1/17
Deze flashcards helpen bij het begrijpen van de belangrijkste termen en concepten uit de Belgische politiek, inclusief federale en Vlaamse structuren.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Federale besluitvorming
Het proces van het samenstellen van de wetgevende en uitvoerende macht na de verkiezingen.
Coalitie
Een samenwerking tussen politieke partijen die gezamenlijk een meerderheid willen vormen.
Regeerakkoord
Een akkoord waarin partijen hun afspraken vastleggen over de te volgen beleidslijnen.
Oppositie
Partijen die niet akkoord zijn met de meerderheid en niet deelnemen aan het regeerakkoord.
Informateur
De persoon die informatie verzamelt over de partijen om een nieuwe regering te vormen.
Formatter
De persoon die op basis van de informateur een nieuwe regering samenstelt.
Wetgevende macht
De tak van de overheid die verantwoordelijk is voor het opstellen en goedkeuren van wetten.
Kamer van Volksvertegenwoordigers
De belangrijkste kamer van het federaal parlement, bestaande uit 150 leden.
Senaat
De tweede kamer van het federaal parlement, die een adviserende rol speelt.
Executive macht
De tak van de overheid die verantwoordelijk is voor de uitvoering van wetten.
Koninklijke besluiten (KB's)
Besluiten die door de koning worden genomen en waarmee wetten worden bekrachtigd.
Vlaams parlement
Het wetgevende orgaan van Vlaanderen, dat bestaat uit één kamer.
Decreten
Wetten op het Vlaamse niveau.
Provinciale bevoegdheden
Taken en verantwoordelijkheden die zijn toegewezen aan de provinciale overheid.
Gemeentelijke bevoegdheden
Verantwoordelijkheden die gemeenten hebben ten opzichte van hun inwoners.
H7
Hoofdstuk 7 in het boek over de Belgische politiek.
Colloque singulier
De zwijgplicht rond informatie die in gesprek met de koning wordt gedeeld.