HoGent, Bacheloropleiding Agro- en biotechnologie - Bodemkunde

HoGent, Bacheloropleiding Agro- en biotechnologie

Cursus Bodemkunde

Jaar: AJ 2025-2026
Docent: Matthias Vercauteren

Inhoudsopgave

  • Hoofdstuk 1. Inleiding op bodemkunde
    1.1 Omschrijving en begrippen
    1.2 Vlaams aandeel van landbouwgrond, tuinen en openbaar groen
    1.3 Inleiding tot nutriëntenbeheer

  • Hoofdstuk 2. Bodemvorming en bodemsamenstelling
    2.1 Dynamiek in de aardkorst: platentektoniek
    2.2 Beginselen van de bodemmineralogie en gesteenteleer
    2.3 Verwering
    2.4 Feitelijke bodemvorming: overzicht
    2.5 Het bodemprofiel
    2.6 Bodemsamenstelling

  • Hoofdstuk 3. Fysische bodemeigenschappen
    3.1 Granulometrie en bodemtextuur
    3.2 Bodemdichtheid en bodemaggregaten
    3.3 Structuurvormen
    3.4 Invloedsfactoren op de bodemstructuur

  • Hoofdstuk 4. Water in de bodem
    4.1 Belang van het water in de bodem
    4.2 Waterbalans
    4.3 Water in het bodemprofiel
    4.4 Binding of retentie van water in de bodem
    4.5 Bodemvochtkarakteristieken of pF-curven
    4.6 Veldcapaciteit (VC)
    4.7 Verwelkingspunt (VP)
    4.8 Beschikbaar watergehalte en pF-curve
    4.9 Diepgaandere benadering pF-curven
    4.10 Bodemkenmerken veroorzaakt door het water
    4.11 Draineringsklassen
    4.12 Verband tussen grondwatertafel en productie

  • Hoofdstuk 5. Chemische bodemeigenschappen
    5.1 Zuurtegraad of pH van de bodem
    5.2 Kationenuitwisselingscapaciteit of CEC van de bodem (≠EC !!)
    5.3 Basenverzadiging in de bodem
    5.4 Verband tussen kationen-samenstelling, pH en bodemstructuur

  • Hoofdstuk 6. Bodem organische stof en bodemleven
    6.1 Situering
    6.2 Humificatie: een afbraak- en syntheseproces
    6.3 Invloedsfactoren op de humificatie
    6.4 Rol van het organisch materiaal
    6.5 Evolutie van het humusgehalte in de bodem: organische stofbalans
    6.6 C-sequestratie in de bodem: een inleiding

  • Hoofdstuk 7. Nutriënten in de bodem
    7.1 Voorkomen van voedingselementen in de bodem
    7.2 Essentiële macro- en micronutriënten
    7.3 Hoe een plant zich voedt: het globale plaatje
    7.4 Diffusie van nutriënten in de grond
    7.5 Selectieve ionenopname
    7.6 Antagonismen
    7.7 Fysiologische werking aan de wortel
    7.8 Herkomst en voorgeschiedenis van plantopneembaar stikstof
    7.9 Bodemtemperatuur
    7.10 Groei van de plant: fotosynthese > ademhaling
    7.11 Minerale samenstelling van plantenmateriaal
    7.12 Minerale samenstelling van plantenmateriaal: invloedsfactoren
    7.13 Export van voedingselementen door de plant

  • Hoofdstuk 8. Rol en voorkomen van de voedingselementen
    8.1 Stikstof als nutriënt
    8.2 Stikstof in de bodem: cyclus en balans
    8.3 Fosfor
    8.4 Kalium
    8.5 Zwavel
    8.6 Calcium
    8.7 Magnesium
    8.8 Hoofdelementen memotabel: rol – overmaat - tekort – aanvoer
    8.9 Sporenelementen memotabel: rol – wanneer tekort – gebrek
    8.10 Gebreksverschijnselen: overzichten

  • Hoofdstuk 9. Minerale of anorganische of kunstmeststoffen
    9.1 Indelingen en marktspelers
    9.2 Zure en basische werking
    9.3 Stikstofmeststoffen
    9.4 Fosfaatmeststoffen
    9.5 Kaliummeststoffen
    9.6 Magnesiummeststoffen
    9.7 Kalkmeststoffen en bekalking als bodemverzorging
    9.8 Sporenelementmeststoffen
    9.9 Samengestelde meststoffen

  • Hoofdstuk 10. Organische meststoffen
    10.1 Indeling en doelstellingen van organische meststoffen
    10.2 Werkingscoëfficiënt en bemestingswaarde van organische meststoffen
    10.3 Organische mest als grondstof voor humus
    10.4 Compost als organische bemesting
    10.5 Mestverwerking in een notedop

  • Hoofdstuk 11. Achtergrond bij het Vlaamse mestdecreet
    11.1 Totstandkoming en doelstellingen
    11.2 Afbakening van kwetsbare gebieden en risicogebieden
    11.3 Instelling van de nitraatresiduwaarde
    11.4 Bemesting beperkt door oplegging van bemestingsnormen
    11.5 Bemesting beperkt door uitrijbepaling
    11.6 Bemesting is (ammoniak-)emissiearm en beperkt nitraatverliezen
    11.7 Verplichte jaarlijkse mestbankaangifte
    11.8 Mesttransport
    11.9 Mestproductierecht of nutriëntemissierechten dieren (‘NER-D’)

  • Hoofdstuk 12. Belgische bodems en hun kartering
    12.1 Geologie en gesteenten van België
    12.2 Toepassingen van bodemkaarten
    12.3 De bodemlegende van de bodemkaart 1/20.000
    12.4 De bodems per landbouwstreek in Vlaanderen


Hoofdstuk 1. Inleiding op bodemkunde

1.1 Omschrijving en begrippen

  • Bodem: het bovenste deel van de aardkorst, beworteld door planten of waar bodemvormende processen plaatsvinden.

  • Bodemvruchtbaarheid: de opname van water, voedingsstoffen en zuurstof door planten, afhankelijk van chemische, fysische en biologische factoren.

  • Bodemkunde (pedologie): wetenschap die zich richt op de studie van bodemgenese, bodemclassificatie en bodemkartering.

  • Belangrijke concepten:

    • Bodemstructuur = evenwicht tussen bodemwater/lucht en vaste stof;

    • Vaste fractie (90-95%) = anorganische/minerale fractie, ingedeeld in textuurklassen: zand, leem, klei;

    • Organische fractie (5-10%) = onverteerde plantenresten en bodemleven.

  • Verwerkingsprocessen: de opname van water en voedingsstoffen door planten hangt af van de bodemvruchtbaarheid, beïnvloed door diverse wetenschappen zoals scheikunde, natuurkunde, wiskunde en microbiologie.

1.2 Vlaams aandeel van landbouwgrond, tuinen en openbaar groen

  • Slechts ongeveer 10% van het wereldlandoppervlak is geschikt voor landbouw.

  • Vlaamse opbouw:

    • 46% landbouwgrond (622.738 ha);

    • 13% privétuingrond;

    • Gemiddelde productiviteit hoog, leidend tot mogelijke verontreiniging.

1.3 Inleiding tot nutriëntenbeheer

  • Beginpunt vaak: bodemanalyse.

  • Optimalisatie van bodemvruchtbaarheid door:

    • bekalking (pH verhogen);

    • aanpassen van teeltplannen (organisch stofgehalte verbeteren);

    • bemestingsplannen (nutriënten beschikbaar maken).

  • Typen meststoffen: organische en minerale meststoffen.


Hoofdstuk 2. Bodemvorming en bodemsamenstelling

2.1 Dynamiek in de aardkorst: platentektoniek


  • Aardoppervlak: 70% water, 30% land; bestaat uit oceanische en continentale korst.


  • De buitenmantel drijft op de vloeibare binnenmantel.


  • Bewegingen van platen veroorzaken aardbevingen, vulkanisme en reliëfvorming.


  • Tabel 1: Voorbeelden van platenbewegingen

    Plaat interactie

    Type gebeurtenis

    Voorbeeld


    Oceanische - oceanische

    Subductie

    Japan


    Oceanische - continentale

    Vulkanisch kustgebergte

    Andes


    Continentale - continentale

    Vorming continentaal gebergte

    Alpen

    2.2 Beginselen van de bodemmineralogie en gesteenteleer

    2.2.1 Mineralen
    • 98.5% van de aardkorst bestaat uit O, Si, Al, Fe, Ca, Na, K, Mg.

    • Minerale groepen:

      • Niet-silicaten: elementen die uit een enkel element bestaan;

      • Silicaten: de meest voorkomende mineralen;

      • Fosfaten en carbonaten: belangrijke mineralen

    2.2.2 Gesteenten
    • Twee hoofdtypes:

      • Magmatische: stollingsgesteenten;

      • Sedimentaire: afzettingsgesteenten.

    • Afkomst en structuur:

      • Magmatische gesteenten ontstaan vanuit magma;

      • Sedimentaire gesteenten ontstaan uit afbraakmateriaal.

    2.2.3 Cycli van gesteenten
    • Cycli zijn onderhevig aan verwering en erosie, waarbij materialen opnieuw in de cyclus komen.

    2.3 Verwering

    2.3.1 Situering
    • Verwering = de transformatie van hard gesteente naar fijner bodemmateriaal.

    2.3.2 Fysische verwering
    • Desintegratie van gesteente door drukontlasting, vorstwerking, en andere fysische gevolgen.

    2.3.3 Chemische verwering
    • Reacties met water en zuur, waarbij mineralen oplossen.

    2.3.4 Biologische verwering
    • Plantwortels breken gesteente mechanisch af.

    2.4 Feitelijke bodemvorming: overzicht

    • Bodem ontstaat door interactie tussen lithosfeer, hydrosfeer, atmosfeer, en biosfeer.

    • Proces is beïnvloed door klimaat, moedergesteente, vegetatie, en menselijke activiteiten.

    2.5 Het bodemprofiel

    2.5.1 Ontstaan van het bodemprofiel
    • Bodem wordt gevormd door organische en minerale interacties.

    2.5.2 Opbouw van het bodemprofiel
    • Het profiel omvat horizonten: A-horizont (donker, organisch), E-horizont (uitloging), B-horizont (aanrijking).

    2.6 Bodemsamenstelling

    2.6.1 Vaste bestanddelen
    • Bestaat uit minerale bestanddelen met korrelgroottefracties.

    2.6.2 Organische bestanddelen
    • Afgestorven plant- en dierlijk materiaal; resulteert in de vorming van humus.

    2.6.3 Vloeibare fase
    • Het bodemwater bevat opgeloste stoffen en is essentieel voor plantengroei.

    2.6.4 Gasvormige fase
    • Bodemlucht en interactie met bodemvocht is cruciaal voor zuurstofaanvoer.

    2.6.5 Ideale verhouding van de bodembestanddelen
    • Verhouding tussen vaste, vloeibare en gasvormige stoffen is essentieel voor bodemgezondheid.


    Hoofdstuk 3. Fysische bodemeigenschappen

    3.1 Granulometrie en bodemtextuur

    3.1.1 Korrelgroottefracties
    • Indeling van korrelgrootte: klei (<2 µm), leem (2-50 µm), zand (50-2000 µm).

    3.1.2 Mineralogische samenstelling
    1. Grindfractie: weining invloed op bodem.

    2. Zandfractie: bestaat voornamelijk uit kwarts.

    3. Leemfracties: bevatten meer voedende mineralen.

    4. Kleifractie: actief in het vasthouden van voedingsstoffen.

    3.1.3 Bodemtexturen
    • Belgische textuurdriehoek; indeling in zones afhankelijk van % klei, leem en zand.

    3.2 Bodemdichtheid en bodemaggregaten

    3.2.1 Structuurvormen
    • Korrelstructuur (sle