1/51
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced |
---|
No study sessions yet.
aanleren van analogieredeneringen
bij het aanleren van onveranderlijke woorden onderscheiden we drie instructieprincipes: visuele inprenting, analogie en regel
analogie
uitgaande van een grondwoord, leren leerlingen nieuwe doelwoorden te spellen (op basis van het grondwoord mier leer je vier en kier)
regel
gebaseerd op de eigenaardigheden van de Nederlandse spelling
aanleren van regels
bij het aanleren van onveranderlijke woorden onderscheiden we drie instructieprincipes: visuele inprenting, analogie en regel
algoritmische methode (werkwoordspelling)
een handelingsvoorschrift dat, als het goed wordt uitgevoerd, steeds een goede oplossing geeft bij de werkwoordspelling
analogiemethode (werkwoordspelling)
een aanpak voor de werkwoordspelling, waarbij de leerlingen voorbeeldwerkwoorden gebruiken voor de juiste werkwoordspelling
analogiestrategie
fonologische strategie, woordbeeldstrategie, regelstrategie, analogiestrategie (een woord schrijven door het te vergelijken met een ander woord)
auditief dictee
veel voorkomende oefenvorm in het spellingonderwijs
auditief-visueel dictee
de leerlingen krijgen het op te schrijven woord te zien en te horen
betrouwbaarheid
een poetsscore is onder alle omstandigheden gelijk
cito LOVS spelling
spellingtoets van cito (176 woorden verdeeld over 9 dictees)
elementaire spellinghandeling
de eerste spellingstrategie die de leerlingen zich eigen maakt (splitsen, hakken plakken)
etymologisch principe
de geschiedenis van een woord is bepalend voor de schrijfwijze
flexibele aanpak
het gebruik van meerdere strategieën om tot de juiste spelling van een woord te komen
fonetische fouten
spelfouten op basis van spellingsstrategie, didactische aanpak, orientatiefouten, regelfouten of materiaalfouten
fonologische strategie
een woord in afzonderlijke klanken of klankgroepen opsplitsen en daar de bijbehorende letters voor schrijven
groepsdictee
een dictee waarbij in een groepje een dictee wordt afgenomen door een van de leerlingen
hulpstrategie
Gebruikmaken van zelfbedachte geheugensteuntjes of ezelsbruggetjes
inprenting
het aanleren van onveranderlijke woorden
visuele inprenting
leerlingen krijgen afzonderlijke woorden te zien en spreken dat woord uit
interpunctie
het plaatsen van leestekens in geschreven taal
klassikaal dictee
een dictee waarbij de leerkracht het dictee aan de hele klas afneemt
kwalitatieve analyse
een foutenanalyse van een dictee waarbij er gelet wordt op de fouten in spellingcategorieën
kwantitatieve analyse
een foutenanalyse van een dictee waarbij er gelet wordt op het aantal goed geschreven woorden
materiaalfouten
worden veroorzaakt door eigenaardigheden van het spellingsysteem (bijv. g ipv. ch)
morfologisch principe
regel van de gelijkvormigheid en overeenkomst
objectiviteit
er zijn duidelijke interpretatievoorschriften voor de toets
fonologisch niveau
de klankvorm staat centraal
morfologisch niveau
de opbouw van een woord staat centraal
orthografisch niveau
oefeningen die bedoel zijn om de schrijfwijze van woorden in te prenten
semantisch niveau
betekenis van een woord staat centraal
syntactisch niveau
gebruik van een woord in een zin staat centraal
oriëntatiefouten
bijv. een b ipv. d schrijven (visuele orientatie)
partnerdictee
twee leerlingen overhoren elkaar
Pl-dictee
135 zelfstandignaamwoorden verdeeld over negen blokken
regelfouten
ontstaan door het niet of onjuist toepassen van spellingsregels
regelmethode
het aanleren van regels voor de werkwoordspelling
regelstrategie
bij het schrijven van een niet-klankzuiger woord een spellingregel toepassen
schriftsystemen
een systeem om gesproken taal (schriftelijk) vast te leggen
pictografisch schrift
de menselijke taal weergegeven met behulp van tekeningen en afbeeldingen
logografisch schrift
elk gesproken woord wordt weergegeven door een plaatje (bijv chinees)
alfabetisch schrift
afzonderlijke spraakklanken van een woord worden met afzonderlijke tekens weergegeven
spellingattitude
de door de taalgebruiker gevoelde noodzaak om in zijn schrijfwerk aandacht te besteden aan correcte spelling
spellingcategorieen
groep woorden met dezelfde spellingmoeilijkheid
spellinghervorming
de door de overheid vastgestelde wijzigingen van de Nederlandse spelling
spellingstrategieen
de aanpak die iemand gebruikt om tot de juiste schrijfwijze van een woord te komen
syllabisch principe
syllabes of klankdelen van een woord zijn bepalend voor de spelling ervan
validiteit
de toets meet wat de toets moet meten
visueel dictee
de leerlingen krijgen de woorden eerst te zien, als ze het opschrijven is het woord niet meer zichtbaar
werkwoordspelling
de schrijfwijze van de werkwoorden
woordbeeldstrategie
een beroep doen op het woordgeheugen. vooral bruikbaar bij leenwoorden en bij woorden met klanken die op verschillende manieren worden geschreven (ei-ij, ou-au, g-ch)
zelfdictee
een leerling geeft zichzelf een dictee (kijkt naar het woord, draait het om en schrijft het op)