Kaarten: Nederlands in de bovenbouw mondelinge taalvaardigheid | Quizlet

0.0(0)
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
Card Sorting

1/53

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Study Analytics
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced

No study sessions yet.

54 Terms

1
New cards

begrijpend luisteren

verwijst naar de auditieve tegenhanger van begrijpend lezen

2
New cards

cognitieve academische taalvaardigheid (CAT)

De vaardigheid om taal op een abstract niveau te kunnen gebruiken om zo in een schoolse context nieuwe informatie te kunnen verwerven en verwerken.

3
New cards

cognitieve taalfuncties

de spreker hanteert cognitieve functies van taal om te verwijzen naar betekenissen en concepten. via taal benoemt en ordent hij de werkelijkheid

4
New cards

Communicatief taalonderwijs

het vergroten van de communicatieve competentie en weerbaarheid van de leerlingen

5
New cards

communicatieve competentie

het vermogen tot communiceren

6
New cards

grammaticale competentie

de taalgebruiker beschikt over fonologische en syntactische vaardigheden en over een adequate woordenschat

7
New cards

tekstuele competentie

de taalgebruiker is vaardig in het doorzien van de opbouw van teksten en kan teksten structureren

8
New cards

strategische competentie

de taalgebruiker kan strategieën hanteren om communicatieve doelen te bereiken

9
New cards

functionele competentie

de taalgebruiken kan zijn taalgebruik aanpassen aan specifieke contexten

10
New cards

convergente vragen

vragen die leiden tot 1 voorspelbaar antwoord (dat goed of fout is)

11
New cards

dagelijks algemeen taalgebruik (DAT)

concrete taal die een kind in dagelijkse situaties verwerft en in dagelijkse situaties nodig heeft

12
New cards

divergente vragen

vragen die de leerling creatief laten denken en zelf formuleren (waarbij het antwoord niet direct voorspelbaar is)

13
New cards

feedback

de leraar schenkt in zijn reactie op leerlingen aandacht aan verbeteren

14
New cards

functies van taal

de verschillende gebruiksmogelijkheden van taal

15
New cards

communicatieve functie van taal

taal wordt gebruikt om te communiceren met anderen

16
New cards

conceptualiserende functie van taal

taal wordt gebruikt om de werkelijkheid te ordenen

17
New cards

expressieve functie van taal

taal wordt gebruikt om uitdrukking te geven aan persoonlijke emoties

18
New cards

gesprekspatronen

de manieren waarop de bijdragen aan een gesprek zijn gestructureerd

19
New cards

gesprekssituaties

situaties waarin een gesprek plaatsvindt (ook wel communicatieve situatie)

20
New cards

gesprekssoorten

verschillende soorten mondelinge teksten (bijv. kringgesprek, interview, uitleg)

21
New cards

interactie

een onderwijssituatie waarbij leerlingen vooral zelf aan het woord komen

22
New cards

interactief taalonderwijs

hierbij gaat het om het vergroten van de grammaticale, tekstuele, communicatieve, strategische en sociolinguĂŻstische competentie van de leerlingen

23
New cards

jeugdliteratuur

taaldomein waarin het stimuleren van het lezen van literaire teksten centraal staat

24
New cards

kerndoelen

een beschrijving van wat er op een vakgebied aangeboden moet worden

25
New cards

kritisch luisteren

luisteren met de bedoeling om je een mening te vormen

26
New cards

luisterdoelen

de luisteraar kan bij het luisteren verschillende doelen hanteren (iets te weten komen, mening vormen, handelingen uitvoeren)

27
New cards

luistervaardigheid

de luisteraar koppelt betekenissen aan klanken

28
New cards

mondeling presenteren

de spreker houdt een voordracht in de vorm van een monoloog

29
New cards

referentieniveaus

een beschrijving van het niveau dat leerlingen op de diverse taaldomeinen moeten halen

30
New cards

relaties in teksten

de denkrelaties die in een tekst tussen woorden, woordgroepen en zinnen worden uitgedrukt

31
New cards

schrijven / lezen

schrijven is de vaardigheid om een tekst te kunnen schrijven, lezen is de vaardigheid om een tekst te kunnen lezen en begrijpen

32
New cards

sociale taalfuncties

de spreker hanteert sociale taalfuncties die betrekking hebben op de interactie tussen mensen

33
New cards

spreekdoelen

een spreker heeft bewust of onbewust altijd een doel moet wat hij zegt

34
New cards

spreektechniek

de spreker heeft controle over zijn tong-, lip-, en gehemtespieren, zodat hij klanken op een juiste manier kan produceren (onderdeel van logopedie)

35
New cards

spreekvaaridgheid

de vaardigheid om goed te kunnen spreken

36
New cards

spreken / luisteren

spreken is spreken in een geĂŻsoleerde situatie (bijv. spreekbeurt), luisteren is luisteren in een geĂŻsoleerde situatie (bijv. naar een verhaal)

37
New cards

strategisch taalonderwijs

leerlingen bewust maken van strategieën voor compleet taaltaken in relatie tot hun doel

38
New cards

taakgericht taalonderwijs

hierbij gaat het om het vergroten van de communicatieve competentie en weerbaarheid van de leerlingen

39
New cards

taal bij alle vakken

hierbij gaat het om een optimaal gebruik van taal bij alle vakken

40
New cards

taalaanbod

de taal die de leerkracht aan de leerlingen aanbiedt

41
New cards

taalachterstand

een relatief laag taalvaardigheidsniveau in vergelijking met moedertaalsprekers van ongeveer dezelfde leeftijd

42
New cards

taalbeschouwing

taaldomein waarin het reflecteren op taal als systeem, op het gebruik van taal en op de functie van taal centraal staat

43
New cards

taalfuncties

de verschillende gebruiksmogelijkheden van taal

44
New cards

communicatieve functie van taal

taal wordt gebruikt om te communiceren met anderen

45
New cards

conceptualiserende functie van taal

taal wordt gebruikt om de werkelijkheid te ordenen

46
New cards

expressieve functie van taal

taal wordt gebruikt om uitdrukking te geven aan persoonlijke emoties

47
New cards

taalgebruiksbewustzijn

de taalgebruiker bezit het vermogen zijn eigen mondelinge taalgedrag tot object van denken te maken

48
New cards

taalontwikkelingsfasen

de fasen die een kind achtereenvolgens doorloopt in zijn moedertaalontwikkeling

49
New cards

taalvariatie

De verscheidenheid in taalgebruik tussen mensen en groepen mensen. De concrete verschijningsvormen van taalvariatie worden taalvariëteiten genoemd.

50
New cards

taalverwerving

Het verwerven van spraak en het verwerven van inzicht in het hanteren van grammaticale en communicatieve regels.

51
New cards

technisch luisteren

luisteren waarbij het gaat om de verschillen tussen klanken te horen of om het nazeggen van aangeboden informatie

52
New cards

traditioneel taalonderwijs

taalonderwijs dat overwegend gericht is op vorm, dat is opgedeeld in afzonderlijke deelgebieden en dat binnen die domeinen verschillende deelvaardigheden onderscheidt en instrueert

53
New cards

voor- en vroegschoolse educatie (VVE)

Programma's voor voor- en vroegschoolse educatie (VVE) met als doel kinderen in achterstandssituaties extra te stimuleren in hun (taal)ontwikkeling om zo de start in het basisonderwijs te vergemakkelijken.

54
New cards

woordenschat

taaldomein waarin het verwerven van woordvormen en woordbetekenissen centraal staat