1/20
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Ik-perspectief
Het verhaal wordt verteld via de ik-persoon.
Personaal perspectief
Het verhaal wordt verteld door een persoon die vertelt wat één personage meemaakt en weet.
Alwetend perspectief
De verteller weet wat er gebeurt en wat alle personages denken en voelen.
Ruimte
De plaats waarin het verhaal zich afspeelt.
Verteltijd
Hoe lang het duurt om het verhaal te vertellen of te lezen.
Vertelde tijd
De tijdsduur die de gebeurtenissen in het verhaal beslaan.
Historische tijd
Wanneer het verhaal zich afspeelt in de geschiedenis.
Open plek
Er wordt iets verteld, maar het einde of een belangrijk deel blijft onduidelijk, zodat je zelf moet nadenken over wat er gebeurt.
Cliffhanger
Er wordt iets spannends verteld, maar het verhaal eindigt op een moment waarop je wilt weten hoe het verdergaat.
Spanningsboog
De opbouw van spanning in een verhaal, van het begin van de spanning tot het hoogtepunt en de afloop.
Karakter
Een personage in een verhaal met bepaalde eigenschappen, gevoelens en gedachten.
Type
Een personage dat weinig verandert en vooral bepaalde vaste eigenschappen heeft.
Motief
Een terugkerend element in een verhaal dat een bepaalde betekenis heeft.
Thema
Het belangrijkste onderwerp of de centrale gedachte van een verhaal.
Titelverklaring
De uitleg van de betekenis en het verband tussen de titel en het verhaal.
Motief
Een element dat meerdere keren in een verhaal terugkomt en betekenis heeft.
Verhaallijn
De opeenvolging van gebeurtenissen die samen het verhaal vormen.
Tijdsprong
Een sprong in de tijd waarbij een periode wordt overgeslagen.
Tijdverdichting
Een lange periode wordt in korte tijd verteld.
Flashback
Een terugblik naar een gebeurtenis die eerder heeft plaatsgevonden.
Vooruitwijzing
Een aanwijzing in het verhaal die verwijst naar iets wat later zal gebeuren.