Belgische Politiek - Federale en Vlaamse Structuren

Federale Besluitvorming

1.1 Na de Verkiezingen

  • Stemrecht: Een Belg moet om de 5 jaar stemmen.
  • Wetgevende en Uitvoerende Macht: Wordt opnieuw samengesteld op basis van verkiezingsresultaten. Het is zeldzaam dat een partij een absolute meerderheid van zetels behaalt, wat leidt tot:
    • Coalities: Samenwerkingsverbanden van partijen.
    • Regeerakkoord: Een akkoord waarin de partijen zich kunnen vinden.
  • Zetelverdeling: Er zijn 150 zetels, met een meerderheid van 76 zetels nodig voor een regeerakkoord.
  • Oppositie: Partijen die niet deelnemen aan het regeerakkoord.
    • Kernmerken: Kritisch, interpellaties, parlementaire vragen.
  • Regeringsvormingsproces:
    • Vorige regering neemt ontslag.
    • De koning duidt een informateur en formateur aan.
    • Informateur: Verzamelt informatie over partijen.
    • Formateur: Stelt het nieuwe kabinet samen.
  • Regieverantwoordelijkheden:
    • Regeringspartijen: Maken een regeerakkoord voor een legislatuur van 5 jaar.

1.2 De Wetgevende Macht

Samenstelling van het Federaal Parlement
  1. Kamer van Volksvertegenwoordigers: 150 leden, verdeeld in fracties.
  2. Senaat: 60 leden, vermindert in belang na staatshervorming.
    • Toekomstige plannen: De Wever wil unicameralisme in 2029.
Functies van De Senaat
  • Studie van maatschappelijke problemen.
Functies van De Kamer
  • Wetgevende Functie: Voorstellen en goedkeuren van wetten.
    • Wetsvoorstellen: 85% afkomstig van de regering, 90% goedgekeurd.
  • Controlefunctie: Toezicht op de regering via interpellaties, moties van wantrouwen, en onderzoekscommissies.
  • Jaarlijkse Begroting: Goedkeuring van inkomsten en uitgaven.

1.3 De Uitvoerende Macht

  • Regering: In België de Arizona-regering met een paritaire samenstelling (max 15 ministers).
    • Eerste Minister: Hoofd van de regering, kan vervangen worden door vice-eersteministers.
  • Functies van de Federale Regering:
    • Uitvoerende functie: Afnemen van KB’s en MB’s.
    • Begrotingsfunctie: Opstellen van de begroting met focus op evenwicht.
    • Dagelijkse Werking: Organiseren van ministerraad bijeenkomsten.

1.4 De Rol van de Koning

  • Ceremonieel: De koning heeft diverse bevoegdheden maar in praktijk beperkte macht zonder goedkeuring van de regering.
  • Bevoegdheden:
    • Wetgevende Macht: Bekrachtiging van wetten.
    • Uitvoerende Macht: Benoeming van ministers.
    • Rechterlijke Macht: Benoeming van rechters, kan straffen kwijtschelden.
  • Onschendbaarheid: De koning kan niet gedagvaard worden.

1.5 Federale Bevoegdheden

  • Na staatshervormingen met veel bevoegdheden naar deelstaten:
    • Defensie, Justitie, Binnenlandse Zaken, Volksgezondheid, etc.

Vlaamse Besluitvorming

2.1 Na de Verkiezingen

  • Geen rol van de koning; onderhandelingen por voorzitters en partijtoppen.
  • Het proces is parallel aan de federale structuur.
  • Ministers leggen de eed af bij de parlementsvoorzitter.

2.2 De Wetgevende Macht

  • Parlement: Bestaat uit 1 kamer, 124 parlementsleden.
  • Functies: Voorstellen van decreten en een controlefunctie.

2.3 De Uitvoerende Macht

  • Vlaamse Regering: Maximaal 11 ministers, minister-president is Matthias Diependeale.
  • Functies:
    • Uitvoeren van decreten.
    • Zorgen voor een evenwichtige begroting.

2.4 Vlaamse Bevoegdheden

  • Sinds 1980 één parlement en regering voor elke gemeenschap en gewest:
    • Gemeenschappen: Cultuurspecifieke taken.
    • Gewesten: Plaatsgebonden verantwoordelijkheden.

Conflicten

  • Bevoegdheidsconflicten: Onduidelijkheid over verantwoordelijkheden.
  • Instanties: Grondwettelijk Hof en Raad van State voor waakfunctie.

Lokale Besluitvorming

3.1 Bestuursniveaus

  • Trappenpiramide van federale staat.

3.2 Wetgevende en Uitvoerende Macht

  • Gemeenteraadsbesluiten en vrijwilligers in College van burgemeester en schepenen.

3.3 Werking van de Provincie

  • Bestuurd door provincieraad, bestendige deputatie en gouverneur.

3.4 Provinciale Bevoegdheden

  1. Bovenlokale taken: Bijdrage aan gemeenten.
  2. Ondersteunende taken: Federale ondersteuning of samenwerking.
  3. Gebiedsgerichte taken: Diensten voor toerisme, milieu, etc.

3.5 Werking van de Gemeente

  • Organen: Gemeenteraad, College van burgemeester en schepenen en burgemeester.
  • Financiën: Belastingen, subsidies, en tarieven voor infrastructureel gebruik.

3.6 Gemeentelijke Bevoegdheden

  • Twee soorten:
    • Zorg voor gemeentelijk belang (bijvoorbeeld stadspark).
    • Verplichtingen van hogere overheid (bijvoorbeeld bevolkingsregister).

Intercommunales

  • Samenwerkingsverbanden tussen gemeenten om kosten te besparen en efficiëntie te verbeteren, bijvoorbeeld bij huisvuil.