1/56
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
koningin
η βασιλεια
erg, zeer
μαλα
dapper
ανδρειος
mooi
καλος
geschenk, cadeau
το δωρον
oorlog
ο πολεμος
houden van, beminnen
φιλεω
geliefd, dierbaar
φιλος
bewonderen, zich verwonderen
θαυμαζω
dan, nu, dus
ουν
iemand vragen om
αιτεω
ik
εγω
verlangen naar, begeren
επιθυμεω
willen, bereid zijn
εθελω
jij, u
συ
op af, naar
επι
sturen, zenden
πεμπω (πεμπειν)
vriend, makker
ο εταιρος
veel, velen
πολλοι
in, op, bij
εν
huis
η οικια
en
τε και
aan/voor hem
αυτω
zeggen
λεγω
hier(heen)
ενθαδε
komen, gekomen zijn
ηκω
aan/voor haar
αυτη
dat, omdat
οτι
jou, je, u
σε, σε
jouw, uw
σος, ση, σον
aan/voor mij, me
μοι, μοι
verschaffen, geven
παρεχω (παρεχειν)
losmaken
λυω (λυειν)
godin
η θεος
gelijk aan, gelijkend op
ομοιος
vreemdeling
ο ξενος
slecht
κακος
werk, daad
το εργον
op het punt staan om, van plan zijn, zullen
μελλω
haar
αυτην
samen met
μετα
wapens
τα οπλα
paard
ο ιππος
van haar
αυτης
bevelen, verzoeken, vragen om
κελευω
uit
εκ
brengen, leiden
αγω
lijk, dode
ο νεκρος
woord
ο λογος
hem
αυτον
macht hebben over, zich meester maken van, overwinnen
κρατεω (κρατειν)
het is voor iemand mogelijk/geoorloofd om
εξεστι(ν)
bij, op, aan
επι
poort, ingang
αι πυλαι
van hem
αυτου
dan, toen
τοτε
sterk, krachtig
ισχυρος