1/21
Flashcards over de kernbegrippen van de moraalfilosofie, inclusief zorgethiek, deugdenethiek en de vrije wil-discussie.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Moreel relativisme
De opvatting dat het goede wordt beoordeeld in relatie tot iets of iemand anders, waardoor het goede afhankelijk is van context, groep of individu.
Moreel absolutisme
De overtuiging dat er absolute waarheden bestaan over het goede die onafhankelijk zijn van de mens, cultuur of tijd.
Savoir-vivre
De kunst om goed te leven door verstandig te kiezen en te weten hoe je menselijke vrijheid gebruikt, volgens Fernando Savater.
La petite bonté
Een concept van Emmanuel Levinas, vertaald als 'de kleine goedheid', die ontstaat in verbondenheid met anderen en nooit volledig overwonnen wordt door geweld.
Waarden
Zaken of overtuigingen die mensen belangrijk vinden en die de basis vormen voor moreel handelen.
Normen
Concrete regels of gedragsvoorschriften die aangeven hoe waarden moeten worden omgezet in handelen binnen een samenleving.
Moreel universalisme
De benadering die stelt dat ethiek universeel geldig is voor alle mensen in dezelfde situatie, ongeacht cultuur, ras of geslacht.
Determinisme
De leer dat alles volledig bepaald wordt door eerdere gebeurtenissen en natuurwetten, waardoor de vrije wil niet bestaat.
Compatibilisme
De stroming die stelt dat vrije wil en determinisme kunnen samengaan en dat mensen vrij zijn als ze handelen volgens hun eigen wensen zonder dwang.
Libertarisme
Een vorm van incompatibilisme die het determinisme ontkent en stelt dat de vrije wil een essentieel onderdeel is van het menselijk individu.
Is-ought probleem
Een filosofisch probleem beschreven door David Hume, waarbij men stelt dat je uit feiten over hoe de wereld is, niet logisch kunt afleiden hoe de wereld behoort te zijn.
Hume’s guillotine
Het principe dat je uit empirische feiten niet automatisch kunt afleiden wat moreel juist is of hoe een mens moet handelen.
Telos
Het doel of de essentie waar de natuur en het menselijk handelen naar streeven in de deugdenethiek van Aristoteles.
Eudaimonia
Een staat van gelukzaligheid of een geslaagd leven die bereikt wordt door het verstandig beoefenen van deugden.
Gulden middenweg
Het streven van een deugdzaam mens naar het juiste midden tussen uitersten (te veel of te weinig).
Categorische imperatief
Het morele principe van Immanuel Kant: 'Handel alleen volgens het maxime waarvan je tegelijkertijd kunt willen dat het een algemene wet wordt'.
Beginsel van utiliteit
Het principe binnen het utilitarisme dat stelt dat de morele waarde van daden bepaald wordt door de hoeveelheid geluk (plezier min pijn) die ze opleveren.
Zorgethiek
Een ethische benadering die niet vertrekt vanuit abstracte regels of plichten, maar vanuit concrete relaties tussen mensen en onderlinge zorg.
Wealth care
Een term van Joan Tronto die wijst op de ongelijke verdeling van zorg, waarbij rijkdom bepaalt wie goede zorg krijgt.
Ubuntu
Een Zuid-Afrikaans begrip voor verbondenheid en medemenselijkheid, dat letterlijk vertaald wordt als 'Ik ben omdat wij zijn'.
Fürsorgen
De term van Martin Heidegger voor de dagelijkse omgang met medemensen, onderverdeeld in inspringende en voorspringende zorg.
Menslievende zorg
Een pleidooi van Annelies van Heijst voor zorg gebaseerd op aandacht en nabijheid, als reactie op de vercommercialisering van zorg.