1/47
gast
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Geofactor
Een factor die invloed heeft op de vorming van het landschap, zoals klimaat, vegetatie, en geologie.
Glaciaal
Een koude periode waarin de gemiddelde temperatuur op aarde enkele graden daalt, wat leidt tot de vorming van uitgebreide ijskappen op het land, ook wel aangeduid als een ijstijd.
Gletsjer
Een enorme massa ijs die langzaam naar beneden beweegt door de zwaartekracht, ontstaan uit samengeperst sneeuw.
Gletsjerpoort
De plek waar smeltwater uit een gletsjer stroomt en bijdraagt aan rivieren of meren.
Gletsjerrivier
Een rivier die smeltwater afvoert dat afkomstig is van een gletsjer, vaak troebel door sedimenten.
Gletsjertunnel
Een tunnel die onder een gletsjer gevormd wordt door de ophoping van een grote hoeveelheid smeltwater.
Golf
Een ripple in het water die meestal veroorzaakt wordt door de wind die over het wateroppervlak waait.
Grandmorene
Sediment dat zich onder de ijslaag bevindt en overblijft wanneer de gletsjer smelt, vaak met een variëteit aan gesteenten.
Heuvelland
Een gebied met een hoogte tussen 200 en 500 meter boven zeeniveau, gekenmerkt door glooiende heuvels.
Hoefijzermeer
Een meer dat gevormd wordt door het afsnijden van een riviermeander, vaak met een kenmerkende hoefijzervorm.
Hooggebergte
Een gebied waar de bergen hoger zijn dan 1500 meter, vaak met scherpe pieken en steile hellingen.
Horst
Een deel van het aardoppervlak dat langs een breuk is verzakt, maar minder is gezakt dan het omringende gebied, wat leidt tot een verhoging.
Hydrosfeer
De totale hoeveelheid water op aarde, die voorkomt in oceanen, rivieren, meren en als waterdamp in de lucht.
IJstijd
Een lange koude periode waarin de gemiddelde temperatuur op aarde significant daalt en grote ijskappen op het land ontstaan, ook wel een glaciaal genoemd.
Interglaciaal
De periode tussen twee ijstijden waarin het klimaat warmer is en de ijskappen voornamelijk smelten.
Jong gebergte
Bergen die relatief jong zijn, gevormd in de afgelopen paar tientallen miljoenen jaren, vaak gekenmerkt door scherpe toppen en steile hellingen.
Klifkust
Een steile kustlijn die ontstaat door de erosie van de zee aan de basis van de klif.
Kustduin
Een heuvel die is gevormd langs de kustlijn door door de wind verplaatst zand.
Laagland
Een gebied met een hoogte lager dan 200 meter boven zeeniveau, vaak vlak en vruchtbaar.
Landschapskringloop
Het proces van verwering en erosie dat voortdurend het landschap verandert en vormt.
Lengteprofiel
Een dwarsdoorsnede van een rivier van de bron tot de monding, die veranderingen in hoogte toont.
Meander
Een natuurlijke kromming of bocht in een rivier die ontstaat door erosie en sedimentatie.
Mechanische verwering
Het proces waarbij gesteente afgebroken wordt zonder dat de chemische samenstelling verandert, vaak door temperatuurveranderingen.
Middelgebergte
Een gebied waarvan de meeste bergtoppen tussen de 500 en 1500 meter hoog zijn, vaak met afgeronde toppen.
Middenloop
Het gedeelte van een rivier tussen de bovenloop en de benedenloop, gekenmerkt door een breder rivierbed.
Neerslag
Water dat in vaste of vloeibare vorm uit de atmosfeer valt, zoals regen, sneeuw en hagel.
Oud gebergte
Bergen die honderden miljoenen jaren oud zijn, vaak met afgevlakte toppen door erosie.
Plaat
Een stuk van de aardkorst, ook wel een slab genoteerd, dat beweegt en invloed heeft op geologische processen.
Plooiingsgebergte
Bergen die ontstaan zijn door het plooien van secties van de aardkorst als gevolg van tectonische krachten.
Regiem
Variaties in de waterafvoer van een rivier gedurende het jaar, vaak bepalend voor de ecologie van het gebied.
Relief
De verschillen in hoogte binnen een landschap, die het karakter van het terrein bepalen.
Rivier
Een natuurlijke waterloop die water afvoert vanuit een gebied en uiteindelijk in een grotere watermassa uitmondt, zoals een zee of meer.
Schol
Zie 'plaat', refererend naar een gedeelte van de aardkorst.
Sediment
Korrelige deeltjes zoals zand en klei die zich ophopen na transport door water, wind of ijs, vaak als afzettingsmateriaal.
Sedimentatie
Het proces waarbij materiaal dat door water, wind of ijs is vervoerd, wordt neergelegd en zich ophoopt.
Sedimentgesteente
Gesteente dat ontstaat uit het samendrukken van afgezette materialen zoals zand en klei.
Slenk
Een deel van de aardkorst dat langs een breuk is gezakt, vaak met een hogere omgeving eromheen.
Strandwal
Een zandbank die door golven is gevormd en boven zeeniveau uitsteekt, vaak langs kustlijnen.
Stroomgebied
Het gebied dat water afvoert naar de hoofd rivier van een riviersysteem, inclusief alle zijrivieren.
Stroomstelsel
Een rivier met al zijn zijrivieren en vertakkingen die deel uitmaken van hetzelfde afwateringssysteem.
U-dal
Een U-vormige vallei die ontstaat door de erosieve werking van een gletsjer, gekarakteriseerd door steile zijwanden.
V-dal
Een V-vormige vallei die ontstaan is door de erosieve werking van een rivier, vaak met steile hellingen.
Verhang
De hoogteverschil per kilometer langs een rivier, wat aangeeft hoe steil de rivier is.
Verval
Het hoogteverschil tussen twee punten langs een rivier, dat invloed heeft op de snelheid van het stromende water.
Verwering
De afbraak van gesteente door weersomstandigheden en natuurlijke processen zoals plantengroei.
Verweringsmateriaal
Afval dat ontstaat uit het verweringsproces, vaak bestaande uit kleine gesteentedeeltjes.
Waterscheiding
De grens tussen twee afwateringsbekkens, die bepaalt waar het water naartoe stroomt.
Zijmorene
Gletsjerafval dat zich aan de zijkanten van een gletsjer ophoopt en vaak bestaat uit stenen en grind.