ecology defenities

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
Locked
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/102

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

dit zijn de defentities van ecology

Last updated 11:29 AM on 7/5/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

103 Terms

1
New cards

Ecologie

De wetenschappelijke studie van de interacties (van organismen) die de distributie en abundantie van organismen bepalen

2
New cards

Ecologisch model

Een vereenvoudigde weergave van de complexere werkelijkheid, gebruikt om te voorspellen wat er met ecosystemen kan gebeuren in verschillende scenario's

3
New cards

Fysiologische ecologie (auto-ecologie)

Bestudeert hoe individuele organismen beïnvloed worden door abiotische en biotische factoren, en hoe ze zelf hun omgeving beïnvloeden (voeding, limiterende factoren, tolerantiegrenzen)

4
New cards

Populatie-ecologie

Bestudeert eigenschappen van populaties: densiteit, verdeling, populatiedynamiek (geboorte, sterfte, migratie).

5
New cards

Gemeenschapsecologie

Bestudeert de samenstelling en structuur van gemeenschappen: interacties tussen populaties, soortendiversiteit, productie en consumptie.

6
New cards

Ecosysteemecologie

Bestudeert het geheel van gemeenschappen en hun abiotische omgeving, met continue doorstroming van energie en continue recyclage van materie (nooit een perfect afgesloten systeem)

7
New cards

Ecologische disciplines

De verschillende subvelden van ecologie: gedragsecologie, landschapsecologie, moleculaire ecologie, aquatische ecologie, terrestrische ecologie, dierenecologie, plantenecologie, microbiële ecologie, enz.

8
New cards

Beschrijven

Eerste basisdoel van ecologie: bepalen welke specifieke hypothese/aspecten de meeste aandacht vereisen.

9
New cards

Begrijpen en verklaren

Basisdoel van ecologie waarbij je via bijkomend onderzoek verklaringen zoekt

10
New cards

Proximale verklaring

Verklaring op basis van hoe organismen reageren op stimuli uit hun directe omgeving (fysiologie)

11
New cards

Ultieme verklaring

Verklaring met betrekking tot de evolutionaire context (adaptief belang)

12
New cards

Voorspellen

Basisdoel van ecologie: voorspellen wat er met een organisme/populatie/gemeenschap/ecosysteem zal gebeuren onder specifieke omstandigheden.

13
New cards

Evolutie

Organismen hebben gemeenschappelijke voorouders; diversiteit ontstaat door genetische veranderingen die worden doorgegeven in afzonderlijke afstammingslijnen — een verandering in allelfrequenties doorheen de tijd

14
New cards

Micro-evolutie

Evolutionaire veranderingen binnen en tussen populaties van 1 soort; niet noodzakelijk onomkeerbaar

15
New cards

Macro-evolutie

Soortvorming en evolutiedynamiek op hoger taxonomisch niveau; na macro-evolutie is genetische uitwisseling niet meer mogelijk — een onomkeerbaar proces

16
New cards

Soortenconcept

Een soort is een groep organismen die zich succesvol met elkaar kunnen voortplanten met vruchtbare nakomelingen als resultaat; verschillende soorten kunnen dit niet met elkaar

17
New cards

Miller experiment

Experiment dat de vroege ("beperkte") atmosfeer nabootste en onder stroom/UV zette, waardoor allerlei moleculen ontstonden (25 aminozuren, vetten, glycine,...) — bewijs dat leven op deze manier kon ontstaan.

18
New cards
19
New cards

Prokaryoten

Vermoedelijk de eerste cellen: eenvoudige celstructuur, kunnen overleven in extreme omstandigheden, sommige konden zelf nutriënten maken (autotroof) via fotosynthese.

20
New cards

Fylogenetische beperking

Een beperking in de mogelijkheden van een soort die haar oorsprong vindt in de afstammingslijn

21
New cards

Afstamming met modificatie

Complexere wezens evolueren na verloop van tijd op natuurlijke wijze uit eenvoudigere voorouders

22
New cards

Genotype

De verzameling eigenschappen die vastgelegd is in het DNA en geërfd is van de ouders

23
New cards

Fenotype

Het geheel aan uiterlijk waarneembare kenmerken; resultaat van het genotype en de invloed van de omgeving daarop

24
New cards

Mutaties

Toevallige, zeldzame gebeurtenissen die gunstig, ongunstig of neutraal kunnen zijn; onvoorspelbaar per gen, maar met een berekenbare globale mutatiesnelheid

25
New cards

Segregatie

Bij meiose worden homologe chromosomen willekeurig van elkaar gescheiden, ongeacht hun afkomst

26
New cards

Recombinatie

Tijdens de profase van de meiose treedt crossing-over op, waardoor genen van beide ouders op één chromosoom terechtkomen

27
New cards

Mutatiedruk

Eerder theoretisch mechanisme: de frequentie van mutaties is meestal veel te laag om op zich tot genfrequentieverschuivingen te leiden.

28
New cards

Meiotic drive

Wanneer segregatie van chromosomen niet "eerlijk" verloopt, waardoor een bepaald gen in meer dan 50% van de gevallen in de succesvolle gameten terechtkomt

29
New cards

Genmigratie

Een populatie kan snel genetisch wijzigen wanneer ze in contact komt met (migratie van) genetisch verschillende individuen

30
New cards

Genetische drift

Verandering in allelfrequenties door toeval, wat kan zorgen voor snelle evolutionaire veranderingen

31
New cards

Natuurlijke selectie

Expliciete vorm van evolutie die afhangt van de gevolgen voor de geschiktheid (fitness) van een individu in een bepaalde omgeving

32
New cards

Fitness

Het succes van een individu

33
New cards

Relatieve contributie

De bijdrage van een individu (via fitness) aan de volgende generatie

34
New cards

Evolutie door natuurlijke selectie

Wanneer overerfbare kenmerken van een populatie van generatie op generatie veranderen omdat sommige individuen meer nakomelingen produceren dan andere; werkt eerst in op het fenotype, niet rechtstreeks op het genotype

35
New cards

Allopatrische soortvorming

Soortvorming door geografische isolatie (bv eilanden) populaties ontwikkelen onafhankelijk van elkaar, verschillen worden groter, tot er uiteindelijk een nieuwe soort ontstaat

36
New cards

Sympatrische soortvorming

Soortvorming zonder geografische scheiding:deelpopulaties specialiseren ecologisch, kruisingen worden ongunstig, selectie tegen kruisen tussen deelpopulaties versterkt, en de soort splitst in twee.

37
New cards

Convergente ecologie

Wanneer niet-verwante soorten toch sterk gelijkende fenotypes ontwikkelen doordat ze in vergelijkbare ecologische omstandigheden leven

38
New cards

Endemismen

Soorten die enkel voorkomen in een bepaald, afgebakend geografisch gebied (bv cichliden in het Malawimeer)

39
New cards

Conditie

Een abiotische omgevingsfactor die varieert in ruimte of tijd (bv temperatuur, pH, saliniteit, relatieve vochtigheid, polluentenconcentratie)

40
New cards

Bron

Elke stof of energie die door een organisme geconsumeerd wordt en bijdraagt tot het functioneren van dat organisme

41
New cards

Endothermen (homeothermie)

Organismen die hun eigen lichaamstemperatuur intern regelen — zoogdieren, vogels

42
New cards

Ectothermen (poikilothermen)

Organismen waarvan de lichaamstemperatuur afhangt van de omgeving — de meeste andere dieren, planten, fungi, protisten

43
New cards

Tussenvormen

Organismen die kenmerken van beide temperatuurregulatie-strategieën combineren (bvsommige reptielen, vissen, insecten).

44
New cards

Netto fotosynthesesnelheid

De verandering in hoeveelheid droge stof per tijdseenheid

45
New cards

Fotosynthesecapaciteit

De fotosynthesesnelheid bij optimale omstandigheden

46
New cards

Compensatiepunt

Het punt waarop bruto fotosynthese in evenwicht is met de verliezen door respiratie, zodat de netto fotosynthesesnelheid 0 is

47
New cards

Permanent verwelkingspunt

De grens aan het vochtgehalte in de bodem waaronder een plant geen vocht meer kan opnemen (de capillaire krachten worden te sterk)

48
New cards

Macronutriënten

Elementen die in grote hoeveelheden nodig zijn voor plantengroei N, P, S, K, Ca, Mg, Fe.

49
New cards

Sporenelementen

Elementen die slechts in kleine hoeveelheden nodig zijn en soms plantspecifiek Mn, Zn, Cu, B, Mo.

50
New cards

Autotrofe organismen

Organismen die zelf organische moleculen assimileren uit anorganische bronnen — maken hun eigen voedsel

51
New cards

Heterotrofe organismen

Organismen die organisch materiaal nodig hebben als voedselbron, wat leidt tot een voedselketen/voedselweb

52
New cards

Generalisten

Organismen die een breed spectrum aan prooisoorten consumeren (polyfaag)

53
New cards

Specialisten

Organismen die slechts een beperkt aantal soorten als voedselbron gebruiken (monofaag), bv parasieten gespecialiseerd op één gastheersoort.

54
New cards

Ecologische niche

Een n-dimensionaal hypervolume waarbinnen een soort een leefbare populatie kan onderhouden (een "volume" met meer dan 3 dimensies)

55
New cards

Ruimtelijke heterogeniteit

Geen enkel habitat is uniform Hoe heterogeen de omgeving lijkt, hangt af van de schaal van het waarnemende organisme.

56
New cards

Heterogeniteit in de tijd

Seizoenale of jaar-tot-jaar-variatie waardoor meerdere concurrerende soorten naast elkaar kunnen blijven bestaan

57
New cards

Demografie

Bestudeert de aantallen individuen en de processen die leiden tot veranderingen in die aantallen

58
New cards

Populatie-opbouw

Het gegeven dat niet alle individuen in een populatie gelijk zijn — onderscheid tussen verschillende levensstadia

59
New cards

Unitair organisme

Een organisme (zygote) dat op een zeer voorspelbare manier ontwikkelt geboorte, groei, maturiteit, vruchtbare periode, senescente periode, dood.

60
New cards

Modulair organisme

Een organisme waarvan de ontwikkeling minder rechtlijnig verloopt, omdat er "modules" gevormd worden; sterk gestuurd door de omgeving

61
New cards

Ramet

Een module (bij een modulair organisme) die potentieel onafhankelijk kan blijven voortbestaan

62
New cards

Gamet

Verwijst naar het genotype — het product van één zygote

63
New cards

Populatie

Een verzameling individuen die tot dezelfde soort behoren en op dezelfde plaats voorkomen

64
New cards

Deme

Een populatie die op eenzelfde, vrij beperkte plaats voorkomt, met zeer intense interacties tussen de individuen

65
New cards

Panmixis

Elk individu van de ene sekse heeft een gelijke kans om te paren met elk individu van de andere sekse (paring bepaald door toeval) — slechts weinig populaties voldoen hieraan

66
New cards

Metapopulatie

Een verzameling van populaties die met elkaar interageren

67
New cards

Densiteit

Het aantal individuen per eenheid oppervlakte of volume (of specifieker bv. aantal parasieten per gastheer).

68
New cards

R₀

Het gemiddelde aantal vruchtbare vrouwelijke nakomelingen dat één wijfje van de originele cohorte gedurende een volledige generatie produceert — de snelheid waarmee de populatie groeit per individu per generatie R₀ > 1 = exponentiële groei, R₀ < 1 = exponentiële afname)

69
New cards

r (intrinsieke aangroeicapaciteit)

De snelheid waarmee de populatie in omvang verandert per individu, per tijdseenheid

70
New cards

Levensgeschiedeniskenmerken

Kenmerken die de levenscyclus definiëren en de demografie beïnvloeden, zoals maximale levensduur en leeftijd bij opeenvolgende voortplantingsbeurten

71
New cards

Dispersie

Het uitzwermen van organismen, weg van elkaar (verbreiding)

72
New cards

Migratie

De gerichte beweging van grote aantallen individuen van een soort van de ene locatie naar de andere

73
New cards

Draagkracht (K)

De maximale populatiegrootte die een omgeving duurzaam kan ondersteunen; wordt bereikt wanneer de groeisnelheid r = 0

74
New cards

Zwermvorming

het is een strategie om predatierisico te verlagen, met als keerzijde meer concurrentie binnen de groep — vandaar dat er een "sweet spot" in groepsgrootte bestaat.

75
New cards

Symbiose

Alle situaties waarbij organismen in een sterke associatie met elkaar leven — zowel parasitair als mutualistisch

76
New cards

Exploitatieconcurrentie

Verschillende populaties maken aanspraak op dezelfde beperkte bron — een indirecte interactie, waarbij de schaarste tot negatieve effecten leidt

77
New cards

Interferentieconcurrentie

Populaties verhinderen elkaar rechtstreeks bij het exploiteren van een bron — een directe, fysieke interactie

78
New cards

INTRAspecifieke concurrentie

Concurrentie tussen individuen binnen dezelfde populatie/soort

79
New cards

INTERspecifieke concurrentie

Concurrentie tussen individuen van populaties van verschillende soorten

80
New cards

Co-existentie

Wanneer twee populaties samen kunnen blijven leven — er is wel concurrentie, maar geen van beide sterft uit

81
New cards

Competitie-exclusieprincipe

Co-existerende soorten hebben een verschillende gerealiseerde niche (anders kan de ene soort de andere volledig verdringen)

82
New cards

Niche overlap

De mate waarin de ecologische niches van twee soorten samenvallen — hoe groter de overlap, hoe sterker de concurrentie.

83
New cards

Ectoparasiet

Een uitwendige parasiet die zich voedt met bv schurftmijt

84
New cards

Holoparasiet

Een parasiet die volledig afhankelijk is van zijn gastheer (voorbeeld bremrapen)

85
New cards

Hemiparasiet

Een parasiet die zelf nog aan fotosynthese kan doen en eventueel op zichzelf kan overleven, maar wel de groei van de gastheer sterk kan afremmen (voorbeeld maretak)

86
New cards

Gastheer-parasiet wapenwedloop

Het idee dat gastheer en parasiet voortdurend tegen elkaar mee-evolueren (verdediging vs. aanval)

87
New cards

Virulentie

De schade die een parasiet bij zijn gastheer veroorzaakt

88
New cards

Resistentie

Het vermogen van de gastheer om de schade veroorzaakt door de parasiet te beperken

89
New cards

Red Queen hypothese

Het idee dat gastheer en parasiet wel blijven evolueren ("blijven lopen"), maar het netto effect voor beide gelijk blijft — geen van beide "wint" uiteindelijk

90
New cards

Epidemiologie

De studie van de dynamiek van een parasiet in de gastheerpopulatie

91
New cards

Prevalentie

Het percentage geïnfecteerde gastheren in een gastheerpopulatie

92
New cards

Infectie-intensiteit

Het aantal parasieten op één individuele gastheer

93
New cards

Parasitaire abundantie

De gemiddelde infectie-intensiteit vermenigvuldigd met de omvang van de gastheerpopulatie

94
New cards

Levensgemeenschap

Een verzameling organismen die tot verschillende soorten behoren en samen op eenzelfde locatie voorkomen

95
New cards

Gemeenschapsecologie

Bestudeert interacties tussen populaties van verschillende soorten, functionele groepen en/of trofische niveaus, en de mechanismen die de samenstelling en diversiteit bepalen

96
New cards

Successie

Een niet-seizoenaal, directioneel en continu proces waarbij organismen een gebied koloniseren, het aanpassen, en na verloop van tijd verdrongen en vervangen worden door een nieuwe soort

97
New cards

Climaxvegetatie

Het type gebied dat ontstaat wanneer een omgeving voor lange tijd onaangeroerd blijft

98
New cards

Ecosysteem

Het geheel van een levensgemeenschap en zijn abiotische omgeving

99
New cards

Ecosysteemecologie

Bestudeert de energie- en materiefluxen tussen gemeenschappen en hun abiotische omgeving

100
New cards

Voedselweb

De realistische, complexe versie van een "voedselketen" (die eigenlijk een sterke vereenvoudiging is)