1/31
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Alternatief aanwendbaar
Het verschijnsel dat productiemiddelen op verschillende manieren kunnen worden ingezet in het productieproces.
Appreciatie
Het meer waard worden van een valuta doordat vraag en aanbod op de valutamarkt veranderen.
Arbeidsproductiviteit
De hoeveelheid productie per werkende per tijdseenheid.
Arbeidsverdeling
Het verdelen van taken over verschillende personen of organisaties.
Budgetlijn
Een lijn met alle productcombinaties die je met een bepaald budget en bepaalde prijzen kunt kopen.
Chartaal geld
Munten en bankbiljetten die door het publiek worden aangehouden.
Depreciatie
Het minder waard worden van een valuta doordat vraag en aanbod op de valutamarkt veranderen.
Directe ruil
Het rechtstreeks ruilen van producten tegen andere producten, zonder tussenkomst van geld.
Fiduciair geld
Geld dat waarde heeft omdat mensen erop vertrouwen dat anderen de nominale waarde accepteren.
Flexibele koersen
Wisselkoersen die volledig worden bepaald door vraag en aanbod op de valutamarkt.
Giraal geld
Geld op direct opvraagbare betaal- en spaarrekeningen van het publiek.
Indirecte ruil
Het gebruiken van geld als tussenmiddel bij het ruilen van producten.
Intrinsieke waarde van geld
De waarde van het materiaal waaruit een munt of bankbiljet bestaat.
Koopkracht van het inkomen = reële inkomen
De hoeveelheid producten die je met je inkomen kunt kopen.
Nominaal inkomen
Het inkomen uitgedrukt in geldbedragen, bijvoorbeeld in euro's.
Nominale inkomensstijging
Een stijging van het inkomen gemeten in geldbedragen.
Nominale waarde / extrinsieke waarde van geld
De waarde die op een munt of bankbiljet staat aangegeven en algemeen wordt geaccepteerd.
Besteedbaar inkomen
Het inkomen dat je overhoudt van je bruto-inkomen nadat je belastingen, sociale premies en zorgpremies hebt betaald.
Opofferingskosten
De gemiste opbrengst of waarde van het beste alternatief dat je niet kiest.
Oppotfunctie van geld
De functie waarbij geld tijdelijk niet wordt uitgegeven, maar wordt bewaard voor later.
Publiek (economisch)
Gezinnen, bedrijven en instellingen, met uitzondering van monetaire financiële instellingen (zoals banken) en de rijksoverheid.
Reëel inkomen
Het inkomen uitgedrukt in wat je ermee kunt kopen (de koopkracht van het inkomen).
Reële inkomensstijging
Een stijging van de koopkracht van het inkomen.
Rekenfunctie van geld
De functie van geld die het mogelijk maakt om de waarde van verschillende producten met elkaar te vergelijken.
Ruilfunctie van geld
De functie van geld die het ruilen van producten en diensten gemakkelijker maakt.
Schaarste
De situatie waarin er te weinig beschikbare productiemiddelen zijn om alle menselijke behoeften volledig te vervullen.
Transactiekosten
Alle extra kosten bij het kopen of verkopen van een product, naast de eigenlijke prijs van het product zelf.
Welvaart
De mate waarin mensen in hun behoeften kunnen voorzien, waarbij ook niet-materiële zaken zoals milieu en vrijwilligerswerk meespelen.
Welvaart in enge zin
De koopkracht van het gemiddelde inkomen per inwoner.
Welzijn
De mate waarin iemand zich gelukkig voelt.
Wet van Gresham
Het economische verschijnsel dat minderwaardige betaalmiddelen goede betaalmiddelen uit de omloop verdringen.
Wisselkoers
De waarde van een valuta uitgedrukt in een andere valuta.