1/26
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Perceptie
de ervaring die het resultaat is van stimulatie van de zintuigen.
Viewpoint invariance
mensen zijn beter in het identificeren van objecten dan computers, omdat de persoon een object vanuit alle perspectieven kan identificeren.
Inverse projection problem
de taak waarbij bepaald moet worden wat het object is dat verantwoordelijk is voor het beeld op de retina.
Bottom-up
refereren naar het verwerken van sensorische informatie als het binnenkomt.
Top-down
refereren naar perceptie die gedreven wordt door cognitie.
Spraaksegmentatie
de vaardigheid van mensen om in de taal te kunnen horen wanneer een woord eindigt en begint.
Direct pathway model
volgens dit model ontstaat pijn wanneer receptoren in de huid gestimuleerd worden, deze sturen hun signalen in een directe weg vanaf de huid naar de hersenen.
Nocireceptoren
receptoren in de huid betrokken bij direct pathway model.
Placebo-effect
het afnemen van de pijn door het geloof dat de stof effect heeft, terwijl er geen medische werking is.
Likelihood principe
houdt in dat we objecten waarnemen die het meest waarschijnlijk de stimuli verklaren. Dit gebeurt a.h.v. een proces dat unconcious inference heet.
Unconcious inference
in dit proces zijn onze percepties het resultaat van onbewuste assumpties of gevolgtrekkingen die we maken over de omgeving.
Gestalt psychologen
ontwikkelden een benadering voor perceptie als reactie op het structuralisme van Wundt. Volgens hen kan beweging niet verklaard worden door het combineren van basiselementen van ervaringen, ofwel sensaties.
Principes van perceptuele organisatie
ontstond uit de conclusie dat geheel van ervaring anders is dan de som der delen. Deze drie wetten worden innerlijke wetten genoemd, omdat ze in ons systeem zitten, de rol van ervaring is dus klein.
Principe van continuïteit
eerste principe waarin wordt gesteld dat mensen dingen sneller waarnemen als nette en afgewerkte figuren dan als onsamenhangend.
Wet van Prägnanz
tweede principe waarbij de minste cognitieve inspanning is vereist en het resultaat zo simpel mogelijk is.
Principe van overeenkomst
derde principe waarbij dingen die op elkaar lijken als een geheel worden gezien.
Fysieke regulariteiten
veel voorkomende fysieke eigenschappen van het milieu, het is daardoor niet toevallig dat mensen verticaal en horizontaal beter kunnen waarnemen dan diagonaal.
Semantische regulariteiten
refereren naar de betekenis van een scene en zijn de karakteristieken die geassocieerd zijn met de functies die door verschillende typen scenes uitgedragen worden.
Oblique effect
het feit dat mensen verticaal en horizontaal beter kunnen waarnemen dan diagonaal.
Light-from-above assumptie
oblique effect geldt ook voor licht, aangezien we gewend zijn dat licht van boven komt.
Scene schema
visualisatie bevat informatie die gebaseerd is op kennis van verschillende soorten scenes, deze kennis wordt gebruikt om waar te nemen.
Prior probability
ons aanvankelijk geloof over de waarschijnlijkheid van een uitkomst.
Likelihood
de consistentie tussen de beschikbare evidentie en de uitkomst.
Bayesian inference
dat onze schatting van de waarschijnlijkheid een uitkomst is die bepaald wordt door prior probability en likelihood.
Theorie van natuurlijke selectie
karakteristieken die de mogelijkheid om te overleven vergroten zullen op toekomstige generaties worden overgedragen.
Experience-dependent plasticity
het mechanisme dat ervoor zorgt dat structuren in het brein kunnen veranderen door ervaring.
Hersenablatie
verwijderen van een deel van de hersenen