keer opnieuw doen

Test hertest betrouwbaarheid

32
New cards

Soort betrouwbaarheid. Dezelfde test doen met andere beoordelaars

Interbeoordelaarsovereenkomst

33
New cards

Soort betrouwbaarheid. In hoeverre er correlatie is tussen vragen/items due samen 1 construct meten

Interne consistentie

34
New cards

Soort betrouwbaarheid: items in twee delen splitsen en correlatie tussen de scores op beide helften berekenen

Split half betrouwbaarheid

35
New cards

Wat is de relatie tussen vertouwbaarheid en validiteit

Betrouwbaarheid is een voorwaarde voor validiteit

36
New cards

Wat is de nominale meetschaal

Gelijk of verschillend

37
New cards

Wat is de ordinale meetschaal

Geordende reeks, zegt niks over grootte

38
New cards

Wat is de interval meetschaal

Geordende reeks, dezelfde grootte, geen nulpunt

39
New cards

Wat is de ratio meetschaal

Geordende reeks, dezelfde grootte, nulpunt

40
New cards

Drie indexen die zorgen voor de beste externe gedrag voor onderliggend construct:

Zelfrapportage, fysiologie, gedragsmaten

41
New cards

Positieve eigenschappen van zelfraportage

Direct manier om construct te bevragen, individu als expert over zichzelf

42
New cards

Negatieve eigenschappen zelfraportage

Subjectief, sociaal wenselijk, invloed van proefleider (impact validiteit)

43
New cards

Positieve eigenschappen fysiologie

Objectief

44
New cards

Negatieve eigenschappen fysiologie

Apparatuur nodig, leiden tot artificiële context, veel gebruikt van constructen

45
New cards

Positieve eigenschappen gedragsmaten

Zeer breed

46
New cards

Negatieve eigenscha^pen gedragsmaten

Situationeel bepaald

47
New cards

Positief en negatieve eigenschappen multiple metingen

Verhoogd validiteit, statistische analyse complexer en metingen kunnen elkaar tegenspreken

48
New cards

Wat is sensitiviteit

Meting moet gevoelig genoeg zijn om type en grootte van de verwachte verandering te pakken

49
New cards

Wat is range effect

Scores zijn geclusterd aan één uiteinde van de meting

50
New cards

Wat zijn artefacten

Externe factoren die de meting kan beïnvloede/vertekenen

51
New cards

Wat is de proefleider bias

Verwachtingen kunnen meting beïnvloede

52
New cards

Wat is de oplossing voor proefleider bias

Single/double blinde experiment

53
New cards

Wat is participant reactiviteit

Participanten die weten dat ze geobserveerd worden kunnen onverwacht reageren

54
New cards

Wat is vraagkaraketeristieken

De onderzoeksgegevens geeft vaak cues die suggereren wat het doel is van de studie

55
New cards

Vier rollen vraagkaraketristieken: good subject rol

Gedrag stellen dat de hypothese bevestigd

56
New cards

Negatieve subject rol

Gedrag stellen dat de hypothese ontkracht

57
New cards

Apprehensive subject rol

Sociaal wenselijk gedrag in de plaats van waarheidsgetrouw

58
New cards

Faithful subject rol

Laten zich niet beïnvloeden

59
New cards

In welke studies zijn vraagkarkateristieken en participant reactiviteit vooral een probleem

Laboratorium studies

60
New cards

Oplossingen voor vraagkarakteristieken en participant reactivitiet

Veldstudies, misleiden, gerust stellen

61
New cards

Indien de steekproef andere karakteristieken heeft dan de populatie hebben we te maken met een

Steekproef bias

62
New cards

Van wat is een steekproef bias vaak het gevolg

Selectiebias

63
New cards

Wat is een selectiebias

Individuen worden geselecteerd op een manier die de kans vergroot op het verkrijgen van een gebiaste steekproef

64
New cards

Twee methode van steekproeftrekking

Probability en nonprobability sampling

65
New cards

De drie voorwaarde voor probability sampling te doen

De exacte grootte van de populatie is gekend, gespecificeerde kans om geselecteerd te worden, selectie is random proces

66
New cards

Methodes van probability sampling

Simpel random sampling, systematische. Sampling, gestratificeerde random sampling, proportionele gestratificeerde random sampling, cluster sampling

67
New cards

Twee voorwaarde van simpel random sampling

Evenveel kans om geselecteerd te worden, elke selectie is onafhankelijk van andere selecties

68
New cards

Twee methode van random sampling

Met teruglegging, zonder teruglegging

69
New cards

Wat is systematische sampling

Dezelfde procedure als simpel random sampling voor 1ste individu en wordt de N/nde individu steeds geselecteerd

70
New cards

Voordelen nadelen van systematische sampling

Minder random, garandeerd hoge mate representativitiet

71
New cards

Drie stappen van gestratificeerde random sampling

1 identificeerd subgroepen 2 selecteer random steekproeven van vergelijkbare grootte uit elk van deze subgroepen 3 combineer de subgroepen tot 1 steekproef

72
New cards

Vier stappen proportionele gestratificeerde random sampling

1 identificeer subgroepen 2 identificeer proportie in populatie van subgroepen 3 selecteer random steekproeven uit subgroepen die de proportie respecteren 4 combineer subgroepen tot 1 steekproef

73
New cards

Wat si cluster sampling

Groepen selecteren in de plaats van individuen

74
New cards

Voordelen en nadelen cluster sampling

Snel en eenvoudig, niet onafhankelijk

75
New cards

Wanneer doe je het best non probability sampling

Wanneer de kans om een individu te selecteren niet gekend is

76
New cards

Methode van nonprobability sampling

Convenience sampling, quota sampling

77
New cards

Wat is convenience sampling

Steekproef gebruiken waar we toegang toe hebben

78
New cards

Voordeel nadeel convenience sampling

Grootte kans op steekproef bias, snel goedkoop en minder tijdsintensief

79
New cards

Wat is quota sampling (in woorden van probability sampling)

Gestratificeerde sampling maar niet random

80
New cards

Wat doet quota sampling

Quota zetten op het aantal individuen dat geselecteerd moet worden uit elke subgroepen

81
New cards

Wat is een onderzoekstrategie

Algemene aanpak en doel van een onderzoek

82
New cards

Soorten onderzoeksstrategieen

Beschrijvend, correlationeel, experimenteel, quasi experimenteel, non experimenteel

83
New cards

Wat is een beschrijvende onderzoeksstrategie

Onderzoekt/beschrijft individuele variabelen zonder manipulatie

84
New cards

Wat is correlationeel onderzoekstrategie

Onderzokes relaties tussen variabelen zonder manipulatie

85
New cards

Wat geeft de correlationele onderzoeksstrategie niet

Geen causale uitspraken

86
New cards

Wat is een onderzoeksdesign

Algemeen plan om de onderzoeksstrategie toe te passen

87
New cards

Wat is de onderzoeksprocedure

Gedetailleerd stap voor stap plan van hoe je de studie zal uitvoeren

88
New cards

Wat is interne en externe validiteit

Meet onze studie wat ze beoogd te meten

89
New cards

Minstens drie soorten van generalisatie, elk met bedreigingen voor de externe validiteit

Van steekproef naar populatie, van de ene studie naar de andere, van studie naar de real word

90
New cards

Bedreigingen op de externe validiteit op niveau van de participant

Selectiebias, studenten, vrijwilliger bias, participant karakteristieken, cross diersoort generalisatie

91
New cards

Bedreigingen op externe validiteit op basis van kenmerken van een studie

Novelty effect, multiple treatment interference, proefleider karakteristieken

92
New cards

Wat is novelty effect

Deelname aan wetenschappelijke studie is meestal nieuw, opwindend, beangstigend

93
New cards

Wat is multiple treatment interference

Als deelname aan series van condities kan de ervaring met een vorige condities een effect hebben op de volgende conditie

94
New cards

Bedreiging van de externe validiteit op niveau van de kenmerken van de metingen

Sensitisatie, generaliseerbaarheid over verschillende mogelijke metingen van variabelen, meetmoment

95
New cards

Wat is sensitisatie

De meting zelf verandert de participant waardoor die zich anders gedraagt

96
New cards

Wat zijn extraneous variabelen

Bijkomende variabelen, deel van de studie, maar worden niet direct onderzocht

97
New cards

Wat zijn confouding variabelen

Storende variabelen, beïnvloede of vertekenen de resultaten

98
New cards

Drie categorieën van confouding variabelen

Omgevingsvariablen, participant variabelen, tijdgerelateerde variabelen

99
New cards

Wat is een bedreiging voor de interne en de externe validiteit

Artefacten

100
New cards

Wat zijn de vier basiselementen van een experimentele studie

Manipulatie, meting, vergelijking, controle