Economie Begrippen: Behoeften, Inkomsten, Uitgaven en Budgetteren

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
Locked
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/19

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

Een overzicht van de belangrijkste economische begrippen rondom behoeften, middelen, inkomsten, uitgaven en budgetteren.

Last updated 2:17 PM on 9/25/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

20 Terms

1
New cards

Alternatief aanwendbaar

Middelen kun je op verschillende manieren inzetten om in je behoeften te voorzien.

2
New cards

Behoefte

Alles wat je graag wilt hebben of nodig hebt. Er zijn primaire en secundaire behoeften.

3
New cards

Consumeren

Het kopen van goederen en diensten om in je eigen behoeften te voorzien.

4
New cards

Diensten

Activiteiten waarmee je in een behoefte voorziet.

5
New cards

Goederen

Dit zijn tastbare producten die je kunt kopen. Er zijn gebruiksgoederen en verbruiksgoederen.

6
New cards

Middelen

Deze heb je nodig om in je behoeften te kunnen voorzien. Middelen zijn tijd en geld.

7
New cards

Schaarste

Je hebt niet genoeg middelen om in al je behoeften te kunnen voorzien.

8
New cards

Begroting

Overzicht van verwachte inkomsten en uitgaven over een bepaalde periode.

9
New cards

Bezuinigen

Minder geld uitgeven.

10
New cards

Budget

De hoeveelheid geld waarover je in een bepaalde periode kunt beschikken.

11
New cards

Huishoudelijke uitgaven

Dagelijkse uitgaven, zoals boodschappen en persoonlijke verzorging.

12
New cards

Incidentele uitgaven

Grote uitgaven die je niet zo vaak doet en waarvoor het verstandig is om geld te reserveren.

13
New cards

Inkomen

Het geld dat je ontvangt. Er zijn drie soorten: inkomen uit arbeid, inkomen uit bezit en overdrachtsinkomen.

14
New cards

Primair inkomen

Inkomen uit arbeid en bezit.

15
New cards

Secundair inkomen

Het primair- en overdrachtsinkomen samen minus de belastingen.

16
New cards

Sparen

Geld opzijzetten voor later.

17
New cards

Vaste lasten

Uitgaven die je met een bepaalde regelmaat betaalt en die zijn opgenomen in een contract.

18
New cards

Budgetlijn

Lijn in een grafiek die aangeeft hoeveel je van elk van twee producten kunt kopen met een gegeven budget en gegeven prijzen.

19
New cards

Budgetset

Alle keuzemogelijkheden van twee producten die binnen je budget vallen.

20
New cards

Model

Een vereenvoudigde weergave van de werkelijkheid.