Kaarten: Mondeling WIT 5 | Quizlet

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
Locked
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/84

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 2:55 PM on 6/11/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

85 Terms

1
New cards

Wat is leiderschap?

De invloed die iemand uitoefent op het functioneren van de groep.

2
New cards

Wat doet een leider binnen een groep?

Groepsleden beïnvloeden.

3
New cards

Wat helpt een leider de groep te doen?

Haar doelstellingen bereiken.

4
New cards

Wat ondersteunt een leider binnen de groep?

De groepsontwikkeling.

5
New cards

Wat bewaakt een leider?

Het groepsproces.

6
New cards

Wat is formeel leiderschap?

Leiderschap waarbij de leider officieel aangeduid is.

7
New cards

Geef voorbeelden van formeel leiderschap.

Leerkracht, afdelingshoofd en teamverantwoordelijke.

8
New cards

Wat kenmerkt een formele leider?

Een erkende positie binnen de groep.

9
New cards

Wat is informeel leiderschap?

Leiderschap dat spontaan ontstaat vanuit de interacties tussen groepsleden.

10
New cards

Heeft een informele leider een officiële functie?

Nee.

11
New cards

Waaruit ontstaat informeel leiderschap?

Uit de interacties tussen groepsleden.

12
New cards

Waarover heeft de groepsleider aandacht?

Voor de taak en voor het proces.

13
New cards

Wat doet de leider met de doelstellingen?

Ze verduidelijken.

14
New cards

Wat doet de leider op vlak van structuur?

Structuur bieden.

15
New cards

Wat bewaakt de leider op taakniveau?

De tijd.

16
New cards

Wat organiseert de leider?

De werkwijze.

17
New cards

Wat voorziet de leider om structuur te bieden?

Een duidelijke agenda.

18
New cards

Wat biedt de leider aan de groep?

Informatie.

19
New cards

Wat ondersteunt de leider op taakniveau?

De besluitvorming.

20
New cards

Wat stimuleert de leider op procesniveau?

Communicatie.

21
New cards

Wat bevordert de leider op procesniveau?

Samenwerking.

22
New cards

Wat ondersteunt de leider met betrekking tot de groep?

De groepsontwikkeling.

23
New cards

Wat bewaakt de leider op procesniveau?

De veiligheid.

24
New cards

Wat stimuleert de leider met betrekking tot groepsleden?

Participatie.

25
New cards

Wat bevordert de leider binnen de groep?

Cohesie.

26
New cards

Waarmee gaat de leider om?

Conflicten.

27
New cards

Waarmee houdt de leider rekening?

Weerstand.

28
New cards

Welke interventies kan de begeleider uitvoeren op inhoudsniveau?

Informatie geven.

29
New cards

Welke interventie kan de begeleider nog uitvoeren op inhoudsniveau?

Verduidelijkingen aanbrengen.

30
New cards

Welke interventie helpt om de essentie samen te vatten?

Samenvatten.

31
New cards

Wat kan de begeleider verduidelijken op inhoudsniveau?

Doelstellingen.

32
New cards

Wat kan de begeleider leggen tussen verschillende elementen?

Verbanden.

33
New cards

Welke interventie hoort bij het procedureniveau?

Structuur aanbieden.

34
New cards

Wat kan de begeleider bepalen op procedureniveau?

Werktijden.

35
New cards

Wat bewaakt de begeleider op procedureniveau?

De tijd.

36
New cards

Wat kan de begeleider kiezen op procedureniveau?

Werkvormen.

37
New cards

Wat kan de begeleider opstellen op procedureniveau?

Een agenda.

38
New cards

Wat kan de begeleider maken op procedureniveau?

Afspraken.

39
New cards

Welke interventie kan de begeleider uitvoeren op interactieniveau?

Een goede kennismaking organiseren.

40
New cards

Wat stimuleert de begeleider op interactieniveau?

Open communicatie.

41
New cards

Hoe kan de begeleider participatie verhogen?

Door subgroepen te gebruiken.

42
New cards

Wat bevordert de begeleider op interactieniveau?

Veiligheid en vertrouwen.

43
New cards

Wat voorziet de begeleider regelmatig?

Evaluatiemomenten.

44
New cards

Welke reflecties kan de begeleider geven?

Procesmatige reflecties.

45
New cards

Wat kan de begeleider bespreekbaar maken?

Verborgen thema's.

46
New cards

Welke interventie voert de begeleider uit op bestaansniveau?

Acceptatie tonen.

47
New cards

Wat geeft de begeleider aan groepsleden?

Erkenning.

48
New cards

Welke belangrijke interventie hoort bij het bestaansniveau?

Feedback geven.

49
New cards

Welke interventie bevordert zelfinzicht?

Confronteren.

50
New cards

Wat stimuleert de begeleider op bestaansniveau?

Openheid.

51
New cards

Welke sfeer creëert de begeleider?

Een veilige sfeer.

52
New cards

Wie beschermt de begeleider indien nodig?

Groepsleden.

53
New cards

Wat moet de groepsleider doen met zijn leiderschapsstijl?

Ze aanpassen aan de groep.

54
New cards

Wat moet de begeleider juist inschatten?

De ontwikkelingsfase van de groep.

55
New cards

Wat stimuleert de begeleider?

De groepsontwikkeling.

56
New cards

Waarmee houdt de begeleider rekening?

Groepsafweer.

57
New cards

Voor welke gevoelens heeft de begeleider aandacht?

Achterliggende gevoelens van bedreiging.

58
New cards

Waaraan past de begeleider zijn leiderschapsstijl aan?

Aan de groep.

59
New cards

Horen kritiek en weerstand bij groepsprocessen?

Ja.

60
New cards

Hoe gaat de groepsleider om met kritiek?

Hij accepteert kritiek.

61
New cards

Laat de groepsleider kritiek toe?

Ja.

62
New cards

Hoe beschouwt de leider kritiek?

Als een constructieve poging tot verbetering.

63
New cards

Hoe gaat de leider om met weerstand?

Door ermee om te gaan en indien nodig aanpassingen te doen.

64
New cards

Wat kan de groepsleider aanpassen?

Het programma of de leiderschapsstijl.

65
New cards

Heeft de leider een voorbeeldfunctie?

Ja.

66
New cards

Wat straalt een goede leider uit?

Bezieling en enthousiasme.

67
New cards

Wat toont een goede leider tegenover groepsleden?

Empathie.

68
New cards

Welke eigenschap betekent dat woorden en gedrag overeenstemmen?

Congruentie.

69
New cards

Welke eigenschap betekent echt en oprecht zijn?

Authenticiteit.

70
New cards

Hoe handelt een goede leider tegenover anderen?

Respectvol.

71
New cards

Waarop spreekt een goede leider groepsleden aan?

Hun positieve kwaliteiten.

72
New cards

Wat is een beschermingsinterventie?

Een speciale interventie waarbij de begeleider een groepslid beschermt.

73
New cards

Wie neemt de groepsbegeleider in bescherming?

Iemand die te veel in de schijnwerpers staat.

74
New cards

Wie beschermt de begeleider nog?

Iemand die te veel kritiek krijgt.

75
New cards

Waartegen ondersteunt de begeleider groepsleden?

Tegen zware groepsdruk.

76
New cards

Wat helpt de begeleider behouden?

Identiteit en autonomie.

77
New cards

Wat creëert een goede groepsleider?

Veiligheid.

78
New cards

Wat bevordert een goede groepsleider?

Vertrouwen.

79
New cards

Wat stimuleert een goede groepsleider?

Open communicatie.

80
New cards

Wat ondersteunt een goede groepsleider?

De groepsontwikkeling.

81
New cards

Wat bevordert een goede groepsleider nog?

Cohesie.

82
New cards

Wat accepteert een goede groepsleider? Verschillen.

83
New cards

Hoe gaat een goede groepsleider om met conflicten?

Constructief.

84
New cards

Wat biedt een goede groepsleider aan groepsleden?

Erkenning.

85
New cards

Welke twee elementen combineert een goede groepsleider?

Aandacht voor taak en aandacht voor proces.