begrippen economie integraal hoofdstuk 1

0.0(0)
Studied by 15 people
call kaiCall Kai
Locked
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/31

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 5:11 PM on 9/8/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

32 Terms

1
New cards

Alternatief aanwendbaar

Het verschijnsel dat productiemiddelen op verschillende manieren kunnen worden ingezet in het productieproces.

2
New cards

Appreciatie

Het meer waard worden van een valuta doordat vraag en aanbod op de valutamarkt veranderen.

3
New cards

Arbeidsproductiviteit

De hoeveelheid productie per werkende per tijdseenheid.

4
New cards

Arbeidsverdeling

Het verdelen van taken over verschillende personen of organisaties.

5
New cards

Budgetlijn

Een lijn met alle productcombinaties die je met een bepaald budget en bepaalde prijzen kunt kopen.

6
New cards

Chartaal geld

Munten en bankbiljetten die door het publiek worden aangehouden.

7
New cards

Depreciatie

Het minder waard worden van een valuta doordat vraag en aanbod op de valutamarkt veranderen.

8
New cards

Directe ruil

Het rechtstreeks ruilen van producten tegen andere producten, zonder tussenkomst van geld.

9
New cards

Fiduciair geld

Geld dat waarde heeft omdat mensen erop vertrouwen dat anderen de nominale waarde accepteren.

10
New cards

Flexibele koersen

Wisselkoersen die volledig worden bepaald door vraag en aanbod op de valutamarkt.

11
New cards

Giraal geld

Geld op direct opvraagbare betaal- en spaarrekeningen van het publiek.

12
New cards

Indirecte ruil

Het gebruiken van geld als tussenmiddel bij het ruilen van producten.

13
New cards

Intrinsieke waarde van geld

De waarde van het materiaal waaruit een munt of bankbiljet bestaat.

14
New cards

Koopkracht van het inkomen = reële inkomen

De hoeveelheid producten die je met je inkomen kunt kopen.

15
New cards

Nominaal inkomen

Het inkomen uitgedrukt in geldbedragen, bijvoorbeeld in euro's.

16
New cards

Nominale inkomensstijging

Een stijging van het inkomen gemeten in geldbedragen.

17
New cards

Nominale waarde / extrinsieke waarde van geld

De waarde die op een munt of bankbiljet staat aangegeven en algemeen wordt geaccepteerd.

18
New cards

Besteedbaar inkomen

Het inkomen dat je overhoudt van je bruto-inkomen nadat je belastingen, sociale premies en zorgpremies hebt betaald.

19
New cards

Opofferingskosten

De gemiste opbrengst of waarde van het beste alternatief dat je niet kiest.

20
New cards

Oppotfunctie van geld

De functie waarbij geld tijdelijk niet wordt uitgegeven, maar wordt bewaard voor later.

21
New cards

Publiek (economisch)

Gezinnen, bedrijven en instellingen, met uitzondering van monetaire financiële instellingen (zoals banken) en de rijksoverheid.

22
New cards

Reëel inkomen

Het inkomen uitgedrukt in wat je ermee kunt kopen (de koopkracht van het inkomen).

23
New cards

Reële inkomensstijging

Een stijging van de koopkracht van het inkomen.

24
New cards

Rekenfunctie van geld

De functie van geld die het mogelijk maakt om de waarde van verschillende producten met elkaar te vergelijken.

25
New cards

Ruilfunctie van geld

De functie van geld die het ruilen van producten en diensten gemakkelijker maakt.

26
New cards

Schaarste

De situatie waarin er te weinig beschikbare productiemiddelen zijn om alle menselijke behoeften volledig te vervullen.

27
New cards

Transactiekosten

Alle extra kosten bij het kopen of verkopen van een product, naast de eigenlijke prijs van het product zelf.

28
New cards

Welvaart

De mate waarin mensen in hun behoeften kunnen voorzien, waarbij ook niet-materiële zaken zoals milieu en vrijwilligerswerk meespelen.

29
New cards

Welvaart in enge zin

De koopkracht van het gemiddelde inkomen per inwoner.

30
New cards

Welzijn

De mate waarin iemand zich gelukkig voelt.

31
New cards

Wet van Gresham

Het economische verschijnsel dat minderwaardige betaalmiddelen goede betaalmiddelen uit de omloop verdringen.

32
New cards

Wisselkoers

De waarde van een valuta uitgedrukt in een andere valuta.