Macro Economie

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
Locked
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/51

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 7:41 AM on 8/14/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

52 Terms

1
New cards

Relance, Pent-up demand

Iedereen wilde na corona tegelijk kopen, een soort inhaal ‘reactie’ opgespaarde vraag (geld dat mensen tijdelijk niet uitgeven maar later wel).

2
New cards

Expansief beleid

Er was te veel “gratis” geld in de economie gepompt

3
New cards

Graaiflatie

Bedrijven hielden prijzen hoog voor extra winst

4
New cards

Loon prijsspiraal

Hogere lonen zorgen voor hogere prijzen (en andersom)

5
New cards

NDCs

Inspanningen die landen aankondigen om te doen, deze zijn sterk ontoereikend om de transitiepaden te voldoen

<p>Inspanningen die landen aankondigen om te doen, deze zijn sterk ontoereikend om de transitiepaden te voldoen </p>
6
New cards

OESO

Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling, verzamel data voor de rijkste landen

7
New cards

IMF

Internationaal Monetair fonds, verzamelt internationale financiële statistieken voor landen die geen lid zijn van OESO. Het IMF publiceert tweemaal per jaar een World Economic Outlook (een analyse van de macro economische ontwikkelingen op wereldniveau)

8
New cards

Eurostat

Economische informatie voor de Europese Unie is op deze website te vinden

9
New cards

Planbureau

heeft vooruitzichten en macro economische analyses op niveau van België

10
New cards

SNR

Systeem van Nationale Rekeningen, een boekhoudsysteem dat de totale economische activiteit meet.

11
New cards

Geaggregeerde output

BBP zoals berekent in het SNR, als de de geaggregeerde output moeten definiëren bekomen we drie kernwoorden: productie, inkomen en bestedingen

12
New cards

Hedonische prijszettingsmethode

is een economische methode die de totale waarde van een product bepaalt door het te beschouwen als een verzameling van afzonderlijke kwalitatieve eigenschappen en diensten, waarbij aan elk van deze specifieke kenmerken via marktanalyse een eigen, impliciete prijs wordt toegekend

13
New cards

LFS

Labour Force Survey, vertrekt van maandelijkse interviews van een representatieve huishouden in elk land (deze enquetes worden gebruikt om werkloosheidscijfers te berekenen)

14
New cards

GSOEP

German Socio Economic Panel survey, toont aan dat je job verliezen leidt tot een sterke daling van je geluksgevoel

15
New cards

HICP

Geharmoniseerde consumptieprijs index, een maatstaf voor de levensduurte die de inflatie vanuit het perspectief van de consument meet aan de hand van de prijsontwikkeling in een regelmatig geëvalueerde korf van basisgoederen en diensten.

16
New cards

Labour hoarding

Als het economisch slecht gaat, ga je niet direct iedereen op straat zetten en omgekeerd als het goed gaat, ga je ook niet meteen massaal aanwerven. Met andere woorden 1% stijging output is niet gelijk aan 1% daling werkloosheidsgraad, er zit een bepaalde marge tussen (wet van Okun)

17
New cards

Transfer

Hetgeen dat je krijgt van de overheid zoals werkloosheidsuitkeringen, pensioenen, kinderbijslag, zorgtoeslag, …

18
New cards

openmarktverrichtingen

Dit is de algemene term voor de handel die de centrale bank drijft. De "open markt" betekent gewoon de financiële markt waar obligaties worden verhandeld, net zoals je op een groentemarkt appels koopt.

19
New cards

Expansieve openmarktoperties

De centrale bank wil de economie een zetje geven door obligaties van banken te kopen, de CB betaald met nieuwe gecreëerd geld.

20
New cards

Restrictieve openmarktoperatie

Hier wil de CB de economie afremmen (bijv te hoge inflatie), de CB verkoopt obligaties aan banken. De banken moeten de CB betalen met hun cash geld

21
New cards

Quantitative easing programma

Programma van de ECB, het opkopen van obligaties om de marktrente voor staats en bedrijfsleningen nog lager te duwen.

22
New cards

Wet van Okun

Veranderingen in de werkloosheidsgraad (y as) versus de outputgroei (x as)

23
New cards

Philipscurve

De inflatiegraad (y as) ten opzichte van de werkloosheidsgraad (x as), dalende lijn impliceert dat een hogere werkloosheidsgraad doorgaans gepaard gaat met een lagere inflatie en omgekeerd.

24
New cards

Zero low bound

De nominale intrestvoet kan niet meer onder nul gaan

25
New cards

Liquiditeitsval

Dit is wanneer de intrestvoet gedaald is tot nul en monetair beleid (toename geldaanbod) geen invloed meer heeft

26
New cards

IS voorwaarde

De goederenmarkt is in evenwicht wanneer de productie y gelijk is aan de vraag naar goederen Z

27
New cards

Ex ante real interest rate

De reële intrestvoet (i − πe) is gebaseerd op de verwachte inflatie

28
New cards

Ex post real interest rate

De gerealiseerde reële intrestvoet (i − π) is gebaseerd op de effectieve inflatie

29
New cards

First sale prices

Activa dat een een goedkopere prijs verkocht wordt omdat de bank te weinig liquide middelen heeft (teveel vastgoed of LT rekeningen). Dit verhoogt het risico dat banken insolvabel worden.

Passiva dat te liquide is (demand deposits) hoe hoger het risico op first sales

30
New cards

Narrow banking

een systeem waarbinnen banken geen leningen mogen uitgeven, maar enkel liquide activa en risicoloze overheidsobligaties mogen aanhouden. Veilig maar beperkt rol van banken in kredietverlening, is als oplossing tegen te illiquide banken.

31
New cards

Overheidsgarantie op deposito’s

Deze garantie moet mensen gerust stellen dat hun geld veilig staat op de bank en dit om bank runs te vermijden

32
New cards

Borrowing rate

De daadwerkelijke intrestvoet die consumenten en bedrijven moeten betalen wanneer ze een lening afsluiten bij een gewone bank (bijvoorbeeld voor een hypotheek of een nieuwe machine).

Formule (r+x), beleidsrente + risicopremie

33
New cards

Structured Investment Vehicle (SIV)

is eigenlijk een soort financiële "spookvennootschap" of "schaduwbank" die door een gewone bank wordt opgericht, met als specifiek doel om riskante investeringen buiten de eigen, officiële boeken te houden

34
New cards

Securitisatie (Effectisering)

Het verzamelen van duizenden individuele leningen in één grote "pot", om die pot vervolgens in stukjes te hakken en als nieuwe, verhandelbare beleggingsproducten (effecten) te verkopen aan investeerders.

35
New cards

Mortgage-Backed Securities (MBS)

Letterlijk "door hypotheken gedekte effecten". Dit is een direct resultaat van securitisatie waarbij de gebundelde leningen in de pot uitsluitend bestaan uit hypotheken van huiseigenaren.

36
New cards

Collateralized Debt Obligations (CDO)

Een vergelijkbaar, maar vaak nog complexer beleggingsproduct. Hierbij worden allerlei verschillende soorten schulden (zoals bedrijfsloeningen, autoleningen, en vaak ook weer stukjes MBS) gebundeld en doorverkocht.

37
New cards

Senior securities

De "VIP-tickets" van zo'n gebundeld pakket. Mensen die dit veilige deel kopen, staan vooraan in de rij en hebben als állereerste recht op de inkomsten zodra de onderliggende leningen worden afbetaald.

38
New cards

Junior securities

De risicovollere stukken. Deze investeerders staan achteraan de rij en krijgen pas betaald als de senior-investeerders hun geld al binnen hebben. Als mensen hun leningen niet meer afbetalen, vangen deze junior-houders als eerste de verliezen op.

39
New cards

Wholesale funding

De praktijk waarbij banken hun geld niet halen uit het spaargeld van gewone burgers, maar op grote schaal geld lenen bij andere banken of grote investeringsmaatschappijen om zélf activa (zoals die MBS'en of CDO's) te kunnen kopen.

40
New cards

covered bond

is een uiterst veilige, door een bank uitgegeven lening die direct gekoppeld is aan een afgeschermde reserve van hoogwaardige activa (zoals betrouwbare hypotheken), waardoor de investeerder bij een faillissement dubbel beschermd is: hij kan de opbrengst claimen uit deze specifieke reserve én uit de overige bezittingen van de bank zelf.

41
New cards

Quantitative easing

CB koopt massaal activa (zoals staatsobligaties en hypotheekleningen) om meer geld in omloop te brengen

42
New cards

Credit easing

gericht aankopen van risicovollere activa om bepaalde markten te ondersteunen

43
New cards

Forward guidance

CB geeft duidelijke communicatie over toekomstig rentebeleid vertrouwen en verwachtingen beïnvloeden

44
New cards

Contra-cyclische buffer

wanneer de economie goed gaat en men veel leent moet de bank verplicht tot 2,5% aan de kant zetten

45
New cards

GFC

Global Financial crisis

46
New cards

Labour Force Survey (LFS)

Een Enquëte die ieder kwartaal huishoudens bevraagt (binnen de EU, EFTA en kandidaatslidstaten). Het toont de maandelijkse stromen tussen tewerkstelling en werkloosheid. Het toont hoe mensen maandelijks van arbeidsmarkt status kunnen veranderen bijv. van werkloosheid naar werk

47
New cards

Reservatieloon

Laagste loon waarbij een werknemer bereid is een job te accepteren

48
New cards

Labour hoarding

Bedrijven gaan niet onmiddellijk reageren op stijgende output met mensen aannemen of ontslaan

49
New cards

Deflatoire spiraal

een situatie waarin de economie vastzit in aanhoudende deflatie en de CB er niet meer in slaagt de economie te stimuleren

50
New cards

outputfluctuaties

Outputbewegingen rond haar trend

51
New cards

conjunctuurcyclus

de regelmatige op- en neergaande beweging van de economie rond haar potentiële output over de tijd

52
New cards

verspreidingsmechanismen

Elke schok heeft dynamische effecten (kettingreactie doorheen de tijd) op de output en haar samenstelling, deze dynamische effecten noemen we…