Oefenflashcards Natuurwetenschappen Examen December

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/49

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

Een uitgebreide set flashcards voor het NW-examen over organisatieniveaus, spijsvertering, ademhaling en het bloedvatenstelsel.

Last updated 9:27 AM on 6/13/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

50 Terms

1
New cards

Macroscopische waarnemingen

Waarnemingen die je met het blote oog of met een loep kunt doen, zoals de wortel, stengel of huidweefsel.

2
New cards

Microscopische waarnemingen

Waarnemingen waarvoor je een (licht)microscoop nodig hebt, zoals het bestuderen van individuele cellen.

3
New cards

Celkern

Onderdeel van zowel de plantencel als de dierlijke cel die de genetische informatie bevat en de celprocessen aanstuurt.

4
New cards

Mitochondriën

Onderdelen van de cel waarin glucose wordt verbrand met zuurstofgas om energie vrij te maken.

5
New cards

Celwand

Een stevige buitenlaag die wel aanwezig is bij plantencellen, maar ontbreekt bij dierlijke cellen.

6
New cards

Bladgroenkorrels

Onderdelen van een plantencel die zorgen voor de groene kleur en noodzakelijk zijn voor fotosynthese.

7
New cards

Vacuole

Een met vocht gevulde blaas in een plantencel die zorgt voor stevigheid.

8
New cards

Cytoplasma / Celplasma

De vloeistof in de cel waarin de verschillende celonderdelen zich bevinden.

9
New cards

Wetenschappelijke methode

Een proces bestaande uit de zeven stappen: onderzoeksvraag, hypothese, benodigdheden, werkwijze, waarnemingen, besluit en reflectie.

10
New cards

Weefsel

Een verzameling of groep van cellen met dezelfde vorm en bouw, maar ook met dezelfde functie.

11
New cards

Orgaan

Een groep van verschillende weefsels die samenwerken aan een specifieke taak.

12
New cards

Stelsel

Een groep organen die samenwerken om een grotere functie in het lichaam te vervullen.

13
New cards

Organisatieniveaus (volgorde)

De hiërarchische opbouw van een organisme: cel \rightarrow weefsel \rightarrow orgaan \rightarrow stelsel \rightarrow organisme.

14
New cards

Ademhalingsstelsel

Stelsel verantwoordelijk voor het opnemen van zuurstofgas (O2)(O_2) en het afgeven van koolstofdioxide (CO2)(CO_2) aan het bloed.

15
New cards

Spijsverteringsstelsel

Stelsel dat energierijk voedsel opneemt en verkleint tot kleine voedingsstoffen voor opname in het bloed.

16
New cards

Bloedvatenstelsel

Transportstelsel dat voedingsstoffen en zuurstofgas naar de cellen brengt en afvalstoffen afvoert.

17
New cards

Uitscheidingsstelsel

Stelsel dat verantwoordelijk is voor het afvoeren van afvalstoffen (zoals water en CO2CO_2) uit het lichaam.

18
New cards

Celademhaling

Proces van stofomzetting binnen de cel waarbij energie vrijkomt voor groei, beweging en lichaamstemperatuur.

19
New cards

Formule celademhaling

glucose+zuurstofgas(O2)koolstofdioxide(CO2)+water(H2O)+energieglucose + zuurstofgas\,(O_2) \rightarrow koolstofdioxide\,(CO_2) + water\,(H_2O) + \text{energie}

20
New cards

Mitochondriën (functie bij ademhaling)

De specifieke plaats in de cel waar glucose reageert met zuurstofgas, wat resulteert in energie en afvalstoffen.

21
New cards

Vertering

Het verkleinen van grote voedingsstoffen zodat ze kunnen worden opgenomen door het bloed.

22
New cards

Stofomzetting (Zetmeel)

Het proces waarbij speeksel zetmeelmoleculen omzet in kleinere glucosemoleculen.

23
New cards

Stofomzetting (Eiwitten)

Het proces waarbij maagsap eiwitmoleculen omzet in kleine aminozuurmoleculen.

24
New cards

Lugol

Een opsporingsmiddel dat paars/zwart kleurt bij aanwezigheid van zetmeel.

25
New cards

Diastix

Een opsporingsmiddel dat bruin kleurt bij aanwezigheid van glucose.

26
New cards

Peristaltiek

De knijpende beweging van spieren in de wand van het spijsverteringskanaal om voedsel voort te duwen.

27
New cards

Darmvlokken en darmplooien

Structuren in de dunne darm die zorgen voor een zeer groot oppervlak voor een snellere absorptie van stoffen.

28
New cards

Brandstoffen

Voedingsstoffen zoals zetmeel, glucose en vetten die energie leveren voor arbeid en lichaamstemperatuur.

29
New cards

Bouwstoffen

Voedingsstoffen zoals eiwitten, water en mineralen die dienen voor de vorming van nieuwe cellen en herstel.

30
New cards

Beschermstoffen

Voedingsstoffen zoals mineralen en vitaminen die beschermen tegen ziekteverwekkers.

31
New cards

Voedingsmiddelen

De producten die we eten, zoals brood of fruit, die bestaan uit verschillende voedingsstoffen.

32
New cards

Voedingsstoffen

De bruikbare bestanddelen van voedingsmiddelen, zoals glucose, eiwitten en vitaminen.

33
New cards

Voedingsvezels

Niet-verteerbare stoffen die de darmwerking stimuleren maar niet worden opgenomen door het bloed.

34
New cards

Voedingswaarde

Informatie die aangeeft hoeveel energie en voedingsstoffen 100g100\,g van een product levert.

35
New cards

Voedingsdriehoek

Model dat aangeeft welke voedingsmiddelen we meer of minder moeten eten voor een gezond dieet.

36
New cards

Neusholte

Onderdeel van het ademhalingsstelsel dat de lucht zuivert via trilharen en verwarmt.

37
New cards

Keelholte

Heeft een functie bij het slikken om te vermijden dat er voedsel in de luchtpijp terechtkomt.

38
New cards

Longblaasjes

Kleine zakjes in de longen waar de gasuitwisseling met de haarvaten plaatsvindt.

39
New cards

Gasuitwisseling

Het proces waarbij zuurstofgas aan het bloed wordt afgegeven en koolstofdioxide wordt opgenomen.

40
New cards

Longademhaling

De uitwisseling van gassen (O2,CO2,H2O)(O_2, CO_2, H_2O) tussen de longen en de buitenlucht.

41
New cards

Roken en Vapen

Gedragingen die leiden tot ontstekingen, vernauwing van de luchtwegen en schade door giftige stoffen.

42
New cards

Bloedplasma

Een vloeibaar mengsel van water en opgeloste stoffen dat dient als transportmiddel voor bloedcellen en gassen.

43
New cards

Functie van bloed (temperatuur)

Het reguleren van de lichaamstemperatuur op ongeveer 37oC37\,^\text{o}C door het transporteren van warmte.

44
New cards

Linkerkamer

De hartkamer met de sterkst gespierde wand omdat deze het bloed door het hele lichaam moet pompen.

45
New cards

Slagaders

Bloedvaten die bloed van het hart naar de organen voeren; ze hebben dikke, gespierde en elastische wanden.

46
New cards

Aders

Bloedvaten die bloed van de organen terug naar het hart voeren; ze bevatten kleppen om terugstroom te voorkomen.

47
New cards

Dubbele bloedsomloop

Systeem waarbij het bloed per volledige ronde twee keer door het hart stroomt.

48
New cards

Kleine bloedsomloop

De route van het bloed tussen het hart en de longen voor gasuitwisseling.

49
New cards

Kransslagader

Het bloedvat dat de hartspier zelf voorziet van zuurstofrijk bloed.

50
New cards

Hartinfarct

Het afsterven van een deel van de hartspier als gevolg van een volledige verstopping van de kransslagader.