eco inshallah haal ik een 6+ gemiddelde

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
Locked
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/48

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 8:50 PM on 6/24/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

49 Terms

1
New cards

Collectieve goederen

Voorzieningen voor alle burgers, geleverd en betaald door de overheid.

2
New cards

Collectieve sector

De overheid en instellingen voor sociale zekerheid (zoals UWV). Maken geen winst.

3
New cards

Innovatie

Het ontwikkelen van nieuwe productiemethodes of nieuwe producten.

4
New cards

Marktwerking

Aanbieders van producten concurreren met elkaar op kwaliteit en prijs.

5
New cards

Particuliere sector

Alle burgers en bedrijven. Bedrijven proberen winst te maken.

6
New cards

Privatisering

De overheid verkoopt een dienst of activiteit aan de particuliere sector.

7
New cards

Actieven

De mensen die hun eigen inkomen verdienen.

8
New cards

Sociaal minimum

Een door de overheid vastgesteld maandelijks bedrag dat je minimaal nodig hebt om van te leven.

9
New cards

Sociale voorzieningen

Uitkeringen die de overheid met belastinggeld betaalt, zoals bijstand.

10
New cards

Solidariteitsbeginsel

Iedereen met een inkomen staat een deel af voor mensen zonder inkomen.

11
New cards

Volksverzekering

Uitkering waar iedere inwoner in bepaalde gevallen recht op heeft (bijv. AOW).

12
New cards

Werknemersverzekering

Uitkering voor mensen die in loondienst werken of hebben gewerkt (bijv. WW).

13
New cards

Directe belastingen

Belasting die je rechtstreeks aan de overheid betaalt (bijv. inkomstenbelasting).

14
New cards

Indirecte belastingen

Belastingen die verwerkt zijn in de prijs van een product (bijv. btw of accijns).

15
New cards

Inkomstenbelasting

Belasting die iedereen over zijn inkomen moet betalen.

16
New cards

Niet-belastingontvangsten

Andere inkomsten van de overheid, zoals boetes en winsten uit overheidsbedrijven.

17
New cards

Vennootschapsbelasting

Belasting die bv's en nv's betalen over hun winst.

18
New cards

Begrotingsoverschot

De (verwachte) uitgaven zijn lager dan de (verwachte) inkomsten.

19
New cards

Begrotingstekort

De (verwachte) uitgaven zijn hoger dan de (verwachte) inkomsten.

20
New cards

Miljoenennota

Toelichting op de rijksbegroting waarin de regering de keuzes uitlegt.

21
New cards

Rijksbegroting

De verwachte inkomsten en uitgaven van het rijk in het komende jaar.

22
New cards

Staatsschuld

Schuld van de overheid die ontstaat door geld te lenen bij een begrotingstekort.

23
New cards

Afschrijving

De jaarlijkse waardevermindering van kapitaalgoederen.

24
New cards

Arbeidsintensief

Er wordt naar verhouding meer met mensen dan met machines geproduceerd.

25
New cards

Bedrijfskolom

Alle bedrijven die na elkaar aan een product meewerken.

26
New cards

Kapitaalintensief

Er wordt naar verhouding meer met machines dan met mensen geproduceerd.

27
New cards

Productiefactoren

Middelen om iets te produceren: natuur, arbeid, kapitaal en ondernemerschap.

28
New cards

Toegevoegde waarde

Wat producten meer waard worden doordat bedrijven ze bewerken.

29
New cards

Bedrijfskosten

De kosten om een bedrijf te kunnen runnen, zoals huur en loonkosten.

30
New cards

Brutowinstopslag

Het bedrag dat een winkelier optelt bij de inkoopprijs om de verkoopprijs te berekenen.

31
New cards

Btw

Belasting over de toegevoegde waarde, die de winkelier optelt bij de verkoopprijs.

32
New cards

Consumentenprijs

De verkoopprijs inclusief btw.

33
New cards

Inkoopprijs

De prijs die een winkelier betaalt voor een product dat hij later wil verkopen.

34
New cards

Verkoopprijs

De prijs waarvoor een winkelier een product verkoopt (zonder btw).

35
New cards

Aanbod

Alles wat producenten te koop aanbieden.

36
New cards

Afzet

Het aantal producten dat je verkoopt.

37
New cards

Brutowinst

Wat je overhoudt van de omzet nadat je de inkoopwaarde ervan betaald hebt.

38
New cards

Inkoopwaarde

Het bedrag dat je voor de inkoop van goederen betaald hebt (Afzet x Inkoopprijs).

39
New cards

Marktaandeel

De afzet of omzet in procenten van de totale markt.

40
New cards

Nettoresultaat

Nettowinst of nettoverlies (Brutowinst minus de bedrijfskosten).

41
New cards

Omzet

Verkoopopbrengst: het totale bedrag dat je ontvangt door de verkoop (Afzet x Verkoopprijs).

42
New cards

Vraag

Hoeveel producten de mensen willen kopen.

43
New cards

Arbeidsproductiviteit

De productie per persoon in een bepaalde tijd.

44
New cards

Maatschappelijke kosten

Negatieve gevolgen van productie voor de samenleving (bijv. milieuvervuiling).

45
New cards

Maatschappelijke opbrengsten

Positieve gevolgen van productie voor de samenleving.

46
New cards

Maatschappelijk verantwoord ondernemen

Bedrijven houden bij hun productie rekening met de gevolgen voor mens en milieu.

47
New cards

Productiecapaciteit

De maximale hoeveelheid die een bedrijf kan produceren.

48
New cards

Vaste kosten

Kosten die gelijk blijven, ook als je meer of minder produceert (bijv. huur).

49
New cards

Variabele kosten

Kosten die meeveranderen als je meer of minder gaat produceren (bijv. grondstoffen).