1/39
Een uitgebreide set vocabularium flitskaarten over de fundamenten, methodieken, actiewijzen en machtsdynamieken van Participatief Actieonderzoek (PAO).
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Participatief Actieonderzoek (PAO)
Een kritisch-emancipatorische onderzoeksbenadering die kennisontwikkeling koppelt aan sociale verandering, waarbij onderzoek mét en door mensen wordt uitgevoerd in plaats van over hen.
Empirisch-analytisch paradigma
Onderzoeksparadigma gericht op verklaren op basis van objectivisme en essentialisme, waarbij de wereld één objectieve realiteit is en kwantitatieve methoden centraal staan.
Interpretatief paradigma
Onderzoeksparadigma gericht op begrijpen vanuit constructivisme, uitgaande van de opvatting dat dé werkelijkheid niet bestaat, enkel de door mensen ervaren werkelijkheid.
Kritisch-emancipatorisch paradigma
Onderzoeksparadigma gericht op veranderen en het blootleggen van ongelijkheid en machtsstructuren via constructivisme, hermeneutiek en dekoloniaal werk.
Pragmatische maxime (Peirce)
De stelling van Charles Sanders Peirce dat de betekenis van een idee volledig ligt in de denkbare praktische gevolgen en waarneembare effecten ervan.
Formule van Lewin
De formule B=f(P,E), die stelt dat menselijk gedrag (B) een functie is van de wisselwerking tussen de persoon (P) en de omgeving (E).
Banking model (Freire)
Een door Paulo Freire bekritiseerd onderwijsmodel waarin studenten worden gezien als passieve ontvangers van door docenten geselecteerde kennis.
Praxis (Freire)
De voortdurende, onlosmakelijke wisselwerking en eenheid van kritische reflectie en actie/handelen.
Conscientização
Het proces van politieke bewustwording waarbij gemarginaliseerde deelnemers zich bewust worden van hun leefsituatie en hun kracht ontdekken om hun realiteit samen te veranderen.
Participatie als middel
Een strategie waarbij participatie wordt ingezet om tot een beter of efficiënter resultaat of beleid te komen, terwijl de eindbeslissing grotendeels bij professionals blijft.
Participatie als doel
Een op emancipatie en democratisering gerichte inzet van participatie, waarbij het proces van versterking en het laten horen van stemmen centraal staat.
Deelnemen vs. Deelhebben
Deelnemen betreft de feitelijke aanwezigheid bij activiteiten, terwijl deelhebben de relationele en structurele mate is waarin mensen zich echt betrokken, erkend en vertegenwoordigd voelen.
Participatieladder (Arnstein)
Een normatief model met 8 treden in 3 blokken (non-participatie, schijnparticipatie, burgercontrole) gericht op de herverdeling van macht tussen burgers en overheid.
Participatiepiramide (Brosens et al.)
Een hiërarchisch model op basis van betrokkenheid en bereik, waarbij diepe participatie door een kleine groep wordt gedragen en de grote massa onderaan minder actief is.
Participatiewiel (Vlaams Patiëntenplatform)
Een niet-hiërarchisch model met 6 facetten (zelfbeheer, informeren, raadplegen, adviseren, coproduceren, meebeslissen) dat elke participatievorm als waardevol erkent.
Participatiedwang
De maatschappelijke of institutionele norm dat participatie altijd vanzelfsprekend is, voorbijgaand aan het recht of de keuze van mensen om niet te participeren.
Participatieve geldigheid
Een specifiek kwaliteitscriterium binnen PAO dat beoordeelt of de gemeenschap een actieve en betekenisvolle rol speelt in alle fasen van het onderzoek.
Paradox van de generaliseerbaarheid
Het verschijnsel dat hoe relevanter en betekenisvoller PAO-inzichten zijn voor één specifieke lokale context, hoe minder generaliseerbaar ze zijn naar andere contexten.
Procesgerichte ethiek
De formele ethische procedures en aanvragen die voorafgaand aan een onderzoek worden doorlopen.
Dagelijkse ethiek
De besluiten en evoluerende ethische kwesties die zich voordoen tijdens de uitvoering van het onderzoek.
Relationele ethiek
Ethische beslissingen die worden genomen binnen de context van onderzoeksrelaties, gebaseerd op respect, zorg en wederkerigheid.
Foto-elicitatie
Een onderzoeksmethode waarbij foto's (van de onderzoeker of deelnemer) tijdens interviews worden gebruikt om herinneringen, emoties en betekenisgeving uit te lokken.
Photovoice
Een participatieve actiemethode waarin deelnemers zelf foto's maken en deze in een groepsproces analyseren om via kritische dialoog maatschappelijke verandering en empowerment te bereiken.
SHOWED-methode
Een vaste vragenreeks bij Photovoice: Wat zie je? Wat gebeurt er echt? Hoe beïnvloedt dit je dagelijks leven? Waarom gaat het zo? Wat is de boodschap? Wat moet er gebeuren?
Walk-alongs / Go-along interviews
Een methode waarbij de onderzoeker samen met de deelnemer door een relevante ruimte beweegt om observatie en interviewen in context te combineren.
Nominale groepstechniek (NGT)
Een gestructureerde consensusmethode die individuele ideeëngeneratie, uitwisseling, bespreking en anonieme prioriteringsranking combineert om negatieve groepsdynamieken te omzeilen.
Narrative mapping
Een visuele methode om ruimtelijke kennis, mentale constructies en de subjectieve/emotionele beleving van een fysieke of sociale ruimte in kaart te brengen.
Verhaal vs. Narratief
Een verhaal is een concrete vertelling van specifieke gebeurtenissen; een narratief is het onderliggende interpretatiekader dat losse ervaringen ordent tot een samenhangend geheel.
Arts-Based Research (ABR)
Onderzoek gebaseerd op kunstvormen om af te stappen van puur tekstuele vormen en affectieve, zintuiglijke en lichamelijke kennis te verzamelen, analyseren en representeren.
Crippen van methoden
Het herdenken en transformeren van onderzoeksmethoden vanuit het perspectief en de geleefde ervaringen van personen met een handicap.
Tastbare vs. Subtiele actie
Tastbare actie omvat concrete fysieke of materiële resultaten (zoals rapporten of beleidsaanpassingen); subtiele actie betreft onzichtbare veranderingen zoals meer zelfvertrouwen of herziene aannames.
Knowledge implementation (Mosher et al.)
Een actiebenadering waarin onderzoeksresultaten op een lineaire en directe wijze worden vertaald naar beleid of praktijk.
Capacity enhancement (Mosher et al.)
Een actiebenadering waarbij verandering ontstaat doordat deelnemers tijdens het proces vaardigheden, kritisch denken en leiderschap ontwikkelen.
Collaborative entanglement (Mosher et al.)
Een actiebenadering waarin kennis en impact indirect, verspreid en onvoorspelbaar ontstaan door de interactie, dialoog en botsing tussen verschillende perspectieven.
Systemic action research (Mosher et al.)
Een actiebenadering gericht op complexe 'wicked problems', waarbij de gemeenschap als een systeem wordt benaderd met meerdere simultane onderzoeken gericht op machtsverhoudingen.
Drie dimensies van macht (Gaventa & Cornwall)
Zichtbare macht (toegang tot besluitvorming), verborgen macht (bepalen wat op de agenda komt en als kennis telt), en onzichtbare macht (beïnvloeding van zelfbewustzijn en wereldbeeld).
Positionaliteit
De wijze waarop de wereldvisie, onderzoeksactiviteiten en waarnemingen van een onderzoeker gevormd worden door sociale identiteit, geleefde ervaringen, epistemische overtuigingen en institutionele affiliaties.
Reflectie vs. Reflexiviteit
Reflectie is het bewust worden van de eigen identiteit en privileges; reflexiviteit is de kritische zelfobservatie over hoe die eigen positie en invloed het gehele onderzoeksproces sturen.
Equity tourism
Een valkuil bij positionaliteit waarbij aandacht voor diversiteit en equity louter performatief vermeld wordt zonder diepgaand engagement of daadwerkelijke verandering.
Laundry list (valkuil)
Het oppervlakkig opsommen van identiteitskenmerken in een positionaliteitsstatement zonder een kritische analyse te maken van hoe deze het onderzoek beïnvloeden.