1/123
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
hematurie
kan afkomstig zijn uit urinewegen of uit glomerulus
glomerulaire oorsprong wordt waarschijnlijk waneer in het urinesediment dysmorfische erytrocyten (rode bloedcellen met afwijkende vorm) en erytorcytencilinders zitten
ontstaan doordat erytrocyten tijdens passage door beschadigde glomerulaire filtratiebarriere vervormen
moet onderscheidt gemaakt worden tussen:
glomerulaire hematurie
niet-glomerulaire hematurie (bv tumoren, stenen, infecties van urinewegen)
IgA-nefropathie
meest voorkomende primaire glomerulonefritis wereldwijd
gekenmerkt door: IgA-antilichamen in het mesangium (steunweefsel in glomerulus) → geeft onstekingen + beschadiging van glomerulus
typisch hiervoor is dat macroscopische hematurie optreedt kort na luchtweginfectie
ziektebeloop varieert sterk: ene patient jaren stabiele nierfunctie, andere snel achteruit
risicofactoren voor progressie:
proteïnurie > 1 g/24h
hypertensie
verlaagde GFR bij presentatie
op biopt is IgA-depositie zichtbaar
klachten: bloeding, hematurie, infectie rond prikplaats, ( lichte hypertensie)
risicofactoren voor progressie bij IgA-nefropathie
proteïnurie > 1 g/24h
hypertensie
verlaagde GFR bij presentatie
nierbiopsie
verricht waanneer de uitslag therapeutisch of prognostisch consequenties heeft
behandeling IgA-nefropathie
vooral gericht op verminderen van progressie van nierschade:
zoutbeperking
beperking van overmatige eiwitinname\stoppen met nicotine-gebruik
ACE-remmer bij hypertensie, albuminurie of persisterende hematurie
verlagen intraglomerulaire druk doordat zij efferente arteriole dilateren → glomerulaire filtratiedruk afnemen + vermintert proteïnurie
acute glomerulonefritis
hierbij onstaat plotselinge onstekingsreactie in de glomerulus
kenmerken:
hematurie
proteinurie
verminderde nierfunctie
soms hyptertensie + vochtretentie
is een nefrologische spoedsituatie → vroeg herkennen van belang om irreversible nierschade te voorkomen
aanvullend onderzoek bij acute glomerulonefritis
urinediment
albumine/creatinine-ratio
complementfactoren
auto-antistoffen; ANA, ANCA, anti-GBM
nierbiopsie
anti-GBM-nefritis
hierbij worden anti-antistoffen tegen glomerulaire basaalmembraan gevormd
deze activeren complementeiwitten en veroorzaken een ernstige onstekingsreactie met beschadiding van filtratiebarriere
de onsteking kan leiden tot:
beschadiding van capillairen
eiwitverlies
hematurie
snel nierfunctieverlies
nefrotisch syndroom
gekenmerkt door:
proteinurie > 3,4g/24h
hypoalbuminemie
oedeem
hyperlipidemie
onstaat doordat glomerulaire filtratiebarriere grote hoeveelheden eiwit doorlaat
albumineverlies verlaagt colloïd-osmotische druk van plasma → vocht naar interstitium verplaatsen = oedeem vorming
nier activeert natrium- waterretentie → wat oedeem versterkt
complicaties van ernstig eiwitverlies
infecties
trombo-embolische complicaties
ondervoeding
nefrotisch syndroom - kenmerken
proteinurie > 3,4g/24h
hypoalbuminemie
oedeem
hyperlipidemie
minimale-changeziekte
nierziekte waarbij de glomeruli onder gewone micrscoop vrijwel normaal lijken, maar toch eiwitten doorlaten
beschadigins zit vooral in podocyten (speciale cellen van nierfilters), waardoor veel eiwit uit bloed → urine lekt
meest waarschijnlijke oorzaak voor nefrotisch syndroom bij adolescenten
gezien als: immunologisch gemedieerde podocytopathie
reageert goed op corticosteroiden
nierbiopsie vaak niet direct nodig
behandeling nefrotisch syndroom
prednison
eventueel ACE-remmers
diuretica bij ernstig oedeem
zoutbeperking
microalbuminurie
vroeg teken nva glomerulaire schade
persisterend vooral gezien bij
diabeter millitus
hypertensie
metabool syndroom
atherosclerose
bij diabetes kan glomerulaire schade onstaan door:
chronische hyperglykemie
endotheeldisfunctie
verlies van normale autoregulatie
verhoogde intraglomerulaire druk
diabetische nefropathie
chronische nierschade die onstaat als complicatie van DM (T1 of T2) → belangrijkste oorzaak van chronische nierziekte/-falen
langdrug verhoogde bloedglucosewaarden leiden tot:
verdikking van glommerularie basaalmembraan
mesangiale expansie
glomerulosclerose
toenemende permeabiliteit van glomerulus voor eiwitten
onstaat door langdurige hyperglykemie een structurele verandering van de glomerulus met prgressieve albuminurie en uiteindelijk nierfunctieverlies
hierbij kan glomerulaire hyperfiltratie onstaan → de verhoogde glomerulaire druk beschadigt op termij de filterbarriere, waardoor albumine in urine komt
diabetische nefropathie - klinische kenmerken
Microalbuminurie (vroeg stadium)
30–300 mg albumine/24 uur
Macroalbuminurie (proteïnurie)
300 mg albumine/24h
Progressieve daling van de glomerulaire filtratiesnelheid (GFR)
Vaak geassocieerd met:
Hypertensie
Diabetische retinopathie
Perifeer oedeem (later stadium)
diabetische nefropatie behandeldoelen
strikte bloeddrukregulatie (systolisch < 130 mmHg)
goede glucoseregulatie
vermindering van albuminurie
cardiovasculaire risicoreductie
diabetische nefropathie - therapie
ACE-remmers of ARB’s
optimaliseren van diabetsbehandeling (insuline of orale middelen)
gewichtsreductie
zoutbeperking
behandeling van dyslipidemie met staties
culturele aspecten: kunnen invloed hebben op voedingsadviezen + therapietrouw → goede communicatie + cultuursensitieve voorlichting is essentieel
afwijkingen in urine geven info over locatie + ernst van nierziekten:
hematurie met dysmorfe erytrocyten = glomerulaire oorzaak
albuminurie + proteinurie zijn markers voor = glomerulaire schade + vorospellers nierfunctieverlies
onderscheid nefritisch syndroom (hematurie, ontering, nierfunctieverlies) en nefrotisch syndroom (massale proteinurie, hypoalbuminemiew, oedeem) is essentieel voor diagnose + behandeling
broege herkenning IgA-nefropatie, anti-GBM-nefritis, minimale-changeziekte en diabetische nefroptaie belangrijk voorkomen chronische nierschade
niergrootte
normaal 9-12cm
afwijkend geeft vaak aanwijzingen over de aard + duur van nierziekte
vergrote nieren passen bij obstructie, chronische aandoeningen + infiltratieve ziekten
kleine nieren wijzen mestal op langdruig bestaand chronisch nierlijden met verlies van functioneel nierweefsel
hydronefrose
is verwijding van pyelum en nierkelken als gevolg van obstructie in de urineafvoer
op echo zichtbaar
als opstructie langer is = nier groter worden
obstructie kan zitten in ureter, t.h.v blaasuitgang en in urethra
oudere mannen = subvesicale obstructie door begigne prostaathyperplasie (BPH) vaak oorzaak
kleine nieren
belangrijk teken vna chronische nierziekte
langdrurige schade onstaat: fibrose, verlies van nefronen, corticale atrofie
wijzen vrijwel altijd op irreversibel proces dat al langere tijd bestaat
kenmerken van chronische nierschade
langzaam stijgende creatinine
proteinurie
afwezig acief urinesediment
verkleinde nieren op echo
autosomaal dominante polycysteuze nierziekte (ADPKD)
mest voorkomende erfelijke cystenierziekte
gekenmerkt door:
progressieve vorming van talrijke niercysten
toename van niergrootte
hypertensie
hematurie
buikomvang neemt toe
uiteindelijk nierfunctieverlies
uretersteen
veroorzaakt obstructie van urineafvoer
klachten:
koliekpijn
hematurie
soms hydronefrose (verwijding van het nierbekken en de nierkelken door een belemmerde afvoer van urine uit de nier)
diagnose: CT-abdomen → heeft hoge sensitiviteit + specificiteit
steen zichtbaar als hyperdens concrement
renovasculaire hypertensie
ontstaat door een vernauwing van de nierarterie (nierarteriestenose)
gevolgen:
verminderde nierdoorbloeding
activatie van renine-angiotensine-aldosteronsysteem (RAAS)
ernstige hypertensie
uiteindelijk verkleining van de aangedane nier
» verdenking op nierarteriestenose = ACE-remmers met voorzichtigheid gebruikt omdat nierfunctie flink kan verslechteren met stenose
atherosclerotische plaque
ophoping van vetten, cholesterol, ontstekingscellen en bindweefsel in wand van slagader
nierinfarct
ontstaat door acute afsluiting van een nierarterie of een van haar vertakkingen
kenmerken
acute flankpijn
hematurie
verhoogde LDH
vaak een embolische bron, bv atriumfibrilleren
Ct met contrast toont een wigvormig gebied zonder contrastopname passend bij ischemie
anatomie van nier
zit retroperitoneaal aan achterzijde van buikholte
grootte 9-12cm
bestaat uit buitenste cortex en binnenste medulla, omgeven door stevig fibreus kapsel = bescherming
functionele eenheid = neuron (ong 1 miljoen in elke nier)
bestaat uit: glomerulus, proximale tumulus, lis van Hendle, distale tubulus en verzamelbuis

nefron
bestaat uit: glomerulus, proximale tumulus, lis van Hendle, distale tubulus en verzamelbuis
glomerulus fungeert als microscopische filter waarin bloedplasma gefilterd wordt
dan worden water en opgeloste stoffen in tubulaire segmenten selectief teruggeresorbeerd of uitgescheden

fysiologische functies van de nier
vervult meerdere vitale fysiologische functies
verandwoordelijk voor uitscheiding van afvalstoffen + geneesmiddelen
verwijderen stoffan als ureum + creatinine uit bloed en via urine uitgescheden
cruciale rol in regulatie water-, elektrolyt, zuur-base balans
door nauwkeurige contole op Na+, K=, waterstofionen en vochtvolume handhaaft de nier de homeostase van lichaam
endocriene functies
produceert Renine (hormoon betrokken bij regulatie van bloeddruk via Renine-angiotensie-aldosteronsysteem)
produceert erytropoetine (EPO) → stimuleert aanmaak rode bloedcellen in beenmerg
activeert vitamine D = essentieel voor calciumabsorptie + botmetabolisme
symptomen en gevolgen van nierfalen
door accumulatie van afvalstoffen in het bloed kunnen algemene klachten: malaise, vermoeidheid + jeuk optreden
verminderde uitscheiding van vocht + elektrolyten → vochtretentie + verstoring van elektrolytenbalans → oedeem, hypertensie + cardiale complicaties
tekort aan erytropoetine → anemie
onvoldoende vit. D → bosziekten + stoornissen in mineraal metabolisme
nierfalen is geen lokaal probleem van 1 orgaan, maar systemische aandoeng met effecten op alle orgaansystemen
diagnostiek van nierfunctie en nierziekten
lab: serumcreatinine (endogene marker die vaak gebruikt wordt als indicator van nierfunctie)
op basis hiervan kan glomerulaire filtratiesnelheid (GFR) worden geschat →
urineonderzoek
6 bealngrijke functies nier
uitscheidng van afvalstoffen: ureum, creatinine, meds, toxines, urinezuur
regulatie van vloeistoffen + elektrolytenbalans: Na+, K+, Mg2+, Ca2+, HCO3-, PO43-
regulatie bloeddruk: via RAAS
zuur-base balnas: uitsicheidng H+, reabsorptie van bicarbonaat
erytropoese: productie van EPO → essentieel aanmaak rode bloedcellen
endocriene + metabole functies: activatie van vit. D
anatomie van nier
glomeruli: waar filtratieprocess plaatsvind, maakt 200L urine per dag
arteriële: reguleren hoeveelheid bloed dat door glomeruli gaan
tubuli: vocht- + elektrolytenhuishouding
urinewegen: afvoer van urine

indeling van nierziekten op basis van anatomie:
perenaal: probleem voor nier (nierarterie, arteriële)
renaal: probleem in glomerulus, tubuli of interstitium
postregaal: obstructie in urinewegen

glomerulaire aandoeningen
sprake van hematurie en/of proteinurie
hematurie wijst → glomerulonefritis
proteïnurie wijst → glomerulaire schade of permeabiliteitsstoornis
glomerulaire schade of permeabiliteitsstoornis
vaak is schade aan basaalmembraan waardoor eiwitten lekken → kan zonder of met onsteking plaatsvinden
bij hypercholesterolemie is sprake van nefrotisch syndroom
kan primair zijn, waarbij beperkt is tot neir
kan secundair zijn → onderdeel van systeemziekte; diabetes of SLE
glomerulonefritis
Capillairen zijn beschadigd waardoor erytrocyten lekken en worden dysmorfe erytrocyten en erytrocytencilinders gevonden in urinesediment
dysmorfe erytrocyten zijn misvormde rode bloedcellen die geen ronde vorm meer hebben
indeling glomerulaire aandoeningen
volgens patroon van immuunfluorescentie
lineair: anti-GBM-nefritis
granulair:
poststreptokokken GN
SLE-nefrtitis
IgA-nefropathie
IF-negatief:
ANCA-vasculitis
Churg-Stauss, GPA, MPA
IgA nefropathie VS Post-streptokokken GN

tubulo-interstitiele nefritis (TIN)
ontsteking van nierinterstitium (steunweefsel tussen de nierbuisjes) en vaak ook van de niertubuli
oorzaken: medicaties, infecties, auto-immuunziekten
klachten: koorts, huiduitslag,eosinofilie, vermoeidheid, misselijkheid, klankpijn, verminderde nierfunctie
kan chronisch of acuut zijn
gestoorde nierfunctie zie je
verhoogde creatinine = verlaagde eGFR
proteïnurie/macro-albuminurie = > 300mg/L eiwit
erytrocyturie = vaak dysmorfe erytrocyten bij glomerulaire oorzaak
acute tubulusnecrose (ATN)
veel voorkomende oorzaak van acute nierschade
cellen van niertubuli raken beschadigd, waardoor nieren afvalstoffen en vocht minder goed verwerken
RAAS zorgt normaal bij verminderde nierdoorbloeding voor herstellen hiervan → bij ernstige ischemie of langdurig = tubuluscellen beschadigd → onstaat ATN
oorzaak: ischemie, te lage bloeddruk of toxische effecten van meds
klachten: (soms) minder urineproductie (oligurie), vocht vasthouden (oedeem), misselijkheid, braken, vermoeidheid, verwardheid bij ernstige nierfunctiestoornis
3 fase: initiatiefase (beschadiging onstaat), onderhoudsfase (verminderde nfunctie), herstelfase(nierfunctie geleidelijk beter - tijdelijk veel urineproductie)
urineanalyse
dipstick/urine-teststrip: detecteert bloed, eiwit, nitriet + leukocyten
bloed: hoeft niet altijd erytrocyten te zijn, kan ook hemoglobine
eiwit: albumine, detectie vanaf > 300mg/L
nitriet en leukocyten: blaasonsteking uitsluiten
portie-urie: eiwit en natrium bepaling
sediment: dysmorfe erytrocyten + cilinders bepalen
schema hematurie

schema proteïnurie

schema acute nierisufficiëntie

schema chronische nierinsuffiëntie

bloedvaten knijpen samen door
verwonding
kou
stress/inspanning = minder actieve organen
plotselinge bloeddrukdaling = voorkomen flauwvallen - in benen + buik direct samentrekken
door medische aandoeningen of stoffen = vaatspasmen, roken, etc
meest voorkomende oorzaak van nefrotisch syndroom bij kids
minimal-change nefropathie
claudicatio intermittens
etalagebenen
is pijn, kramp of vermoeidheid in de benen tijdens het lopen, veroorzaakt door onvoldoende bloedtoevoer naar de spieren, meestal door vernauwing van de slagaders (perifeer arterieel vaatlijden).
dipstick/urinestick
nitriet: wijst op blaasonsteking
enige vorm van roze verkleuring = afwijkend
leukocyten: wijst op blaasontsteking of koorts
beoordeling niet exact, elke verkleuring = afwijkend
erytrocyten: hemoglobine en erytrocyten
uniforme kleur = hemoglobine, spikkels = kapotte ery’s, afwijkend = > 5-10 ery’ s/microgram
nb. contaminatie met menstruatie of na extreme inspanning of bacteriuria
dipstick is positief bij zowel ery’s, myoglobinurie als hemoglobinurie, sediment alleen bij hematurie
proteïnurie: meest gevoelig voor albumine
pas detectbaar bij macroalbumine
urinesediment
bepalen aantal erytrocyten per gezichtsveld en vorm
> 20 bac per gezichtveld of >5 leukocyten pgv
onderscheid maken tussen nefrologische oorzaak (voor neuron) en urologische oorzaak (na nefron)
glomerulaire oorsprong erytrocyten
erytrocyten passeren de glomerulus en tubuli en vervormen tot dysmorfe erytrocyten
komt door achade aan glomerulus
dysmorfe ery’s kunnen samenklonten tot erytrocyten cilinders → komt vaak voor bij actieve inflammatoire nierziekte (glomerulonefritis, ANCA vasculitis + snel progressieve GN)
urologische oorsprong erytrocyten
bloed in urine na het nefron, dus in ureter, blaas of urethre
ery’s blijven hierdoor normaal van vorm = isomorfe erytrocyten
komt voor bij urineweginfecties, nierstenen, blaas/niercarcinoom, benigne prostaathyperplasie
hematurie beeld
microscopisch: enkel zichtbaar bij dipstick/sediment → verwijsizng uroloog wanneer >3ery’s per gezichtsveld + risicofactoren voor maligniteit
macroscopisch: zichtbaar met blote oog
asymptomatisch macroscopische hematurie → direct verwijzing uroloog - kan duiden maligniteit
proteinurie oorzaken
kan
overflow lichte ketens
tubulair
glomerulair z
zijn
overflow lichte ketens (Kahler) - proteinurie
probleem zit niet in glomerulus, maar prerenaal
er is namelijk te veel bloedaanvoer met extreem veel eiwit in het bloed
tubuli kunnen deze eiwitten niet goed terugresorberen, waardoor eiwiten ‘overstromen’
tubulair - proteinurie
onderverdeeld in
interstitiele nefritis = veroorzaakt door ontsteking van de tubuli en interstitium of door meds (NSAID’s/antibiotica)
acute tubulusnecrose = veroorzaakt door ischemie of toxiteit meds → hierbij worden tubuluscellen beschadigd = verlies van eiwitreabsorptie
glomerulair - proteinurie
kan nefrotische en niet-nefrotisch zijn
niet-nefrotische oorzaak iss vaak ook hematurie
bv: IgA-nefropathie, postinfectieuze GN, ANCA vasculitis en lichte vorm van diabetes nefropathie
nefrotisch syndrook vaak gekenmerkt door eiwitlekkage met zwellingen
primaire oorzaken: minimal change disease of membraneuze nefropathie
secundaire oorzaken: diabetische nefropathie of lupus nefritis
diabetische nefropatie presentatie
kan nefrotisch of niet-nefrotisch zijn afhankelijk van stadium
onderscheid maken tussen nefritisch en nefrotisch bij glomerulaire ziekten
glomerualire ziekten geven bijna altijd combi van hematurie & proteinurie
nefritisch dominant: veel hematurie en minder proteinurie, bij bv IgA nefropathie
nefrotisch dominant: veel proteinurie en minder hematurie, bij bv diabetische nefropathie
gemengd beeld: vaak zowel proteinurie als hematurie duidelijk aanwezig, bij bv lupus nefritis/vasculitis
gezonde eiwituitscheiding urine
midner dan 100mg per dag aan totaal eiwit, waarvan max 30mg albumine
urine bevat hiernaast 30-50mg Tamm-Horsfall-eiwit → een tubulair eiwit
mate van albuminurie worst geclassificeerd op basis van albumine/creatinine ratio (ACR)
normaal: ACR < 3mg/mmol
microalbuminurie: ACR 3-30mg/mmol, albumine 30-300mg
microalbuminurie (proteïnurie): ACR > 30mg/mmol, albumine >300mg
ACR > 30mg/mmol duid op pathologishce eiwituitscheiding en vereist evaluatie
normale urine heeft tot 10.000 rode bloedcellen/ml en bij zware inspanning tot wel 30.000/ml
glomerulaire barrière bestaat uit 3 lagen:
glycocalyx: suikerlaag op endotheel vormt eerste barriere tegen albumineverlies + beschermt opp van endotheelcellen tegen onstekingscellen
verlies hiervan → verhoogde permeabiliteit voor eiwitten + resulteert in albuminurie
podocyten: vormen uitlopers (foot processes) een sleutelstructuur in de filtratie
bij beschadiging raken processsen vervlakt → ‘foot process effacement’ en proteinurie
glomerulaire basaalmembraan (GBM): vormt laatste selectieve barriere tegen eiwitverlies
bij verlies of beschadiging van 1 van deze lagen onstaat lekkage van eiwitte, meestal albumine naar urine
genetische oorzaken van proteinurie
diverse mutaties bekend → vroeg optreden proteinurie, vooral bij kids
NPHS1 (nefrine) en NPHS2 (polocine) → mutaties in podocyt-eiwitten → kunnen congenitaal nefrotisch syndroom veroorzaken
erfelijkheidsonderzoek is aangewezen bij jonge patienten met therapieresistente nefrotische syndromen
ACE-remmers/ARBs effect
blokkeren RAAS systeem → verlagen intraglomerulaire druk en albuminurie
SGLT2-remmers
remmen terugresoptie van natrium + glucose → reductie proteinurie, ook geen diabets (herstelt glomerulaire hyperfiltratie)
GLP1-agonisten
remt snelheid maagontlediging → glucose- en gewichtsreductie
differentiatie verschil tussen glomerulaire en extra-glomerulair

acanthocyten (‘Mickey Mouse cellen’)
sterk argument voor glomerulaire bloeding
bij vaststellen van glomerulaire hematurie is belangrijk om oorzaak te onderzoeken
macroscopische hematurie
bloed in urine met ogen zien
rode urine → sediment onderin en daarop supernatant → als supernatant helder is = hematurie
supernatant rood = dipstick nodig om te controleren of er heem in zit
dipstick neg = supernatrant verkleurd door kleurstof
dipstick pos = onderzoek worden of myoglobine o hemoglobine is > gedaan door naar plasma te kijken
helder plasma = myoglobine, rood = hemoglobine
dit gevonden (ongeacht leeftijd) → urologisch onderzoek
microscopische hematurie
urine nier verkleurd
contaminatie door bv menstruatie, infecties uitsluiten
analyse van urine moet na aantal dagen herhaalt worden
normale urine heeft tot 10.000 rode bloedcellen/ml en bij zware inspanning tot wel 30.000/ml
testen + herhaling test van belang, oorzaak vaak onschuldig
korte tijd vaker hematurie vinden bij iemand > 50j → vervolgonderzoek doen
oorzaken hematurie
niet-glomerulaire oorzaken: < 50j vaak onschuldige aandoeningen
in hoge urinewegen denken aan steenlijden → pyelonefritis en polycystic kidney disease (PKD)
in lage urinewegen denken aan cystitis, prostatitis en urethritis
> 50j = ook denken aan blaas / niercelkanker
autosomal dominant polystitic kidney disease (ADPKD) = kan ook oorzaak zijn van hematurie
fam anamnese belangrijk voor diagnose
meestal cysten in nier als lever gevonden
persisterende geïsoleerde (glomerulaire) hematurie
< 50j meest voorkomende oorzaken: IgA nefropathie, dunne basaalmembraan ziekte (thin basment membrane disease), Alport syndrom en andere oorzaken
> 50j: nefropathie en Alport syndroom
naast hematurie niks aan hand → volgen pt
ook hypertensoe en/of proteinurie → ingrijpen
meest voorkomende oorzaak van glomerulaire hematurie na bovensteluchtweg infectie
IgA-nefropathie, post-streptokokken glomerulonefritis en non-specifieke mesangiale proliferatieve glomerulonefritis
post-streptokokken glomerulonefritis = vaak 2 weken na BLWI of 3w na huidinfectie
primaire IgA nefropathie
meest voorkomende oorzaak van primaire glomerulonefritis in ontwikkelde landen
ong helft van patienten heeft hematurie na 3-5d na een BLWI
30-40% heeft asymtopatische hematurie
kan ook systemishc zijn: Henoch Schönlein purpura
kan ook secundair zijn (bij leverziekten, coeliakie, HIV en andere oorzaken)
bij onderzoek goed kijken huid van pt → geeft info over mogelijke systeemziekten
Transplantatie kan mogelijk zijn, maar IgA n. kan terugkomen omdat in hele lichaam zit
passen prestatie episodes van macrosocopische hematurie en neg famgeschiedenis
Alport syndroom
erfelijke aandoenign waarbij collageen van basaalmembranen in nieren, oren en ogen afwijkend is
geeft nierproblemen, gehoorverlies en soms oogafwijkingen
X-gebonden - vaak op COL4A3, COL4A4 of COL4A5 (type 4-collageen mutatie)
rode urine of hematurie schema

TBMN - thin basement membrane nephropathie
erfelijke aandoening, waarbij glomerulaire basaalmembraan dunner is dan normaal
geen nierfalen in fam voorkomt (X-gebonden of autosomaal recessief)
vaak op COL4A3, COL4A4 of COL4A5 (type 4-collageen mutatie)
aandoening kan aangetoond worden door middel van licht microscopie
5-9% van algemene bevolking heeft dit
goede prognose zonder speciefieke behandeling
pt’s om het jaar controleren
Alport-syndroom vs TBMN kenmerken

aanhoudende, geisoleerde (glomerulaire) hematurie
kan komen door IgA nefropathie, TBMN en Alport syndroom
onderscheidt maken op basis van fam.geschiedenis + analyse urine
voorbeeldcasussen allemaal pt van 40j:
episoden van massale hemature + neg famgesch. = meest waarschijnlijk IgA-n.
aanhoudend microscopische hematurie, geen nierfalen in fam.gesc. = vaak TBMN
famgeschied. met nierfalen + sommige gevallen doofheid = vaak Alport syndroom

functie van immuunsysteem
verdediging tegen blootgestelde pathogenen
manier van verdediging verschilt per soort pathoogeen
betrokken in toom houden maligniteiten
kan ook tegen mens werken, door bv vorm van auto-immuunziekten of na transplantatie
traditioneel ingedeeld in humorale (oplosbare factoren) en cellulaire factoren als granulocyten, macrofagen en B/T lymfocyten
onderscheid tussen aangeboren (innate) en verworven (adaptieve) componenten
auto-immuun nierziekten
bijvoorbeeld
goodpasture syndroom
systemische lupus erythematosus (SLE)
wegener’s granulomatosis (GPA of ANCA-casculitis)
in deze situaties spelen antilichamen + auto-antigenen een belangrijke rol
antilichaam
bestaat uit 2 zware en 2 lichte ketens, verbonden door zwavelbruggen
Fab-gedelte van antilichaam zorgt voor herkenning antigeen
uniek voor ieder antilichaam en dus voor elke ziekte/conditie
Fc-gedeelte is constante deel van antilichaam → van belang voor effector functie
via Fc-gedeelte kunnen neutrofielen direct een cel activeren
zorgt voor complementactiviteit

goodpasture syndroom
antilichamen tegen type IV-collageen als onderdeel van de glomerulaire basaalmembraan (GBM)
systemische lupus erythematosus (SLE)
vorming van immuuncomplexen met depositie onder het endotheel
wegener’s granulomatosis (GPA of ANCA-casculitis)
antistoffen tegen neutrofiele proteinase 3 leidend tot nefritis
teken vna complementactivatie zichtbaar, maar niet van antistoffen → daarom pauci immuunziekte genoemd
complementsysteem
cascade die op 3 verschillende manieren geinitieerd kan worden
klassieke pathway
lectine pathway
alternatieve pathway
→ aantal verschillende complementfactoren gebruikt met als centraal punt de activatie van C3
→ alle pathways komen samen op niveau van C3 klieving
antistoffen kunnen complementsysteem voornamelijk via klassieke route activeren → sprake van antistof-immuuncomplex-gemedieerde activatie
Fc-deel is belangrijk voor effectorfunctie → heeft verschillende varianten: IgA, IgD, IgG, IgM, IgE → heeft impact op complements.
alleen IgG en IgM kunnen klassieke pathway activeren
niet elk type antistof is even goed instaat om complement te activeren (via klassieke route)
wat is complement
Complement is een groep eiwitten die altijd in je bloed aanwezig zijn. Ze circuleren in een inactieve vorm en worden actief zodra er een infectie is.
Hun taak is om indringers te helpen bestrijden.
C3 is een van die complementeiwitten. Wanneer het complementsysteem wordt geactiveerd, wordt C3 in twee stukken geknipt:
C3→C3a+C3b
Die twee stukken krijgen verschillende taken.
C3a = alarmbel
C3b = naamsticker op de bacterie
C3-klieving
activatie van C3 geeft klieving in C3b en C3a
C3b = belang bij opsonisatie (markeren) van pathogenen voor afweersysteem
C3a = belang bij chemo-attractie en vasodilatatie
activatie van C5 zijn → via cascade met factoren C6-C9 leidt tot vorming van membrane attack complex (MAC)
een bac kan complement activeren door binding anitlichamen → eerst is dan vorming van C3b op opp van bac → hierna lyse van bac door vorming van MAC, dit perforeert celmembraan → C3a + C5a zorgen voor aantrekken neutrofielen = van belang bij herkenning van de bac en daarmee fagocytose
» systeem is verantwoordelijk voor opruimen bac, maar ook voor opruimen immuuncomplexen
klassieke route
wordt geinniteerd door C1q molecuul
lectine route
volgt min of meer dezelfde route als klassiek, hierbij zijn ook C2 en C4 van belang
initierende molecuul is echter MBL
MBL is lectine dat suikers herkent op lichaamsvreemde stoffen, zoals dat van gisten
alternatieve route
Deze route is bijzonder omdat hij spontaan en continu op laag niveau actief is.
1. Spontane activatie van C3
In het bloed wordt C3 lichtjes “instabiel” en kan spontaan splitsen tot C3b.
C3b kan zich binden aan oppervlakken.
2. Herkenning van pathogenen
Als C3b bindt aan een bacterieel oppervlak (geen eigen lichaamscel), wordt de cascade versterkt.
Eigen cellen worden beschermd door regulerende eiwitten.
3. Vorming van C3-convertase
C3b bindt factor B
Factor D knipt factor B → vormt C3bBb
Dit complex is de C3-convertase van de alternatieve route
4. Amplificatie
C3-convertase maakt nog meer C3b aan → positieve feedback
Hierdoor wordt het systeem snel sterker
5. Eindresultaat
Vorming van:
Opsonisatie (C3b “labelt” microben)
Ontsteking (C3a, C5a)
MAC-complex (membraanaanvalcomplex) → kan bacteriën perforeren
in bloed zitten plasma-eiwitten, waaronder factor H → zit in oplossingen en kan positieve loop doorbrenen en afremmen → niet eigen lichaamscellen aanvallen
zitten op oppervlakte van cellen, membraangebonden complementfactoren → zorgen voor regulatie alternatieve route
complement systeem schema

pathologie nier
nier is opgebouwd uit glomeruli, vaten en tubuli
tubuli vormt 80% van weefsel
schade in een van deze → kan nierziekte geven
grootste deel van pathologie is gerelateerd aan glomeruli
bestaat uit kluwen van capillairen
tussen tubuli liggen kleine vaatjes die tubuli van bloed voorzien en waar onstekingscellen uittreden
kleuringen lichtmicroscopie
gebruikt voor nierbiopt
hematoxyline-eosine kleuring(HE-kleuring) = celkernen blauw en cytoplasma +collageen bindweefsel roze
ernstige onsteking = veel blauw celkernen
PAS-kleuring = lijkt op dat hierboven, hier is echter ook kapsel van Bowman goed zichtbaar
zilverkleuring = scherp zwart randje een cappilaire wand weergeven. rood = bloedcellen
kan hiermee podocyten en masengium onderscheiden
kan zien of onsteking in of buiten capillair zit
