Hoofdstuk 3. Leertheoretische benadering van psychopathologie - Ankikaartjes

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
Locked
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/51

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 6:33 PM on 8/3/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

52 Terms

1
New cards

Wat is instrumentele of operante conditionering?

Een leerprocedure waarbij de uitkomst afhankelijk is van het gedrag van het organisme. Gedrag neemt toe of af afhankelijk van de gevolgen ervan.

2
New cards

Wat is klassieke conditionering?

Een leerprocedure waarbij een oorspronkelijk neutrale prikkel na koppeling aan een betekenisvolle prikkel zelf een reactie gaat oproepen. De uitkomst volgt onafhankelijk van het gedrag.

3
New cards

Wat is een onvoorwaardelijke prikkel?

Een betekenisvolle prikkel die zonder voorafgaand leren automatisch een reactie uitlokt, zoals voedsel in de mond van Pavlovs hond.

4
New cards

Wat is een voorwaardelijke prikkel?

Een oorspronkelijk neutrale prikkel die door koppeling aan een OP een reactie gaat oproepen, zoals de zoemer bij Pavlov.

5
New cards

Wat is associatievorming?

Het ontstaan van verbindingen in het geheugen waardoor activatie van de ene mentale representatie kan doorstromen naar een andere.

6
New cards

Wat is propositioneel leren?

Leren via proposities: betekenisvolle uitspraken over hoe gebeurtenissen zich tot elkaar verhouden, bijvoorbeeld voorspellend, oorzakelijk of preventief.

7
New cards

Wat is extinctie?

Het leren dat een eerder verwachte belangrijke gebeurtenis niet meer optreedt. Bij klassieke conditionering wordt de VP herhaaldelijk aangeboden zonder OP.

8
New cards

Wat is contraconditionering?

Een procedure waarbij een VP zonder de oorspronkelijke OP wordt aangeboden en tegelijk gekoppeld wordt aan een nieuwe OP met tegengestelde valentie.

9
New cards

Je ziet dat een hond speeksel produceert bij een zoemer nadat die zoemer vaak aan voedsel voorafging. Welk leerproces herken je?

Klassieke conditionering. De zoemer is de VP en speekselproductie bij de zoemer is de VR.

10
New cards

Een rat drukt vaker op een pedaal omdat daar voedsel op volgt. Welk leerproces herken je?

Instrumentele of operante conditionering. De respons wordt vaker gesteld omdat deze tot een aangename uitkomst leidt.

11
New cards

Een persoon vermijdt feestjes omdat de angst voor negatieve beoordeling dan direct daalt. Welk mechanisme herken je?

Instrumentele bekrachtiging van vermijding binnen Mowrers tweefactorentheorie.

12
New cards

Een kind ontwikkelt minder snel tandartsangst na eerdere tandartsbezoeken zonder nare ervaring. Welk effect herken je?

Latente inhibitie: eerdere blootstelling aan de VP zonder OP vertraagt latere conditionering.

13
New cards

Na exposure in de therapieruimte keert angst terug in een andere ruimte. Welk principe herken je?

Contextafhankelijkheid van extinctie en mogelijke terugval.

14
New cards

Een stimulus roept na contraconditionering niet alleen minder angst op, maar voelt ook minder onaangenaam. Welk begrip hoort hierbij?

Valentieverandering door contraconditionering.

15
New cards

Wat is het verschil tussen klassieke en instrumentele conditionering?

Bij klassieke conditionering volgt de OP op de VP onafhankelijk van gedrag. Bij instrumentele conditionering is de uitkomst afhankelijk van de respons van het organisme.

16
New cards

Wat is het verschil tussen S-R-leren en S-S-leren?

Bij S-R-leren wordt een stimulus direct verbonden met een respons. Bij S-S-leren activeert de stimulus de representatie van een andere stimulus, zoals de OP, die vervolgens de reactie oproept.

17
New cards

Wat is het verschil tussen doelgericht gedrag en gewoontegedrag?

Doelgericht gedrag wordt gestuurd door de waarde van de uitkomst en kennis van de respons-uitkomstrelatie. Gewoontegedrag wordt automatisch door stimuli uitgelokt en wordt niet langer gemedieerd door de oorspronkelijke uitkomst.

18
New cards

Wat is het verschil tussen extinctie en contraconditionering?

Bij extinctie wordt de VP aangeboden zonder oorspronkelijke OP. Bij contraconditionering wordt de VP daarnaast gekoppeld aan een nieuwe OP met tegengestelde valentie, waardoor ook de gevoelswaarde kan veranderen.

19
New cards

Wat is het verschil tussen acquisitie en extinctie?

Acquisitie is het verwerven van een nieuwe reactie of nieuw gedrag. Extinctie is leren dat een eerder verwachte belangrijke gebeurtenis niet meer optreedt.

20
New cards

Wat is het verschil tussen associatieve en propositionele theorie?

De associatieve theorie verklaart leren via verbindingen tussen mentale representaties. De propositionele theorie verklaart leren via betekenisvolle uitspraken over relaties tussen gebeurtenissen.

21
New cards

Mevrouw X ziet een glas wijn en krijgt direct sterke drang om te drinken. Analyseer dit leerpsychologisch.

Het glas wijn functioneert als VP die door eerdere koppeling aan alcoholinname craving oproept. De craving is een VR en kan worden gezien als actietendens richting drinken.

22
New cards

Mevrouw X komt vermoeid thuis na een lange werkdag en koopt daardoor sneller alcohol. Welk principe past hierbij?

Pavloviaans-instrumentele transfer. De pavloviaanse VP vergroot de kans op instrumenteel gedrag dat eerder tot dezelfde appetitieve uitkomst leidde.

23
New cards

Iemand blijft na het overlijden van een geliefde de oude ontmoetingsplek bezoeken. Waarom is dit niet automatisch gewoontegedrag?

Omdat het gedrag nog doelgericht kan zijn. De persoon kan de plek bezoeken als eerbetoon aan de geliefde, dus het gedrag kan door een andere uitkomst gemotiveerd worden.

24
New cards

Een persoon is na een hondenbeet bang voor alle honden, ook vriendelijke honden. Welk principe verklaart dit?

Generalisatie. De aangeleerde angst breidt zich uit van de oorspronkelijke hond naar andere, vergelijkbare honden.

25
New cards

Een sociaal angstige persoon leert in exposure dat feestjes niet tot vernedering leiden, maar krijgt later in een andere omgeving opnieuw angst. Wat verklaart dit?

Contextafhankelijkheid van extinctie. Het oorspronkelijke leren is niet verdwenen; de nieuwe leerervaring is gebonden aan de context waarin extinctie plaatsvond.

26
New cards

Een pijnpatiënt vermijdt allerlei bewegingen omdat hij denkt dat die pijn veroorzaken, terwijl sommige verbanden toevallig zijn. Welk leerprincipe is relevant?

Voorspellingsfout en blokkering. Idealiter wordt leren over toevallige samenhangen geblokkeerd, zodat vermijding gericht blijft op daadwerkelijke uitlokkers.

27
New cards

Valkuil: denken dat extinctie het oorspronkelijke leren volledig uitwist. Wat is correct?

Extinctie betekent meestal nieuw leren naast oud leren. Spontaan herstel en contextafhankelijkheid tonen dat het oorspronkelijke leren niet verdwenen is.

28
New cards

Valkuil: denken dat blijvend gedrag na devaluatie altijd gewoontegedrag bewijst. Wat is correct?

Blijvend gedrag kan ook doelgericht zijn als het door een andere uitkomst gemotiveerd wordt, zoals een rouwende die een plek bezoekt als eerbetoon.

29
New cards

Valkuil: denken dat angst alleen ontstaat door eigen traumatische ervaringen. Wat is correct?

Angst kan ook ontstaan via observationeel leren en leren via instructie.

30
New cards

Valkuil: denken dat exposure alleen werkt doordat angst simpelweg afneemt. Wat is correct?

Exposure kan werken via extinctieleren, voorspellingsfout, contextueel nieuw leren en motivatie door succeservaringen en hogere-ordedoelen.

31
New cards

Valkuil: denken dat contraconditionering hetzelfde is als extinctie. Wat is correct?

Contraconditionering koppelt de VP aan een nieuwe OP met tegengestelde valentie en kan daardoor ook de gevoelswaarde en gedachten aan de OP veranderen.

32
New cards

Valkuil: denken dat alle prikkels rond een trauma automatisch angst gaan oproepen. Wat is correct?

Blokkering kan leren over redundante prikkels voorkomen wanneer een andere prikkel de aversieve gebeurtenis al voorspelt.

33
New cards

Welke twee onderzoekers vormen de historische basis van de leertheoretische benadering?

Edward Lee Thorndike en Ivan Pavlov. Thorndike is verbonden met instrumentele conditionering; Pavlov met klassieke conditionering.

34
New cards

Welke bijdrage leverde Skinner aan instrumentele conditionering?

Skinner ontwikkelde de Skinner-box, waarmee instrumenteel gedrag automatisch kon worden geregistreerd zonder voortdurende aanwezigheid van de onderzoeker.

35
New cards

Wat definieerden De Houwer en collega’s in 2013 als leren?

Gedragsveranderingen van een organisme die het resultaat zijn van regelmatigheden in de omgeving van dat organisme.

36
New cards

Waarom sluit deze definitie van leren een eenmalige schrikreactie uit?

Omdat een eenmalige schrikreactie niet voortkomt uit een regelmatigheid in de omgeving en daarom niet als leren wordt geclassificeerd.

37
New cards

Wat is de kern van Mitchells propositionele benadering?

Conditionering berust niet op blinde associaties, maar op proposities over relaties tussen gebeurtenissen, zoals: de bel voorspelt voedsel.

38
New cards

Wat is de 9+-nuance bij de uitkomstdevaluatieprocedure?

Devaluatie kan aantonen dat de uitkomstrepresentatie nog een rol speelt, maar het uitblijven van effect bewijst niet automatisch dat gedrag gewoontegedrag is; er kan een ander doel meespelen.

39
New cards

Waarom is craving meer dan alleen verlangen?

Craving is ook een actietendens: een motivationele neiging om tot productinname over te gaan.

40
New cards

Hoe verklaart appetitieve conditionering gecompliceerde rouw?

Stimuli die verbonden waren met de geliefde kunnen gemis oproepen. Trage extinctie en brede generalisatie kunnen maken dat dit lang en breed blijft voortbestaan.

41
New cards

Welke twee bedenkingen leidden tot modernere leertheorieën over angst?

Niet iedereen met een angststoornis heeft directe aversieve conditionering meegemaakt, en niet iedereen die een trauma meemaakt ontwikkelt een angststoornis.

42
New cards

Wat liet Seligmans onderzoek naar aangeleerde hulpeloosheid zien?

Wanneer dieren geen controle hebben over het stoppen van elektrische prikkels, leren zij passief te blijven, zelfs wanneer ontsnappen later mogelijk wordt.

43
New cards

Wat is de klinische betekenis van generalisatie bij angst?

Angst wordt problematisch wanneer deze zich uitbreidt naar veilige of ongevaarlijke stimuli, zoals angst voor alle honden na één hondenbeet.

44
New cards

Wat formuleerden Rescorla en Wagner in 1972?

De verrassingshypothese: conditionering treedt vooral op wanneer de OP onverwacht is en er dus een voorspellingsfout optreedt.

45
New cards

Waarom is blokkering adaptief?

Blokkering voorkomt dat organismen reageren op redundante signalen en helpt hen onderscheid maken tussen goede en minder goede voorspellers.

46
New cards

Waarom is de context zo belangrijk bij extinctie?

De context helpt bepalen welke leerervaring actief wordt: de oorspronkelijke VP-OP-relatie of de nieuwe leerervaring dat de VP niet door de OP wordt gevolgd.

47
New cards

Welke twee strategieën kunnen terugval na extinctie verminderen?

Extinctie uitvoeren in verschillende contexten en gebruikmaken van een geheugensteuntje uit de extinctiefase.

48
New cards

Wat maakt contraconditionering sterker dan standaardextinctie voor valentie?

Contraconditionering koppelt de VP aan een nieuwe OP met tegengestelde valentie en kan daardoor de onaangename gevoelswaarde van de VP veranderen.

49
New cards

Hoe illustreert disulfiram instrumentele contraconditionering?

Alcoholgebruik, dat eerder aangename effecten had, wordt gevolgd door onaangename effecten zoals braken en hoofdpijn, waardoor de uitkomst van het gedrag verandert.

50
New cards

Wat voegt het motivationeel model toe aan extinctiegericht denken over exposure?

Het benadrukt exposure als uitdagende, doelgerichte handeling die succeservaringen, zelfvertrouwen en motivatie via hogere-ordedoelen kan versterken.

51
New cards

Toepassing: waarom is de therapeut volgens het hoofdstuk ook een beetje onderzoeker?

Omdat de therapeut leerpsychologische analyses moet testen bij individuele patiënten en moet loslaten of herzien als ze niet helpen.

52
New cards

Wat is de belangrijkste overkoepelende boodschap van het hoofdstuk?

Leerpsychologie biedt een krachtige manier van denken over ontstaan, instandhouding en behandeling van psychopathologie, zonder te claimen de ultieme verklaring te zijn.