Nederlands in de bovenbouw spelling | Quizlet

0.0(0)
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
Card Sorting

1/51

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Study Analytics
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced

No study sessions yet.

52 Terms

1
New cards

aanleren van analogieredeneringen

bij het aanleren van onveranderlijke woorden onderscheiden we drie instructieprincipes: visuele inprenting, analogie en regel

2
New cards

analogie

uitgaande van een grondwoord, leren leerlingen nieuwe doelwoorden te spellen (op basis van het grondwoord mier leer je vier en kier)

3
New cards

regel

gebaseerd op de eigenaardigheden van de Nederlandse spelling

4
New cards

aanleren van regels

bij het aanleren van onveranderlijke woorden onderscheiden we drie instructieprincipes: visuele inprenting, analogie en regel

5
New cards

algoritmische methode (werkwoordspelling)

een handelingsvoorschrift dat, als het goed wordt uitgevoerd, steeds een goede oplossing geeft bij de werkwoordspelling

6
New cards

analogiemethode (werkwoordspelling)

een aanpak voor de werkwoordspelling, waarbij de leerlingen voorbeeldwerkwoorden gebruiken voor de juiste werkwoordspelling

7
New cards

analogiestrategie

fonologische strategie, woordbeeldstrategie, regelstrategie, analogiestrategie (een woord schrijven door het te vergelijken met een ander woord)

8
New cards

auditief dictee

veel voorkomende oefenvorm in het spellingonderwijs

9
New cards

auditief-visueel dictee

de leerlingen krijgen het op te schrijven woord te zien en te horen

10
New cards

betrouwbaarheid

een poetsscore is onder alle omstandigheden gelijk

11
New cards

cito LOVS spelling

spellingtoets van cito (176 woorden verdeeld over 9 dictees)

12
New cards

elementaire spellinghandeling

de eerste spellingstrategie die de leerlingen zich eigen maakt (splitsen, hakken plakken)

13
New cards

etymologisch principe

de geschiedenis van een woord is bepalend voor de schrijfwijze

14
New cards

flexibele aanpak

het gebruik van meerdere strategieën om tot de juiste spelling van een woord te komen

15
New cards

fonetische fouten

spelfouten op basis van spellingsstrategie, didactische aanpak, orientatiefouten, regelfouten of materiaalfouten

16
New cards

fonologische strategie

een woord in afzonderlijke klanken of klankgroepen opsplitsen en daar de bijbehorende letters voor schrijven

17
New cards

groepsdictee

een dictee waarbij in een groepje een dictee wordt afgenomen door een van de leerlingen

18
New cards

hulpstrategie

Gebruikmaken van zelfbedachte geheugensteuntjes of ezelsbruggetjes

19
New cards

inprenting

het aanleren van onveranderlijke woorden

20
New cards

visuele inprenting

leerlingen krijgen afzonderlijke woorden te zien en spreken dat woord uit

21
New cards

interpunctie

het plaatsen van leestekens in geschreven taal

22
New cards

klassikaal dictee

een dictee waarbij de leerkracht het dictee aan de hele klas afneemt

23
New cards

kwalitatieve analyse

een foutenanalyse van een dictee waarbij er gelet wordt op de fouten in spellingcategorieën

24
New cards

kwantitatieve analyse

een foutenanalyse van een dictee waarbij er gelet wordt op het aantal goed geschreven woorden

25
New cards

materiaalfouten

worden veroorzaakt door eigenaardigheden van het spellingsysteem (bijv. g ipv. ch)

26
New cards

morfologisch principe

regel van de gelijkvormigheid en overeenkomst

27
New cards

objectiviteit

er zijn duidelijke interpretatievoorschriften voor de toets

28
New cards

fonologisch niveau

de klankvorm staat centraal

29
New cards

morfologisch niveau

de opbouw van een woord staat centraal

30
New cards

orthografisch niveau

oefeningen die bedoel zijn om de schrijfwijze van woorden in te prenten

31
New cards

semantisch niveau

betekenis van een woord staat centraal

32
New cards

syntactisch niveau

gebruik van een woord in een zin staat centraal

33
New cards

oriëntatiefouten

bijv. een b ipv. d schrijven (visuele orientatie)

34
New cards

partnerdictee

twee leerlingen overhoren elkaar

35
New cards

Pl-dictee

135 zelfstandignaamwoorden verdeeld over negen blokken

36
New cards

regelfouten

ontstaan door het niet of onjuist toepassen van spellingsregels

37
New cards

regelmethode

het aanleren van regels voor de werkwoordspelling

38
New cards

regelstrategie

bij het schrijven van een niet-klankzuiger woord een spellingregel toepassen

39
New cards

schriftsystemen

een systeem om gesproken taal (schriftelijk) vast te leggen

40
New cards

pictografisch schrift

de menselijke taal weergegeven met behulp van tekeningen en afbeeldingen

41
New cards

logografisch schrift

elk gesproken woord wordt weergegeven door een plaatje (bijv chinees)

42
New cards

alfabetisch schrift

afzonderlijke spraakklanken van een woord worden met afzonderlijke tekens weergegeven

43
New cards

spellingattitude

de door de taalgebruiker gevoelde noodzaak om in zijn schrijfwerk aandacht te besteden aan correcte spelling

44
New cards

spellingcategorieen

groep woorden met dezelfde spellingmoeilijkheid

45
New cards

spellinghervorming

de door de overheid vastgestelde wijzigingen van de Nederlandse spelling

46
New cards

spellingstrategieen

de aanpak die iemand gebruikt om tot de juiste schrijfwijze van een woord te komen

47
New cards

syllabisch principe

syllabes of klankdelen van een woord zijn bepalend voor de spelling ervan

48
New cards

validiteit

de toets meet wat de toets moet meten

49
New cards

visueel dictee

de leerlingen krijgen de woorden eerst te zien, als ze het opschrijven is het woord niet meer zichtbaar

50
New cards

werkwoordspelling

de schrijfwijze van de werkwoorden

51
New cards

woordbeeldstrategie

een beroep doen op het woordgeheugen. vooral bruikbaar bij leenwoorden en bij woorden met klanken die op verschillende manieren worden geschreven (ei-ij, ou-au, g-ch)

52
New cards

zelfdictee

een leerling geeft zichzelf een dictee (kijkt naar het woord, draait het om en schrijft het op)