1/41
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No study sessions yet.
slide beweging

Motoreiwitten die gebruik maken van MT en hun oriëntatie en die gebruik maken van microfilamenten
Microtubuli
Kinesine: + georiënteerd
Dyneïne: min georiënteerd
Microfilamenten
Myosine
Gemmeenschappelijke kenmerken van motoreiwitten
ATPase activiteit: ATP → ADP + Pi + energie
Genereren van mechanische arbeid: kracht x verplaatsing
Dingen die tussen de motoreiwitten kunnen verschillen
Moleculaire identiteit: kinesine, dyneïne, myosine
Cargo: organellen, vesikels, chromosomen…
Cytoskeletspoor: microtubuli, microfilamenten
Directionaliteit: + einde → - einde of - einde → + einde

slide motoreiwitten

slide MT als transportsystemen

slide kinesine en dyneïne

vb van een kinesine motoreiwit + oriëntatie
kinesine-1 = + georiënteerd

Waarvoor dienen de 2 hoofdjes = motordomeinen van kinesine-1
Bindingsplaats voor MT (bèta subeenheid)
Bindingsplaats voor ATP
ATP hydrolyse → conformatieverandering hoofdje

welk deel van Kinesine-1 zorgt voor beweging van het hoofd ifv ATP cyclus en bepaalt dus ook de directionaliteit van de beweging
2 linkers tussen hoofd en steel/staart (nek)

hoe ziet de steel van Kinesine-1 eruit
dimerisering van twee alfa helices van kinesine zware ketens tot coiled coil

functie staart kinesine
binding van cargo:
direct of indirect via adaptoreiwitten

Mechanisme van beweging van Kinesine-1
ATP bindt op ATP bindingsplaats van eerste hoofdje
Conformatieverandering van 1e hoofdje → wordt via nek doorgegeven waardoor achterste hoofdje naar voor slingert.
Hoofdje bindt op de bèta subeenheid.
Op achterste hoofdje ATP hydrolyse → dissociatie van MT en ADP op het voorste hoofdje wordt losgelaten waardoor een nieuwe cyclus kan beginnen.

Kenmerken van Kinesine-1 beweging
Directioneel: verplaatsing van min naar plus einde van MT
Achterste hoofdje wordt telkens naar plus einde van MT geslingerd
Stapsgewijs: verplaatsing in stappen van 8nm
Processief: doorlopen van meerdere cycli zonder dissociatie van MT → afleggen van 1µm zonder lost
Steeds min. 1 hoofdje gebonden aan MT
Vereist coördinatie tussen hoofdjes: werken in tegenfase!

welke eigenschap van kinesine in absoluut vereist voor de processiviteit
a) twee hoofdjes
b) ATPase activiteit
c) affiniteit voor MT
d) affiniteit voor cargo
a

isovormen van kinesine motoreiwitten: gelijkenissen en verschillen
Gelijke domeinopbouw
Hoofd - linker - steel - staart
Verschillen in
Identiteit zware en lichte ketens
Beweging
Min → Plus
Plus → Min
Cargo
Cytosolische kinesines: vesikels, organellen
Mitotische kinesines: chromosomen
Opm bij afbeelding: Kinesine 3 komt voor als een monomeer en kan dus geen processiviteit vertonen

Structuur dyneïne motoreiwitten
2 ringvormige motordomeinen (zware ketens)
Bestaat uit 6 AAA+ ATPase domeinen: binding en hydrolyse van ATP
Binding aan MT via korte steel
1 stam: associatie met intermediaire lichte ketens
onrechtstreekse binding aan cargo via dynactine complex

Beweging van dyneïne
Beweging via rotatie motordomein
Koppeling tussen ATPase cyclus en rotatie motordomein
Hydrolyse ATP → ADP vrijstelling → rotatie → kracht op MT
Directionele verplaatsing van plus naar min einde van MT

Isovormen dyneïne
Cytoplsmatische dyneïne: transport van organellen, vesikels
Axonemale dyneïnes: aanwezig in cilia en flagella
Beweging van cel of extracellulair materiaal
slide dyneïne

slide beweging kinesine en dyneïne axonen

in welke richting langsheen MT bewegen endocytotische vesikels
a) - → +
b) + → -
c) bidirectioneel
b

in welke richting langsheen MT bewegen Golgi → ER transportvesikels
a) - → +
b) + → -
c) bidirectioneel
a

Hoe komt het dat ER verspreid is over ganse cel
Kinesine bindt ER en trekt het naar de periferie van de cel
Waarom ligt Golgi perinucleair vlak naast het MTOC
COPII vesikels associëren met dyneïne en wordt dus van perifeer naar centraal gebracht → komen samen rond MTOC en versmelten
verschil tussen anterograad transport in secretorische route en bij axonen
In secretorische route:
Anterograad transport is ER → Golgi: Dyneïne
Retrograad is van Golgi → ER: Kinesine
Axonemaal transport:
Anterograad is van cellichaam → presynaps: Kinesine
welke transporter nodig voor transport tussen PM en endolysosoom
Dyneïne: endocytotische vesikel naar endo- en lysosomen (centrale ligging)

motoreiwit gebruikt in flagella en cilia
axonemaal dyneïne

cilia kunnen zorgen voor beweging van
cellen → unicellulaire organismen
Extracellulaire componenten
vb’en van cilia
Trilhaarepitheelcel in zoogdieren
Eileider: transport van eicel naar ovarium → baarmoeder
Luchtweg: transport van mucus → keelholte

foto van oppervlakte-epitheel van de luchtweg
Blauw = cilia van trilhaarepitheelcellen
Geel = slijmbekercellen

aantal flagella per cel
1 en eventueel 2
functie flagella
beweegt volgens golfpatroon
cellulaire beweging

hoe zit een axonema ingeplant op een basaal lichaam
Opgebouwd uit stabiele MT structuren
Axonema: 9×2 structuur
9 perifere dupletten
Beweeglijke structuur
Omgeven door uitstulpingen van PM
Basaal lichaam: 9×3 structuur
9 perifere tripletten: cf centriool
Inplantingsbasis van axonema
MTOC functie in trilhaarepitheelcellen
wat zijn basal bodies
MTOC igv cilium

Hoe is een axonema opgebouwd
9 perifere MT dupletten
Perifeer: ring van 9 MT dupletten
A-tubulus: 13 protofilamenten
B-tubulus: 10 of 11 protofilamenten
As: centrale paar van 2 MT
Onderling geconnecteerd via
Nexines: tussen dupletten
Radiale spaken: tussen as en dupletten
Dyneïne: binnen- en buitenarmen → beweging van dupletten tov elkaar

Welk motoreiwit nodig voor beweging axonema en hoe zijn ze ingeplant
axonemale dyneïnes
ze zitten ingeplant op de A-tubulus van het duplet, het motordomein maakt dan contact met de B-ring van een naburige MT
hoe gebeurt de beweging van een axonemaal dyneïne
Als het motordomein actief is zal het trekken aan een naburig duplet, het duplet kan niet verschuiven dus begint te buigen → golfbeweging
Het is ook directioneel en gaat naar min einde want je hebt dyneïne

slide beweging

welke structuur hoort niet thuis in onderstaandde lijst
a) cilium
b) filopodium
c) flagellum
d) microvillus
d

Wat is primaire ciliaire diskynesie
Groep van erfelijke aandoeningen
Loss of function mutaties in gen van axonema eiwit
Bv: mutatie in gen voor axonemaal dyneïne → Kartagener syndroom
Resulteert in axonemale disfunctie
Verminderde of afwezige beweging van cilia en flagella
Klinisch: typische triade
Luchtweginfecties door niet verwijderen slijm uit luchtwegen
Infertitliteit: onbeweeglijke spermatozoa of verstoord transport van eicel in eileider
Situs inversus: links-rechts wisseling van de organen in thorax- en buikholte

wat is situs inversus
