1/44
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Welk subtype receptor heeft effect op de HF (SZS) en wat is het effect?
β1 op SA-knoop, AV-knoop, pacemakercellen zorgen voor verhoogde HF
Wat is het mechanisme achter de verhoogde HF door het SZS?
Verhoogde funny current en Ca2+ influx (Ica)
Welk subtype receptor heeft effect op de HF (PZS) en wat is het effect?
M2 op SA-knoop zorgt voor verlaagde HF
Welk subtype receptor heeft effect op het slagvolume (SZS) en wat is het effect?
β1 op myocyten zorgt voor verhoogde contractiliteit
Wat is het mechanisme achter de verhoogde contractiliteit van het hart?
Verhoogde ICa en SR-Ca2+ via PKA leidt tot meer contractie
Welke receptoren beïnvloeden de doorbloeding van de spieren (SZS) en wat zijn de effecten?
α1 op vaten bij huid en spijsvertering (vasoconstrictie) en β2 op vaten bij skeletspieren (vasodilatatie)
Wat is het mechanisme achter de vasculaire effecten bij de spieren (SZS)?
α1: ↑ ICa
β2: ↓ ICa;
Welke receptoren beïnvloeden de coronairen (SZS) en wat zijn de effecten?
α1 op a. coronaria (vasoconstrictie)
β2 op takken van a. coronaria (vasodilatatie)
Wat is het mechanisme achter het effect van β2 op de coronairen?
β2 zorgt voor verlaagde ICa
Welk subtype receptor beïnvloedt het veneus vaatbed (SZS) en wat is het effect?
α1 op VSMC zorgt voor constrictie
Wat is het mechanisme achter de constrictie van het veneus vaatbed?
Verhoogde ICa
Welk subtype receptor beïnvloedt de ventilatie/bronchiën (SZS) en wat is het effect?
β2 op bronchiën zorgt voor bronchodilatatie
Wat is het mechanisme achter de bronchodilatatie?
Relaxatie via verhoogd cAMP wat leidt tot verlaagde ICa
Welk subtype receptor beïnvloedt de ventilatie/bronchiën (PZS) en wat is het effect?
M3 op bronchiën zorgt voor bronchoconstrictie en verhoogde slijmsecretie
Welk subtype receptor beïnvloedt de perfusie van de longen (SZS) en wat is het effect?
β2 op VSMC zorgt voor vasodilatatie
Wat is het mechanisme achter de pulmonale vasodilatatie?
Verhoogd cAMP leidt tot relaxatie
Welk subtype receptor beïnvloedt het pulmonale veneuze vaatbed (SZS) en wat is het effect?
α1 op VSMC zorgt voor vasoconstrictie
Wat is het mechanisme achter de pulmonale vasoconstrictie?
Verhoogde ICa leidt tot contractie
Welk subtype receptor beïnvloedt de doorbloeding van het maag-darmkanaal (SZS) en wat is het effect?
α1 op VSMC zorgt voor vasoconstrictie (minder bloed naar GI)
Wat is het mechanisme achter de GI-vasoconstrictie?
Verhoogde ICa
Welk subtype receptor beïnvloedt de motiliteit van het maag-darmkanaal (SZS) en wat is het effect?
β2 op plexus van Auerbach zorgt voor verlaagde peristaltiek en verhoogde sfinctertonus
Wat is het mechanisme achter de verlaagde GI-motiliteit?
cAMP leidt tot spierrelaxatie
Welk subtype receptor beïnvloedt de motiliteit van het maag-darmkanaal (PZS) en wat is het effect?
M3 op gladde spiercellen en plexus Auerbach zorgt voor verhoogde peristaltiek en verlaagde sfinctertonus
Welk subtype receptor beïnvloedt de klieren in het maag-darmkanaal (SZS) en wat is het effect?
α2 op plexus van Meissner zorgt voor verlaagde speekselproductie en verlaagde GI-secretie
Wat is het mechanisme achter de verlaagde GI-secretie?
Remming adenylcyclase leidt tot verlaagd cAMP
Welk subtype receptor beïnvloedt de klieren in het maag-darmkanaal (PZS) en wat is het effect?
M3 op kliercellen zorgt voor verhoogde speekselproductie en verhoogde GI-secretie
Welk subtype receptor beïnvloedt de doorbloeding van de nieren (SZS) en wat is het effect?
α1 op VSMC zorgt voor vasoconstrictie wat leidt tot een verlaagde GFR
Welk subtype receptor beïnvloedt de renine-afgifte (SZS) en wat is het effect?
β1 en β2 op het juxtaglomerulaire apparaat zorgen voor verhoogde renineafgifte
Welk subtype receptor beïnvloedt de Na-retentie (SZS) en wat is het effect?
α1 op de proximale tubulus zorgt voor verhoogde Na-retentie
Welke receptoren beïnvloeden de blaaslediging (SZS) en wat zijn de effecten?
α1 op de sfincter (constrictie) en β2 op de m. detrusor (relaxatie)
Welke receptoren beïnvloeden de blaaslediging (PZS) en wat zijn de effecten?
M2 op de sfincter (relaxatie) en M3 op de m. detrusor (contractie/mictie)
Welk subtype receptor beïnvloedt de doorbloeding van de huid (SZS) en wat is het effect?
α1 op VSMC zorgt voor vasoconstrictie bij kou voor warmtebehoud
Welk subtype receptor beïnvloedt de zweetklieractiviteit (SZS) en wat is het effect?
M3 op de huid zorgt voor verhoogde zweetsecretie en productie
Hoe wordt de CRH-secretie beïnvloed door het SZS?
Verhoogd (direct) door stress (noradrenaline) en cytokines
Hoe wordt de ACTH-secretie beïnvloed door het SZS?
Verhoogd (indirect) door CRH-stimulatie
Hoe wordt de cortisol-secretie beïnvloed door het SZS?
Verhoogd (indirect) door ACTH-stimulatie
Welk subtype receptor beïnvloedt het bijniermerg (SZS) en wat is het effect?
N2 receptor zorgt voor verhoogde adrenaline secretie
Welk subtype receptor beïnvloedt de insuline-afgifte (SZS) en wat is het effect?
α2 op de bèta-cel zorgt voor verlaagde secretie
Welk subtype receptor beïnvloedt de insuline-afgifte (PZS) en wat is het effect?
M3 zorgt voor verhoogde secretie
Welk subtype receptor beïnvloedt de glucagon-afgifte (SZS) en wat is het effect?
β2 op de alfa-cel zorgt voor verhoogde secretie
Welke receptoren in de lever beïnvloeden de glucoseproductie (SZS) en wat is het effect?
β1 en β2 zorgen voor gluconeogenese
Welke receptoren in de lever beïnvloeden de glycogeenvoorraad (SZS) en wat is het effect?
β1 en β2 zorgen voor glycogenolyse
Wat is het effect van het SZS op de vetopslag?
Verlaagd (receptor onbekend)
Wat is het effect van het PZS op de vetopslag?
Indirect verhoogd door opregulatie van insuline
Welk subtype receptor beïnvloedt de lipolyse (SZS) en wat is het effect?
β3 op adipocyten zorgt voor verhoogde lipolyse