1/23
5ASO Nederlands: begrippen B5, C6, C7, C9, C10, C12, C18, E4, E5, F5, F6, I4, I6, I7, L1, L2, L3
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
amechtig
sterk hijgend
derven
missen
getint en toegetast
met de sonde (tinte) behandeld en verder verzorgd
het sperelken
takje
het spierke
vezeltje
onnoozele
onschuldig
och
of
prominent
aanzienlijk, opvallend
de discrepantie
verschil, onderlinge afwijking, tegenstelling
de taxonomie
de wetenschap van het indelen van individuen of objecten in groepen
de affiniteit
verwantschap, verbondenheid
gecrispeerd
krampachtig, gespannen
de niche
exclusief, deel van een bepaalde sector
het sjibbolet
taalvorm die verraadt welke taal of taalvariant iemand spreekt of tot welke groep iemand behoort
vergelijking
woorden met elkaar in verband brengen omdat er een overeenkomst is met woorden zoals als, zoals,…
metafoor
een vergelijking zonder als
personificatie
menselijke eigenschappen toekennen aan dingen of abstracte ideeën
mechanisering
mensen of dingen mechanische eigenschappen toekennen
animalisering
mensen of dingen dierlijk eigenschappen toekennen
synesthesie
vermenging van verschillende zintuigen (bv. warme kleuren)
metonymie
beeldspraak waarbij een woord wordt vervangen door een ander woord op basis van een gemeenschappelijk verband
evoceren
iets oproepen, tot leven wekken
nihilisme
niet geloven in de mensheid, je gelooft nergens in
poésie pure
nauwelijk inhoud, enkel/meer mooi klinken, geen/amper betekenis