1/50
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
wat is de relatie tussen contractie en Ca2+ stroom voor een hartspier?
→ nauwe correlatie: Ca2+ influx via L-type/spanningsafhankelijke Ca2+ kanalen is wel essentieel voor initiatie contractie (<-> skelet)

vergelijk de relatie tussen contractie en Ca2+ stroom door L-type/spanningsafhankelijke Ca2+ kanalen bij skelet- en hartspiercellen
skelet: enkel beweging spanningssensor L-type kanaal essentieel (actief/inactief zijn kanaal)
hart: Ca2+ influx door L-type kanaal essentieel

hoe werkt de excitatie-contractie koppeling in een hartspiercel?
gelijkaardig aan skeletspier:
AP → T-tubuli depolariseren
→ openen spanningsafhankelijke Ca2+ kanalen in plasmamembraan (CaV1.2) → Ca2+ influx
→ openen calciumgevoelige ryanodine receptoren 2 (RyR2) in sarcoplasmatisch reticulum
→ Ca2+ komt vrij vanuit SR → stijging intracellulaire Ca2+ conc
→ activering dwarsbrugcyclus

wat is het verschil tussen skeletspiercel en hartspiercel bij excitatie-contractie koppeling?
L-type Ca kanaal in plasmamembraan
skelet: DHPR
hart: CaV1.2
RyR kanaal in SR
skelet: RyR1 (fysieke interactie met DHPR)
hart: RyR2 (calciumgevoelig)
trigger Ca2+ release uit SR door RyR:
skelet: openen DHPR → verbreekt interactie tsn DHPR en RyR1
hart: Ca2+ influx door L—type Ca kanaal
wat zijn de kenmerken van ryanodine receptoren?
= calcium release kanalen in SR van spiercellen
6 TM domeinen
tetrameer
groot cytosolisch domein
variatie in regulatie
welke soort ryanodine receptoren zijn er?
RyR1 → skeletspier
RyR2 → hart
RyR3 → gladde spier, epitheel, hersenen, endotheel, etc
waar vinden we RyR1?
skeletspier
waar vinden we RyR2?
hartspier
waar vinden we RyR3?
gladde spiercellen, endotheel, epitheel, hersenen, etc
welk voor soort receptoren vinden we in SR van skeletspieren?
RyR1
welk voor soort receptoren vinden we in SR van hartspier?
RyR2
welk voor soort receptoren vinden we in SR van gladde spieren, endotheel, hersenen, epitheel, etc? AANVULLEN
RyR3
wat is het relaxatiemechanisme van hartspiercellen?
relaxatie = daling intracellulaire Ca2+ concentratie → na wegpompen Ca uit cytoplasma (<10-7M)
NCX (25%): Natrium Calcium Exchanger: 3 Na nr binnen, 1 Ca2+ nr buiten → belangrijk voor snelle relaxatie hartspier
SERCa/PMCa pomp (75%):
SERCa nr SR
PMCa nr buiten
→ extracelullaire Ca2+ conc wel belangrijk voor hartspier: Ca2+ influx nodig voor initiatie contractie + bij relaxatie veel Ca2+ verlies dat moet w gecompenseerd

vergelijk relaxatiemechanismen bij hartspier en skeletspier
skelet: SERCa pomp (90%)
relaxatie: recycleert Ca2+ naar SR
initiatie contractie: geen Ca2+ influx nodig
→ contractie/relaxatie niet afhankelijk van extracellulaire Ca2+concentratie
hart: NXC (25%) + SERCa/PMCa pomp (75%)
relaxatie: Ca2+ vnml uit cel gepompt (snelle relaxatie)
initiatie contractie: Ca2+ influx nodig
→ contractie/relaxatie wel afhankelijk van extracelullaire Ca2+ concentratie
hoe wordt de intracellulaire Ca2+ concentratie verlaagd in hartspiercellen vs skeletspiercellen?
hart: NXC (25%) + SERCa/PMCa pomp (75%)
skelet: SERCa (90%)
hoe kan de hartspiercontractie worden versterkt?
door stimulatie van bèta adrenerge receptoren, dus door adrenaline
wat doet adrenaline met het hart?
stijging contractiekracht
stijging hartritme (snellere relaxatie)
hoe zorgt adrenaline voor het verhogen van de contractiekracht?
adrenaline bindt aan receptor (= Gs-type G proteïne)
activatie adenylaatcyclase → ATP omzetten naar cAMP
activatie proteïne kinase A → fosforyleert targets (fosforylatie zorgt voor meer activatie):
L-type Ca2+ kanaal
RyR2
PLB (fosfolamban)
troponine-I
→ meer Ca2+ vrijzetting uit SR → meer contractie
→ meer SERCa activiteit (PLB): snellere relaxatie (want hartslagen volgen elkaar sneller op)

welke targets worden gefosforyleerd door proteïne kinase A bij stimulatie van bèta adrenerge receptor in hartspiercel?
L-type Ca2+ kanaal → meer Ca2+ influx
RyR → meer Ca2+ release uit SR
PLB (fosfolamban) → snellere relaxatie (meer activatie SERCa pomp)
troponine-I → snellere relaxatie

hoe komt het dat adrenaline, dat de contractiekracht verhoogt, ook nog SERCa pomp (relaxatie mechanisme) verhoogt?
meer contractiekracht → hartslagen volgen elkaar sneller op → snellere relaxatie nodig
werking:
activatie bèta1 adrenerge receptor door adrenaline → activatie adenylylcyclase
omzetting ATP naar cAMP → activatie proteïne kinase A
proteïne kinase A fosforyleert (oa) PLB (fosfolamban) → meer activatie SERCa → snellere relaxatie
wat is PLB en welke rol heeft het in hartspiercellen?
= fosfolamban: activeert SERCa pomp in hartspier → snellere relaxatie
wordt gefosforyleerd/geactiveerd door proteïne kinase A na stimulatie bèta1 adrenerge receptor door adrenaline
wat zijn positieve ionotropica?
stoffen die de contractiekracht van het hart verhogen → worden gebruikt bij bv hartfalen
geef voorbeelden van positieve ionotropica
catecholamines, bv adrenaline → bèta receptor agonisten (stimuleren receptor)
PDE inhibitors → remmen afbraak cAMP
Ca2+ sensitizers → verhogen affiniteit van sarcomeer voor Ca2+
via welke manieren kunnen positieve ionotropica werken? geef vb
bèta-receptor agonisten (stimuleren receptor) → catecholamines, bv adrenaline
remmen afbraak cAMP → PDE inhibitors
verhogen affiniteit van sarcomeer voor Ca2+ → Ca2+ sensitizers
wat is het verschil in initiatie van contractie bij skelet/hartspier en gladde spier?
hart/skelet: strikt gekoppeld aan AP (elektrisch signaal)
glad: AP in deze cellen veel minder eenvormig + contractie niet per se gekoppeld aan AP (niet per se elektrisch)
hoe gebeurt de initiatie van contractie in gladde spiercellen?
meeste types: dmv NT
andere: spontane contractie (pacemakercellen)
membraan-uitrekking/mechanische stimulus
wat is kenmerkend aan contractie van gladde spiercellen?
contracties zijn heel traag en duren heel lang
van wat is de dwarsbrugcyclus van gladde spiercellen afhankelijk (in essentie)?
in essentie: Ca2+ afhankelijk (idem hart en skelet)
MAAR:
bron Ca2+ minder eenvormig dan bij skelet/hart
Ca2+ gevoeligheid kan w aangepast door Ca2+ onafhankelijke signaaltransductiecascades → ook schijnbaar Ca2+ onafhankelijke contracties
→ vooral evenwicht tussen gefosforyleerde en gedefosforyleerde MLC bepaalt contractie → activiteit MLCK en MLCP cruciaal
hoe wordt de spanningsafhankelijkheid van contractie in gladde spieren bepaald?
→ door type kanaal dat zorgt voor de Ca2+ influx:
L-type/spanningsafhankelijk Ca2+ kanaal: meer depolarisatie → meer kanalen open → contractie
ROC/SOC: meer depolarisatie → minder drijvende kracht Ca2+ influx → relaxatie → dus hier: hyperpolarisatie zorgt voor contractie!
welke voor soort Ca2+ influx kanalen zijn er in gladde spiercellen?
L-type/spanningsafhankelijk (idem skelet/hart) → actief door depolarisatie
ROC: receptor operated Ca channel → actief bij activatie receptor
SOC: store operated Ca channel → actief door vrijzetten Ca2+ uit SR (→ omgekeerde volgorde dan bij skelet/hart!)
bij gladde spiercellen met ROC/SOC als Ca2+ influx kanaal zorgt … voor contractie, hoe komt dit?
→ hyperpolarisatie:
kanalen niet spanningsafhankelijk (AP) → membraanpotentiaal bepaalt vooral drijvende kracht Ca2+
bij hyperpolarisatie: meer influx van Ca2+ (drijvende kracht)
→ contractie
welke soorten contractie via NT in gladde spiercellen zijn er?
depolarisatie afhankelijke contractie
depolarisatie onafhankelijke contractie
hoe werkt de depolarisatie afhankelijke contractie via NT in gladde spieren?
alfa1 adrenerge receptor actief door binden adrenaline/noradrenaline
activatie fosfolipase C → omzetting PIP2 in IP3 + DAG
IP3 activeert IP3-gevoelige Ca release kanalen op SR → Ca2+ release vanuit SR naar cytosol
activatie reeks Ca2+ gevoelige ionenkanalen → depolarisatie (AP)
AP activeert spanningsafhankelijke Ca2+ kanaal in plasmamembraan → Ca2+ influx activeert MLCK
MLCK fosforyleert myosinehoofdjes → contractie
→ hoe meer depolarisatie, hoe meer contractie

hoe werkt de depolarisatie onafhankelijke contractie via NT in gladde spieren?
alfa1 adrenerge receptor actief door binden adrenaline/noradrenaline
activatie fosfolipase C → omzetting PIP2 in IP3 + DAG
IP3 activeert IP3-gevoelige Ca release kanalen op SR → Ca2+ release vanuit SR naar cytosol
DAG activeert…
ROC (receptor operated cation channel) → influx Ca2+ → stijging intracellulaire Ca2+ conc
proteïne kinase C → verhoging Ca2+ gevoeligheid contractie
Ca2+ conc hoog → activatie MLCK
MLCK fosforyleert myosinehoofdjes → contractie
→ hoe meer depolarisatie, hoe minder contractie (want minder Ca2+ influx)

hoe kan de Ca2+ gevoeligheid van contractie in gladde spieren worden aangepast?
→ modulatie van MLCP en MLCK
inhibitie MLCP/activatie MLCK → hogere Ca2+ gevoeligheid
activereing MLCP/inhibitie MLCK → lagere Ca2+ gevoeligheid

welke stoffen kunnen zorgen voor een hogere Ca2+ gevoeligheid in gladde spieren?
inhibitie MLCP → rho-kinase
activatie MLCK → CaM
→ meer gefosforyleerde myosinehoofdjes → meer contractie bij zelfde Ca2+ stijging

welke stoffen kunnen zorgen voor een lagere Ca2+ gevoeligheid in gladde spieren?
activatie MLCP → PKA en PKG (door bv NO)
inhibitie MLCK
→ minder gefosforyleerde myosinehoofdjes → minder contractie bij zelfde Ca2+ stijging
gladde spiercellen in verschillende organen hebben verschillende eigenschappen, geef hier een concreet voorbeeld van
bv bij allergische reactie → vrijzetting histamine, bindt aan andere soorten receptoren:
bloedvaten: H2 receptor → Gs-type → productie cAMP → PKA → inhibitie MLCK → relaxatie, aka bloeddruk daling
longen (bronchiolen): H1 receptor → Gq-type → PLC → Ca2+ conc stijging → contractie, aka bronchioconstrictie
→ zelfde hormoon heeft tegengestelde werking op gladde spiercellen
hoe werkt de behandeling van anafylactische schok?
→ via bèta adrenerge agonisten: adrenaline
in long (bronchiolen): bèta2 receptor → Gs-type → productie cAMP → PKA → inhibitie MLCK → relaxatie bronchiolen (effect histamine (contractie) tegengaan)
bloedvaten: alfa1 receptor → Gq-type → PLC → IP3 → Ca2+ vrijzetting → activatie MLCK → contractie bloedvaten/stijging bloeddruk (effect histamine (relaxatie/bloeddrukdaling) tegengaan)
op welke manieren/niveau’s kan de gladde spiertonus in bloedvaten worden gemodeleerd?
ionenkanalen en pompen
stijging Ca2+ concentratie → contractie (vasoconstrictie)
daling Ca2+ concentratie → relaxatie (vasodilatie)
soorten receptoren/NT
bv adrenerge receptor: alfa1 → agonist zorgt voor stijging Ca2+ → contractie
bv adrenerge receptor: bèta2 → agonist zorgt voor inhibitie MLCK → relaxatie
neuropeptides van autonoom zs
angiotensine receptor AT1 → agonist zorgt voor stijging Ca2+ → contractie
angiotensine receptor AT2 → agonist zorgt voor NO release → relaxatie
hoe werkt de excitatie-contractie koppeling in skeletspiercel?
AP → T-tubuli depolariseren
→ openen spanningsafhankelijke Ca2+ kanalen in plasmamembraan (DHPR) → Ca2+ influx + bewegen spanningssensor
→ openen ryanodine receptoren 1 (RyR1) in sarcoplasmatisch reticulum door verbreken fysieke interactie DHPR en RyR1 (d bewegen spanningssensor)
→ Ca2+ komt vrij vanuit SR → stijging intracellulaire Ca2+ conc
→ activering dwarsbrugcyclus

wat is DHPR?
= spanningsafhankelijk (L-type) Ca2+ kanaal: dihydropyridine receptor
in plasmamembraan skeletspiercel
w geactiveerd d AP
activeert zelf RyR1
wat is RyR1?
= Ryanodine receptor 1 in sarcoplasmatisch reticulum skeletspiercel
w geactiveerd door DHPR
wanneer actief: Ca2+ van SR in cel → stijging intracellulaire Ca2+ → start dwarsbrugcyclus
waarom is een dicht netwerk van T-tubuli in skeletspiercellen belangrijk?
fysieke interactie tussen DHPR (plasmamembraan) en RyR1 (SR) nodig voor start dwarsbrugcyclus → moeten dicht genoeg zitten → dicht T-tubuli netwerk nodig
wat is de relatie tussen contractie en Ca2+ stroom in skeletspiercel?
→ geen correlatie tsn kracht en grotere depolarisatie: enkel beweging spannings-sensor v DHPR is cruciaal voor excitatie-contractie koppeling:
negatieve Vm: alle DHPR gesloten → geen krachtontwikkeling (spier in rust)
depolarisatie → DHPR openen → krachtontwikkeling
grotere depolarisatie → meer DHPR open → meer krachtontwikkeling
MAAR: depolarisatie tot evenwichtspotentiaal Ca2+ → DHPR open, maar geen Ca2+ influx → nogsteeds max krachtontwikkeling → enkel openen DHPR

is de Ca2+ stroom doorheen DHPR (spanningsafhankelijke Ca kanaal) essentieel voor excitatie-contractie koppeling in skeletspier?
nee, enkel de beweging van de spannings-sensor is belangrijk → activeert RyR1 → deze intracellulaire Ca2+ conc stijging zorgt voor start dwarsbrugyclus
hoe werkt de fysieke interactie tussen DHPR en RyR1 in skeletspiercellen?
DHPR (plasmamembraan) gesloten → houdt RyR1 (SR) gesloten → geen Ca2+ vrijzetting vanuit SR → spier in rust
DHPR openen door AP → interactie tsn DHPR en RyR1 wordt opgeheven (‘kurk uit fles’) → RyR1 openen → Ca2+ vrijzetting vanuit SR → contractie

door wat kan DHPR geblokkeerd worden?
door dihydropyridine-klasse producten:
nifedipine
nimodipine
wat is nifedipine?
= dihydropyridine-klasse product, kan DHPR in skeletspiercel blokkeren
wat is nimodipine?
= dihydropyridine-klasse product, kan DHPR in skeletspiercel blokkeren
wat is het relaxatiemechanisme van skeletspiercellen?
relaxatie = daling intracellulaire Ca2+ concentratie → na wegpompen Ca uit cytoplasma (<10-7M)
SERCa pomp (90%): Ca2+ terugpompen naar SR
→ voor skeletspier niet belangrijk of er extracellulair Ca2+ aanwezig is (recycleert)
