1/31
Deze flashcards behandelen de belangrijkste begrippen uit de cursus klinische psychiatrie, inclusief definities van stoornissen, diagnostische criteria en etiopathogenese.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Psychopathologie
Weten schap of studie van het geestelijk of psychisch lijden, afgeleid van het Griekse logos (de leer), psych (het psychisch functioneren) en pathos (de last of burden).
Syndroombenadering
Een benadering binnen de psychologie van het pathologische die kijkt naar een samenhangend geheel van klachten en symptomen als gegroepeerde entiteiten.
Structuurdiagnose
Een diagnose die naast een beschrijving van de symptomatologie aangeeft waardoor en op welke wijze het syndroom ontstaan is, gebruikmakend van predisponerende, precipiterende en perpetuerende factoren.
Incidentie
Het aantal nieuwe gevallen van een bepaalde aandoening binnen een totale populatiegroep in een bepaalde periode.
Prevalentie
Het aantal oude en nieuwe gevallen van een aandoening binnen de totale populatiegroep, uitgedrukt per 100.000 inwoners per jaar.
Remissie
Een toestand van geheel of gedeeltelijk herstel na een psychiatrische stoornis, waarbij de kwetsbaarheid vaak aanwezig blijft.
Heritabiliteit (h2)
De mate waarin genetische verschillen variaties in de geobserveerde kenmerken tussen individuen veroorzaken.
MMSE (Mini Mental State Examination)
Een cognitieve screeningstest die functies zoals ori ntatie, inprenting, aandacht, rekenen, geheugen en taal evalueert met een maximale score van 30.
Agnosie
Een corticale functiestoornis waarbij men geen voorwerpen meer kan herkennen via de zintuigen.
Apraxie
Het onvermogen om doelgerichte handelingen uit te voeren, ondanks dat de fysieke mogelijkheid hiertoe nog aanwezig is.
Kataplexie
Korte episodes van plotseling bilateraal tonusverlies van de spieren, meestal gepaard gaand met intense emotie, specifiek voor narcolepsie.
Middelenmisbruik
Een patroon van onaangepast gebruik van een middel dat binnen een periode van 12 maanden leidt tot significante beperkingen of lijden.
Tolerantie
De behoefte om de hoeveelheid van een stof sterk te vergroten om hetzelfde effect te verkrijgen, of een beduidend minder effect bij voortgaand gebruik van dezelfde hoeveelheid.
Positieve symptomen (Schizofrenie)
Symptomen die bij een normaal functioneren niet aanwezig zijn maar toegevoegd worden, zoals wanen en hallucinaties.
Negatieve symptomen (Schizofrenie)
De afwezigheid van symptomen die normaal wel aanwezig zijn, zoals affectieve vervlakking, initiatiefverlies (avolitie) en spraakarmoede (alogie).
Wanen
Oncorrigeerbare foutieve overtuigingen die duidelijk in strijd zijn met de objectieve realiteit en als absolute zekerheid worden verdedigd.
Hallucinaties
Zintuiglijke waarnemingservaringen zonder externe bron voor die waarneming, waar de pati nt absoluut van overtuigd is.
Anhedonie
Een kernsymptoom van depressie dat verwijst naar een verminderde interesse of een verminderd vermogen om plezier te beleven.
Bipolaire stoornis type 1
Een stemmingsstoornis gekenmerkt door het voorkomen van n of meer manische episodes, meestal in combinatie met depressieve episodes.
Bipolaire stoornis type 2
Een stemmingsstoornis gekenmerkt door hypomane episodes in combinatie met n of meer depressieve episodes.
Agorafobie
Duidelijke angst of vrees voor situaties waarin ontsnappen moeilijk is, zoals openbaar vervoer, open ruimtes of menigten.
Obsessies
Recidiverende en aanhoudende gedachten, impulsen of voorstellingen die als indringend en ongewenst worden ervaren en duidelijke angst of lijden veroorzaken.
Compulsies
Herhaalde handelingen of psychische activiteiten die de betrokkene gedwongen voelt uit te voeren als reactie op een obsessie om angst te reduceren.
Anorexia Nervosa
Een eetstoornis gekenmerkt door de weigering het lichaamsgewicht op een minimaal normaal peil te houden en een intense angst om in gewicht toe te nemen.
Bulimia Nervosa
Een stoornis gekenmerkt door herhaalde episodes van vreetbuien gevolgd door inadequaat compensatiegedrag zoals braken of misbruik van laxeermiddelen.
Theory of Mind (TOM)
Het vermogen om een meta-representatie te hebben van de mentale toestand, gevoelens, gedachten en intenties van een ander of van zichzelf.
Zwakke centrale coherentie
Een kenmerk van ASS waarbij de gegevensverwerking vastloopt op detailniveau, waardoor het moeilijk is een globaal beeld te vormen.
Splitting
Een afweermechanisme, veelal bij Borderline, waarbij men niet in staat is negatieve en positieve eigenschappen in n persoon te integreren.
Dyssomnia
Slaapstoornissen gekenmerkt door een verstoord slaapproces, zoals primaire insomnia of narcolepsie.
Parasomnia
Slaapstoornissen met een normaal slaapproces maar waarbij abnormale verschijnselen optreden tijdens de slaap, zoals nachtmerries of slaapwandelen.
Parafilie
Een drangstoornis waarbij men onweerstaanbare seksuele impulsen heeft naar niet-menselijke objecten, kinderen of het lijden van anderen.
Gedwongen opname
Een opnameprocedure die alleen mogelijk is bij een ernstige geestesstoornis, een acuut gevaar voor de pati nt of derden, en wanneer er geen vrijwillig alternatief is.