1/138
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Enalapril
ACE-remmer. Remt het angiotensine-converterend enzym waardoor de omzetting van angiotensine I naar angiotensine II wordt geremd. Hierdoor neemt de vasoconstrictie en de afgifte van aldosteron af, wat leidt tot vasodilatatie, een lagere bloeddruk en minder natrium- en waterretentie. Belangrijkste bijwerkingen zijn prikkelhoest door opstapeling van bradykinine, hyperkaliëmie, hypotensie, nierfunctieverslechtering en angio-oedeem. Wordt toegepast bij hypertensie, chronisch hartfalen, chronische nierschade met proteïnurie en na een myocardinfarct. Uit jouw ziektelijst wordt enalapril gebruikt bij mitralisklepinsufficiëntie en aortaklepinsufficiëntie wanneer deze leiden tot hartfalen. Het kan ook worden gebruikt bij pulmonale hypertensie wanneer deze het gevolg is van linkerhartfalen.
Perindopril
ACE-remmer. Remt het angiotensine-converterend enzym waardoor minder angiotensine II en aldosteron worden gevormd. Hierdoor dalen de perifere vaatweerstand, de bloeddruk en de vochtretentie. Belangrijkste bijwerkingen zijn prikkelhoest, hyperkaliëmie, hypotensie, nierfunctieverslechtering en angio-oedeem. Wordt toegepast bij hypertensie, chronisch hartfalen en secundaire preventie na een myocardinfarct. Uit jouw ziektelijst wordt perindopril gebruikt bij mitralisklepinsufficiëntie en aortaklepinsufficiëntie wanneer deze gepaard gaan met hartfalen. Ook kan het worden gebruikt bij pulmonale hypertensie door linkerhartfalen.
Spironolacton
Aldosteronreceptorantagonist en kaliumsparend diureticum. Blokkeert de aldosteronreceptor in de distale tubulus en verzamelbuis van de nier waardoor minder natrium wordt teruggeresorbeerd en meer natrium en water worden uitgescheiden. Kalium blijft juist behouden. Belangrijkste bijwerkingen zijn hyperkaliëmie, nierfunctieverslechtering, gynaecomastie, impotentie en menstruatiestoornissen doordat spironolacton ook androgenen remt. Wordt toegepast bij chronisch hartfalen, resistente hypertensie, primair hyperaldosteronisme en ascites. Uit jouw ziektelijst wordt spironolacton gebruikt bij mitralisklepinsufficiëntie en aortaklepinsufficiëntie wanneer hartfalen is ontstaan. Het kan ook worden gebruikt bij pulmonale hypertensie als onderdeel van de behandeling van hartfalen.
Eplerenon
Selectieve aldosteronreceptorantagonist en kaliumsparend diureticum. Blokkeert selectief de aldosteronreceptor waardoor natrium- en wateruitscheiding toenemen en kalium behouden blijft. Omdat het selectiever is dan spironolacton veroorzaakt het veel minder hormonale bijwerkingen. Belangrijkste bijwerkingen zijn hyperkaliëmie, hypotensie en nierfunctieverslechtering. Wordt toegepast bij chronisch hartfalen en na een myocardinfarct met verminderde linkerventrikelfunctie. Uit jouw ziektelijst wordt eplerenon gebruikt bij mitralisklepinsufficiëntie en aortaklepinsufficiëntie wanneer deze leiden tot hartfalen. Ook kan het worden gebruikt bij pulmonale hypertensie als gevolg van linkerhartfalen.
Flecainide
Klasse Ic anti-aritmicum. Blokkeert snelle natriumkanalen in het myocard waardoor de geleiding in de atria, ventrikels en het His-Purkinje-systeem vertraagt. Het verlengt de refractaire periode nauwelijks, maar remt de prikkelgeleiding sterk. Belangrijkste bijwerkingen zijn pro-aritmische effecten, duizeligheid, wazig zien, hartfalen en geleidingsstoornissen. Mag niet worden gebruikt bij patiënten met structureel hartlijden of een doorgemaakt myocardinfarct vanwege een verhoogd risico op ventriculaire ritmestoornissen. Wordt toegepast voor ritmecontrole bij supraventriculaire ritmestoornissen. Uit jouw ziektelijst wordt flecainide gebruikt bij atriumfibrilleren, atriumflutter, AVNRT en atriale tachycardie
Amiodaron
Klasse III anti-aritmicum. Blokkeert voornamelijk kaliumkanalen waardoor de repolarisatie en de refractaire periode worden verlengd. Daarnaast heeft het eigenschappen van klasse I, II en IV anti-aritmica doordat het ook natriumkanalen, calciumkanalen en β-receptoren remt. Belangrijkste bijwerkingen zijn longfibrose, hypo- of hyperthyreoïdie door het hoge jodiumgehalte, leverfunctiestoornissen, corneadeposities, fotosensitiviteit, blauwgrijze huidverkleuring, bradycardie en QT-verlenging. Door de zeer lange halfwaardetijd kunnen bijwerkingen lang aanhouden. Wordt toegepast bij zowel supraventriculaire als ventriculaire ritmestoornissen. Uit jouw ziektelijst wordt amiodaron gebruikt bij atriumfibrilleren, atriumflutter, ventrikeltachycardie en ventrikelfibrilleren.
Sotalol
Klasse III anti-aritmicum en niet-selectieve bètablokker. Blokkeert kaliumkanalen waardoor de actiepotentiaal wordt verlengd en remt daarnaast β1- en β2-receptoren waardoor de hartfrequentie en AV-geleiding afnemen. Belangrijkste bijwerkingen zijn bradycardie, hypotensie, bronchospasmen, vermoeidheid, QT-verlenging en torsade de pointes. Wordt toegepast bij atriale en ventriculaire ritmestoornissen. Uit jouw ziektelijst wordt sotalol gebruikt bij atriumfibrilleren, atriumflutter en ventrikeltachycardie.
Atropine
Parasympathicolyticum en muscarinereceptorantagonist. Blokkeert muscarinereceptoren waardoor de remmende invloed van de nervus vagus op de sinusknoop en AV-knoop verdwijnt. Hierdoor stijgen de hartfrequentie en de AV-geleiding. Belangrijkste bijwerkingen zijn droge mond, urineretentie, obstipatie, tachycardie, mydriase en wazig zien. Wordt toegepast bij symptomatische bradycardie en als tijdelijke behandeling van AV-geleidingsstoornissen. Uit jouw ziektelijst wordt atropine gebruikt bij sinusbradycardie, sick sinus syndrome en eerste-, tweede- en derdegraads AV-blok.
Isoprenaline
Niet-selectieve β-adrenerge agonist. Stimuleert β1-receptoren waardoor de hartfrequentie, AV-geleiding en contractiliteit toenemen. Stimuleert ook β2-receptoren waardoor bronchodilatatie en vasodilatatie optreden. Belangrijkste bijwerkingen zijn tachycardie, ritmestoornissen, tremor, palpitaties en hypotensie. Wordt toegepast als tijdelijke behandeling van ernstige symptomatische bradycardie totdat een pacemaker kan worden geplaatst. Uit jouw ziektelijst wordt isoprenaline gebruikt bij sinusbradycardie, sick sinus syndrome en ernstige AV-blokken.
Adenosine
Endogeen nucleoside en anti-aritmicum. Activeert A1-receptoren in de AV-knoop waardoor kaliumkanalen openen, calciuminstroom afneemt en de AV-geleiding gedurende enkele seconden volledig wordt geblokkeerd. Door de extreem korte halfwaardetijd van minder dan tien seconden is het effect zeer kortdurend. Belangrijkste bijwerkingen zijn flushing, kortademigheid, pijn op de borst, een drukkend gevoel op de borst en een zeer kortdurende asystolie. Wordt toegepast voor de diagnostiek en acute behandeling van supraventriculaire tachycardieën die afhankelijk zijn van de AV-knoop. Uit jouw ziektelijst wordt adenosine gebruikt bij AVNRT. Het kan ook helpen onderscheid maken tussen AVNRT en atriale tachycardieën.
Digoxine
Hartglycoside. Remt de Na⁺/K⁺-ATPase in cardiomyocyten waardoor intracellulair natrium toeneemt. Hierdoor werkt de Na⁺/Ca²⁺-wisselaar minder goed waardoor intracellulair calcium stijgt en de contractiekracht van het hart toeneemt. Daarnaast verhoogt digoxine de vagale tonus waardoor de AV-geleiding vertraagt en de hartfrequentie afneemt. Belangrijkste bijwerkingen zijn misselijkheid, braken, anorexie, geel-groene visusstoornissen, bradycardie, AV-blok en ventriculaire ritmestoornissen. Hypokaliëmie verhoogt de kans op digoxine-intoxicatie. Wordt toegepast bij atriumfibrilleren voor frequentiecontrole en bij chronisch hartfalen. Uit jouw ziektelijst wordt digoxine gebruikt bij atriumfibrilleren en atriumflutter voor frequentiecontrole en bij mitralisklepinsufficiëntie of aortaklepinsufficiëntie wanneer deze tot hartfalen hebben geleid.
Fenprocoumon
Coumarinederivaat en vitamine K-antagonist. Remt het enzym vitamine K-epoxide-reductase waardoor vitamine K niet wordt gerecycled. Hierdoor worden de vitamine K-afhankelijke stollingsfactoren II, VII, IX en X, en de anticoagulantia proteïne C en S, minder aangemaakt. Het anticoagulerende effect treedt pas na enkele dagen op en wordt gecontroleerd met de INR. Belangrijkste bijwerkingen zijn bloedingen, huidnecrose in de eerste behandelingsdagen en veel geneesmiddel- en voedselinteracties. Wordt toegepast bij atriumfibrilleren, mechanische hartkleppen, diepveneuze trombose en longembolie. Uit jouw ziektelijst wordt fenprocoumon gebruikt bij atriumfibrilleren ter preventie van een CVA en bij de behandeling en secundaire preventie van een longembolie.
Apixaban
Direct werkend oraal anticoagulans en directe factor Xa-remmer. Remt stollingsfactor Xa waardoor minder trombine wordt gevormd en de vorming van fibrine afneemt. Heeft een snelle werking en routinematige INR-controles zijn niet nodig. Belangrijkste bijwerkingen zijn bloedingen en anemie. Wordt toegepast bij atriumfibrilleren zonder mechanische hartklep, diepveneuze trombose en longembolie. Uit jouw ziektelijst wordt apixaban gebruikt bij atriumfibrilleren ter preventie van een CVA en bij de behandeling en secundaire preventie van een longembolie.
Rivaroxaban
Direct werkend oraal anticoagulans en directe factor Xa-remmer. Remt factor Xa waardoor de omzetting van protrombine naar trombine wordt geremd en minder fibrine ontstaat. Belangrijkste bijwerkingen zijn bloedingen en anemie. Wordt toegepast bij atriumfibrilleren zonder mechanische hartklep, diepveneuze trombose en longembolie. Uit jouw ziektelijst wordt rivaroxaban gebruikt bij atriumfibrilleren ter preventie van een CVA en bij de behandeling en secundaire preventie van een longembolie.
Dabigatran
Direct werkend oraal anticoagulans en directe trombineremmer. Remt trombine, stollingsfactor IIa, waardoor fibrinogeen niet meer wordt omgezet in fibrine en de vorming van een stolsel wordt geremd. Belangrijkste bijwerkingen zijn bloedingen en dyspepsie. Wordt toegepast bij atriumfibrilleren zonder mechanische hartklep, diepveneuze trombose en longembolie. Uit jouw ziektelijst wordt dabigatran gebruikt bij atriumfibrilleren ter preventie van een CVA en bij de behandeling en secundaire preventie van een longembolie.
Heparine
Anticoagulans. Bindt aan antitrombine waardoor de werking van antitrombine sterk wordt versterkt. Hierdoor worden vooral trombine en factor Xa geïnactiveerd en wordt de stollingscascade geremd. Werkt direct na intraveneuze toediening. Belangrijkste bijwerkingen zijn bloedingen, heparinegeïnduceerde trombocytopenie en osteoporose bij langdurig gebruik. Wordt toegepast bij acute diepveneuze trombose, acute longembolie, acuut coronair syndroom en als overbrugging bij starten van een vitamine K-antagonist. Uit jouw ziektelijst wordt heparine gebruikt bij de acute behandeling van een longembolie.
Nadroparine
Laagmoleculairgewichtheparine. Versterkt de werking van antitrombine, waarbij vooral factor Xa wordt geremd en in mindere mate trombine. Heeft een voorspelbaarder effect dan ongefractioneerde heparine. Belangrijkste bijwerkingen zijn bloedingen en heparinegeïnduceerde trombocytopenie, hoewel dit minder vaak voorkomt dan bij ongefractioneerde heparine. Wordt toegepast bij diepveneuze trombose, longembolie en tromboseprofylaxe na operaties of tijdens ziekenhuisopname. Uit jouw ziektelijst wordt nadroparine gebruikt bij de behandeling van een longembolie.
Ipratropium
Kortwerkend anticholinergicum. Blokkeert muscarine M3-receptoren in de luchtwegen waardoor bronchoconstrictie wordt tegengegaan en bronchodilatatie optreedt. Belangrijkste bijwerkingen zijn droge mond, keelpijn, hoesten en zelden urineretentie of glaucoomaanvallen wanneer het middel in de ogen terechtkomt. Wordt toegepast bij COPD en soms als aanvullende behandeling bij een acute astma-aanval. Uit jouw ziektelijst kan ipratropium worden gebruikt bij bronchitis of bronchiolitis wanneer bronchusobstructie aanwezig is.
Tiotropium
Langwerkend anticholinergicum. Blokkeert langdurig muscarine M3-receptoren waardoor langdurige bronchodilatatie ontstaat. Belangrijkste bijwerkingen zijn droge mond, obstipatie, urineretentie en zelden glaucoom. Wordt toegepast als onderhoudsbehandeling bij COPD en ernstig astma. Uit jouw ziektelijst wordt tiotropium gebruikt bij chronische bronchitis als onderdeel van COPD. Het kan ook worden gebruikt bij bronchiëctasieën wanneer obstructieve klachten aanwezig zijn.
Benzylpenicilline
Smalspectrum penicilline en β-lactam-antibioticum. Remt de bacteriële celwandsynthese door binding aan penicillinebindende eiwitten waardoor bacteriën afsterven. Werkt vooral tegen Gram-positieve bacteriën en enkele Gram-negatieve kokken. Belangrijkste bijwerkingen zijn allergische reacties, huiduitslag, diarree en zelden anafylaxie. Wordt toegepast bij ernstige infecties zoals pneumokokkenpneumonie, meningitis en endocarditis. Uit jouw ziektelijst wordt benzylpenicilline gebruikt bij een bacteriële pneumonie wanneer de verwekker hiervoor gevoelig is.
Amoxicilline
Aminopenicilline en β-lactam-antibioticum. Remt de bacteriële celwandsynthese door binding aan penicillinebindende eiwitten. Heeft een breder spectrum dan benzylpenicilline. Belangrijkste bijwerkingen zijn allergische reacties, diarree, huiduitslag en candidiasis. Bij een infectie met het Epstein-Barr-virus ontstaat vaak een niet-allergische huiduitslag. Wordt toegepast bij luchtweginfecties, otitis media, sinusitis, urineweginfecties en pneumonie. Uit jouw ziektelijst wordt amoxicilline gebruikt bij pneumonie, bronchitis wanneer een bacteriële oorzaak waarschijnlijk is, acute bovenste luchtweginfecties met een bacteriële oorzaak, rhinosinusitis en aspiratiepneumonie.
Amoxicilline met clavulaanzuur (Dynamic Duo)
Aminopenicilline gecombineerd met een β-lactamaseremmer. Amoxicilline remt de bacteriële celwandsynthese. Clavulaanzuur remt β-lactamases waardoor amoxicilline werkzaam blijft tegen bacteriën die deze enzymen produceren. Belangrijkste bijwerkingen zijn diarree, allergische reacties, huiduitslag en leverfunctiestoornissen. Wordt toegepast bij luchtweginfecties, aspiratiepneumonie, huidinfecties en infecties door β-lactamase-producerende bacteriën. Uit jouw ziektelijst wordt dit middel gebruikt bij pneumonie, aspiratiepneumonie, bronchitis met een bacteriële oorzaak en recidiverende luchtweginfecties.
Doxycycline
Tetracycline-antibioticum. Remt de bacteriële eiwitsynthese door binding aan de 30S-ribosomale subunit waardoor bacteriegroei wordt geremd. Werkt bacteriostatisch. Belangrijkste bijwerkingen zijn fotosensitiviteit, gastro-intestinale klachten, oesofagitis en verkleuring van tanden bij kinderen. Mag niet worden gebruikt tijdens zwangerschap of bij kinderen jonger dan acht jaar. Wordt toegepast bij atypische pneumonie, luchtweginfecties, ziekte van Lyme en seksueel overdraagbare aandoeningen. Uit jouw ziektelijst wordt doxycycline gebruikt bij pneumonie, bronchitis met een bacteriële oorzaak en recidiverende luchtweginfecties.
Cefuroxim
Tweede generatie cefalosporine en β-lactam-antibioticum. Remt de bacteriële celwandsynthese door binding aan penicillinebindende eiwitten. Heeft een breder Gram-negatief spectrum dan penicilline. Belangrijkste bijwerkingen zijn allergische reacties, diarree en candidiasis. Wordt toegepast bij luchtweginfecties, urineweginfecties en sepsis. Uit jouw ziektelijst wordt cefuroxim gebruikt bij pneumonie en ernstige bacteriële luchtweginfecties.
Ceftazidim
Derde generatie cefalosporine en β-lactam-antibioticum. Remt de bacteriële celwandsynthese. Heeft een sterke werking tegen Gram-negatieve bacteriën waaronder Pseudomonas aeruginosa. Belangrijkste bijwerkingen zijn allergische reacties, diarree en zelden neurologische klachten bij hoge spiegels. Wordt toegepast bij ernstige ziekenhuisinfecties en infecties met Pseudomonas. Uit jouw ziektelijst wordt ceftazidim gebruikt bij ernstige pneumonie en bij bronchiëctasieën of cystic fibrosis met een Pseudomonas-infectie.
Claritromycine
Macrolide-antibioticum. Remt de bacteriële eiwitsynthese door binding aan de 50S-ribosomale subunit waardoor bacteriegroei wordt geremd. Belangrijkste bijwerkingen zijn gastro-intestinale klachten, QT-verlenging, smaakstoornissen en interacties door remming van CYP3A4. Wordt toegepast bij atypische pneumonie, luchtweginfecties en Helicobacter pylori-eradicatie. Uit jouw ziektelijst wordt claritromycine gebruikt bij pneumonie, bronchitis en recidiverende luchtweginfecties.
Azitromycine
Macrolide-antibioticum. Remt de bacteriële eiwitsynthese door binding aan de 50S-ribosomale subunit. Heeft een lange halfwaardetijd waardoor een korte behandelduur vaak voldoende is. Belangrijkste bijwerkingen zijn diarree, misselijkheid en QT-verlenging. Heeft minder geneesmiddelinteracties dan claritromycine. Wordt toegepast bij atypische pneumonie, luchtweginfecties en seksueel overdraagbare aandoeningen. Uit jouw ziektelijst wordt azitromycine gebruikt bij pneumonie, bronchitis en recidiverende luchtweginfecties.