IC1 tabel

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
Locked
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/44

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 10:03 PM on 5/16/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

45 Terms

1
New cards

Welk subtype receptor heeft effect op de HF (SZS) en wat is het effect?

β1 op SA-knoop, AV-knoop, pacemakercellen zorgen voor verhoogde HF

2
New cards

Wat is het mechanisme achter de verhoogde HF door het SZS?

Verhoogde funny current en Ca2+ influx (Ica)

3
New cards

Welk subtype receptor heeft effect op de HF (PZS) en wat is het effect?

M2 op SA-knoop zorgt voor verlaagde HF

4
New cards

Welk subtype receptor heeft effect op het slagvolume (SZS) en wat is het effect?

β1 op myocyten zorgt voor verhoogde contractiliteit

5
New cards

Wat is het mechanisme achter de verhoogde contractiliteit van het hart?

Verhoogde ICa en SR-Ca2+ via PKA leidt tot meer contractie

6
New cards

Welke receptoren beïnvloeden de doorbloeding van de spieren (SZS) en wat zijn de effecten?

α1 op vaten bij huid en spijsvertering (vasoconstrictie) en β2 op vaten bij skeletspieren (vasodilatatie)

7
New cards

Wat is het mechanisme achter de vasculaire effecten bij de spieren (SZS)?

α1: ↑ ICa
β2: ↓ ICa;

8
New cards

Welke receptoren beïnvloeden de coronairen (SZS) en wat zijn de effecten?

α1 op a. coronaria (vasoconstrictie)
β2 op takken van a. coronaria (vasodilatatie)

9
New cards

Wat is het mechanisme achter het effect van β2 op de coronairen?

β2 zorgt voor verlaagde ICa

10
New cards

Welk subtype receptor beïnvloedt het veneus vaatbed (SZS) en wat is het effect?

α1 op VSMC zorgt voor constrictie

11
New cards

Wat is het mechanisme achter de constrictie van het veneus vaatbed?

Verhoogde ICa

12
New cards

Welk subtype receptor beïnvloedt de ventilatie/bronchiën (SZS) en wat is het effect?

β2 op bronchiën zorgt voor bronchodilatatie

13
New cards

Wat is het mechanisme achter de bronchodilatatie?

Relaxatie via verhoogd cAMP wat leidt tot verlaagde ICa

14
New cards

Welk subtype receptor beïnvloedt de ventilatie/bronchiën (PZS) en wat is het effect?

M3 op bronchiën zorgt voor bronchoconstrictie en verhoogde slijmsecretie

15
New cards

Welk subtype receptor beïnvloedt de perfusie van de longen (SZS) en wat is het effect?

β2 op VSMC zorgt voor vasodilatatie

16
New cards

Wat is het mechanisme achter de pulmonale vasodilatatie?

Verhoogd cAMP leidt tot relaxatie

17
New cards

Welk subtype receptor beïnvloedt het pulmonale veneuze vaatbed (SZS) en wat is het effect?

α1 op VSMC zorgt voor vasoconstrictie

18
New cards

Wat is het mechanisme achter de pulmonale vasoconstrictie?

Verhoogde ICa leidt tot contractie

19
New cards

Welk subtype receptor beïnvloedt de doorbloeding van het maag-darmkanaal (SZS) en wat is het effect?

α1 op VSMC zorgt voor vasoconstrictie (minder bloed naar GI)

20
New cards

Wat is het mechanisme achter de GI-vasoconstrictie?

Verhoogde ICa

21
New cards

Welk subtype receptor beïnvloedt de motiliteit van het maag-darmkanaal (SZS) en wat is het effect?

β2 op plexus van Auerbach zorgt voor verlaagde peristaltiek en verhoogde sfinctertonus

22
New cards

Wat is het mechanisme achter de verlaagde GI-motiliteit?

cAMP leidt tot spierrelaxatie

23
New cards

Welk subtype receptor beïnvloedt de motiliteit van het maag-darmkanaal (PZS) en wat is het effect?

M3 op gladde spiercellen en plexus Auerbach zorgt voor verhoogde peristaltiek en verlaagde sfinctertonus

24
New cards

Welk subtype receptor beïnvloedt de klieren in het maag-darmkanaal (SZS) en wat is het effect?

α2 op plexus van Meissner zorgt voor verlaagde speekselproductie en verlaagde GI-secretie

25
New cards

Wat is het mechanisme achter de verlaagde GI-secretie?

Remming adenylcyclase leidt tot verlaagd cAMP

26
New cards

Welk subtype receptor beïnvloedt de klieren in het maag-darmkanaal (PZS) en wat is het effect?

M3 op kliercellen zorgt voor verhoogde speekselproductie en verhoogde GI-secretie

27
New cards

Welk subtype receptor beïnvloedt de doorbloeding van de nieren (SZS) en wat is het effect?

α1 op VSMC zorgt voor vasoconstrictie wat leidt tot een verlaagde GFR

28
New cards

Welk subtype receptor beïnvloedt de renine-afgifte (SZS) en wat is het effect?

β1 en β2 op het juxtaglomerulaire apparaat zorgen voor verhoogde renineafgifte

29
New cards

Welk subtype receptor beïnvloedt de Na-retentie (SZS) en wat is het effect?

α1 op de proximale tubulus zorgt voor verhoogde Na-retentie

30
New cards

Welke receptoren beïnvloeden de blaaslediging (SZS) en wat zijn de effecten?

α1 op de sfincter (constrictie) en β2 op de m. detrusor (relaxatie)

31
New cards

Welke receptoren beïnvloeden de blaaslediging (PZS) en wat zijn de effecten?

M2 op de sfincter (relaxatie) en M3 op de m. detrusor (contractie/mictie)

32
New cards

Welk subtype receptor beïnvloedt de doorbloeding van de huid (SZS) en wat is het effect?

α1 op VSMC zorgt voor vasoconstrictie bij kou voor warmtebehoud

33
New cards

Welk subtype receptor beïnvloedt de zweetklieractiviteit (SZS) en wat is het effect?

M3 op de huid zorgt voor verhoogde zweetsecretie en productie

34
New cards

Hoe wordt de CRH-secretie beïnvloed door het SZS?

Verhoogd (direct) door stress (noradrenaline) en cytokines

35
New cards

Hoe wordt de ACTH-secretie beïnvloed door het SZS?

Verhoogd (indirect) door CRH-stimulatie

36
New cards

Hoe wordt de cortisol-secretie beïnvloed door het SZS?

Verhoogd (indirect) door ACTH-stimulatie

37
New cards

Welk subtype receptor beïnvloedt het bijniermerg (SZS) en wat is het effect?

N2 receptor zorgt voor verhoogde adrenaline secretie

38
New cards

Welk subtype receptor beïnvloedt de insuline-afgifte (SZS) en wat is het effect?

α2 op de bèta-cel zorgt voor verlaagde secretie

39
New cards

Welk subtype receptor beïnvloedt de insuline-afgifte (PZS) en wat is het effect?

M3 zorgt voor verhoogde secretie

40
New cards

Welk subtype receptor beïnvloedt de glucagon-afgifte (SZS) en wat is het effect?

β2 op de alfa-cel zorgt voor verhoogde secretie

41
New cards

Welke receptoren in de lever beïnvloeden de glucoseproductie (SZS) en wat is het effect?

β1 en β2 zorgen voor gluconeogenese

42
New cards

Welke receptoren in de lever beïnvloeden de glycogeenvoorraad (SZS) en wat is het effect?

β1 en β2 zorgen voor glycogenolyse

43
New cards

Wat is het effect van het SZS op de vetopslag?

Verlaagd (receptor onbekend)

44
New cards

Wat is het effect van het PZS op de vetopslag?

Indirect verhoogd door opregulatie van insuline

45
New cards

Welk subtype receptor beïnvloedt de lipolyse (SZS) en wat is het effect?

β3 op adipocyten zorgt voor verhoogde lipolyse