MTT3 metalen tentamen | Quizlet

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
Locked
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/73

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 1:56 PM on 6/18/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

74 Terms

1
New cards

Welk dominant verstevigingsmechanisme hoort bij het binaire systeem Al-Cu?

Precipitatieharding.

2
New cards

Welke 3 hoofdstappen gebruik je voor precipitatieharding van een Al-Cu-legering?

1. Oplosgloeien, 2. afschrikken, 3. verouderen.

3
New cards

Wat is het doel van oplosgloeien bij Al-Cu precipitatieharding?

Cu-atomen volledig in oplossing brengen in de Al-matrix, bij een temperatuur waar alle Cu oplost; in het voorbeeld rond het eutecticum/ongeveer 500 °C.

4
New cards

Waarom wordt een Al-Cu-legering na oplosgloeien afgeschrikt?

Om een oververzadigde vaste oplossing te behouden: Cu blijft tijdelijk opgelost in de Al-matrix.

5
New cards

Wat gebeurt er tijdens verouderen van Al-Cu?

Er ontstaan fijne precipitaten/uitscheidingen die dislocatiebeweging blokkeren, waardoor de hardheid en sterkte toenemen.

6
New cards

Welke veroudertemperaturen/tijden werden in het 2018-antwoord genoemd voor Al-Cu?

Bijvoorbeeld ongeveer 120 °C gedurende enkele dagen of ongeveer 200 °C gedurende 1 dag.

7
New cards

Waarom kan koudvervorming na afschrikken bij Al-Cu extra helpen?

Koudvervorming maakt extra dislocaties; die werken als kiemplaatsen en geven een fijnere verdeling van precipitaten.

8
New cards

Wat moet je bij een fasediagramvraag over Al-Cu meestal herkennen?

Dat Al-Cu technologisch vooral wordt gebruikt voor precipitatieharding via oplosgloeien, afschrikken en verouderen.

9
New cards

Wat betekent A in het CCT/TTT-diagram van staal?

Austeniet.

10
New cards

Wat betekent F in het CCT/TTT-diagram van staal?

Ferriet.

11
New cards

Wat betekent C in het CCT/TTT-diagram van staal?

Cementiet.

12
New cards

Wat betekent M of Ms in het CCT/TTT-diagram van staal?

Martensiet; Ms betekent martensiet-starttemperatuur.

13
New cards

Waarom kan gehard staal na afschrikken scheuren?

Door hoge interne spanningen en de vorming van harde, brosse martensiet.

14
New cards

Welke aanvullende warmtebehandeling voorkomt scheuren na harden?

Ontlaten.

15
New cards

Wat gebeurt er microstructureel bij laag ontlaten van gehard staal?

Carbiden scheiden uit langs de martensietplaten; restausteniet kan omzetten in ferriet en cementiet.

16
New cards

Wat gebeurt er microstructureel bij hoog ontlaten van gehard staal?

Carbiden scheiden fijn verdeeld uit in het materiaal; bij langere/warme behandeling kunnen carbidebolletjes ontstaan; restausteniet kan omzetten in ferriet en cementiet.

17
New cards

Wat is het algemene effect van ontlaten op gehard staal?

Hardheid/brosheid neemt af, taaiheid neemt toe en interne spanningen verminderen.

18
New cards

Hoe schets je het effect van ontlaattemperatuur op hardheid?

Hardheid daalt naarmate de ontlaattemperatuur stijgt. Een staal met hoger C-gehalte ligt op een hogere hardheidslijn dan een staal met lager C-gehalte.

19
New cards

Waarom blijft staal met 0,8% C harder dan staal met 0,4% C bij gelijke ontlaattemperatuur?

Meer koolstof geeft meer martensiet/carbiden en daardoor hogere hardheid.

20
New cards

Welke structuur ontstaat bij snel afschrikken vanuit austeniet?

Martensiet.

21
New cards

Waarom is martensiet hard?

Koolstof blijft gevangen in een vervormd rooster, waardoor dislocatiebeweging sterk wordt gehinderd.

22
New cards

Waarom is martensiet bros?

De vervormde roosterstructuur en interne spanningen maken plastische vervorming moeilijk.

23
New cards

Welk dominant verstevigingsmechanisme hoort bij Al-Mg?

Oplosharding.

24
New cards

Waarom geeft Mg in aluminium oplosharding?

Mg-atomen hebben een andere atoomgrootte dan Al en verstoren het kristalrooster; daardoor wordt dislocatiebeweging bemoeilijkt.

25
New cards

Wat is het algemene principe van oplosharding?

Vreemde opgeloste atomen vervormen/verstoren het kristalrooster en vormen barrières voor dislocaties.

26
New cards

Welk dominant verstevigingsmechanisme hoort bij Al-Si-Mg?

Precipitatieharding.

27
New cards

Welke precipitaten zijn belangrijk bij Al-Si-Mg?

Mg-Si/Mg2Si-achtige precipitaten, die dislocaties blokkeren.

28
New cards

Welk dominant verstevigingsmechanisme hoort bij Mg-Zr?

Korrelverfijning.

29
New cards

Waarom leidt een kleine hoeveelheid Zr in Mg tot korrelverfijning?

Vaste Zr-deeltjes in vloeibaar Mg werken als kiemplaatsen tijdens stollen, waardoor veel kleine korrels ontstaan.

30
New cards

Waarom versterkt korrelverfijning een metaal?

Meer en kleinere korrels geven meer korrelgrenzen; korrelgrenzen hinderen dislocatiebeweging.

31
New cards

Hoe herken je een korrelverfijningsvraag in een fasediagram?

Er wordt vaak een kleine toevoeging gevraagd die vaste deeltjes/kiemplaatsen vormt tijdens stollen, zoals Zr in Mg.

32
New cards

Volgens het 2019-voorbeeld: bij welke temperatuur is 100% austeniet omgezet in martensiet volgens afkoelcurve 2?

Ongeveer 230 °C.

33
New cards

Wat ontstaat bij hoog ontlaten rond 550 °C van gehard staal?

Fijne carbiden/cementiet in een fijnkorrelig ferriet; de microstructuur wordt sorbiet genoemd.

34
New cards

Wat is veredelen van staal?

Harden gevolgd door hoog ontlaten, vaak rond 550-600 °C.

35
New cards

Voor welke staalsoorten wordt veredelen toegepast volgens het 2019-antwoord?

Voor ongelegeerde en gelegeerde staalsoorten met ongeveer 0,2-0,7% C.

36
New cards

Wat gebeurt er tijdens hoog ontlaten met voormalige martensietnaalden?

Carbiden scheiden zich uit rond of in de buurt van de voormalige martensietstructuur; de matrix wordt ferritisch.

37
New cards

Wat is het verschil tussen harden en veredelen?

Harden eindigt in harde/brosse martensiet; veredelen is harden plus hoog ontlaten voor een betere combinatie van sterkte en taaiheid.

38
New cards

Wat lees je in een TTT/CCT-diagram af?

Welke fasen/microstructuren ontstaan bij een bepaalde temperatuur-tijdroute of afkoelsnelheid.

39
New cards

Wanneer ontstaat martensiet in een TTT/CCT-diagram?

Als de afkoeling snel genoeg is om diffusieomzettingen te vermijden en de temperatuur onder Ms komt.

40
New cards

Wat is de kern van alle metalen-verstevigingsmechanismen?

Dislocatiebeweging belemmeren.

41
New cards

Noem vier verstevigingsmechanismen die in de toetsen terugkomen.

Oplosharding, precipitatieharding, korrelverfijning en martensietharding/afschrikharden.

42
New cards

Hoe onderscheid je oplosharding en precipitatieharding?

Oplosharding: atomen blijven opgelost in het rooster. Precipitatieharding: fijne uitscheidingen/precipitaten ontstaan na verouderen.

43
New cards

Wat is een precipitaat?

Een fijne uitscheiding/deeltje uit een oververzadigde vaste oplossing, die dislocaties kan blokkeren.

44
New cards

Waarom is een fijne verdeling van precipitaten gunstig?

Veel kleine obstakels blokkeren dislocaties effectiever dan grove, ver uit elkaar liggende deeltjes.

45
New cards

Wat gebeurt er bij oververouderen van een precipitatiehardende legering?

Precipitaten worden grover, waardoor de hardheid/sterkte daalt.

46
New cards

Welke fasen/structuren moest je in de 2017 CCT-vraag kunnen benoemen?

M = martensiet, A = austeniet, C = cementiet; vaak ook P = perliet en F = ferriet afhankelijk van de figuur.

47
New cards

Wat is de juiste warmtebehandeling als een gehard staal te veel interne spanning heeft?

Ontlaten.

48
New cards

Hoe bepaal je de minimale afkoelsnelheid voor de hardste structuur in een CCT-diagram?

Kies de langzaamste afkoellijn die de perliet/bainiet/ferrietgebieden nog ontwijkt en onder Ms naar martensiet gaat.

49
New cards

Welke structuur verwacht je bij de hardste afschrikroute in staal?

Voornamelijk martensiet.

50
New cards

Waarom gebruik je een CCT/TTT-diagram en niet alleen het Fe-C-diagram bij harden?

Het Fe-C-diagram beschrijft evenwicht; harden en martensietvorming zijn tijdsafhankelijk en niet-evenwicht.

51
New cards

Hoe bepaal je de E-modulus uit een spanning-rekdiagram van een aluminiumlegering?

Neem de helling Δσ/Δε in het lineaire elastische beginstuk.

52
New cards

Hoe herken je aluminium in een trekdiagram ten opzichte van een bros composiet?

Aluminium toont vaak vloeien/plastische vervorming en hogere rek; een composiet is vaak stijver in vezelrichting en faalt brosser.

53
New cards

Wat gebeurt er met de trekcurve als je een sterkere variant van hetzelfde metaal kiest?

De curve ligt hoger qua spanning/treksterkte; de vorm kan vergelijkbaar blijven, maar ductiliteit kan veranderen.

54
New cards

Wat gebeurt er met de trekcurve als je een zwakkere variant van hetzelfde metaal kiest?

De curve ligt lager qua spanning/treksterkte.

55
New cards

Welke grootheden heb je nodig om kracht-verlenging om te rekenen naar spanning-rek?

Oppervlakte A voor σ = F/A en beginlengte L0 voor ε = ΔL/L0.

56
New cards

Wat is de formule voor normale spanning?

σ = F/A.

57
New cards

Wat is de formule voor rek?

ε = ΔL/L0.

58
New cards

Wat is de formule voor de elasticiteitsmodulus op basis van spanning en rek?

E = Δσ/Δε in het lineaire elastische gebied.

59
New cards

Welke materiaalkeuze-valkuil zit in de zoutkistvraag uit 2017?

Niet alleen 'sterk' kiezen; je moet ook omgeving, corrosie, productieaantal, vorm, kosten en lange-termijngedrag meenemen.

60
New cards

Waarom kan een metalen zoutkist problematisch zijn?

De kist staat buiten en bevat zout/pekel; corrosie is dus een belangrijke beperking.

61
New cards

Wanneer kies je in een open vraag voor metaal in plaats van composiet?

Bijvoorbeeld als kosten, recyclebaarheid, taaiheid, maakbaarheid of reparatie belangrijker zijn dan gewichtsbesparing/corrosiebestendigheid.

62
New cards

Wat moet je altijd onderbouwen bij een materiaalkeuzevraag?

Functie, belasting, omgeving, productiemethode, kosten en relevante materiaaleigenschappen.

63
New cards

Welke toetsvraag komt vaak terug bij metalen?

Welk dominant verstevigingsmechanisme hoort bij dit fasediagram/legeringssysteem?

64
New cards

Wat moet je bij een metalen-fasediagramvraag altijd noemen?

1. Legeringssysteem, 2. dominant verstevigingsmechanisme, 3. fasen/microstructuur, 4. gevolg voor eigenschappen.

65
New cards

Welke Al-systemen uit de toetsen moet je kunnen koppelen aan mechanisme?

Al-Cu = precipitatieharding; Al-Mg = oplosharding; Al-Si-Mg = precipitatieharding.

66
New cards

Welke Mg-systemen uit de toetsen moet je kunnen koppelen aan mechanisme?

Mg-Zr = korrelverfijning door Zr-kiemplaatsen.

67
New cards

Wat is het verschil tussen een fase en een microstructuur?

Een fase is een gebied met dezelfde structuur/samenstelling; een microstructuur is de ruimtelijke combinatie/vorm van fasen, zoals perliet of martensietplaten.

68
New cards

Wat is perliet?

Een lamellaire eutectoïde microstructuur van ferriet en cementiet.

69
New cards

Wat is ferriet?

α-ijzer met KRG/BCC-rooster; zacht en taai; lost weinig koolstof op.

70
New cards

Wat is austeniet?

γ-ijzer met KVG/FCC-rooster; kan meer koolstof oplossen en is de fase waaruit martensiet ontstaat bij afschrikken.

71
New cards

Wat is cementiet?

IJzercarbide Fe3C; hard en bros.

72
New cards

Wat is martensiet?

Een zeer harde, brosse niet-evenwichtsstructuur die ontstaat door snelle afkoeling van austeniet.

73
New cards

Waarom moet je bij de ontlaatvraag ook microstructuur noemen?

Omdat punten vaak worden gegeven voor carbiden/uitscheidingen en omzetting van restausteniet naar ferriet + cementiet.

74
New cards

Wat is de veiligste korte uitleg van ontlaten op tentamen?

Verwarmen van gehard staal om interne spanningen en brosheid te verminderen; fijne carbiden scheiden uit en taaiheid neemt toe.