Fornesische Psychologie

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
Locked
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/377

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 12:32 PM on 8/9/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

378 Terms

1
New cards

von Schrenck Notzing

eerste psychiater als expert id rechtbank. Suggestibiliteit en geheugen

2
New cards

Binet

Psychologische tests bij delinquenten

3
New cards

Munsterberg

‘On the witness stand’

4
New cards

Varendonck 1911

Belgische psycholoog die tegen het gebruik van getuigenissen van kinderen id rechtbank pleit

5
New cards

Forensische psychologie

  • bescermen van de maatschappij

  • meestal opgelegd

  • justitie als opdrachtgever

  • hetereoanamneses als uitgangspunt

6
New cards

Klinische psychologie

  • welzijn vd cliënt

  • vrijwillig

  • subjectieve waarden als uitgangspunt

7
New cards

Spanningsveld tussen psychologie en recht door:

  • verschillen in taal en training

  • verschillen in paradigma: vrije wil >< determinisme

  • verschillen in aard vd feiten

  • verschillen om de waarheid te achterhalen: juridische waarheid >< psychologische waarheid

8
New cards

definitie jeugddelinquentie

alle inbreuken door minderjarigen (-18j)

MOF en VOS

2019 JDD: MOF → jeugddelict.

9
New cards

verklaringen daling jeugdcriminaliteit

  1. politionele en justitiële systemen → betere samenwerking tssn actoren, vroegpreventie,…

  2. verandering op vlak van gezondheid en welzijn

  3. grootste daling in eigendomsdelicten → securiseringshypothese: mensen investeren meer in veiligheid waardoor criminaliteit afneemt

  4. verandering in vrijetijdspatronen → internet en sociale media → cybercrime

  5. geen eenduidige verklaring → complex fenomeen met interagerende factoren

10
New cards

Moffit’s theorie in een notendop

2 hoofdtypes van ANTISOCIAAL gedrag:

  • Life course persistent (LCP)

    • zeldzaam

    • stabiel niveau v agressie vanaf jonge leeftijd

    • neuropsychologische problemen/ jeugdtrauma’s → childhood aversity

  • Adolescent limited (AL)

    • frequent

    • voorbijgaand van aard

    • geen neuropsychologische problemen

11
New cards

normoverschrijdende gedragsstoornis of conduct disorder (CD) in DSM V

Een repetitief en persisterend gedragspatroon waarbij de grondrechten van anderen, of belangrijk bij de leeftijd passende maatschappelijke normen of regels worden geschonden, zoals blijkt uit de aanwezigheid van minstens 3 van de volgende 15 criteria uit een van de onderstaande categorieën, in het afgelopen jaar, waarbij minstens één criterium ook in de afgelopen 6 maanden aanwezig is geweest.

Agressie jegens mensen en dieren

  1. pest, bedreigt of intimideert vaak anderen

  2. Begint vaak met vechten

  3. Heeft een wapen gebruikt dat bij anderen ernstig lichamelijk letsel kan veroorzaken

  4. Heeft mensen mishandeld

  5. Heeft dieren mishandeld

  6. Heeft in directe confrontatie een slachtoffer bestolen

  7. Heeft iemand gedwongen tot seksuele handelingen

  8. Heeft opzettelijk brand gesticht met de intentie ernstige schade te veroorzaken

  9. Heeft opzettelijk eigendommen van anderen vernield

  10. Heeft ingebroken in een huis, gebouw of auto van iemand anders

  11. Liegt vaak om goederen of gunsten te verkrijgen of verplichtingen te ontlopen

  12. Heeft zonder directe confrontatie met een slachtoffer waardevolle spullen of geld gestolen

  13. ‘s nachts wegblijven (<13jaar)

  14. Thuis weglopen en ‘s nachts wegblijven. Is minstens 2 keer weggelopen van het huis waar hij/zij woont met ouders of andere ouderfiguren en ‘s nachts weggebleven, of één keer voor een lange periode zonder terug te keren.

  15. Spijbelen (<13jaar

Specificaties:

  1. beginleeftijd → kind >< adolescent

  2. ernst → licht, matig, ernstig

  3. met beperkte prosociale emoties

    • gebrek aan berouw/schuld

    • gebrek aan empathie

    • onverschillig over prestaties

    • vlak of deficiënt affect

12
New cards

maturity gap

discrepantie tussen biologische maturiteit en sociale maturiteit

13
New cards

Empirische evidentie voor Moffit’s theorie

→ Moore, Silberg, Roberson-Nay, Mezuk (2017)

  • ondersteunt de LCP en AL indeling

  • LCP meer beïnvloe ddoor vroege familiale factoren → strenge discipline, gebrek aan emotionele nabijheid

—> Barnes en Beaver (2010)

  • maturity gap is predictief voor lichte criminaliteit en licht druggebruik bij AL groep

  • maturity gap is ongerelateerd aan zwaardere crimi en druggebruik

14
New cards

nuanceringen van Moffit’s theorie

A. Evidentie voor 3de groep: childhood-limited (CL) antisociaal gedrag

B. Jeugdtrauma’s / moeilijke kindertijd (‘childhood adversity) zijn typerend voor de 3 groepen.

C. AL foute benaming, aangezien veel jongeren uit deze groep op volwassen leeftijd nog antisociaal gedrag vertonen

D. Het soort antisociaal gedrag dat vertoond wordt (agressie vs. regelovertredend gedrag) sterkere predictor van continuïteit in volwassenheid dan age-of-onset

E. Ander ontwikkelingspad bij meisjes: ‘delayed-onset antisocial pathway’

15
New cards

A. Evidentie voor 3de groep: childhood-limited (CL) antisociaal gedrag

= kinderen die op jonge leeftijd ernstige gedragsproblemen vertonen maar hier in de adolescentie uitgroeien (50-70% van de gevallen)

16
New cards

B. Jeugdtrauma’s / moeilijke kindertijd (‘childhood adversity) zijn typerend voor de 3 groepen.

Contextuele risicofactoren spelen een rol bij alle antisociaalgroepen (CL, LCP, AL), met weinig verschil tussen de antisociale groepen onderling, maar wel een groot verschil met de niet-antisociale groep.

17
New cards

C. AL foute benaming, aangezien veel jongeren uit deze groep op volwassen leeftijd nog antisociaal gedrag vertonen

Veel jongeren uit de AL-groep vertonen ook op volwassen leeftijd nog antisociaal gedrag ('adolescence-onset' in plaats van 'limited').

18
New cards

D. Het soort antisociaal gedrag dat vertoond wordt (agressie vs. regelovertredend gedrag) sterkere predictor van continuïteit in volwassenheid dan age-of-onset

Fysiek agressief gedrag (AGG) en regelovertredend gedrag (RB) hebben verschillende ontwikkelingspaden en voorspellende waarde voor latere problemen. RB in de adolescentie is een sterkere predictor van antisociale persoonlijkheidsstoornis (ASPD) dan agressie. AGG heeft een sterkere genetische component, RB kent een sterkere omgevingsinvloed.

19
New cards

E. Ander ontwikkelingspad bij meisjes: ‘delayed-onset antisocial pathway’

LCP is zeldzamer bij meisjes. Er bestaat wel een 'adolescence-delayed-onset' groep die persistent probleemgedrag vertoont, vergelijkbaar met de LCP-groep bij jongens.

20
New cards

andere soorten evidentie

Vaak meer gelijkenissen dan verschillen tussen LCP en A-O groep

Bij LCP groep is impairment vaak nog iets hoger dan bij A-O groep

Eerder kwantitatief dan kwalitatief verschil tussen LCP en A-O traject

21
New cards

herfomrulering van FAIRCHILD (2013)

Omgeving van het kind heeft impact op wanneer onderliggende kwetsbaarheid tot uiting komt

  • LCP groep: hoge individuele kwetsbaarheid, hoge omgevingskwetsbaarheid

  • A-O groep die blijft persisteren tot in de volwassenheid: gelijkaardige individuele kwetsbaarheid, maar betere omgeving die tijdelijk buffer heeft kunnen vormen

Soms is individuele kwetsbaarheid zo sterk dat omgeving nog weinig impact heeft

Zowel de individuele kwetsbaarheid als de kwetsbaarheid van de omgeving liggen op een continuüm

Verschillen tussen childhood-onset en adolescence-onset zijn dus eerder kwantitatief dan kwalitatief

22
New cards

het model van Patterson

De 'coërcieve cyclus' in ouder-kind dynamiek. Zowel ouder als kind worden negatief bekrachtigd voor hun gedrag.

  • Voorbeeld: Kind weigert op te ruimen -> Ouder schreeuwt en geeft toe -> Kind hoeft niet op te ruimen (positieve bekrachtiging voor kind) en ouder stopt met schreeuwen (positieve bekrachtiging voor ouder). Dit gedrag wordt de standaard.

  • Risicoperiode: 18-24 maanden, met piek tussen 2-3 jaar.

  • Risicogroep: Kinderen met coërcief gedrag als primaire interpersoonlijke strategie.

  • Factoren die dit bevorderen: Beperkte oudervaardigheden, beperkte monitoring, inconsistente of negatieve discipline, moeilijke familiale overgangsperioden.

  • Ontwikkelingstraject: Coërcief gedrag in de kleutertijd leidt tot oppositioneel en opstandig gedrag, schoolse vaardigheden worden beperkt, wat leidt tot schoolfalen. In de adolescentie kan dit resulteren in antisociale gedragsproblemen, aansluiting bij delinquente leeftijdsgenoten, ouderlijke verwerping, en uiteindelijk contact met het gerecht.

23
New cards

Moffit VS Patterson

  • Beide theorieën erkennen het belang van vroege starters en het risico dat daarmee gepaard gaat.

  • Patterson legt meer nadruk op de rol van parenting (opvoeding) en de coërcieve cyclus.

  • Moffit focust breder op kenmerken van het kind (LCP vs. AL) en de rol van 'childhood adversity'.

24
New cards

herwerkt model Patterson en Granic (2006)

  • focus op dynamische invloeden

  • aandacht voor onderliggende elementen aan coërcieve gedragspatronen

25
New cards

Risicocyclus

  1. risicotaxatie (-inschatting)

  2. risicobeheer (-management)

  3. risico-communicatie

26
New cards

Risicotaxatie

Het herhaaldelijk inschatten van het risico op crimineel gedrag op basis van beschermende en risicofactoren

27
New cards

Risicobeheer

Alle interventies die ondernomen worden om het risico op crimineel gedrag te verminderen

28
New cards

Risicocommunicatie

het duidelijk en adequaat communiceren over deze risico’s in het licht van relevante beslissingen

29
New cards

Risicofactoren

Factoren die de kan op toekomstig gewelddadig/ crimineel gedrag vergroten

30
New cards

2 soorten risicofactoren

  1. statische risicofactoren

  2. dynamische risicofactoren

31
New cards

Statische risicofactoren

onveranderbaar

(leeftijd eerste veroordeling, mentale handicap, seksueel misbruik als kind)

32
New cards

Dynamische risicofactoren

Verandering mogelijk

  1. stabiele dynamische factoren = verandering mogelijk op lange termijn (persoonlijkheidstrekken)

  2. acute dynamische factoren = verandering mogelijk op korte termijn (inzetten v kinderen tijdens echtscheiding, toegang wapens, middelenmisbruik)

33
New cards

universele risicofactoren

Central eight: verhogen de kans op recidive van gewelddadig/ crimineel gedrag in het algemeen

  • 7 dynamisch, 1 statisch

  • big four

  • moderate four

34
New cards

big four:

  1. eerder crimineel gedrag

  2. antisiciale opvattingen

  3. procrimineel netwerk

  4. antisociaal persoonlijkheidspatroon

35
New cards

moderate four:

  1. familie en relatie probleem

  2. school/ werk probleem

  3. middelenmisbruik

  4. vrije tijd en ontspanning pronlemen

36
New cards

risicofaactor = voorspellende factor

=/= verklarende factor

37
New cards

soorten protectieve factoren

  1. directe protectieve factoren of promotive factors

  2. bufferende protectieve factoren

  3. sommige zowel risico als protectieve factor

38
New cards

directe protectieve factoren of promotive factors

factoren met negatief effect op toemomstig geweld

39
New cards

bufferende protectieve factoren

factoren met negatief effect op toekomstig geweld, in aanwezigheid van een risicofactor = interactie-effect

→ verlaagt het risico wanneer er een risicofactor aanwezig is

40
New cards

factoren die zowel protectief als risico kunnen zijn

vb, laag IQ >< hoog IQ

sociale steun in een rustige wijk >< sociale steun in een probleem wijk

41
New cards

redenen voor risicotaxatie

  1. maatschappelijk → beshermen maatschappij door recidive te verkleinen

  2. ethisch → willekeur vermijden, bescherlen persoon door recidive te vermijden

  3. behandeling en begeleiding → inzicht, beleidsmatig, communicatie

42
New cards

soorten risicotaxatie

  1. ongestructureerd klinisch oordeel

  2. actuariële risicotaxatie

  3. gestructureerd klinisch oordeel

43
New cards

Ongestructureerd klinisch oordeel

Keuze van kenmerken en besluitvorming vanuit de ervaring en kennis van de deskunidge, persoonlijk en ongestructureerd

+) flexibel, focus op individu

-) lage interbeoordelaarsbetrouwbaarheid, lage voorspellende waarde

44
New cards

actuariële risicotaxatie

keuze van kenmerken gebaseerd op empirisch onderzoek met een sterke relatie tussen uitkomst en meetbare variabelen. Zowel statische als dynamische factoren

  • static-99R

    • enkel statische factoren

    • +) makkelijk te scoren

    • -) geen imput om behandeling mee te sturen

  • stable-2007

    • dynamishe risicofacoren

    • +) richtlijnen voor behandeling

    • -) moeilijker te scoren

  • PCL-R

  • LSI-R

45
New cards

gestructureerd klinisch oordeel

keuze van risicofactoren gebaseerd op empirisch onderzoek (statisch en dynamisch). mogelijkheid tot toevoegen van kenmerken obv klinische expertise

  • HCR-20

  • SAPROF

46
New cards

Actuarieel OF gestructureerd klinisch?

Actuarieel

  • toegevoegd klinsch oordeel = onbetrouwbaar

47
New cards

SAPROF

als aanvulling op de risicotaxatie van geweld

  • brengt beschermende factoren in kaart

48
New cards

predictieve validiteit

Receiver operating characteristics ROC

  • sensitiviteit: juiste positieve voorspellin

  • specificiteit: juiste negatieve voorspelling

  • uitkomst ROC = curve die de verhouding tussen sensitiviteit en specificiteit weergeeft

Area under the curve AUC

  • = de kans dat een willekeurig gekozen recidivist een hogere score haalt dan een willekeurig gekozen niet-recidivist

  • MOET zo groot mogelijk zijn

  • AUC 1 = perfecte positieve voorspeling >< 0 = perfecte negatieve voorspelling

49
New cards

Risicobeheer of management

  • RNR

  • GLM

50
New cards

RNR, Risk-Need-Responsivity model

→ rehabilitatie

Risk

  • WIE

  • intensiteit van de behandeing moet overeenkomen met het risico niveau van de client

Need

  • WAT

  • behandeling moet gericht zijn op criminogene factoren → dynamische risicofactoren die gerelateerd zijn aan kans op herval → central eight → cognitieve gedragstherapie

Responsivity

  • HOE

  • behandeling moet afgestemd zijn op de individuele kenmerken van de pleger (leerstijl, motivatie, stoornissen)

51
New cards

GLM, Good Lives Model

→ strenght-based

Hoe kan iemands leven betekenisvol en zincol worden?

  • mensen streven naar primary goods → gezond leven, autonomie, verbondenheid

  • instrumentele of secudary goods = wijze waarop primaire doelen bereikt worden

  • crimineel gedrag = primairy goods worden op antisociale manier bereikt

  • GLM focust op positieve levensplan → hoe primairy goods op een prosociale manier bereiken?

    • aandacht voor criminogene noden en trerugvalpreventie

    • versterken van persoonelijke kracht en draagkracht

52
New cards

Geïntegreerd model RNR-GLM?

kritiek RNR

  • te harde focus op maatschappelijke veiligheid als doel

  • geen focus op desistance gerelateerde factoren

kritiek GLM

  • zwakke empirische basis

53
New cards

Risico-comminicatie

het mondeling of schriftelijk communiceren van informatie over een risico van een negatief incident van een beoordeelaar naar een ontvanger

54
New cards

vormen van risico-communicatie

  1. in woorden: categoriaal → sluit aan bij gestructureerd klinisch oordeel

+) specifieke beschrijvingen, houvast

-) grofmazig, overlap, neiging tot overschatting risico

  1. in cijfers → sluit aan bij actuariële methode

+) nauwkeurig, duidelijk

-) moeite met begrijpen cijfers (risk illiteracy), afhankelijk v instrument

  1. visueel

55
New cards

invloeden v risico-communicatie

  • rechters geven voorkeur aan categoriale/ woordelijke beschrijvingen

  • framing

    • negatieve framing: 20% kans op recidive

    • positieve framing: 80% kans op geen recidive → leidt tot minder strenge maatregelen

56
New cards

Onderzoek Vd Broek, Uzieblo en De Vogel 2023

onderzoek naar welke communicatie het meeste werd geapprecieerd:

  1. Categoriale communicatie

  2. Numerieke communicatie

  3. Gecombineerde categoriale en numerieke communicatie

  4. Categoriale communicatie met een toegevoegd beschrijvend risicoscenario

RESULTATEN:

  • Recidiverisico wordt het hoogst beoordeeld in groep 4 (significante verschillen met groep 2 en 3)

    • Nog niet gevonden in eerder onderzoek

    • Beschrijvend risicoscenario geeft concreet beeld van “wat er mis zou kunnen gaan”, wat leidt tot een bias.

  • Meervoudige communicatieformats (groep 3 en groep 4) worden over het algemeen positiever gewaardeerd dan enkelvoudige.

  • Enkelvoudige numerieke format (groep 2) wordt het minst positief beoordeeld.

57
New cards

psychopathie → Cleckley

Mask of sanity → uiterlijk was er niets mis, onderliggend was er een ernstige verstoring

3 categorieën van symptomen

  1. adaptieve kenmerken

  2. deviant gedrag

  3. emotionele armoede en beperkte sociale verbondenheid

58
New cards

Antisociale persoonlijkheidsstoornis

DSM III → verschil tussen spychopathie en antisociale PD

DSM IV

DSM V → benaderingen om antisociale PD te benaderen

  • categoriale benadering van Antisociale PD analoog DSM IV

  • psychopatie specifier in dimensioneel model

59
New cards

DSM V: categoriale benadering

A. Een pervasief patroon van gebrek aan respect voor en schending van de rechten van anderen, aanwezig vanaf de leeftijfd van vijftien jaar, zoals blijkt uit drie (of meer) van de volgende kenmerken:

  1. niet in staat zich te conformeren aan de sociale normen over wat volgens de wet is toegestaan

  2. onbetrouwbaarheid, zoals blijkt uit herhaaldelijk liegen, gebruik van schuilnamen of het duperen van anderen voor persoonlijk profijt of plezier

  3. impulsiviteit of niet vooruit kunnen plannen

  4. prikkelbaarheid en agressiviteit zoals blijkt uit herhaaldelijke vechtpartijen of geweldpleging

  5. roekeloze onverschilligheid voor de veiligheid van zichzelf of anderen

  6. constante onverantwoordelijkheid, zoals blijkt uit een terugkerend onvermogen om zich op het werk consistent te gedragen of financiële verplichtingen na te komen

  7. ontbreken van berouw, zoals blijkt uit de onverschilligheid nadat hij/zij iemand pijn heeft gedaan, slecht heeft behandeld of rationaliseren van dit gedrag.

B. De betrokkene is minstens 18 jaar oud.

C. Er zijn aanwijzingen voor een normoverschrijdend-gedragsstoornis, begonnen voor de leeftijd van 15 jaar.

D. Het antisociale gedrag treedt niet uitsluitend voor in het beloop van schizofrenie of bipolaire stemmingsstoornis.

60
New cards

Normoverschrijdende gedragsstoornis (CD, conduct disorder)

Een repetitief en persisterend gedragspatroon waarbij de grondrechten van anderen, of belangrijk bij de leeftijd passende maatschappelijke normen of regels worden geschonden, zoals blijkt uit de aanwezigheid van minstens 3 van de volgende 15 criteria uit een van de onderstaande categorieën, in het afgelopen jaar, waarbij minstens één criterium ook in de afgelopen 6 maanden aanwezig is geweest.

Agressie jegens mensen en dieren

  1. pest, bedreigt of intimideert vaak anderen

  2. Begint vaak met vechten

  3. Heeft een wapen gebruikt dat bij anderen ernstig lichamelijk letsel kan veroorzaken

  4. Heeft mensen mishandeld

  5. Heeft dieren mishandeld

  6. Heeft in directe confrontatie een slachtoffer bestolen

  7. Heeft iemand gedwongen tot seksuele handelingen

  8. Heeft opzettelijk brand gesticht met de intentie ernstige schade te veroorzaken

  9. Heeft opzettelijk eigendommen van anderen vernield

  10. Heeft ingebroken in een huis, gebouw of auto van iemand anders

  11. Liegt vaak om goederen of gunsten te verkrijgen of verplichtingen te ontlopen

  12. Heeft zonder directe confrontatie met een slachtoffer waardevolle spullen of geld gestolen

  13. ‘s nachts wegblijven (<13jaar)

  14. Thuis weglopen en ‘s nachts wegblijven. Is minstens 2 keer weggelopen van het huis waar hij/zij woont met ouders of andere ouderfiguren en ‘s nachts weggebleven, of één keer voor een lange periode zonder terug te keren.

  15. Spijbelen (<13jaar

Specificaties:

  1. beginleeftijd → kind >< adolescent

  2. ernst → licht, matig, ernstig

  3. met beperkte prosociale emoties

    • gebrek aan berouw/schuld

    • gebrek aan empathie

    • onverschillig over prestaties

    • vlak of deficiënt affect

61
New cards

DSM V, sectie 3, AMPD → dimensionele persoonlijkheidstrekken

criterium A

  • disfuncties in zelf en interpersoonlijk functioneren

criterium B

  • aanwezigheid van pathologische persoonlijkheidstrekken

62
New cards

psychopathie specifier

  1. lage angst

  2. lage sociale terguggetrokkenheid

  3. aandacht zoeken

63
New cards

Verhouding Antisociale PD en Psychopathie

  • Bijna alle personen met psychopathie voldoen ook aan de criteria voor antisociale PD.

  • Ongeveer 1/4 van de personen met een antisociale PD voldoet aan de kenmerken van psychopathie.

  • "succesvolle psychopaten" (die niet in de forensische context terechtkomen)

<ul><li><p>Bijna alle personen met psychopathie voldoen ook aan de criteria voor antisociale PD.</p></li><li><p>Ongeveer 1/4 van de personen met een antisociale PD voldoet aan de kenmerken van psychopathie.</p></li><li><p>"succesvolle psychopaten" (die niet in de forensische context terechtkomen)</p></li></ul><p></p>
64
New cards

Assessment psychopathie

PCL-R

  • gedrags- EN persoonskenmerken

  • klinische beoordeling op 20 criteria

  • interview + dossierstudie

  • Hoewel een score van 40 het prototype van een psychopaat vertegenwoordigt, worden er lagere scores gehanteerd als cutoff:

    • 30 in de VS en 25-27 in Europa.

    • Dit betekent dat niet alle 20 symptomen aanwezig hoeven te zijn om als psychopaat te worden geclassificeerd.

65
New cards

PCL-R: tweefactorenmodel met 4 facetten

  1. persoonlijkheidscomponent

    1. interpersoonlijk facet

    2. affectieve facet

  2. gedragscomponent (meest voorspellende voor recidive)

    1. impulsieve levensstijl

    2. antisociale levensstijl

66
New cards

interpersoonlijk facet

  • oppervlakkig charmant

  • grandioze eigenwaarde

  • pathologisch liegen

  • list en bedrog

67
New cards

affectieve facet

  • gebrek aan wroeging/schuldgevoel

  • oppervlakkige emoties

  • gebrek aan empathie/kil

  • geen verantwoordelijkheid voor eigen daden

68
New cards

impulsieve levensstijl

  • prikkelhonger

  • parasitaire levensstijl

  • ontbreken van lange-termijn doelen

  • impulsiviteit

  • onverantwoord gedrag

69
New cards

antisociale levensstijl

  • jeugdcriminaliteit

  • schending van voorwaarden

  • veelsoortige criminaliteit

70
New cards

subbtypes Lykken

primaire psychopathie

  • affectieve en interpersoonlijke aspecten op de voorgrond

  • afwezigheid van angst

secundaire psychopathie

  • gedragscomponent op de voorgrond

  • angts en negatief affect mogelijk wel aanwezig

71
New cards

Triarchisch model van psychopathie van Patrick

  1. ontremming = disinhibition

  2. onverschrokkenheid = boldness

  3. laaghartigheid = meanness

72
New cards

ontremming

disinhibition

= gebrek aan controle over gedrag en emotie

73
New cards

onverschrokkenheid

boldness

= onverschrokkenheid op sociaal, emtioneel en gedragsmatig vlak

74
New cards

laaghartigheid

meanness

= agressief gedrag, zonder rekening te houden met anderen

75
New cards

Cleckley focust op:

boldness en disinhibition

76
New cards

PCL-R focust op:

meanness en disinhibition

77
New cards

prevalentie psychopathie en antisociale PD

Algemene populatie

  • Antisociale PD = 1-4%

  • Psychopathie = 0.6-2.3%

Forensische populatie

  • Antisociale PD = 47-75%

  • Psychopathie = 8-25%

Psychopathie bij vrouwen?

  • Algemene populatie = < 1%

  • Forensische populatie = 2-24%

  • ander profiel < vaak gedragsproblemen op jonge leeftijd, recidive crimineel gedrag > problematische emotieregulatie en seksueel promiscue gedrag

78
New cards

relevantie in forensische context

  • meest consistente relatie tussen PD en criminaliteit

  • psychopathie als voorspeller van agressief gedrag

  • link met diverse vormen van seksueel geweld

  • toekomstig gewelddadig gedrag en wangedrag

79
New cards

psychopathie bij minderjarigen

Normoverschrijdende gedragsstoornis of conduct disorder

  • Agressie jegens mens en dier

  • Vernieling van eigendommen

  • Bedrog of diefstal

  • Ernstige overtreding van regels

Specificaties (c) : Met beperkte prosociale emoties (minstens 2 van de onderstaande kenmerken persisterend gedurende minstens 1 jaar in meerdere relaties en settings) → ‘callous-unemotional (CU) traits

  • Gebrek aan berouw of schuldgevoel

  • Ongevoelig - gebrek aan empathie

  • Onverschillig over prestaties

  • Vlak of deficiënt affect

80
New cards

CU traits

  1. Gebrek aan berouw of schuldgevoel

  2. Ongevoelig - gebrek aan empathie

  3. Onverschillig over prestaties

  4. Vlak of deficiënt affect

81
New cards

relevantie CU traits

Bij combinatie CD + CU = slechte prognose

→ verminderde activiteit in amygdala en andere hersengebeiden geassocieerd met emoties

82
New cards

kritiek op DSM-5 conceptualisatie bij minderjarigen

  • Het gebruikt de term "psychopathie" niet direct , maar een specificatie van Conduct Disorder.

  • De focus is enkel op CU-trekken (affectieve component) en de interpersoonlijke en gedragsmatige componenten van psychopathie negeert.

83
New cards

Colins, andeshed, salekin en fanti 2018

Suggereert dat een driedimensionale benadering (CU + impulsiviteit + grandiositeit) of een combinatie van CD + driedimensionale psychopathie de meest robuuste voorspeller is van blijvende en toekomstige gedragsproblemen.

84
New cards

verklaringsmodellen voor psychopathie

integratief etiologisch model

  1. evolutionair

  2. epigenetisch

  3. neurale mechanismen

  4. omgevingsfactoren

affectief/ cognitief deficit

  1. fearlessness model

  2. respons modulatie model

85
New cards

integratief etiologisch model

→ psychopathie is een complexe interactie tussen verschillende factoren:

evolutionair

  • psychopathische trekken als adaptieve overlevingsstrategie in maladaptieve gezinssituatie?

    • afblokken negatieve emoties

    • kalm en alert tijdens agressieve interacties

    • zelfbescherming door aanval

epigenetisch

  • geen psychopathie-gen

  • genetische kwetsbaarheid in complexte en dynamische interactie met omgevingsfactoren

    • negatief ouderschap = risicofactor

    • meer aanwezigheid van CU kenmerken lokt negatief ouderschap uit

neurale mechanismen

  • structurele verschillen

    • minder grijze massa in amygdala = emoties minder sterk voelen (-)

    • meer grijze massa in ventrale stratum = beloningssysteem is gevoeliger (+)

  • functionele verschillen

  • verschillen in connectiviteit

    • minder functionel connectiviteit tussen amygdala en prefontale context

    • meer connectiviteit tussen ventrale striatum en andere hersengebieden = meer focus op onmiddellijke beloning

omgevingsfactoren

  • negatief ouderschap is geassocieerd met de ontwikkeling van psychopathische trekken bij kinderen en jongeren

86
New cards

affectief/ cognitief deficit

fearlessness model

  • beperkte angst als centraal kenmerk

  • angstconditionering

  • personen met psychopathie

    • minder anticipatie op straf

    • minder passieve vermijding

  • minder vatbaar voor socialisatie

Fung (2005)

  • psychopathische trekken worden geassocieerd met: minder anticipatorische angst en minder responsiviteit bij straf

  • geen algemeen arousal deficit maar bij reactie op stressor

  • minder angst bij dreiging met straf

respons modulatie model

  • aandachtsdeficit → moeite om aandacht te schenken aan affectieve informatie wanneer die ondergeschikt is aan doelgericht gedrag

    • focus op doel waardoor moeite om andere info (zoals strafsignalen) op te merken

  • ! geen verschil in schrikreactie wanneer aandacht op dreiging zit (Newman, Curtin et all, 2010)

87
New cards

juridische implicaties bij PCL-R diagnose

onderzoek Blais en Forth (2014)

  • wanneer iemand het label ‘psychopaat’ heeft → minder geloofwaardigheid/ meer schuldig

88
New cards

therapeutische implicaties bij PCL-R diagnose

klinisch pessimisme (Seto en Barbaree, 1999)

  • manipulatief vermogen

    • extra geleerde vaardigheden na therapie om te gebruiken om mensen te manipuleren

  • treatement-causes-harm hypothese

    • behandeling zorgt ervoor dat individuen extra interpersonlijke vaardigheden leren die hen vatbaar maken voor recidive

klinisch optimisme

  • vroeg interventie

  • RNR principe

    • Intensiteit aangepast aan risiconiveau

    • focus op veranderbare factoren

    • rekening houdend met psychopatische kenmerken

  • effecten

    • daling CU kenmerken

    • imact op gedrag

    • daling hervalrisico en recidive risico

89
New cards

succes vroeg interventies: Parent Child interaction therapy (PCIT)

behandelprogramma voor CU+CD trekken

resultaat:

  • dalen gedragsproblemen

  • dalen CU trekken

  • Hoger empathisch vermogen bij kinderen

  • na 3 maand: effect blijft behouden

90
New cards

succes behandeling bij volwassenen ABC

Agressive behavior control behandelprogramma

  • therapeutische vooruitgang hangt samen met minder recidive na 5jaar

91
New cards

uitdagingen

  • Meer uitval bij therapie

  • Minder emotie bij therapie

  • Vaker wangedrag tijdens behandeling

  • Moeilijke therapeutische relatie

  • Minder gemotiveerd

  • Minder snel observeerbare vorderingen

92
New cards

intrafamiliaal geweld

alle vormen van fysiek, seksueel, pyschologische of economisch geweld die plaatsvinden binnen het gezin of het huishouden of tussen voormalig of huidige echtgenoten of partners, ongeacht of de pleger in de zelfde woning verblijft als het slachtoffer of heeft verbleven

93
New cards

partner geweld

elk geweld dat zich voordoet tussen (ex)- partners. Kan gaan om lichamelijk, seksueel, psychologisch, economisch geweld. De betrokken personen moeten niet noodzakelijk in dezelfde woning verblijven of hebben verbleven.

94
New cards

partner geweld in cijfers

  • ¼ op de wereld geeft aan in een relatie gezeten te hebben waar een vorm van partnergeweld aanwezig was

  • In BE: 40-50.000 aangiftes elk jaar → onderraportage

95
New cards

Grootschalige studie in 23 EU landen

Partnergeweld:

  • meer dan 3/10 vd BE hebben So ervaring met intiem partnergeweld

  • geen significate geslachtsverschillen in algemene prevalentie

  • bij mannen vaker uitsluitend psychologisch

  • bij vrouwen combinatie van verschillende geweldsvormen

Psychologisch geweld:

  • 3/10 heeft ooit al psy geweld door een intieme partner meegemaakt

  • geen sign geslachtsverschillen in alg prevalentie → wel in frequentie: vrouwen > mannen

  • gekleineerd of vernederd worden als meest frequent

Fysiek geweld:

  • 1/10 heeft ooit al fysiek geweld meegemaakt door een intieme partner

  • vrouwen sig vaker skachtoffer dan mannen

  • opzettelijk gooien of klap meest frequente vormen

Seksueel geweld:

  • 7.6% vd BE vrouwen meldt seksueel geweld door intieme partner

  • niet genoeg gegevens voor mannen

  • seksuele handelingen tegen zin als meest fresuente ervaring

96
New cards

Bidirectioneel geweld

50-60% ervaart geweld door beide partners

97
New cards

juridisch kader 1997

  • PG = verzwarende omstandigheid

  • PdK heeft ruimere bevoegdheid

  • professionals kunnen beroepsgeheim doorbreken

  • PdK kan tijdelijk huisverbod van max 14d opleggen

98
New cards

juridisch kader 2016: Verdrag van Istanbul van de Raad van Europa

eerste juridisch dwingend instrument ter bestreiding van geweld tegen vrouwen en IFG in het algemeen

  • preventie van geweld

  • bescherming SO

  • vervolging daders

  • gecoordineerde richtlijnen en samenwerking

99
New cards

kaderwet feminicide 2023

De opzettelijke doding van een vrouw wegens haar gender of de dood van een vrouw ten gevolgen van praktijken die schadelijk zijn voor vrouwen, ongeacht of deze opzettelijke doding of de schadelijke praktijken gepleegd werden door een partner, familielid of derde

  1. intieme feminicide

  2. niet intieme feminicide

  3. indirect feminicide

  4. gendergerelateerde doding

100
New cards

2 soorten typologie en dynamiek in PG

  1. feministisch perspectief

  2. family violence perspectief