Nucleïnezuren, celcyclus en celdelingen (p. 11 -23 9.5. Meiose of reductiedeling)

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
Locked
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/382

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 1:54 PM on 3/8/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

383 Terms

1
New cards

Wat is een karyogram?

Een geordende chromosomenkaart van een cel, gerangschikt volgens grootte en vorm.

<p>Een geordende chromosomenkaart van een cel, gerangschikt volgens grootte en vorm.</p>
2
New cards
<p>Wanneer kan men chromosomen fotograferen voor een karyogram?</p>

Wanneer kan men chromosomen fotograferen voor een karyogram?

Tijdens late profase of metafase van de celdeling.

<p>Tijdens late profase of metafase van de celdeling.</p>
3
New cards

Wat is een karyotype?

Een ander woord voor karyogram of chromosomenkaart.

<p>Een ander woord voor karyogram of chromosomenkaart.</p>
4
New cards

Hoe worden chromosomen in een karyogram gerangschikt?

Van groot naar klein, per homologe paar.

5
New cards

Wat zijn homologe chromosomen?

Chromosomen met dezelfde grootte, vorm en genen op dezelfde plaats.

paren van overeenkomstige chromosomen in een diploïde cel, waarbij één exemplaar van de moeder en één van de vader afkomstig is

<p>Chromosomen met dezelfde grootte, vorm en genen op dezelfde plaats.</p><p><span><strong><span>paren van overeenkomstige chromosomen in een diploïde cel, waarbij één exemplaar van de moeder en één van de vader afkomstig is </span></strong></span></p>
6
New cards

Waar staan de geslachtschromosomen in een karyogram?

Rechtsonder.

7
New cards

Welke chromosomen bepalen het geslacht?

De geslachtschromosomen X en Y.

8
New cards

Wat is het karyogram van een normale man?

46, XY.

9
New cards

Wat is het karyogram van een normale vrouw?

46, XX.

10
New cards

Welk geslachtschromosoom is groter: X of Y?

Het X-chromosoom.

11
New cards

Welk chromosoom bevat meer genen: X of Y?

👉 Het X-chromosoom bevat meer genen dan het Y-chromosoom.



12
New cards

Komen afwijkende karyogrammen voor?

Ja, bij genoommutaties.

13
New cards

Is het aantal chromosomen per soort constant?

Ja, elke soort heeft een vast, karakteristiek aantal.

14
New cards

Wat betekent het diploïde aantal (2n)?

Het totale aantal chromosomen in lichaamscellen.

15
New cards

Wat is het diploïde aantal chromosomen bij de mens?

2n = 46.

16
New cards

Wat betekent het haploïde aantal (n)?

De helft van het diploïde aantal chromosomen.

17
New cards

In welke cellen is het haploïde aantal aanwezig?

in gameten (eicellen en zaadcellen).


<p>in gameten (eicellen en zaadcellen).</p><p></p>
18
New cards

Wat is het haploïde aantal chromosomen bij de mens?

n = 23.

19
New cards

Waarom is het aantal chromosomen meestal een even getal?

Omdat chromosomen in homologe paren voorkomen.

20
New cards

Zijn vorm en grootte van chromosomen soortspecifiek?

Ja.

21
New cards

Hoeveel chromosomen heeft de mens (2n)?

46

22
New cards

Wat zijn homologe chromosomen?

Twee chromosomen met dezelfde lengte, vorm en genen op dezelfde plaats.

<p>Twee chromosomen met dezelfde lengte, vorm en genen op dezelfde plaats.</p>
23
New cards

Hebben homologe chromosomen identieke informatie?

Nee, wel informatie van dezelfde aard.

24
New cards
<p>Wat zijn allelen?</p>

Wat zijn allelen?

Verschillende versies van hetzelfde gen.

<p>Verschillende versies van hetzelfde gen.</p>
25
New cards

Waarvoor kunnen homologe chromosomen verschillende informatie dragen?

Bijvoorbeeld oogkleur (bruin vs blauw).

26
New cards

van wie erf je homologe chromosomen?

Eén van de moeder en één van de vader.

27
New cards

Wat betekent diploïd (2n)?

De cel bevat homologe chromosomenparen. (=twee sets chromosomen)

28
New cards
<p>Wat betekent haploïd (n)?</p>

Wat betekent haploïd (n)?

De cel bevat geen homologe chromosomenparen.

<p>De cel bevat geen homologe chromosomenparen.</p>
29
New cards
<p>Zijn lichaamscellen diploïd of haploïd?</p>

Zijn lichaamscellen diploïd of haploïd?

Diploïd.

<p>Diploïd.</p>
30
New cards

Zijn voortplantingscellen diploïd of haploïd?

Haploïd

<p>Haploïd</p>
31
New cards

Wat betekent triploïd (3n)?

Drie homologe chromosomen per groep.

<p>Drie homologe chromosomen per groep.</p>
32
New cards

Wat betekent tetraploïd (4n)?

Vier homologe chromosomen per groep.

33
New cards

In welke organismen komt polyploïdie vaak voor?

Planten

34
New cards

Zijn veel cultuurgewassen polyploïd?

Ja

<p>Ja</p>
35
New cards

Wat zijn autosomen?

Chromosomen die lichaamskenmerken bepalen.

<p>Chromosomen die lichaamskenmerken bepalen.</p>
36
New cards

Geef voorbeelden van kenmerken bepaald door autosomen.

Oogkleur, haarkleur, bloedgroep.

37
New cards

Wat zijn heterosomen?

Geslachtschromosomen (X en Y).

38
New cards

Wat is het verschil tussen haploïd/diploïd en autosomen/heterosomen?

  • HAPLO / DIPLO = HOEVEEL

  • AUTO / HETERO = WELK TYPE

Haploïd/diploïd zegt iets over het aantal chromosomen, autosomen/heterosomen over het type chromosomen.

39
New cards

Kan een diploïde cel zowel autosomen als heterosomen bevatten?

Ja. Een diploïde lichaamscel bevat autosomen én heterosomen.

40
New cards

Zijn heterosomen altijd haploïd en autosomen altijd diploïd?

Nee. Zowel autosomen als heterosomen kunnen voorkomen in diploïde én haploïde cellen.

41
New cards

Als je een vraag ziet met haploïd/diploïd dan denk je aan

AANTAL

42
New cards

Als je autosomen/heterosomen ziet dan denk je aan

TYPE

43
New cards

hoe ziet de vrouwelijk lichaamcel uit?

Vrouw (diploïd)

  • 2n = 46 chromosomen

  • 22 paar autosomen (44 chromosomen)

  • 1 paar heterosomenXX


44
New cards

diploid uitleggen met voorbeeld mannelijk cel:

  • Diploïd = chromosomen komen in paren voor

  • Dat paar hoeft niet altijd homoloog te zijn
    → bij mannen is XY een niet-homoloog paar

Maar het telt wél mee in 2n = 46

45
New cards

Wat zijn heterosomen?

Geslachtschromosomen (X en Y).

46
New cards

Welke combinatie heterosomen geeft een vrouw?

XX

47
New cards

Welke combinatie heterosomen geeft een mannelijk?

XY

48
New cards

Hoeveel homologe paren heeft een vrouw?

23

49
New cards

Hoeveel homologe paren heeft een man?

22 + één niet-homoloog paar (XY).

50
New cards

Wat is de celcyclus?

Celgroei gevolgd door celdeling.

<p>Celgroei gevolgd door celdeling.</p>
51
New cards
<p>Waarom is celdeling nodig voor groei?</p>

Waarom is celdeling nodig voor groei?

Cellen kunnen maar beperkt groter worden.

52
New cards

Uit welke twee grote fasen bestaat de celcyclus?

Interfase en celdeling.

<p>Interfase en celdeling.</p>
53
New cards
<p>Wat is de interfase?</p>

Wat is de interfase?

De periode tussen twee celdelingen.

<p>De periode tussen twee celdelingen.</p>
54
New cards

Uit welke fasen bestaat de interfase?

G1-fase, S-fase en G2-fase.

<p>G1-fase, S-fase en G2-fase.</p>
55
New cards

In welke fase bevinden cellen zich die niet meer delen?

G0-fase.

56
New cards

Wat gebeurt er tijdens de G1-fase?

Groei van de cel door toename van cytoplasma.

<p>Groei van de cel door toename van cytoplasma.</p>
57
New cards
<p>In welke fase is de metabolische activiteit het grootst?</p>

In welke fase is de metabolische activiteit het grootst?

G1-fase.

58
New cards

Welke stoffen worden aangemaakt in de G1-fase?

Proteïnen en nucleotiden.

<p>Proteïnen en nucleotiden.</p>
59
New cards

In welke vorm bevindt het DNA zich tijdens G1?

Als chromatinevezels.

<p>Als chromatinevezels.</p>
60
New cards

Welke fase bepaalt vooral de duur van de celcyclus?

De G1-fase.

61
New cards

Hoe lang duurt de G1-fase in foetale weefsels?

Slechts enkele uren.

62
New cards

Hoe lang kan de G1-fase duren bij volwassenen?

Tot een halve dag.

63
New cards

Wat gebeurt er tijdens de S-fase?

Het DNA in de celkern wordt verdubbeld.

<p>Het DNA in de celkern wordt verdubbeld.</p>
64
New cards

Hoe heet het proces waarbij DNA wordt gekopieerd?

DNA-replicatie.

65
New cards

Waarom is DNA-replicatie noodzakelijk?

Zodat dochtercellen evenveel en hetzelfde erfelijk materiaal krijgen.

66
New cards

Hoe lang duurt de S-fase gemiddeld?

Ongeveer 8 uur.

67
New cards

Welk enzym start de DNA-replicatie?

Helicase

<p>Helicase </p>
68
New cards

Wat doet helicase

Verbreekt de waterstofbruggen tussen complementaire basen.


<p>Verbreekt de waterstofbruggen tussen complementaire basen.</p><p></p>
69
New cards

Wat ontstaat wanneer de DNA-strengen uit elkaar wijken?

Een replicatievork.

70
New cards

Hoe ziet de replicatievork eruit?

V-vormig.

<p>V-vormig.</p>
71
New cards

Waar start DNA-replicatie?

Op AT-rijke basensequenties (origin of replication).

72
New cards

Waarom start replicatie op AT-rijke plaatsen?

A-T heeft slechts 2 waterstofbruggen, makkelijker te verbreken.

73
New cards

Hoeveel waterstofbruggen zijn er tussen G en C?

3

74
New cards

Start DNA-replicatie op één plaats of meerdere?

Op meerdere plaatsen tegelijk.

<p>Op meerdere plaatsen tegelijk.</p>
75
New cards

Waarom start replicatie op meerdere plaatsen?

sneller, Om tijd te besparen.

76
New cards
<p>Welk enzym maakt de nieuwe DNA-ketens?</p>

Welk enzym maakt de nieuwe DNA-ketens?

DNA-polymerase.

77
New cards

Welke bouwstenen gebruikt DNA-polymerase?

Vrije nucleotiden (dATP, dTTP, dGTP, dCTP).

78
New cards

volgens welk principe worden nucleotiden gekoppeld?

Complementaire baseparing (A-T en C-G).

<p>Complementaire baseparing (A-T en C-G).</p>
79
New cards
<p>Wat gebeurt er met de fosfaten bij koppeling van nucleotiden?</p>

Wat gebeurt er met de fosfaten bij koppeling van nucleotiden?

2 fosfaten worden afgesplitst en leveren energie.

80
New cards

In welke richting kan DNA-polymerase werken?

Enkel in de 5’-3’ richting.

<p>Enkel in de 5’-3’ richting.</p>
81
New cards

Wat is de leading strand?

De streng die continu wordt gesynthetiseerd.

  • 🧬 Leading strand = continu opgebouwd

  • Loopt mee met de replicatievork

  • 🔄 Synthese gebeurt in 5’ → 3’ richting


<p>De streng die continu wordt gesynthetiseerd.</p><ul><li><p><span data-name="dna" data-type="emoji">🧬</span> Leading strand = continu opgebouwd</p></li><li><p><span data-name="arrow_right" data-type="emoji">➡</span> Loopt mee met de replicatievork</p></li><li><p><span data-name="arrows_counterclockwise" data-type="emoji">🔄</span> Synthese gebeurt in 5’ → 3’ richting</p></li></ul><p></p>
82
New cards

Op welke oorspronkelijke streng ontstaat de leading strand?

Op de 3’-5’ streng.

<p>Op de 3’-5’ streng.</p>
83
New cards

Wat is de lagging strand?

De streng die in fragmenten wordt gesynthetiseerd.

  • 🧬 Lagging strand = wordt in fragmenten gemaakt

  • Synthese gebeurt tegen de richting van de replicatievork in daarom in stukjes/ fragmenten gemaakt

  • 🧩 Bestaat eerst uit Okazaki-fragmenten

  • 🔗 Wordt later aan elkaar gezet door DNA-ligase


84
New cards

Op welke oorspronkelijke streng ontstaat de lagging strand?

Op de 5’-3’ streng.

85
New cards

Waarom wordt de lagging strand in fragmenten gemaakt?

Omdat DNA-polymerase alleen 5’-3’ kan werken.

86
New cards

Hoe heten de fragmenten van de lagging strand?

Okazaki-fragmenten.

<p>Okazaki-fragmenten.</p>
87
New cards

Waarom verloopt de synthese van de lagging strand trager?

Omdat DNA-polymerase telkens opnieuw moet starten.

88
New cards

Waarom kan DNA-polymerase niet zelfstandig starten?

Het heeft een primer nodig.

<p>Het heeft een primer nodig.</p>
89
New cards

Wat is een primer?

Een korte RNA-keten die startpunt vormt voor DNA-synthese.

90
New cards

Welk enzym maakt de primers?

Primase.

91
New cards

Waar bindt de primer?

Complementair op de DNA-enkelstreng aan de 3’-zijde.

92
New cards

Wat doet DNA-polymerase met de primer?

Verlengt deze tot een nieuwe DNA-streng.

93
New cards

Welk enzym verbindt Okazaki-fragmenten?

Ligase

94
New cards

Welke binding maakt ligase?

Fosfodiësterbinding

95
New cards

Wat is het eindresultaat van DNA-replicatie?

Twee identieke DNA-moleculen.


96
New cards

Waarmee zijn de nieuwe DNA-moleculen identiek?

Met elkaar én met het oorspronkelijke DNA.

97
New cards

Wat betekent semiconservatieve replicatie?

Elke nieuwe DNA-molecule bevat één oude en één nieuwe streng.

98
New cards

Hoe vaak gebeuren fouten bij DNA-replicatie?

Ongeveer 1 fout per 10 000 basen.


99
New cards

Kan DNA-polymerase fouten herstellen?

Ja, door proofreading.

100
New cards

Wat gebeurt er met primers tijdens correctie?

Ze worden vervangen door DNA.