1/16
Een set van flashcards voor de cursus Bodemkunde, inzicht in belangrijke termen en concepten.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Bodemkunde
De wetenschap die zich bezighoudt met de studie van de bodem.
Bodemvruchtbaarheid
De capaciteit van de bodem om water, voedingsstoffen en zuurstof op te nemen en beschikbaar te stellen voor planten.
Pedologie
Een andere benaming voor bodemkunde.
Bodemprofiel
De verticale opbouw van de bodem, onderscheiden in verschillende horizonten.
Granulometrie
De studie van de korrelgrootteverdeling in de bodem.
Fysische bodemeigenschappen
De eigenschappen van de bodem die betrekking hebben op de structuur, textuur, dichtheid en poriën.
Waterbalans
De balans tussen de waterinfiltratie, -opname en -afvoer in de bodem.
Veldcapaciteit (VC)
Het maximale watergehalte in de bodem dat na drainage achterblijft.
Verwelkingspunt (VP)
Het watergehalte waarboven planten beginnen te verwelken door gebrek aan water.
C-sequestratie
De opname en opslag van koolstof in de bodem.
Chemische bodemeigenschappen
De eigenschappen van de bodem die te maken hebben met de chemische samenstelling en interacties van nutriënten.
Kationenuitwisselingscapaciteit (CEC)
De hoeveelheid kationen die een bodem kan vasthouden en uitwisselen.
Zuurtegraad (pH)
Een maat voor de zuurtegraad van de bodem, die invloed heeft op de beschikbaarheid van voedingsstoffen.
Nutriëntenbeheer
De praktische toepassing van het optimaliseren van de nutriëntenvoorziening voor gewassen in de bodem.
Mineralisatie
Het proces waarbij organische stoffen worden afgebroken tot anorganische voedingsstoffen.
Fosfaatbeschikbaarheid
De beschikbaarheid van fosfor voor planten, afhankelijk van de bodem-pH.
Bodemorganismen
Levende organismen die in de bodem leven, zoals bacteriën, schimmels, en ongewervelde dieren.