1/107
Looks like no tags are added yet.
Relance, Pent-up demand
Iedereen wilde na corona tegelijk kopen, een soort inhaal ‘reactie’ opgespaarde vraag (geld dat mensen tijdelijk niet uitgeven maar later wel).
Expansief beleid
Er was te veel “gratis” geld in de economie gepompt
Graaiflatie
Bedrijven hielden prijzen hoog voor extra winst
Loon prijsspiraal
Hogere lonen zorgen voor hogere prijzen (en andersom)
NDCs
Inspanningen die landen aankondigen om te doen, deze zijn sterk ontoereikend om de transitiepaden te voldoen

OESO
Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling, verzamel data voor de rijkste landen
IMF
Internationaal Monetair fonds, verzamelt internationale financiële statistieken voor landen die geen lid zijn van OESO. Het IMF publiceert tweemaal per jaar een World Economic Outlook (een analyse van de macro economische ontwikkelingen op wereldniveau)
Eurostat
Economische informatie voor de Europese Unie is op deze website te vinden
Planbureau
heeft vooruitzichten en macro economische analyses op niveau van België
SNR
Systeem van Nationale Rekeningen, een boekhoudsysteem dat de totale economische activiteit meet.
Geaggregeerde output
BBP zoals berekent in het SNR, als de de geaggregeerde output moeten definiëren bekomen we drie kernwoorden: productie, inkomen en bestedingen
Hedonische prijszettingsmethode
is een economische methode die de totale waarde van een product bepaalt door het te beschouwen als een verzameling van afzonderlijke kwalitatieve eigenschappen en diensten, waarbij aan elk van deze specifieke kenmerken via marktanalyse een eigen, impliciete prijs wordt toegekend
LFS
Labour Force Survey, vertrekt van maandelijkse interviews van een representatieve huishouden in elk land (deze enquetes worden gebruikt om werkloosheidscijfers te berekenen)
GSOEP
German Socio Economic Panel survey, toont aan dat je job verliezen leidt tot een sterke daling van je geluksgevoel
HICP
Geharmoniseerde consumptieprijs index, een maatstaf voor de levensduurte die de inflatie vanuit het perspectief van de consument meet aan de hand van de prijsontwikkeling in een regelmatig geëvalueerde korf van basisgoederen en diensten.
Labour hoarding
Als het economisch slecht gaat, ga je niet direct iedereen op straat zetten en omgekeerd als het goed gaat, ga je ook niet meteen massaal aanwerven. Met andere woorden 1% stijging output is niet gelijk aan 1% daling werkloosheidsgraad, er zit een bepaalde marge tussen (wet van Okun)
Transfer
Hetgeen dat je krijgt van de overheid zoals werkloosheidsuitkeringen, pensioenen, kinderbijslag, zorgtoeslag, …
openmarktverrichtingen
Dit is de algemene term voor de handel die de centrale bank drijft. De "open markt" betekent gewoon de financiële markt waar obligaties worden verhandeld, net zoals je op een groentemarkt appels koopt.
Expansieve openmarktoperties
De centrale bank wil de economie een zetje geven door obligaties van banken te kopen, de CB betaald met nieuwe gecreëerd geld.
Restrictieve openmarktoperatie
Hier wil de CB de economie afremmen (bijv te hoge inflatie), de CB verkoopt obligaties aan banken. De banken moeten de CB betalen met hun cash geld
Quantitative easing programma
Programma van de ECB, het opkopen van obligaties om de marktrente voor staats en bedrijfsleningen nog lager te duwen.
Wet van Okun
Veranderingen in de werkloosheidsgraad (y as) versus de outputgroei (x as)
Philipscurve
De inflatiegraad (y as) ten opzichte van de werkloosheidsgraad (x as), dalende lijn impliceert dat een hogere werkloosheidsgraad doorgaans gepaard gaat met een lagere inflatie en omgekeerd.
Zero low bound
De nominale intrestvoet kan niet meer onder nul gaan
Liquiditeitsval
Dit is wanneer de intrestvoet gedaald is tot nul en monetair beleid (toename geldaanbod) geen invloed meer heeft
IS voorwaarde
De goederenmarkt is in evenwicht wanneer de productie y gelijk is aan de vraag naar goederen Z
Ex ante real interest rate
De reële intrestvoet (i − πe) is gebaseerd op de verwachte inflatie
Ex post real interest rate
De gerealiseerde reële intrestvoet (i − π) is gebaseerd op de effectieve inflatie
First sale prices
Activa dat een een goedkopere prijs verkocht wordt omdat de bank te weinig liquide middelen heeft (teveel vastgoed of LT rekeningen). Dit verhoogt het risico dat banken insolvabel worden.
Passiva dat te liquide is (demand deposits) hoe hoger het risico op first sales
Narrow banking
een systeem waarbinnen banken geen leningen mogen uitgeven, maar enkel liquide activa en risicoloze overheidsobligaties mogen aanhouden. Veilig maar beperkt rol van banken in kredietverlening, is als oplossing tegen te illiquide banken.
Overheidsgarantie op deposito’s
Deze garantie moet mensen gerust stellen dat hun geld veilig staat op de bank en dit om bank runs te vermijden
Borrowing rate
De daadwerkelijke intrestvoet die consumenten en bedrijven moeten betalen wanneer ze een lening afsluiten bij een gewone bank (bijvoorbeeld voor een hypotheek of een nieuwe machine).
Formule (r+x), beleidsrente + risicopremie
Structured Investment Vehicle (SIV)
is eigenlijk een soort financiële "spookvennootschap" of "schaduwbank" die door een gewone bank wordt opgericht, met als specifiek doel om riskante investeringen buiten de eigen, officiële boeken te houden
Securitisatie (Effectisering)
Het verzamelen van duizenden individuele leningen in één grote "pot", om die pot vervolgens in stukjes te hakken en als nieuwe, verhandelbare beleggingsproducten (effecten) te verkopen aan investeerders.
Mortgage-Backed Securities (MBS)
Letterlijk "door hypotheken gedekte effecten". Dit is een direct resultaat van securitisatie waarbij de gebundelde leningen in de pot uitsluitend bestaan uit hypotheken van huiseigenaren.
Collateralized Debt Obligations (CDO)
Een vergelijkbaar, maar vaak nog complexer beleggingsproduct. Hierbij worden allerlei verschillende soorten schulden (zoals bedrijfsloeningen, autoleningen, en vaak ook weer stukjes MBS) gebundeld en doorverkocht.
Senior securities
De "VIP-tickets" van zo'n gebundeld pakket. Mensen die dit veilige deel kopen, staan vooraan in de rij en hebben als állereerste recht op de inkomsten zodra de onderliggende leningen worden afbetaald.
Junior securities
De risicovollere stukken. Deze investeerders staan achteraan de rij en krijgen pas betaald als de senior-investeerders hun geld al binnen hebben. Als mensen hun leningen niet meer afbetalen, vangen deze junior-houders als eerste de verliezen op.
Wholesale funding
De praktijk waarbij banken hun geld niet halen uit het spaargeld van gewone burgers, maar op grote schaal geld lenen bij andere banken of grote investeringsmaatschappijen om zélf activa (zoals die MBS'en of CDO's) te kunnen kopen.
covered bond
is een uiterst veilige, door een bank uitgegeven lening die direct gekoppeld is aan een afgeschermde reserve van hoogwaardige activa (zoals betrouwbare hypotheken), waardoor de investeerder bij een faillissement dubbel beschermd is: hij kan de opbrengst claimen uit deze specifieke reserve én uit de overige bezittingen van de bank zelf.
Quantitative easing
CB koopt massaal activa (zoals staatsobligaties en hypotheekleningen) om meer geld in omloop te brengen
Credit easing
gericht aankopen van risicovollere activa om bepaalde markten te ondersteunen
Forward guidance
CB geeft duidelijke communicatie over toekomstig rentebeleid vertrouwen en verwachtingen beïnvloeden
Contra-cyclische buffer
wanneer de economie goed gaat en men veel leent moet de bank verplicht tot 2,5% aan de kant zetten
GFC
Global Financial crisis
Labour Force Survey (LFS)
Een Enquëte die ieder kwartaal huishoudens bevraagt (binnen de EU, EFTA en kandidaatslidstaten). Het toont de maandelijkse stromen tussen tewerkstelling en werkloosheid. Het toont hoe mensen maandelijks van arbeidsmarkt status kunnen veranderen bijv. van werkloosheid naar werk
Reservatieloon
Laagste loon waarbij een werknemer bereid is een job te accepteren
Labour hoarding
Bedrijven gaan niet onmiddellijk reageren op stijgende output met mensen aannemen of ontslaan
Deflatoire spiraal
een situatie waarin de economie vastzit in aanhoudende deflatie en de CB er niet meer in slaagt de economie te stimuleren
outputfluctuaties
Outputbewegingen rond haar trend
conjunctuurcyclus
de regelmatige op- en neergaande beweging van de economie rond haar potentiële output over de tijd
verspreidingsmechanismen
Elke schok heeft dynamische effecten (kettingreactie doorheen de tijd) op de output en haar samenstelling, deze dynamische effecten noemen we…
Een strategische bail-out
Een bail-out is de financiële redding van een falend bedrijf door de overheid, maar met strenge, toekomstgerichte voorwaarden (strings attached). De overheid deelt geen blanco cheques meer uit, maar gebruikt de noodsituatie van het bedrijf als een unieke kans om maatschappelijke langetermijndoelen af te dwingen.
PPP
Purchasing Power Paritiesn BBP per capita in eenzelfde munt uitgedrukt
Easterlin paradox
wanneer basisbehoeften bevredigd zijn, leidt een stijgend inkomen per capita niet tot een toename van het geluksgevoel (op landen niveau), en dit terwijl in deze landen nog steeds wordt gevonden dat rijkere mensen gelukkiger zijn dan de armen
Convergentie (omtrent output per capita, vier rijkste landen)
Lagere inkomenslanden groeien sneller dan rijkere landen
Malthusiaans tijdperk
Lange periode van constante output per capita, door beperkingen zoals voedselproductie en bevolkingsgroei; Europa kon zijn levensstandaard niet verhogen.
Aziatische tijgers
Landen met groei boven de 4% per jaar (zoals Singapore, Taiwan, Hong Kong, Zuid Korea)
Emerging economies
Landen met een hoge groei maar een laag BBP per capita, dit zijn dus opkomende economieën
Decompositie van inkomen per capita
laat zien welke factoren bijdragen aan het gemiddelde inkomen per persoon in een land
kapitalisatie
deel van het inkomen van werkenden wordt gespaard en belegd voor hun eigen toekomstige pensioen
repartitie (pay-as-you-go)
werkenden betalen nu belastingen en die worden direct gebruikt om de huidige gepensioneerden uit te betalen (zoals in België)
Kenmerken van het gebalanceerde groeipad (geef de growth rate)
Capital per effective worker
Output per effective worker
Capital per worker
Output per worker
Labour
Capital
Output
Capital per effective worker = 0
Output per effective worker = 0
Capital per worker = gA
Output per worker = gA
Labour = gN
Capital = gN + gA
Output = gN + gA
General purpose technologies
Technologieën die alles veranderen (general purpose technologies).
Creatieve destructie
nieuwe goederen maken oude goederen overbodig
churning
nieuwe productietechnieken vereisen nieuwe vaardigheden waardoor oude vaardigheden minder waardevol worden
AI exposure (AIOE)
de mate waarin een job in aanraking komt met AI — hoe veel taken in die job door AI kunnen worden uitgevoerd of ondersteund
Potential complementarity
de mate waarin AI een hulpmiddel kan zijn dat werknemers aanvult in plaats van vervangt (bijvoorbeeld AI die routinetaken overneemt zodat mensen complexere taken kunnen doen).
HFCS
Household Finance and Consumption Survey: een enquête uitgevoerd in de Euro landen (onder toezicht vd ECB) om inzichten te krijgen in het financiële gedrag van gezinnen (huishoudbudget en consumptiebeslissingen)
permanent inkomen
men kijkt niet enkel naar de huidige inkomens, maar de inkomens van toekomst worden ook in rekening genomen
KBA
Kosten baten analyse (houdt rekening met huidige en toekomstige verkopen en huidige en toekomstige intresten). Investeerders gaan KBA maken om na te denken over investeringen.
Backloading
Kleine huidige inspanningen zorgen voor grote toekomstige inspanningen en leiden tot sterke toename van de output op KT
KOF globaliseringsindex
Kijkt hoe verbonden een land is met de rest van de wereld op basis van drie topics: economie, sociaal en politiek
appreciatie vd binnenlandse munt uitgedrukt in termen vd buitenlandse munt
dit wil zeggen dat de binnenlandse munt duurder wordt tov de buitenlandse munt
depreciatie van de binnenlandse munt uitgedrukt in termen vd buitenlandse munt
dit wil zeggen dat de binnenlandse munt goedkoper wordt tov de buitenlandse munt
reële wisselkoers
prijzen binnenlandse goederen uitgedrukt in termen van buitenlandse goederen
multilaterale wisselkoers
een gemiddelde wisselkoers met al je belangrijkste handelspartners waarbij landen waarmee je meer handelt zwaarder meetellen
Statistische discrepantie
Het is de onverklaarde foutenmarge (het restbedrag) die in de praktijk ontstaat doordat de gegevens van de lopende rekening en de kapitaal- en financiële rekening niet perfect met elkaar in evenwicht zijn.
Arbitrage
shiften van ene product naar andere waarbij valuta moet worden gewisseld zodanig dat nominale wisselkoersen worden beïnvloed
uncovered interest parity (de intrestpariteitsrelatie)
opbrengsten van 2 financiële keuzes moet gelijk zijn
Marshall Lerner voorwaarde
een reële depreciatie (een daling van wisselkoers) zal leiden tot een toename van de netto uitvoer (NX)
Klimaatontwrichting
het geheel van fysieke processen (zoals het smelten van ijs en de verdamping van water) die het klimaat veranderen en die sterk worden beïnvloed door de mens
Tipping points
Bepaalde topics die onmogelijk te herstellen zijn indien ze eenmaal overschreden worden
Cop 30
een wereldwijde conferentie/jaarlijkse wereldklimaattop waar bijna alle landen samenkomen om afspraken te maken over klimaatbeleid
CBAM
Carbon Border Adjustment Mechanism, een soort CO2 invoerbelasting van de EU
mitigatie
het verminderen van de CO2 uitstoot
externaliteit
Een (negatieve) externaliteit ontstaat wanneer de productie of consumptie van een goed kosten met zich meebrengt voor de maatschappij, die niet door de koper of verkoper worden betaald. Denk aan een fabriek die staal maakt, maar ook CO2 en roet uitstoot.
MEK
marginale externe kost (de kost van milieuschade)
ETS systeem
het verplichten emissierechten
Internaliseren
Dit is eigenlijk de extra kost voor het milieu meerekenen in de prijs, dit kan adhv een belastingen tax (bijv. carbon tax) of emissierechten verplichten
IPAT
I (milieu impact) = P (population) x A (affluence, welvaat) x T (technology).
Hoe groter de populatie hoe groter de impact op het milieu dus positief verband
Hoe groter de welvaart hoe groter de impact dus ook positief
Hoe groter de technologie hoe kleiner de impact dus negatief verband
Kaya identiteit
een wiskundige formule (een identiteit) die de totale CO2-uitstoot van een land of de wereld opdeelt in verschillende fundamentele economische en demografische factoren.
Relatieve ontkoppeling
De economie groeit sneller dan het grondstoffengebruik. Het gebruik van grondstoffen stijgt nog steeds, maar minder sneldan het BBP. (De efficiëntie per eenheid product stijgt dus wat, maar de totale impact neemt nog steeds toe).
Absolute ontkoppeling
Het BBP blijft stijgen, maar het totale grondstoffen- of energiegebruik daalt daadwerkelijk. Economische groei en milieubelasting gaan hier feitelijk uit elkaar lopen.
Voldoende absolute ontkoppeling
Dit is de strengste variant. Hier daalt het grondstoffengebruik zó snel en sterk dat we onder de kritische planetaire grenzen (planetary boundaries) duiken. Dit is volgens klimaatwetenschappers nodig om catastrofale opwarming te vermijden
Rebound-effect
Het rebound-effect betekent dat de milieuwinst van een technologie-upgrade (zoals zuinigere apparaten of auto's) gedeeltelijk of zelfs volledig teniet wordt gedaan doordat mensen er meer gebruik van gaan maken.
carrying capacity
de maximale draagkracht van de aarde
Beyond GDP-indicator
een statistische maatstaf of een set van indicatoren die gebruikt wordt om de welvaart, het welzijn en de vooruitgang van een samenleving te meten, verder reikend dan enkel de economische waarde (zoals het Bruto Binnenlands Product of BBP).
The treadmill
We consumeren en werken harder om het "beter te doen dan anderen" (statusvergelijking), maar niemand komt werkelijk vooruit; we blijven rennen op dezelfde plek.
ISEW
Index of Sustainable Economic Welfare, een maatstaf voor (economische) welvaart, die fungeert als een empirische vertaling van de kritiek op het BBP (het trekt de kosten van milieu af)