termen medische biotechnologie

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
Locked
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/63

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 10:23 PM on 6/21/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

64 Terms

1
New cards

inbreeding

zorgt voor het homozygoot worden van alle kenmerken

—> minder/geen genetische variatie

2
New cards

Knock-out gen

gen dat volledig is uitgeschakeld

3
New cards

virale vector

gemodificeerd virus dat gebruikt wordt om genetisch materiaal binnen te brengen

4
New cards

transgeen dier

bevat ‘vreemd’ DNA (transgen) geïncorporeerd in het genoom van alle cellen (incluis de cellen die geslachtscellen vormen). Het transgen kan doorgegeven worden aan de nakomelingen.

5
New cards

technieken met bevruchte oöcyt (zygote)

  • zygote injectie

  • nuclear transfer

  • transgen ICSI

  • gene targetting (recent)

6
New cards

technieken met embryonale stamcellen (ES-cellen)

  • gene targeting

7
New cards

technieken met spermatogoniale cellen

  • gene targeting

8
New cards

technieken met zaadcellen

  • large scale mutagenese

  • transgen ICSI

9
New cards

technieken met induced pluripotent stem cells (IPSCs)

  • gene targeting

  • overexpressie

10
New cards

cDNA

kopie van het mRNA met alle intronen er al uitgeknipt. Dit is korter dan het volledige gen want anders kan je het (bijna) nooit in het plasmide krijgen omdat het te groot is.

11
New cards

poly-A

zorgt voor de poly-A-staart die voor terminatie zorgt

12
New cards

YAC (yeast artificial chromosome)

  • 100-1000 kb

  • eventueel heel gen insteken

13
New cards

BAC (baterial artificial chromosome)

  • tot 400kb

14
New cards

procedure zygote injectie

  1. je geeft muis 1 de hormonen PMS & hCG die zorgen voor superovulatie

  2. koppeling

  3. eicellen uit de eileider verwijderen (check copulatieplug!!)

  4. injectie in de pronucleus

  5. terugplaatsen in een pseudo-zwangere draagmoeder (=muis 2)

  • psuedo-zwangere muis:

    • gekoppeld met een gevasectomeerd mannetje

    • een muis koppelt enkel op het juiste moment in zijn 4à5 dag lange hormonale cyclus

    • copulatieplug zegt wanner we de zygote mogen implanteren

als het 2-cellige stadia bereikt is, weet je dat :

  • de zygote de injectie heeft overleeft

  • het bevrucht is

15
New cards

Founder

een ‘goede’ muis, bij inbreeding geeft die verschillende kolonies

verschillende founders hebben een ander genoom want inbreng van DNA is random

16
New cards

verschil transgeen en mutant dier

transgeen

= zowel het eigen als het mutant eiwit is aanwezig, er is overexpressie van het eiwit

Mutant

= normale hoeveelheid van het mutant eiwit is aanwezig, het eigen eiwit wordt niet aangemaakt

17
New cards

verschil chimere en mozaisce muis

chimeer

= een mengdier waarvan de cellen 2 verschillende genetische oorsprongen hebben

Mozaik

= een organisme met allemaal cellen met dezelfde genetische oorsprong waarvan een deel gemuteerd zijn en een deel niet

18
New cards

immunofluescente kleuring

eiwitten identificeren met een primair antilichaam. Dit AL kan dan herkent worden door een secundair antilichaam waar een fluofoor op bevestigd is.

19
New cards

heteroplasmie

binnen 1 cel zijn er meerdere varianten van het mitochondriaal DNA aanwezig tegelijkertijd

20
New cards

gene transfer

introductie van genetisch materiaal in een cel

21
New cards

gen therapie

introductie van genetisch materiaal in cellen (gen transfer) met als doel een ziekte te genezen

22
New cards

transformatie

gen transfer van DNA in een bacteriecel

23
New cards

transfectie

kunstmatige gen transfer van DNA in cellen

24
New cards

transductie

gen transfer via een virale vector

25
New cards

infectie

gene transfer via een virus (die aan replicatie kan doen)

26
New cards

plasmide

episomaal, circulair DNA in een bacterie

27
New cards

virus

drager om genetisch materiaal in te brengen en te repliceren (infectie)

28
New cards

provirus

geintegreerd viraal DNA in het gastgenoom

29
New cards

virale vector

drager om vreemd DNA in cellen te brengen zonder replicatie (transductie)

30
New cards

gene replacement

vervangen van een ziekte-oorzakende mutatie van gen met een gezonde versie

31
New cards

gene addition

introductie van een nieuw gen in de cellen (om tegen een ziekte vechten)

32
New cards

gene silencing

reduceren van het mutante gen dat niet deftig werkt (siRNA, shRNA, miRNA, … )

33
New cards

gene editing

KO of herschrijven van een slecht functionerend gen

34
New cards

in vivo delivery

rechtstreeks injecteren in het lichaam

35
New cards

ex vivo cell-based delivery

cellen uit het lichaam halen —> cellen modificeren —> terugplaatsen in lichaam (bv. in blood)

36
New cards

stabiele delivery

permanent gecorrigeerd = integratie in genoom

37
New cards

transient delivery

geen integratie = episomaal

de meeste cellen delen niet dus dan heeft het geen nut dat het integreert in het genoom

38
New cards

klinische fases

  • preklinische fase

  1. fase 1: is het veilig ? testen op gezonde vrijwilligers

  2. fase 2: werkt de potentiële medicatie bij een kleine groep patiënten ?

  3. fase 3: grote groep van patiënten met een deel placebo. Heeft het een significant voordeel?

  4. fase 4: opvolging van de patiënten

39
New cards

R’s of animal research

  • Reduction

  • Refinement : reduce suffering and stress

  • Replacement

40
New cards

functies stroma

  • signaling & communication

  • immune system regulation

  • tissue repair and regeneration

  • cancer microenvironment

  • metabolic support

41
New cards

wnt-signaling

Stamcelidentiteit behouden

—> wnt activeert de b catetine pathway

—> stimuleert expressie van stamcelgenen

—> zorgt voor zelfvernieuwing

—> onderdrukking van differentiatie

42
New cards

wat zijn organoiden ?

  • 3D, zelf georganiseerd

    • in vitromodellen die in vivo weefselstructuren nabootsen

  • gekweekt uit stamcellen

  • differentiatie in 3 kiemlagen

    • mesoderm, ectoderm, endoderm

43
New cards

verschillende types stamcellen

  1. TDC — tissue-derived cells (uit volwassen weefsel)

  2. PSC — pluripotent stamcel

    • IPSC = geïnducerde pluripotente stamcellen, typisch uit fibroblast

    • ESC = embryonale stamcellen uit blastocyst

  3. CSC — cancer stem cells

44
New cards

rol van het Extracellulaire matrix (ECM)

het ECM omringt de epitheelcellen in alle richtingen waardoor ze in alle dimensies groeien (3D)

  • structurele ondersteuning

  • integrines (=ECM receptor) op ephitheelcellen binden aan de ECM-eiwitten waardoor het epitheel verankerd is aan het ECM

  • groeifactoren

    • wnt: stamcelonderhoud

    • EGF: bevordert prolferatie

  • polarisatie van het epitheel

    • apicale zijde richting lumen

    • basale zijde richting ECM

  • matrixstijfheid en samenstelling om de ruimtelijke differentiatie te sturen

    • zacht = meer differentiatie

    • stijf = meer proliferatie & migratie

45
New cards

FGF

zorgt dat cellen blijven delen

—> ondersteunt proliferatie

—> bevordert morfogenese en organisatie

—> belangrijk voor differentiatie

46
New cards

HGF - hepatocyte growth factor

—> stimuleert celoverleving, proliferatie en migratie

—> beschermt stamcellen tegen apoptose en helpt bij weefselherstel

47
New cards

IGF - insulin-like growth factor

—> bevordert groei en overleven van cellen

—> activeert anti-apoptotische signalen

48
New cards

ROCK-inhibitoren (rho associated kinase inhibitors)

—> voorkomen apoptose

—> de overlevingskans tijdens kweek

49
New cards

BMP-remmers

—> voorkomen differentiatie

50
New cards

TGF-b-remmers

—> verhindert dat epitheliale cellen EMT (epithelial-to-mesechymal transition) ondergaan

51
New cards

Flow (shear stress)

= sterk regelbare laminaire stroom

  • microfluidische kanalen

  • continue perfusie mbv pompen

—> endotheelcellen oriënteren zich in stroomrichting

—> nabootsen bloedcirculatie

—> beinvloedt genexpressie en functie

Het geeft een meer realistisch en physiologisch model

52
New cards

mechanische strectch / compressie

met flexibel membraan en vacuüm kamers

—> stimulatie van bewegingen (bv. ademhaling long)

—> beweging van cellen beïnvloedt hun gedrag

53
New cards

stijfheid van de matrix

= hydrogels met regelbare stijfheid en verschillende biomaterialen

—> het heeft invloed op de cel functie

—> specifiek op cel differentiatie, proliferatie & migratie

zacht = hersenachtig

stijf = botachtig

54
New cards

Repeats (CRISPR)

  • 30bp

  • zelfde sequentie

  • palindromic

  • vormen de stem-loop of hairpin wanneer ze naar RNA worden getransleerd

55
New cards

Spacers (CRISPR)

  • kleine segmenten van faag DNA

  • hebben elk een andere sequentie = molecular memories

56
New cards

cas proteins

  • capture fragments of phage DNA

  • measure and cut a precisely sized piece of DNA

57
New cards

PAM (protospacer adjacent motive)

herkenningsequentie voor het binden van het cas-eiwit om er op te binden en te knippen

niet aanwezig op de spacers = veiligheid om niet eigen DNA te knippen

58
New cards

recognition lobe (REC) in cas9

carries guide RNA

59
New cards

nuclease lobe (NUC)

2 blades om de 2 strands te knippen

60
New cards

werking cas9 (4 stappen)

  1. PAM herkening

  2. Base-pairing

  3. complete binding

  4. DAN target cleavage

61
New cards

Base-editing

= voor precise editing van single nucleotides

purine —> purine & pyrimidine —> pyrimidine

benodigheden:

  • gRNA

  • nCas9 (=nicase)

  • deaminase

+ handig voor puntmutaties

+ geen double-stranded break = minder riskant

- gelimiteerde mogelijkheden

- ongewenste off-target editing

62
New cards

Prime-editing

= voor puntmutaties (pyrimidine ←→ purine)

benodigdheden:

  • pegRNA

    • spacer

    • scaffold

    • RT template

    • PBS = primer binding site

  • nCas9

  • reverse transcriptase (RT)

NOG INVULLLEN !!!!

<p>= voor puntmutaties (pyrimidine ←→ purine) </p><p>benodigdheden:</p><ul><li><p>pegRNA</p><ul><li><p>spacer</p></li><li><p>scaffold</p></li><li><p>RT template</p></li><li><p>PBS = primer binding site</p></li></ul></li></ul><ul><li><p>nCas9</p></li><li><p>reverse transcriptase (RT)</p></li></ul><p></p><p>NOG INVULLLEN !!!!</p>
63
New cards

CRISPRa

activation

64
New cards

CRISPRi

interference