1/29
Deze flashcards behandelen de kernbegrippen uit de colleges over Jezus van Nazareth, de historische ontwikkeling tussen geloof en wetenschap, de neoliberale samenleving volgens Dirk De Wachter, en de belangrijkste ethische theorieën.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Jezus van Nazareth
De historische figuur die de basis vormt van het christendom, geboren rond 7−4 v.C. tijdens de regeerperiode van Herodes de Grote.
Christus
Een eretitel voor Jezus, geen familienaam; het is een geloofskwestie en daarom geen object van historisch-kritisch onderzoek.
Dionysius Exiguus
De monnik die in de 6e eeuw de jaartelling startte op basis van het geboortejaar van Jezus (AD).
Aramees
De spreektaal die Jezus gebruikte als religieuze leraar om zich tot de mensen te richten.
Rijk Gods
Het centrale thema van Jezus’ verkondiging, gericht op eenheid met God en de naaste, heling, hoop en ethisch leven.
Abba
De standaardformule uit de tijd van Jezus waarmee kinderen hun eigen vader aanspreken; Jezus gebruikte dit specifiek voor God.
Harmoniemodel
De middeleeuwse visie waarbij geloof en wetenschap in perfecte harmonie samenwerkten, met de aarde als geocentrisch middelpunt (Ptolemeïsch wereldbeeld).
Deïsme
Een visie waarbij God wordt vergeleken met een horlogemaker (William Paley) die de kosmos schiep, maar deze nu zelfstandig laat functioneren volgens natuurwetten.
Sciëntisme
Een radicale stroming voortgekomen uit de Verlichting die stelt dat enkel de positieve wetenschappen de werkelijkheid correct kunnen verklaren en religie overbodig maken.
Taalspelen (Language games)
Een concept van Ludwig Wittgenstein dat stelt dat betekenis afhangt van de context; religieuze en wetenschappelijke taal zijn verschillende, incommensurabele manieren van spreken.
Paradigma
Volgens Thomas Kuhn een geloofssysteem of normatief verklaringsmodel waarbinnen wetenschappers puzzels oplossen totdat er een wetenschappelijke revolutie optreedt.
Borderline times
Een term van psychiater Dirk De Wachter die de huidige westerse samenleving beschrijft aan de hand van kenmerken van de borderline-persoonlijkheidsstoornis.
SMART-doelstellingen
Een acroniem voor Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch en Tijdsgebonden doelen, gebruikt om werking in organisaties efficiënt te evalueren.
Angstcultuur
Een begrip van Frank Furedi dat beschrijft hoe de paradoxale toename van collectieve angst in een veilige samenleving de drang naar controle voedt.
Métarécits
Grote, traditionele verhalen (zoals christendom of socialisme) die vroeger als zingevingskader functioneerden maar nu grotendeels zijn verdwenen.
Phronèsis
De Griekse term voor wijsheid of prudentia; het morele inzicht dat binnen de deugdenethiek groeit door ervaring in de morele praxis.
Utilitarisme
Een ethische theorie van Jeremy Bentham die stelt dat een handeling goed is als ze leidt tot het grootste geluk voor het grootste aantal mensen.
Deontologie
Een plichtsethiek waarbij de morele waarde van een daad afhangt van het navolgen van absolute regels of plichten, onafhankelijk van de gevolgen.
Personalisme
Een ethische stroming (o.a. Louis Janssens) die de mens beschouwt als een subject in relatie tot de gemeenschap, waarbij integrale menselijke waardigheid de norm is.
Banaliteit van het kwaad
Een concept van Hannah Arendt over hoe gewone mensen (zoals Adolf Eichmann) verschrikkelijke misdaden plegen enkel door kritiekloos hun taak uit te voeren.
Mystiek
Een spirituele praktijk of ervaring die betrekking heeft op de directe, persoonlijke ervaring van het goddelijke of het transcendente.
Existentialisme
Een filosofische stroming die de nadruk legt op de individuele ervaring, vrijheid, en verantwoordelijkheid binnen een betekenisloze wereld.
Religieuze pluraliteit
Het bestaan van verschillende religies en levensbeschouwingen naast elkaar binnen een samenleving.
Secularisatie
Het proces waarbij religie minder invloed heeft op de maatschappij en de politiek en met de tijd steeds meer als privé-aangelegenheid wordt gezien.
Transcendentie
Het overstijgen van de normale grenzen van de ervaring, vaak in de zin van het bereiken van een hogere spirituele staat.
Postmodernisme
Een culturele, artistieke en filosofische beweging die sceptisch staat tegenover grote verhalen en absolute waarheden, inclusief religieuze narratieven.
Buddhisme
Een religieuze en filosofische traditie die is ontstaan uit de leer van Siddhartha Gautama (de Boeddha) en zich richt op verlichting door meditatie.
Humanisme
Een levensbeschouwing die de mens centraal stelt en zich richt op menselijke waarden, redelijkheid en ethiek, vaak zonder beroep op religie.
Religieuze identiteit
De manier waarop individuen hun lidmaatschap en verbinding met een bepaalde religieuze traditie ervaren en uitdrukken.
Ethiek van de zorg
Een ethische benadering die de nadruk legt op de relaties en verantwoordelijkheden die mensen hebben ten opzichte van elkaar.