FRA mondeling examen 25-26

5.0(1)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/216

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

better lock in buddy

Last updated 5:29 PM on 6/2/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

217 Terms

1
New cards
J’ai travaillé comme steward sur la digue.
Ik heb als steward op de dijk gewerkt.
2
New cards
J’ai travaillé comme hôtesse dans un hôtel.
Ik heb als hostess in een hotel gewerkt.
3
New cards
J’ai travaillé comme vendeur dans un magasin de vêtements.
Ik heb als verkoper in een kledingwinkel gewerkt.
4
New cards
J’ai travaillé comme vendeuse dans un magasin de jouets.
Ik heb als verkoopster in een speelgoedwinkel gewerkt.
5
New cards
J’ai travaillé comme serveur dans une brasserie.
Ik heb als ober in een brasserie gewerkt.
6
New cards
J’ai travaillé comme serveuse dans un café.
Ik heb als serveerster in een café gewerkt.
7
New cards
J’ai travaillé comme animateur sur un camping.
Ik heb als animator op een camping gewerkt.
8
New cards
J’ai travaillé comme serveur dans un salon de glaces.
Ik heb als ober in een ijssalon gewerkt.
9
New cards
J’ai travaillé comme moniteur dans un camping.
Ik heb als begeleider op een camping gewerkt.
10
New cards
J’ai travaillé comme monitrice sur un camping.
Ik heb als begeleidster op een camping gewerkt.
11
New cards
J’ai travaillé comme caissier dans un supermarché.
Ik heb als kassier in een supermarkt gewerkt.
12
New cards
J’ai travaillé comme caissière dans un magasin de sport.
Ik heb als kassier in een sportwinkel gewerkt.
13
New cards
J’ai travaillé comme livreur.
Ik heb als bezorger gewerkt.
14
New cards
J’ai travaillé comme livreuse.
Ik heb als bezorgster gewerkt.
15
New cards
J’ai travaillé en tant que serveur dans un restaurant.
Ik heb als ober in een restaurant gewerkt.
16
New cards
J’ai travaillé en tant que vendeuse dans un magasin.
Ik heb als verkoopster in een winkel gewerkt.
17
New cards
J’ai travaillé en tant que caissier dans un supermarché.
Ik heb als kassier in een supermarkt gewerkt.
18
New cards
J’ai travaillé dans un dépôt.
Ik heb in een magazijn gewerkt.
19
New cards
J’étais vendeur dans un magasin de sport.
Ik was verkoper in een sportwinkel.
20
New cards
J’étais serveuse dans une brasserie.
Ik was serveerster in een brasserie.
21
New cards
J’étais animateur sur un camping.
Ik was animator op een camping.
22
New cards
J’étais hôtesse dans un hôtel.
Ik was receptioniste in een hotel.
23
New cards
Je n’ai pas encore fait de job d’étudiant, mais je voudrais en trouver un cette année.
Ik heb nog geen studentenjob gedaan, maar ik zou er dit jaar graag een vinden.
24
New cards
Je n’ai pas encore fait de job d’étudiant, mais j’aimerais travailler dans un magasin.
Ik heb nog geen studentenjob gedaan, maar ik zou graag in een winkel werken.
25
New cards
Je n’ai pas encore fait de job d’étudiant, mais je voudrais en trouver un cette année dans un supermarché.
Ik heb nog geen studentenjob gedaan, maar ik zou er dit jaar graag een vinden in een supermarkt.
26
New cards
J’aimerais gagner un peu d’argent.
Ik zou graag wat geld verdienen.
27
New cards
J’aimerais avoir une première expérience dans le monde professionnel.
Ik zou graag een eerste beroepservaring opdoen.
28
New cards
J’aimerais travailler dans un hôtel.
Ik zou graag in een hotel werken.
29
New cards
J’aimerais travailler comme vendeur dans un magasin.
Ik zou graag als verkoper in een winkel werken.
30
New cards
J’aimerais travailler comme serveur dans un restaurant.
Ik zou graag als ober in een restaurant werken.
31
New cards
C’était intéressant, parce que c’était une nouvelle expérience.
Het was interessant, want het was een nieuwe ervaring.
32
New cards
C’était génial, car je me suis amusé(e).
Het was geweldig, want ik heb me vermaakt.
33
New cards
C’était cool, parce que c’était un job d’étudiant bien payé.
Het was cool, want het was een goedbetaalde studentenbaan.
34
New cards
C’était amusant, car j’ai rencontré des personnes sympas.
Het was leuk, want ik heb leuke mensen ontmoet.
35
New cards
C’était chouette, parce que j’ai gagné un peu plus d’argent comme ça.
Het was fijn, want zo heb ik wat extra geld verdiend.
36
New cards
C’était enrichissant, car le job m’a permis de développer de nouvelles compétences.
Het was verrijkend, want dankzij de baan heb ik nieuwe vaardigheden kunnen ontwikkelen.
37
New cards
C’était captivant, parce que c’était une nouvelle expérience et en plus je me suis amusé(e).
Het was boeiend, want het was een nieuwe ervaring en bovendien heb ik me vermaakt.
38
New cards
C’était fatigant, car je me suis ennuyé(e).
Het was vermoeiend, want ik heb me verveeld.
39
New cards
C’était terrible, parce que c’était une mauvaise expérience.
Het was vreselijk, want het was een slechte ervaring.
40
New cards
C’était nul, car j’ai rencontré des personnes ennuyeuses.
Het was stom, want ik heb saaie mensen ontmoet.
41
New cards
C’était ennuyeux, parce que c’était un job d’étudiant monotone.
Het was saai, want het was een eentonig studentenbaantje.
42
New cards
C’était dur, car le job m’a irrité(e).
Het was zwaar, omdat ik me aan het werk ergerde.
43
New cards
C’était ridicule, parce que j’ai gagné peu d’argent.
Het was belachelijk, want ik heb weinig geld verdiend.
44
New cards
C’était décevant, parce que c’était une mauvaise expérience et je me suis ennuyé(e).
Het was teleurstellend, want het was een slechte ervaring en ik heb me verveeld.
45
New cards
C’était intéressant, parce que c’était une nouvelle expérience et en plus j’ai rencontré des personnes sympas.
Het was interessant, want het was een nieuwe ervaring en bovendien heb ik leuke mensen ontmoet.
46
New cards
C’était chouette, car le job m’a permis de développer de nouvelles compétences et puis j’ai gagné un peu d’argent.
Het was tof, want dankzij deze baan heb ik nieuwe vaardigheden kunnen ontwikkelen en heb ik ook nog wat geld verdiend.
47
New cards
C’était enrichissant, parce que c’était un job d’étudiant bien payé et en plus je me suis amusé(e).
Het was verrijkend, want het was een goedbetaalde studentenbaan en bovendien heb ik me vermaakt.
48
New cards
C’était décevant, parce que c’était un job d’étudiant monotone et en plus je me suis ennuyé(e).
Het was teleurstellend, want het was een eentonige studentenbaan en bovendien verveelde ik me.
49
New cards
C’était terrible, parce que c’était une mauvaise expérience et puis j’ai rencontré des personnes ennuyeuses.
Het was vreselijk, want het was een slechte ervaring en bovendien heb ik saaie mensen ontmoet.
50
New cards
C’était fatigant, parce que j’ai gagné peu d’argent et en plus le job m’a irrité(e).
Het was vermoeiend, want ik heb weinig geld verdiend en bovendien irriteerde de baan me.
51
New cards
C’était intéressant, parce que c’était une nouvelle expérience, par contre c’était fatigant.
Het was interessant, omdat het een nieuwe ervaring was, maar het was wel vermoeiend.
52
New cards
C’était chouette, bien que c’était un job d’étudiant monotone.
Het was leuk, hoewel het een eentonig studentenbaantje was.
53
New cards
C’était amusant, car je me suis amusé(e), toutefois c’était dur parce que j’ai gagné peu d’argent.
Het was leuk, want ik heb me vermaakt, maar het was zwaar omdat ik weinig geld verdiende.
54
New cards
Je travaille tous les week
ends.
55
New cards
Je travaille chaque samedi soir.
Ik werk elke zaterdagavond.
56
New cards
Je travaille toujours en été.
Ik werk altijd in de zomer.
57
New cards
Je travaille les week
ends et les jours fériés.
58
New cards
J’ai travaillé du premier au quinze juillet.
Ik heb van 1 tot en met 15 juli gewerkt.
59
New cards
J’ai travaillé en août.
Ik heb in augustus gewerkt.
60
New cards
J’ai travaillé tous les week
ends en été.
61
New cards
Je travaillais toujours du lundi au vendredi.
Ik werkte altijd van maandag tot en met vrijdag.
62
New cards
Je travaillais chaque samedi soir.
Ik werkte elke zaterdagavond.
63
New cards
Je travaillais en été, surtout en août.
Ik werkte in de zomer, vooral in augustus.
64
New cards
Mon salaire ? J’ai gagné environ 1000 euros par mois.
Mijn salaris? Ik verdiende ongeveer 1000 euro per maand.
65
New cards
Mon salaire ? Je gagne presque 15 euros par heure.
Mijn salaris? Ik verdien bijna 15 euro per uur.
66
New cards
Mon salaire ? 1210 euros 65 centimes pour être précis.
Mijn salaris? 1210 euro en 65 cent, om precies te zijn.
67
New cards
J’ai gagné environ 1000 euros par mois, 1210 euros 65 centimes pour être précis.
Ik verdiende ongeveer 1000 euro per maand, 1210 euro en 65 cent om precies te zijn.
68
New cards
Je gagne presque 15 euros par heure, environ 1000 euros par mois.
Ik verdien bijna 15 euro per uur, ongeveer 1000 euro per maand.
69
New cards
Je vais épargner.
Ik ga sparen.
70
New cards
Je vais voyager.
Ik ga reizen.
71
New cards
Je vais payer mon abonnement de smartphone.
Ik ga mijn smartphone abonnement betalen.
72
New cards
Je vais acheter de nouvelles chaussures.
Ik ga nieuwe schoenen kopen.
73
New cards
C’est pour épargner.
Dat is om te sparen.
74
New cards
C’est pour voyager.
Dat is om te reizen.
75
New cards
C’est pour suivre des cours pour obtenir mon permis de conduire.
Dat is om lessen te volgen voor mijn rijbewijs.
76
New cards
C’est pour payer mon abonnement de smartphone.
Dat is om mijn smartphone abonnement te betalen.
77
New cards
C’est pour payer de nouvelles chaussures.
Dat is om nieuwe schoenen te kopen.
78
New cards
Je vais suivre des cours pour obtenir mon permis de conduire.
Ik ga rijlessen volgen om mijn rijbewijs te halen.
79
New cards
C’est pour épargner et voyager.
Dat is om te sparen en te reizen.
80
New cards
Bonjour. Je peux vous demander quelque chose ?
Goedendag. Mag ik u iets vragen?
81
New cards
Je vous écoute.
Ik luister naar u.
82
New cards
C’est pour un renseignement.
Het is voor een inlichting.
83
New cards
Bien sûr.
Natuurlijk.
84
New cards
Vous venez nous dire où se trouve notre maison de vacances (dans le parc) ?
Kunt u ons zeggen waar ons vakantiehuis (in het park) zich bevindt?
85
New cards
Évidemment, je vous montre. Un instant.
Natuurlijk, ik laat het u zien. Eén moment.
86
New cards
On aimerait avoir un plan.
We zouden graag een plan hebben.
87
New cards
Voici.
Hier is het.
88
New cards
On aimerait avoir le code wifi.
We zouden graag de wifi
89
New cards
Tenez.
Alstublieft.
90
New cards
Il y a un terrain de padel dans les environs ?
Is er een padelterrein in de buurt?
91
New cards
Le terrain de padel se trouve à l’entrée du parc. Suivez les panneaux.
Het padelterrein bevindt zich aan de ingang van het park. Volg de borden.
92
New cards
Le terrain de padel, c’est où exactement ?
Waar is het padelterrein precies?
93
New cards
Il y a un restaurant dans les environs ?
Is er een restaurant in de buurt?
94
New cards
Le restaurant est à côté de l’accueil, en face du terrain de jeu.
Het restaurant ligt naast de receptie, tegenover het speelterrein.
95
New cards
Le restaurant se trouve où ?
Waar bevindt het restaurant zich?
96
New cards
Le restaurant est ouvert à partir de quelle heure ?
Vanaf hoe laat is het restaurant open?
97
New cards
Le restaurant ouvre à 18 h 30. Il est fermé le lundi.
Het restaurant opent om 18.30 uur. Het is gesloten op maandag.
98
New cards
Il y a une piscine dans les environs ?
Is er een zwembad in de buurt?
99
New cards
Quelles sont les heures d’ouverture de la piscine ?
Wat zijn de openingsuren van het zwembad?
100
New cards
La piscine est ouverte de 9 h 30 à 20 h.
Het zwembad is open van 9.30 uur tot 20 uur.