MTT3 studeersnel samenvatting metalen | Quizlet

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
Locked
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/99

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 12:24 PM on 6/18/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

100 Terms

1
New cards

Wat is de kernregel voor materiaaleigenschappen bij metalen?

Eigenschappen = samenstelling + proces + microstructuur. Door legeren en warmtebehandelen verander je microstructuur en dus sterkte, hardheid, taaiheid, slijtvastheid en corrosievastheid.

2
New cards

Wat zijn ferro metalen?

Ferro metalen zijn ijzerhoudende metalen, zoals zuiver ijzer, koolstofstaal, gietijzer, gelegeerd staal en roestvast staal.

3
New cards

Wat zijn non-ferro metalen?

Non-ferro metalen zijn metalen waarbij ijzer niet het hoofdbestanddeel is, zoals aluminium, koper, magnesium, titanium en nikkel.

4
New cards

Wat is staal?

Staal is een ijzer-koolstoflegering met ongeveer minder dan 2 massaprocent koolstof.

5
New cards

Wat is gietijzer?

Gietijzer is een ijzer-koolstoflegering met meer dan ongeveer 2 massaprocent koolstof; het wordt vooral gegoten omdat het door het hoge koolstofgehalte brosser is.

6
New cards

Wat is het verschil tussen staal en gietijzer?

Staal heeft ongeveer <2% C en is beter vervormbaar; gietijzer heeft >2% C, is goed gietbaar maar vaak brosser.

7
New cards

Wat is het effect van meer koolstof in staal?

Meer C maakt staal sterker en harder na warmtebehandeling, maar verlaagt ductiliteit en lasbaarheid.

8
New cards

Welke non-ferro metalen worden als licht genoemd?

Aluminium, magnesium en titanium worden als lichte metalen genoemd.

9
New cards

Welke non-ferro metalen worden als zwaar genoemd?

Koper en nikkel worden als zware non-ferro metalen genoemd.

10
New cards

Wat betekent kristallijn bij metalen?

Kristallijn betekent dat atomen in een regelmatige structuur/rooster staan met ordening over lange afstand.

11
New cards

Welke kristalroosters moet je kennen voor metalen?

KRG/BCC, KVG/FCC en HDP/HCP.

12
New cards

Bij welke fase hoort KRG/BCC in staal?

Ferriet heeft een KRG/BCC-rooster.

13
New cards

Bij welke fase hoort KVG/FCC in staal?

Austeniet heeft een KVG/FCC-rooster.

14
New cards

Welke metalen hebben een HDP/HCP-rooster volgens de samenvatting?

Magnesium, zink en titanium.

15
New cards

Waarom zijn praktische metalen niet perfect?

Ze bevatten roosterfouten zoals puntfouten, substitutie- en interstitiële atomen, dislocaties en korrelgrenzen.

16
New cards

Wat is een puntfout?

Een plaatselijke fout in het kristalrooster, bijvoorbeeld een vacature of een vreemd atoom.

17
New cards

Wat is een substitutieatoom?

Een vreemd atoom dat de plaats van een basismetaalatoom in het rooster inneemt.

18
New cards

Wat is een interstitieel atoom?

Een klein atoom dat tussen de gewone roosteratomen in de open ruimte van het kristalrooster zit.

19
New cards

Wat is een dislocatie?

Een lijnfout in het kristalrooster waardoor plastische vervorming makkelijker kan plaatsvinden.

20
New cards

Waarom zijn dislocaties belangrijk?

Plastische vervorming gebeurt vooral door dislocatiebeweging; als je dislocaties tegenhoudt, wordt het metaal sterker.

21
New cards

Wat is de kern van alle verstevigingsmechanismen bij metalen?

Dislocatiebeweging blokkeren of moeilijker maken.

22
New cards

Noem de belangrijkste verstevigingsmechanismen bij metalen.

Koudversteviging/werkversteviging, korrelverfijning, oplosharding, precipitatieharding, martensietvorming/afschrikharden en dispersieharding.

23
New cards

Wat is werkversteviging?

Een metaal wordt sterker door plastische vervorming, waardoor meer dislocaties ontstaan die elkaars beweging hinderen.

24
New cards

Wat is korrelverfijning?

Versteviging door kleinere korrels en dus meer korrelgrenzen; korrelgrenzen blokkeren dislocatiebeweging.

25
New cards

Wat is oplosharding?

Versteviging doordat legeringselementen met andere atoomgrootte in vaste oplossing het rooster verstoren en dislocaties hinderen.

26
New cards

Wat is precipitatieharding?

Versteviging door fijne uitscheidingen/precipitaten uit een oververzadigde vaste oplossing; deze blokkeren dislocaties.

27
New cards

Wat is dispersieharding?

Versteviging door het inbrengen van fijne harde deeltjes/dispersies die dislocatiebeweging hinderen.

28
New cards

Wat laat een fasediagram zien?

Een fasediagram zet temperatuur uit tegen samenstelling en voorspelt welke fasen bij evenwicht aanwezig zijn.

29
New cards

Wanneer is een fasediagram geldig?

Voor evenwichtssituaties: voldoende tijd en trage afkoeling/opwarming.

30
New cards

Wat is de tentamenvalkuil bij fasediagrammen?

Een fasediagram beschrijft evenwicht; snelle afkoeling zoals martensietvorming is een niet-evenwichtsproces.

31
New cards

Welk fasediagram is belangrijk voor staal?

Het Fe-Fe3C diagram.

32
New cards

Welke fasen/microstructuren moet je kennen in het Fe-C systeem?

Ferriet, austeniet, cementiet, perliet en martensiet.

33
New cards

Wat is ferriet?

Ferriet is α-Fe met KRG/BCC-rooster; het is relatief zacht en kan weinig koolstof oplossen.

34
New cards

Wat is austeniet?

Austeniet is γ-Fe met KVG/FCC-rooster; het bestaat bij hogere temperatuur en kan meer koolstof oplossen dan ferriet.

35
New cards

Wat is cementiet?

Cementiet is ijzercarbide Fe3C; het is hard en bros.

36
New cards

Wat is perliet?

Perliet is een eutectoïdische lamellaire microstructuur van afwisselende laagjes ferriet en cementiet.

37
New cards

Wat is martensiet?

Martensiet ontstaat bij snel afschrikken uit austeniet; het is een harde, brosse niet-evenwichtsstructuur.

38
New cards

Waarom is martensiet een niet-evenwichtsstructuur?

Omdat het ontstaat door zeer snelle afkoeling zonder voldoende diffusietijd voor de evenwichtsomzetting naar ferriet en cementiet.

39
New cards

Wat is onder-perlitisch staal?

Staal met minder dan de eutectoïde C-samenstelling; bij langzame afkoeling bestaat het uit ferriet + perliet.

40
New cards

Wat is boven-perlitisch staal?

Staal met meer dan de eutectoïde C-samenstelling; bij langzame afkoeling bestaat het uit perliet + cementiet.

41
New cards

Waaruit bestaat perlitisch staal ongeveer?

Bij eutectoïde samenstelling bestaat het hoofdzakelijk uit perliet: lamellen ferriet + cementiet.

42
New cards

Welke microstructuur verwacht je bij onder-perlitisch staal bij kamertemperatuur?

Ferriet + perliet.

43
New cards

Welke microstructuur verwacht je bij boven-perlitisch staal bij kamertemperatuur?

Perliet + cementiet.

44
New cards

Waarom verhoogt meer perliet/cementiet vaak de hardheid van staal?

Perliet en cementiet zijn harder dan ferriet; meer C geeft meer harde bestanddelen en minder zachte ferriet.

45
New cards

Wat is het doel van gloeien?

Gloeien maakt staal zachter, spanningsarmer en beter vervormbaar.

46
New cards

Noem vormen van gloeien uit de samenvatting.

Herstelgloeien, rekristalliserend gloeien, normaalgloeien en zachtgloeien.

47
New cards

Wat is herstelgloeien?

Een warmtebehandeling om interne/productiespanningen te verminderen zonder grote microstructuurverandering.

48
New cards

Wat is rekristalliserend gloeien?

Een gloeibehandeling waarbij door nieuwe korrels de effecten van koudvervorming sterker worden hersteld; het kost meer energie en gebeurt op hogere temperatuur dan herstelgloeien.

49
New cards

Wat is afschrikharden?

Staal verwarmen naar het austenietgebied zodat koolstof oplost, daarna snel afkoelen waardoor martensiet ontstaat.

50
New cards

Welke stappen horen bij harden van staal?

1. Austenitiseren. 2. Snel afschrikken. 3. Martensietvorming. 4. Vaak daarna ontlaten.

51
New cards

Waarom ontstaat martensiet bij afschrikken?

Door de hoge afkoelsnelheid is er te weinig tijd voor diffusie; koolstof blijft opgesloten en vervormt het rooster.

52
New cards

Waarom is austeniet belangrijk voor harden?

Austeniet heeft een KVG/FCC-rooster en kan meer koolstof oplossen; bij snel afschrikken kan dit omzetten naar martensiet.

53
New cards

Waarom is martensiet hard?

De oververzadiging met interstitieel koolstof vervormt het rooster sterk en hindert dislocatiebeweging.

54
New cards

Waarom is martensiet bros?

Door grote roostervervorming en hoge interne spanningen is martensiet zeer hard maar weinig taai.

55
New cards

Waarom moet gehard staal meestal worden ontlaten?

Martensiet is hard maar bros en onbruikbaar; ontlaten vermindert brosheid en verhoogt taaiheid.

56
New cards

Wat is ontlaten?

Gehard staal gecontroleerd verwarmen om interne spanningen/brosheid te verminderen en de taaiheid te verhogen.

57
New cards

Wat is veredelen?

Veredelen = harden + hoog ontlaten, voor een betere combinatie van sterkte en taaiheid.

58
New cards

Waarom zijn TTT-diagrammen nodig?

Omdat het Fe-C diagram alleen evenwicht beschrijft; snelle processen zoals martensietvorming vereisen tijd-temperatuur-transformatie-informatie.

59
New cards

Wat voorspelt een TTT-diagram?

Welke transformatie/microstructuur ontstaat bij een bepaalde temperatuur en tijd vanuit austeniet.

60
New cards

Wat gebeurt als je snel genoeg afkoelt onder Ms zonder de neus van het TTT-diagram te raken?

Er ontstaat martensiet.

61
New cards

Waarom wordt zuiver aluminium vaak gelegeerd?

Zuiver aluminium heeft onvoldoende mechanische eigenschappen; legeren verhoogt sterkte/hardheid.

62
New cards

Noem vijf elementen waarmee aluminium wordt gelegeerd.

Cu, Mg, Si, Zn en Mn.

63
New cards

Wat is een voordeel van aluminium?

Aluminium is licht, met een dichtheid van ongeveer 2700 kg/m³.

64
New cards

Wat is een belangrijk nadeel van aluminium ten opzichte van staal?

De absolute E-modulus is veel lager: ongeveer een derde van staal.

65
New cards

Kan aluminium relatief sterk zijn?

Ja, aluminiumlegeringen kunnen relatief sterk zijn, maar aluminium is absoluut veel minder stijf dan staal.

66
New cards

Welke verstevigingsmechanismen zijn belangrijk bij aluminium?

Koudversteviging, korrelverfijning, oplosharding en precipitatieharding.

67
New cards

Welk verstevigingsmechanisme hoort klassiek bij Al-Cu?

Precipitatieharding.

68
New cards

Welk verstevigingsmechanisme hoort bij Al-Mg-Zn legeringen?

Precipitatieharding.

69
New cards

Wat zijn de stappen voor precipitatieharding bij aluminium?

Oplosgloeien, afschrikken en verouderen.

70
New cards

Wat gebeurt bij oplosgloeien in Al-Cu?

Cu wordt in oplossing gebracht in de aluminium-matrix.

71
New cards

Wat gebeurt bij afschrikken in Al-Cu precipitatieharding?

De vaste oplossing wordt oververzadigd doordat Cu niet de tijd krijgt om uit te scheiden.

72
New cards

Wat gebeurt tijdens verouderen van Al-Cu?

Fijne precipitaten/GP-zones/Al2Cu-achtige fasen ontstaan en blokkeren dislocaties.

73
New cards

Waarom geven fijne niet-evenwichtsprecipitaten vaak maximale hardheid?

Ze zijn fijn verdeeld en veroorzaken veel hindering/mispassing voor dislocaties.

74
New cards

Wat is de tentamenzin voor Al-Cu?

Al-Cu wordt versterkt door precipitatieharding: oplosgloeien → afschrikken → verouderen.

75
New cards

In welk C-gebied ligt gietijzer grofweg?

Gietijzer ligt grofweg bij 2,0 tot 4,5 massaprocent C.

76
New cards

Welk element zit naast koolstof vaak in gietijzer?

Silicium (Si).

77
New cards

In welke twee hoofdvormen kan niet-oplosbare koolstof voorkomen in gietijzer?

Als cementiet Fe3C of als grafiet.

78
New cards

Waarom zijn de eigenschappen van gietijzer sterk afhankelijk van koolstofvorm?

De vorm cementiet/grafiet en lamellair/nodulair bepaalt sterkte, brosheid, taaiheid, slink en gietbaarheid.

79
New cards

Wat is wit gietijzer?

Gietijzer waarin koolstof vooral als cementiet Fe3C voorkomt; het is hard en bros.

80
New cards

Wat is grijs gietijzer?

Gietijzer waarin koolstof als grafiet voorkomt.

81
New cards

Welke twee vormen van grijs gietijzer worden genoemd?

Lamellair grafiet en nodulair grafiet.

82
New cards

Wat bevordert grafietvorming in gietijzer?

Meer C, meer Si en langzame afkoeling.

83
New cards

Wat bevordert cementiet/wit gietijzer?

Minder C, minder Si en snelle afkoeling.

84
New cards

Waarom is nodulair grafiet gunstiger dan lamellair grafiet?

Nodulair grafiet geeft minder scherpe spanningsconcentraties en daardoor meestal betere taaiheid.

85
New cards

Hoe kan nodulair grafiet ontstaan?

Door een kleine magnesiumtoevoeging.

86
New cards

Wat moet je bij een gietijzer-microstructuur altijd benoemen?

De matrix én de verschijningsvorm van de niet-oplosbare koolstof: Fe3C, lamellair grafiet of nodulair grafiet.

87
New cards

Wat is selectief harden?

Alleen het oppervlak hard/slijtvast maken terwijl de kern taai blijft.

88
New cards

Waarom selectief harden?

Voor onderdelen waarbij het oppervlak slijtvast moet zijn maar de kern taai moet blijven, zoals assen/tandwielen.

89
New cards

Wat zijn vlamharden en inductieharden?

Thermische oppervlaktebehandelingen: lokaal austenitiseren en snel afschrikken zodat het oppervlak hard wordt.

90
New cards

Verandert vlamharden de chemische samenstelling?

Nee, vlamharden verandert vooral lokaal de microstructuur door austenitiseren en afschrikken.

91
New cards

Verandert inductieharden de chemische samenstelling?

Nee, inductieharden verandert vooral lokaal de microstructuur door inductieverwarming en afschrikken.

92
New cards

Wat is carboneren/opkolen?

Een diffusiebehandeling waarbij het C-gehalte aan het oppervlak wordt verhoogd, gevolgd door harden en ontlaten.

93
New cards

Wat is nitreren?

Een oppervlaktebehandeling waarbij stikstof wordt ingebracht en harde nitriden ontstaan.

94
New cards

Waarom is nitreren anders dan carboneren?

Nitreren vormt nitriden bij lagere temperatuur en vereist geen afschrikken in olie of water; carboneren verhoogt C en wordt gevolgd door harden/ontlaten.

95
New cards

Wat is carbo-nitreren?

Een oppervlaktebehandeling die koolstof en stikstof combineert.

96
New cards

Wat is het verschil tussen inductie/vlamharden en carboneren/nitreren?

Inductie/vlamharden veranderen vooral microstructuur; carboneren/nitreren veranderen ook de samenstelling van het oppervlak.

97
New cards

Wat is de eerste metalen-tentamenregel over fasediagrammen?

Lees fasen af bij temperatuur + samenstelling; gebruik de hefboomregel in een twee-fasegebied.

98
New cards

Wat is de tweede metalen-tentamenregel over koolstof?

Meer C in normaalgegloeid staal geeft hogere sterkte/hardheid en lagere ductiliteit/lasbaarheid.

99
New cards

Wat is de derde metalen-tentamenregel over harden?

Harden staal: austenitiseren → snel afschrikken → martensiet; daarna ontlaten voor taaiheid.

100
New cards

Wat is de vierde metalen-tentamenregel over versterking?

Versterking van metalen = dislocatiebeweging blokkeren.