Biotechnologie termen & begrippen

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
Locked
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/508

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 10:17 AM on 8/30/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

509 Terms

1
New cards

Biotechnologie

Technologie waarbij biologische kennis en/of levende organismen worden gebruikt om nuttige producten of processen te ontwikkelen.

2
New cards

Klassieke biotechnologie

Traditionele biotechnologie, zoals het kweken van planten en dieren en het gebruik van bacteriën, gisten en schimmels voor brood, bier, wijn en kaas.

3
New cards

Moderne biotechnologie

Biotechnologie waarbij rechtstreeks wordt ingegrepen op DNA en genetische eigenschappen.

4
New cards

Rode biotechnologie

Biotechnologische toepassingen in de geneeskunde, zoals geneesmiddelen en vaccins.

5
New cards

Groene biotechnologie

Biotechnologische toepassingen in de landbouw.

6
New cards

Witte biotechnologie

Biotechnologische toepassingen in voeding en industrie.

7
New cards

GGO

Genetisch gemodificeerd organisme; organisme waarvan het genetisch materiaal kunstmatig is gewijzigd.

8
New cards

Bt-maïs / Bt-katoen

Gewassen die genetische informatie bevatten voor de productie van het insectenwerende Bt-eiwit.

9
New cards

Chymosine

Enzym dat melk doet stremmen en gebruikt wordt bij de kaasproductie.

10
New cards

Laccase

Enzym dat bepaalde moleculen in hout/papierpulp afbreekt en onder andere wordt gebruikt voor chloorvrij bleken van papier.

11
New cards

Protease

Enzym dat eiwitten afbreekt.

12
New cards

Lipase

Enzym dat vetten en oliën afbreekt.

13
New cards

Genetisch materiaal

Materiaal waarin erfelijke informatie is opgeslagen; in deze cursus voornamelijk DNA.

14
New cards

DNA

Desoxyribonucleïnezuur; molecule die genetische informatie draagt.

15
New cards

Gen

Deel van het genetisch materiaal dat informatie bevat voor een functioneel product, zoals een eiwit.

16
New cards

Chromosoom

Structuur die DNA bevat en de drager vormt van erfelijke informatie.

17
New cards

Genoom

Het volledige genetische materiaal van een organisme.

18
New cards

Genetische informatie

Informatie die in de nucleotidevolgorde van DNA is opgeslagen.

19
New cards

Erfelijkheid

Het doorgeven van genetische informatie aan dochtercellen en nakomelingen.

20
New cards

Eiwit

Moleculaire eindproducten van genen die allerlei functies in cellen uitvoeren.

21
New cards

Prokaryoot

Organisme waarvan het DNA niet in een membraan-omgeven celkern ligt.

22
New cards

Eukaryoot

Organisme waarvan het DNA zich in een celkern bevindt.

23
New cards

Nucleoïde

Gebied in een prokaryote cel waarin het belangrijkste chromosomale DNA ligt.

24
New cards

Prokaryoot chromosoom

Gewoonlijk één groot, circulair DNA-molecule in de nucleoïde.

25
New cards

Extrachromosomaal DNA

DNA dat zich buiten het belangrijkste chromosoom bevindt.

26
New cards

Plasmide

Klein, meestal circulair, dubbelstrengs DNA-molecule dat buiten het chromosoom voorkomt.

27
New cards

Horizontale genoverdracht

Overdracht van genetisch materiaal tussen organismen/cellen, bijvoorbeeld tussen bacteriën.

28
New cards

Dubbele helix

Ruimtelijke structuur van DNA waarbij twee DNA-strengen rond elkaar gewikkeld zijn.

29
New cards

DNA-streng

Ketting van nucleotiden.

30
New cards

Nucleotide

Bouwsteen van DNA/RNA bestaande uit suiker, fosfaatgroep en base.

31
New cards

Desoxyribose

Suiker die in DNA voorkomt.

32
New cards

Ribose

Suiker die in RNA voorkomt.

33
New cards

Fosfaatgroep

Onderdeel van een nucleotide dat de suiker-fosfaatruggengraat vormt.

34
New cards

Base

Stikstofhoudend onderdeel van een nucleotide.

35
New cards

Purine

Baseklasse met dubbele ring: adenine en guanine.

36
New cards

Pyrimidine

Baseklasse met enkele ring: cytosine, thymine en in RNA uracil.

37
New cards

Adenine (A)

Purinebase die complementair paart met thymine in DNA.

38
New cards

Guanine (G)

Purinebase die complementair paart met cytosine.

39
New cards

Cytosine (C)

Pyrimidinebase die complementair paart met guanine.

40
New cards

Thymine (T)

Pyrimidinebase van DNA die complementair paart met adenine.

41
New cards

Uracil (U)

Base in RNA die de plaats van thymine inneemt.

42
New cards

Complementariteit

Het principe waarbij specifieke basen met elkaar paren: A-T en C-G.

43
New cards

Waterstofbinding

Binding tussen complementaire basen die de twee DNA-strengen bij elkaar houdt.

44
New cards

Fosfodiësterbinding

Binding tussen opeenvolgende nucleotiden in de suiker-fosfaatruggengraat.

45
New cards

5’-uiteinde

Uiteinde van een nucleïnezuur met de 5’-oriëntatie.

46
New cards

3’-uiteinde

Uiteinde met de vrije 3’-OH-groep waar polymerisatie plaatsvindt.

47
New cards

Antiparallel

De twee DNA-strengen lopen in tegengestelde richtingen: 5’→3’ en 3’→5’.

48
New cards

Basepaar (bp)

Een gepaard basenpaar in dubbelstrengs DNA.

49
New cards

Kilobase (kb)

1000 baseparen volgens de cursus.

50
New cards

DNA-sequentie

De specifieke volgorde van nucleotiden in DNA.

51
New cards

ssDNA

Single-stranded DNA; enkelstrengs DNA.

52
New cards

dsDNA

Double-stranded DNA; dubbelstrengs DNA.

53
New cards

DNA-duplex

Dubbelstrengs DNA-molecule.

54
New cards

DNA-replicatie

Verdubbeling van DNA vóór celdeling.

55
New cards

Origin / origin of replication

Specifieke DNA-sequentie waar DNA-replicatie start.

56
New cards

Initiatorproteïne

Eiwit dat aan de origin bindt en de replicatie helpt starten.

57
New cards

Replicatiebel

Geopend gedeelte van de DNA-dubbele helix tijdens replicatie.

58
New cards

Replicatievork

Plaats waar de DNA-strengen uit elkaar gaan en nieuwe DNA-strengen worden gevormd.

59
New cards

DNA-helicase

Enzym dat de dubbele DNA-helix opent/afwikkelt.

60
New cards

Single-strand bindingsproteïne

Eiwit dat bindt aan enkelstrengs DNA en voorkomt dat de strengen opnieuw basenparen vormen.

61
New cards

Topoisomerase

Enzym dat spanning en windingen in DNA vermindert door tijdelijk DNA te knippen en weer te sluiten.

62
New cards

DNA-polymerase

Enzym dat nieuwe DNA-strengen synthetiseert.

63
New cards

DNA-polymerase III

DNA-polymerase dat centraal staat bij DNA-replicatie.

64
New cards

DNA-polymerase I

Polymerase dat onder andere betrokken is bij het vervangen van primers in Okazaki-fragmenten.

65
New cards

Primase / DNA-primase

Enzym dat een korte RNA-primer maakt.

66
New cards

Primer

Kort nucleïnezuurfragment dat een vrij 3’-uiteinde levert voor DNA-polymerase.

67
New cards

Leading strand

DNA-streng die relatief continu wordt gesynthetiseerd.

68
New cards

Lagging strand

DNA-streng die discontinu wordt gesynthetiseerd.

69
New cards

Okazaki-fragment

Kort DNA-fragment dat op de lagging strand wordt gevormd.

70
New cards

DNA-ligase

Enzym dat DNA-fragmenten aan elkaar koppelt.

71
New cards

Proofreading

Controlemechanisme waarmee tijdens DNA-synthese fouten worden herkend en gecorrigeerd.

72
New cards

Pyrofosfaat (PP)

Fosfaatgroep die vrijkomt bij inbouw van een nucleotide en energie vrijmaakt voor de reactie.

73
New cards

dATP

Desoxyadenosinetrifosfaat; DNA-bouwsteen met adenine.

74
New cards

dGTP

Desoxyguanosinetrifosfaat.

75
New cards

dCTP

Desoxycytidinetrifosfaat.

76
New cards

dTTP

Desoxythymidinetrifosfaat.

77
New cards

dNTP

Verzamelnaam voor de normale desoxyribonucleotidetrifosfaten.

78
New cards

Supercoiling

Extra winding van DNA als gevolg van topologische spanning.

79
New cards

Positieve supercoiling

DNA wordt sterker in de richting van de normale helix gedraaid.

80
New cards

Negatieve supercoiling

DNA wordt in tegengestelde richting gedraaid en daardoor meer ontspannen.

81
New cards

Topo-isomerase I

Knipt volgens de cursus één DNA-streng en vermindert windingen; ATP-onafhankelijk.

82
New cards

Topo-isomerase II

Knipt beide DNA-strengen en laat een ander DNA-gedeelte erdoorheen gaan.

83
New cards

Exonuclease

Nuclease dat nucleotiden vanaf een uiteinde verwijdert.

84
New cards

Endonuclease

Nuclease dat binnen een nucleïnezuurketen knipt.

85
New cards

Nuclease

Enzym dat nucleïnezuren afbreekt door fosfodiësterbindingen te verbreken.

86
New cards

Restrictie-enzym

Endonuclease dat een specifieke DNA-sequentie herkent en daar knipt.

87
New cards

Restrictiesequentie

Specifieke DNA-sequentie die door een restrictie-enzym wordt herkend.

88
New cards

Telomeer

Herhalende nucleotide-sequenties aan het uiteinde van een eukaryoot chromosoom.

89
New cards

Telomerase

Enzym bestaande uit eiwit en RNA dat telomeren verlengt.

90
New cards

Eindreplicatieprobleem

Probleem waarbij de laatste primer van de lagging strand niet normaal kan worden vervangen.

91
New cards

Template/matrijs

Bestaande nucleïnezuurstreng die als voorbeeld dient voor synthese van een complementaire streng.

92
New cards

RNA

Ribonucleïnezuur; nucleïnezuur dat onder andere betrokken is bij genexpressie en eiwitsynthese.

93
New cards

Transcriptie

Overschrijven van DNA-informatie naar RNA.

94
New cards

RNA-polymerase

Enzym dat RNA synthetiseert op basis van een DNA-template.

95
New cards

Promotor

DNA-sequentie waar RNA-polymerase en/of transcriptiefactoren aan binden om transcriptie te starten.

96
New cards

Transcriptiestartplaats

Plaats (+1) waar de eerste nucleotide van het RNA wordt overgeschreven.

97
New cards

Sense-streng

DNA-streng die dezelfde sequentie heeft als het mRNA, met T in plaats van U.

98
New cards

Antisense-streng

DNA-streng die als template dient voor de RNA-synthese.

99
New cards

Template-streng

Streng die als matrijs wordt gebruikt voor synthese van een complementaire streng.

100
New cards

Transcript

RNA-product dat door transcriptie wordt gevormd.