Thema 1

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
Locked
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/105

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 11:53 AM on 7/10/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

106 Terms

1
New cards

cognitieve functies

maken het mogelijk om informatie uit de wereld om ons heen te verwerken, te begrijpen en erop te reageren.

2
New cards

hersendisfunctie

een beschadiging van een hersenstructuur, vaak niet aantoonbaar op een hersenscan, die kan leiden tot cognitieve functiestoornissen.

3
New cards

apperceptie

het object wordt waargenomen en ontleed. een stoornis in deze fase leidt tot een onvermogen om afzonderlijke elementen samen te voegen tot een geheel.

4
New cards

associatie

deze kenmerken worden gekoppeld aan kennis- of betekenisinformatie (concept). een verstoring in deze fase leidt tot het wel kunnen natekenen maar niet kunnen herkennen van het object.

5
New cards

Dissociatie

dat een bepaalde hersenbeschadiging leidt tot een specifiek functieverlies. terwijl andere cognitieve functies intact blijven. dit suggereert dat verschillende hersengebieden verantwoordelijk zijn voor verschillende functies.

6
New cards

dubbele dissociatie

hier worden twee patiënten met elkaar vergeleken, waarbij de ene patient een probleem heeft met functie A maar niet met functie B, en de andere patiënt juist een probleem heeft met functie B maar niet met functie A

7
New cards

empirische cyclus

  1. observatie

  2. inductie

  3. deductie

  4. toetsen

  5. evaluatie

8
New cards

type - I fout

het onterecht verwerpen van de nulhypothese (foutpositief)

9
New cards

type-II fout

het onterecht accepteren van de nulhypothese (foutnegatief)

10
New cards

fundamentele vraagstelling

zijn erop gericht om kennis te vergroten en hoeven geen direct maatschappelijk nut te hebben. in de klinische neuropsychologie richten deze zich op het vergroten van kennis iver de werking van cognitieve processen, de relatie tussen cognitieve processen en hersenstructuren en de samenhang tussen cognitieve stoornissen en onderliggende hersenaandoeningen.

11
New cards

toegepaste vraagstellingen

hebben een direct en concreet nut bv voor de klinische praktijk. in de klinische neuropsychologie richten deze zich op het vergroten van kennis over een neurologische/psychiatrisch ziektebeeld, het verbeteren van de diagnostiek of het verbeteren van de behandeling.

12
New cards

Verklaring van Helsinki (1964)

beschrijft de ethische principes voor medisch-wetenschappelijk onderzoek waar proefpersonen aan meedoen. het belangrijkste principe hier is het respect voor het individu.

13
New cards

Wet Medisch-wetenschappelijk onderzoek met mensen (WMO)

al het medisch-wetenschappelijk onderzoek waar mensen aan deelnemen moet door medisch-ethisch toetsingscommissie (METC) getoetst worden.

14
New cards

Algemene verordering gegevensbescherming (AVG)

onderzoekers moeten zich aan deze privacywet houden waarbij gegevens van proefpersonen vertrouwelijk moeten worden behandeld en alleen worden verzameld als dit noodzakelijk is voor het beantwoorden van de onderzoeksvragen. herleidbare gegevens worden niet gekoppeld aan de onderzoeksgegevens en proefpersonen hebben het recht om gegevens in te kijken of terug te trekken.

15
New cards

ratioscore

geeft aan hoe de complexe conditie zich verhoudt tot de simpele conditie

16
New cards

observatielijsten

hiermee kan gedrag worden geobserveerd in een dagelijkse, en daarmee ecologische valide omgeving. een nadeel is dat de situatie waarin geobserveerd wordt niet gestandaardiseerd is.

17
New cards

virtual reality en augmented reality

kunnen gebruikt worden om gedrag te observeren in een omgeving die zowel ecologisch valide als gestandaardiseerd en veilig is. kan ook ingezet worden voor manipulaties die in het dagelijks leven niet mogelijk zijn.

18
New cards

leereffecten

het optreden van verbetering in prestaties bij herhaling van taken. men moet voorzichtig zijn bij het herhaaldelijk aanbieden van neuropsychologische taken → een geobserveerde verbetering kan mogelijk toegeschreven worden aan een hertesteffect en niet zozeer aan een daadwerkelijk verbeterde onderliggende functie.

19
New cards

beschrijvend/observationeel onderzoek

gaat over de observatie van een populatie of proefpersoon, er worden geen variabelen gecontroleerd of gemanipuleerd. is vooral nuttig om eigenschappen en aantallen in kaart te brengen

20
New cards

correlationeel onderzoek:

er worden groepen met elkaar vergeleken zonder het manipuleren van variabelen/condities → er wordt gekeken naar de samenhang tussen factoren. betreft ook de samenhang tussen factoren. betreft ook onderzoek naar de samenhang tussen gedragn en verschillen die ze ondergaan hebben, maar die niet ten behoeve van het onderzoek zijn gemanipuleerd. is soms de enige manier om verbanden te onderzoeken omdat het niet altijd ethisch is om gedragsmanipulaties op te leggen. een nadeel is dat er nooit een causaal verband aangetoond kan worden met dit type onderzoek

21
New cards

experimenteel onderzoek

hier wordt een onafhankelijk variabele gemanipuleerd om vervolgens verschillen in de afhankelijke variabele te meten. deze studies vinden vaak plaats in een laboratorium, hierdoor kan er beter gecontroleerd worden voor externe invloeden

22
New cards

quasi-experimenteel onderzoek

verwijst naar veldstudies waar de manipulaties wordt toegepast in het dagelijks leven. heeft als voordeel dat resultaten beter generaliseerbaar zijn.

23
New cards

kwalitatieve data

niet-numerieke data die in woorden kunnen worden uitgedrukt, waarbij observaties en interviews de meest gebruikte onderzoeksmethode zijn

24
New cards

kwantitatieve data

numerieke data die worden geanalyseerd met parametrische en non-parametrische statistische analysemethoden.

25
New cards

literatuuronderzoek

hier wordt een onderzoeksvraag beantwoord door het samenvatten van eerdere bevindingen

26
New cards

systematische reviews

hier worden van tevoren criteria opgesteld over welke onderzoeken zullen worden meegenomen in de review. de studies worden beoordeeld op betrouwbaarheid van de bevindingen waarna de conclusies worden beschreven en samengevat.m

27
New cards

meta-analyse

hier wordt data van eerdere onderzoeken samengevoegd en met daartoe ontwikkelde analysesoftware kan statistisch getoetst worden of de verschillende bevindingen met elkaar overeenkomen of met elkaar tegenspreken → meer power en daarmee meer betrouwbare conclusies.

28
New cards

randomized controlled trials (RCT)

proefpersonen worden willekeurig toegewezen aan 1 van de condities → hierdoor kan onderscheid worden gemaakt tussen effecten van de behandeling, spontane herstelprocessen, mogelijke conpensatiestrategieën en/of placebo-effecten. willekeur toewijzen zorgt ervoor dat er geen selectiebias onstaat en groepen zo vergelijkbaar mogelijk zijn.

29
New cards

cross-over

proefpersonen krijgen meerdere interventies en het effect van de interventie wordt vergeleken binnen de proefpersonen. heeft als voordeel dat er minder proefpersonen nodig zijn en de proefpersonen hun eigen controles vormen. de nadelen zijn dat dit type trial alleen geschikt zijn voor stabiele aandoeningen en indien de wash-out periode niet lang genoeg is kunnen effecten van de 1e behandeling doorwerken over tijd. tevens duurt de looptijd van de trial langer en zijn statistische analyses complexer

30
New cards

multiple baseline

er worden meerdere voormetingen gedaan om vast te stellen wat de baseline is en/of hoe eventueel herstel verloopt → eventuele verbeteringen kunnen eenduidiger worden toegeschreven aan het effcet van de behandeling.

31
New cards

longitudinaal

wordt gebruikt om gedragingen over herhaalde metingen in een korte of lange tijdsperiode te onderzoeken. binnen dit design heeft men altijd te maken met test-hertesteffect.

32
New cards

cohort studie

een longitudinaal onderzoek waarbij een specifieke groep mensen (cohort) voor een langere periode wordt gevolgd.

33
New cards

cross-sectioneel

ook wel dwarsdoorsnede onderzoek genoemd, hier worden metingen op 1 punt in de tijd gedaan → om bv de prevalentie van een bepaald ziektebeeld in kaart te brengen of mensen te onderzoeken die op verschillende momentenin het ziekteproces zit.

34
New cards

case-control

hier wordt een groep mensen met een bepaalde aandoening vergeleken met een groep mensen zonder deze eigenschappen (controles) → er wordt retrospectief gekeken hoe vaak bepaalde risicofactoren voorkomen in beide groepen om inzicht te krijgen in de relatie tussen de risicofactoren en de aandoening. valt onder beschrijvend onderzoek omdat variabelen niet gecontroleerd of gemanipuleerd worden.

35
New cards

gevalsstudies

prestaties van 1 of meerdere personen worden vergeleken met die van een bestaande normgroep of nieuwe controlegroep → het doel is dat a te verzamelen over unieke personen of groepen, deze data kan betekenis geven aan bestaande dat of leiden tot nieuwe hypothesen.

36
New cards

dubbelblind

idealiter is het onderzoek … (zowel behandelaar als proefpersoon weten niet welke behandeling wordt aangeboden) maar dit is in de klinische neuropsychologie vrijwel onmodelijk. het blinderen is belangrijk om (onbewuste) invloeden op de uitkomsten uit te sluiten. patiënten kunnen wel in het ongewisse worden gelaten over welke behandeling naar verwachting het meest werkzaam zal zijn. de onderzoekers die de uitkomstmetingen doen kunnen meestal wel geblindeerd worden.

37
New cards

pre-protocolanalyse

in de …..worden alle patienten die de studie niet volgens protocol doorlopen weggelaten uit de analyse

38
New cards

heterogeniteit

wetenschap gaat over het vinden van verbanden die generaliseerbaar zijn → houden stand buiten de exacte omstandigheden van het onderzoek (setting/onderzoeksgroep). dit is lastig omdat mensen zo van elkaar verschillen waarbij de variatie tussen mensen nog groter is als het gaat over patienten met hersenaandoeningen (verschillen in: fysieke en mentale ziekteaspecten, slaapkwaliteit en medicatie). het hangt van de onderzoeksvraag af welke mate van heterogeniteit gewenst is

39
New cards

reproduceerbaarheid

of een andere onderzoeker met dezelfde dataset tot dezelfde resultaten zou komen als de oorspronkelijke bevinding

40
New cards

repliceerbaarheid

of de bevindingen van een onderzoek opnieuw gevonden zullen worden wanneer het onderzoek nogmaals wordt uitgevoerd met nieuw verzamelde data

41
New cards

Fair-principes

  • findable (vindtbaarheid)

  • accesible (toegankelijkheid)

  • interoperable (uitwisselbaarheid)

  • reusable (herbruikbaar)

42
New cards

citatiebias

de neiging van onderzoekers om nul bevindingen minder vaak te citeren dan studies waarin hypotheses bevestigd worden

43
New cards

preregistratie

een middel om de transparantie in de wetenschap te verhogen. voorafgaand aan de dataverzameling en/of analyse wordt vastgelegd wat de onderzoeksvragen, hypothese en geplande analysemethoden zijn.

44
New cards

registered reports

de toezegging van een wetenschappelijk tijdschrift om, los van de uitkomst, de bevindingen te publiceren → draagt bij aan het verminderen van publicaties omdat resultaten ook bij nulbevindingen worden gepubliceerd.

45
New cards

valorisatie

het omzetten van kennis naar product, dienst of proces

46
New cards

implementatie

het invoeren van dat proces

47
New cards

PICO-methode

een methode die wetenschappers kunnen gebruiken om antwoorden te zoeken in wetenschappelijke literatuur → biedt een handleiding om gericht en gestructureerd een weg te vinden in de grote hoeveelheid literatuur. PICO staat voor populatie, interventiel, controle en outcome. deze methode dwingt onderzoekers ook om helder te formuleren waar men naar opzoek is.

48
New cards

Test-hertestbetrouwbaarheid

geeft aan in welke mate een test tot eenzelfde resultaat komt als hij op verschillende momenten bij eenzelfde persoon wordt afgenomen.

49
New cards

intebeoordelaarsbetrouwbaarheid

verschillende onderzoekers zouden tot eenzelfde oordeel moeten komen wanneer een test onder vergelijkbare omstandigheden wordt afgenomen.

50
New cards

validiteit

de mate waarin een test meet wat deze beoogt te meten.

51
New cards

face validity

de mate waarin een test op het eerste gezicht meet wat hij behoort te meten

52
New cards

inhoudsvaliditeit

richt zich op de vraag of de rest representatief is voor het onderwerp dat men wil metenb

53
New cards

begripsvaliditeit

ook constructvaliditeit genoemd verwijst naar de mate waarin het resultaat van de test ook echt een indicatie is van de cognitieve functue waar len een uitspraak over wil doen.

54
New cards

categoraal ziekenhuis

ziekenhuis dat zich richt op een bepaalde doelgroep. bv epilepsie

55
New cards

academisch ziekenhuis

de zorg is nauw verweven met wetenschappelijk onderzoek en er is een directe samenwerking met een universiteit.

56
New cards

forensische zorg

de neuropqycholoog ziet patienten die qtrafbaar gedrag hebben laten zien al dan niet i.c.m een psychische stoornis/eerder verworven hersenletsel. behandeling kan vrijwilig of gedwongen zijn en vinden vaak plaats in de forenische instelling binnen een juridisch kader.

57
New cards

criteriumvaliditeit

de mate waarin een test de prestatie van een patiënt kan voorspellen op een extern criterium.

58
New cards

predicitieve validiteit

hoe goed voorspelt een test het daadwerkelijke gedrag?

59
New cards

concurrerende validiteit

vergelijking tussen een neuropsychologische test en een ander instrument dat hetzelfde criterium beoogt.

60
New cards

ecologische validiteit

in welke mate de test voorspelt hoe een patient functioneert in zijn of haar omgeving → veel direct verwantschap met specifieke alledaagse taken.

61
New cards

stoorfactoren

een element dat een testprestatie beïnvloedt, maar dat niet binnen de meetprestatie van de test valt. dit kunnen visuele beperkingen of gehoorproblemen zijn maar ook vermoeidheid, pijnklachten, spanning of onzekerheid.

62
New cards

ontbrekend ziektebesef (anosognosie)

patient is zich niet bewust van een aandoening/bijhorende beperkingen

63
New cards

aangedaan ziektebesef

de patient heeft geen inzicht in de gevolgen van de ziekte voor het dagelijks functioneren

64
New cards

ingebouwde validiteitsindicatoren

hierbij wordt gekeken naar onwaarschijnlijke prestaties binnen reguliere tests.

65
New cards

prestatievaliditeitstaken

worden gepresenteerd als moeilijke (geheugen) taken maar zijn in werkelijkheid niet moeilijk en zou goed te doen moeten zijn voor alle patientgroepen → minimaal 2 van deze tests.

66
New cards

richtlijnen

wetenschappelijke kennis wordt vertaald naar aanbevelingen in de praktijk, zijn gebaseerd op de op dat moment geldende wetenschappelijke consensus en biedt handvaten bij het opstellen van een kernset van tests en vragenlijsten? Er worden ook suggesties gedaan voor vragen die gesteld kunnen worden tijdens de anamnese/heteroanamnese en wordt uiteengezet hoe resultaten van het NPO met de patient nabesproken kunnen worden.

67
New cards

neuropsychologisch expertiseonderzoek

een NPO in het kader van een juridische context → bv letselschadezaken of vragen omtrent toerekeningsvatbaarheid. bij dit soort onderzoeken is het van belang om de patient voorafgaand uitgebreide uitleg te geven over de procedure en hem te wijzen op hun rechten. het onderzoek naar prestatie- en symptoomvaliditeit is een belangrijk onderdeel van dit soort onderzoeken.

68
New cards

crossculturele aspecten

allerlei factoren kunnen ervoor zorgen dat reguliere test moeilijk afneembaar zijn bij niet-westerse populatie, bv andere moedertaal, minder bekendheid, testsituaties, laag opleidingsniveau of analfabetisme. het is belangrijk om hier tijdens het diagnostische proces rekening mee te houden en testmateriaal aan te bieden dat geschikt is voor mensen met een diverse achtergrond, taal, mate van geletterdheid of opleidingsniveau.

69
New cards

secundaire cognitieve klachten

er is een groot scala aan ziektebeelden, neurologisch en niet-neurologisch waarbij er minder of slechts beperkte aanwijzingen zijn voor directe hersenschade, maar waarbij een groot deel van patienten toch cognitieve klachten ervaart.

70
New cards

diabetes mellitus type 2

kan gepaard gaan met lichte cogniteive stoornissen, ernstige cognitieve achteruitgang en een verhoogd risico op dementieh

71
New cards

hersenschudding

hier kunnen aanhoudende klachten worden ervaren zonder dat afwijkingen kunnen worden vastgesteld d.m.v. een NPO of hersenscans

72
New cards

ziekte van lyme

ook hier worden veel langdurige klachten gerapporteerd op het gebied van vermoeidheid, cognitieve klachten en pijn

73
New cards

psycho-educatie

een belangrijk onderdeel van de neuropsychologische behandeling. patienten krijgen voorlichting en er worden adviezen gegeven. deze informatie is tevens belangrijk voor naasten.

74
New cards

structurele beeldvorming van de hersenen (neuro-imaging)

deze technieken kijken naar de anatomie. Magnetic resonance imaging (MRI) en CT zijn hoofdzakelijk structurele technieken maar kunnen ook functionele processen afbeelden. deze technieken kijken naar de anatomie

75
New cards

functionele beeldvorming van de hersenen (neuro-imaging)

geven onderliggende processen weer zoals beweging van water/bloedstroming. positronemissietomografie (PET), single photon emission computed tomography (SPECT), elector-encefalogram (EEG) en magneto-encefalografie (MEG) zijn vooral functionele beelvormende technieken

76
New cards

temporele resolutie

onderscheidingsvermogen in tijd

77
New cards

spatiele resolutie

onderscheidingsvermogen in ruimte

78
New cards

structurele radiologische beeldvorming

van belang om pathologie in de hersenen zichtbaar te maken en hebben vaak een hoge spatiele resolutie

79
New cards

computertomografie

maakt het mogelijk om hersenweefsel in relatief korte tijd gedetailleerd in beeld te brengen d.m.v. röntgenstalen. tijdens een scan worden verschillende bundels rontgenstralen vanuit verschillende hoeken door het hoofd van de patient gestuurd. elke hoek geeft een beeld van een dun ‘plakje’ van de hersenen.

80
New cards

magnetische resonantie

tegenwoordig de belangrijkste techniek in het onderzoek naar de opbouw en werking van en naar stoornissen in de hersenen. De MRI-scanner bestaat uit een ronde buis met een zeer sterke magneet → produceert een homogeen magnetisch veld uitgedrukt in Tesla (meeste scanner hebben 1.5 of 3 Tesla). een sterkere magneet resulteert in betere signaal-ruisverhouding maar meestal is de 1.5 Tesla scanner gedetailleerd genoeg voor klinische doeleinden. … heeft een hoge spatiele resolutie → hierdoor kan men nauwkeurig kijken naar de opbouw en functie van kleine hersengebieden. doordat het veilig is kan dit ook gebruikt worden bij jonge kinderen of voor herhaardelijk gebruik.

81
New cards

T2*

is een variant van T2-gewogen MRI, maar extra gevoelig voor variaties in het magnetisch veld. dit maakt het geschikt voor het opsporen van: bloedingen (vooral oude bloedingen met ijzerhoudende afbraakproducten, zoals hemosiderine), microbloedingen bij aandoeningne zoals traumatisch hersenletsel of kleine vaatziekten en ijzerafzettingen bij neurodegeneratieve aandoeningen (bv parkinson, alzheimer). deze structuren, bloed, ijzer en calcium geven een sneller signaalverlies, waardoor ze donkerder (hypointens) op de scan verschijnen.

82
New cards

susceptibility weighted imaging

is een geavanceerde versie van T2* die nog gevoeliger is voor kleine bloedingen en ijzerafzettingen. gebruikt fase-informatie van het MRI-signaal om magnetische verstoringen beter zichtbaar te maken. hierdoor kunnen zeer kleine bloedingen, veneuze bloedvaten en ijzerafzettingen gedetailleerd worden weergegeven. bloedingen en ijzerafzettingen worder donkerder en scherper afgetekend dan bij T2*. kleine venen en vaatstructuren worden duidelijk zichtbaar, wat helpt bij vasculaire aandoeningen.

83
New cards

quantitative susceptibility mapping

is een geavanceerde MRI-techniek die de magnetische eigenschappen van weefsel in de hersenen kwalitatief meet. het wordt vooral gebruikt om ijzerafzettingen, bloedafbraakproducten en kalk nauwkeuri in beeld te brengen.

84
New cards

functionele radiologische beeldvorming

brengen de neurobiologische processen van de hersenen in beeld → bv inschatten waar een herseninfarct heeft plaatsgevonden of voor het beoordelen van een kwaadaardige tumor. wordt in wetenschappelijk onderzoek toegepast om de betrokkenheid va hersennetwerken bij hersenfuncties en pathologie te onderzoeken.

85
New cards

diffusie-gewogen MRI

is een speciale MRI-techniek die de beweging van watermoleculen in weefsel meet. dit is vooral nuttig bij het vroegtijdig opsporen van beroertes, tumoren en andere neurologische aandoeningen. … is de willekeurige beweging van watermoleculen in het lichaam. in gezond weefsel kunnen watermoleculen relatief vrij bewegen. in beschadigd of ziek weefsel kan deze beweging beperkt zijn door cel zwelling of veranderingen in de structuur.

86
New cards

ADC (apparent diffusion coefficient)

naast de gewone DWI-beelden wordt vaak een …-kaart gemaakt. een lage …-waarde = beperkte diffusie (bij een acute beroerte). een hoge …-waarde = vrije diffusie (bv in normaal hersenvocht)

87
New cards

diffusion tension imaging (DTI)

hiermee kan de richting van de diffusie worden gemeten. het daarna uitrekenen van hoe deze wittestof-banen wordt ook wel tractografie genoemd. tevens kan met DTI worden onderzocht of de integriteit van de wittestof-banen is veranderd bij een bepaalde hersenziekte of aandoening

88
New cards

perfusie MRI

is een functionele MRI-sequentie waarbij vaak gebruikgemaakt wordt van speciale contrastmiddelen (kan ook zonder). Wordt toegepast in een breed scala aan klinische toepassingen bv bij de classificatie en follow-up van hersentumoren, identificatie van beroertegebieden en differentiatie van hersenweefsel.

89
New cards

magnetische-resonantie-spectroscopie

de moleculaire samenstelling in de hersenen wordt in vivo bestudeerd en biochemische veranderingen kunnen gemeten worden m.n. bij tumoren. vergelijkt de chemische samenstelling van normaal weefsel met afwijkend weefsel. vooral toegepast bij kinderen voor het aantonen van metabole stoornissen en bij beroertes en epilepsie

90
New cards

fMRI

is een speciale techniek waarbij de activiteit van de hersenen d.m.v de MRI-scanner zichtbaar wordt. hersencellen (neuronen) hebben zuurstof nodig om te werken. actieve hersengebieden vragen dus om meer zuurstofrijk bloed. dit veroorzaakt veranderingen in de verhouding tussen zuurstofrijk (oxyhemoglobine) en zuurstofarm bloed (deoxyhemoglobine). de scanner kan deze veranderingen detecteren, omdat de magnetische eigenschappen van oxy- en deoxyhemoglobine verschillen → zuurstofrijk bloed is diagmagnetisch (hoog signaal) en zuurstof arm bloed is paramagnetisch (laag signaal). de scanner detecteert deze verschillen m.b.v. het BOLD-signaal (blood oxygen level dependent)

91
New cards

BOLD (blood oxygen level dependent)

geeft de verhouding weer tussen zuurstofrijk en zuurstof arm bloed en stelt ons in staat om te identificeren welke hersengebieden het meest actief zijn. hoge neurale niveau’s → hogere niveau’s van zuurstof rijk bloed. zo is men in staat om activiteit in bepaalde hersengebieden te koppelen aan de taak die op het moment van de scan werd uitgevoerd.

92
New cards

positronemissiiontomografie (PET)

is een nucleaire beeldvormende techniek die de functionele processen van de hersenen in kaart brengt. (stofwisselingsprocessen/neurotransmitter integriteit). worden veelal gebruikt om verstoringen in de hersenfysiologie in een vroeg stadium in kaart te brengen. pet maakt gebruik van radio-isotopen. tracers (radio-isotopen) worden via een intraveneuze injectie toegediend.

93
New cards

resting state MRI

is een methode om de functionele connectiviteit van de hersenen te bestuderen → geeft een correlatie weer tussen activatie van verschillende hersengebieden. men meet de spontane/intrinsieke hersenactiviteit gemeten van een individu in urst. is er een correlatie dan wordt samengevoegd tot een netwerk, waarbij de veronderstelling is dat gelijktijdige communicatie betekent dat deze gebieden met elkaar verbonden zijn. wordt alleen toegepast voor wetenschappelijke doeleinden.

94
New cards

default mode network (DMN)

een functioneel basisnetwerk dat actiever is tijdens rust

95
New cards

frontoparientale netwerk (FPN)

taakgerelateerd netwerk en is actief zowel tijdens rust als tijdens motorische en cognitieve taken die een beroep doen op saccades en ruimtelijke aandacht, mentale rotatie en werkgeheugen

96
New cards

saliency-netwerk

is betrokken bij verschillende complexe hersenfuncties waaronder communicatie, sociaal gedrag en zelfbewustzijn

97
New cards

single photon emission computed tomography

een nucleaire beeldvormende techniek voor het meten van functionele hersenprocessen, ook hier wordt gebruik gemaakt van radio-isotopen (tracers). deze zenden gamma-straling in de vorm van 1 enkele foto uit. deze straling wordt gedetecteerd door een SPECT-camera, waarna een 3D beeld van de activiteit verdeling wordt gereconstrueerd.

98
New cards

Tc-HMPAO

toegepast om de doorbloeding van de hersenen te bestuderen. het middel wordt direct opgenomen in het hersenweefsel in hoeveelheden die evenredig zijn met de mate van doorbloeding waardoor perfusiestoornissen zoals dementie/CVA gevisualiseerd kunnen worden

99
New cards

FP-CIT (dopamine transporter scan)

parkinson kenmerkt zich door het verlies van dopaminerge neuronen. m.b.v ….. kunnen deze neuronen gevisualiseerd worde en gekwanitficeerd → hierdoor kan diagnose/ernst van ziekte worden vastgesteld.

100
New cards

201 Thallium

hiermee wordt het metabolisme van hersentumoren afgebeeld. … wordt niet opgenomen door gezond hersenweefsel, maar wel door maligne hersencellen → vroegtijdige tumorrecidieven worden opgespoord.